Gods woord wordt waar bij Jezus (Deel 4: De uittocht uit Egypte)

Thema: De uittocht uit Egypte (Periode na Kerst)
Tekst: Matteüs 2: 14-15
Tekstgedeelte(n): Exodus 4: 18-23
Hosea 11: 1-6
Matteüs 2: 13-15
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren, Helpman en Baflo op 10 januari 1999
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden. Deze prekenserie over Matteüs 1 & 2 bestaat uit:
1: Mat01v17 - Het oude testament laat zien dat Jezus komt (Adventstijd)
2: Mat01v22 - In Christus komt God zelf (Kerst)
3: Mat02v09 - God roept astrologen uit de wereld (Kerst)
4: Mat02v14 - De uittocht uit Egypte (Periode na Kerst)
5: Mat02v17 - Rachel is niet te troosten!
6: Mat02v19 - God leidt Zijn Zoon terug naar het land Israël (Periode na Kerst)
Extra: Inleiding op de prekenserie: Gods woord wordt waar bij Jezus.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. Ps. 78: 1-2
  3. Gebed
  4. Lezen: Exodus 4: 18-23
  5. Ps. 78: 13-14
  6. Lezen: Hosea 11: 1-6
  7. Ps. 78: 15
  8. Lezen: Matteüs 2: 13-15
  9. Tekst: Matteüs 2: 14-15
  10. Preek
  11. Ps. 105: 20-21
  12. Preeksamenvatting // Geloofsbelijdenis: Gez. 4
  13. Gebed
  14. Collecte
  15. Gez. 14: 3
  16. Zegen


Geliefde gemeente in Christus,

"Wat betekent God voor mij?" - is de vraag die in onze tijd veel op klinkt.

Die houding verziekt ook gauw de kerkgang. We gaan dan met die houding hier zitten in de kerk, zo van: 'ik hoop dat het tot mijn genoegen zal zijn'. Vaak is het dan niet tot ons genoegen. We vinden het jammer in de kerk geen afstandsbediening bij ons hebben: kun je de dominee ook uitschakelen of overschakelen - als het je niet bevalt of als het te lang duurt… Die houding binnen de kerk is vaak het begin van de weg uit de kerk! Waarom ga je uit de kerk: 'ach, ik heb er toch niks aan'. Daar kom je zo maar op uit -als God het niet verhoedt- met die vraag: 'wat betekent God voor mij?'.

Wat moeten we dan vragen? Beter dan te vragen: 'wat betekent God voor mij?', is uzelf de vraag te stellen: 'wat beteken ik voor God?'. Wat betekende ik voor Hem op mijn werk, in mijn gezin, in mijn huis de afgelopen week? Wat beteken ik voor Hem nu ik hier zit in de kerk: wat bied ik Hem?

Waarom eigenlijk? Waarom is de vraag 'wat beteken ik voor God?' beter dan de vraag 'wat betekent God voor mij?'. Ja, waarom? Omdat de vraag 'wat betekent God voor mij?', een vraag is die ieder mens kan stellen. Dat is een vraag die je zonder liefde kunt stellen. Dat wordt een redenatie over het nut van de godsdienst. Maar de vraag 'wat beteken ik voor God?' is een vraag die alleen de mens stelt die Gods liefde gezien heeft. Dat is de mens die zich bewust geworden is van die grote liefde van God in Christus. Hij of zei weet zich kind van God die in zijn hart de woorden uit de bijbel voelt natrillen: "Ziet welk een liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden en wij zijn het ook!" (1 Johannes 3: 1). Kortom, wie in Christus, Vaders liefde het leven in zag stromen, vraagt 'wat beteken ik voor u?'. En om die liefde is het de Vader te doen. Dat zegt onze tekst. Het thema is:

De uittocht uit Egypte is

  1. met Israël begonnen
  2. met Christus afgemaakt

1. De uittocht uit Egypte is met Israël begonnen

Schijn bedriegt. Wanneer je Matteüs 2 oppervlakkig door zou lezen, dan zou je erin kunnen trappen. Het lijkt dan net of Herodes de macht heeft. Hij is de koning die actie onderneemt. En de Here? De Here moet steeds noodmaatregelen treffen, opdat zijn pasgeboren Zoon niet gedood wordt door dat 'monster' Herodes uit Edoms huis... Net op tijd weet de Here de astrologen het land uit te krijgen en daarna moet zijn kind halsoverkop 's nachts het land uit. Het lijkt op noodmaatregelen door God, maar ik zei al: schijn bedriegt.

De werkelijkheid is niet dat Herodes de macht heeft, maar dat Herodes een pion is. God heeft de leiding op het schaakbord van de wereld. God zal de duivel schaakmat gaan zetten. En Herodes is pion in Gods hand. Herodes dient Gods plan: Gods zoon moet naar Egypte.

Dat zien we als we lezen hoe God in dit hoofdstuk opnieuw Jozef via een engel bij de hand pakt en hem op weg zet. Dit was de tweede keer dat een engel bij Jozef kwam.

Er is deze keer geen tijd voor Jozef om weer te gaan slapen - vanwege het gevaar moet hij direct weg - zegt onze tekst in vers 14: "Hij stond op en nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte".

Waarom naar Egypte? Was er geen land dichterbij waar Jozef heen had kunnen gaan? Jawel. Waarom dan naar Egypte? Omdat God het wil. Jozef ging de weg die de engel hem had gewezen: naar Egypte.
Maar waarom Egypte? Dat land heeft in de geschiedenis van de bijbel bepaald niet zo'n gunstige klank. Eerst was het door Jozef wel een fijn land geweest met schuren vol koren - het broodhuis, maar later was het voor Israël een gevangenis geworden van dwangarbeid - het diensthuis. En daarheen stuurt God Zijn Zoon!? Waarom? Dat is toch: terug naar 'af'?

Ja, dat is het ook. Weer vanuit Egypte beginnen! Waarom? Was het de eerste keer mislukt? Ja, op een bepaalde manier wel. Maar om dat goed aan te geven moet je precies kijken wat er hier wordt bedoeld.

Gods bedoeling met de uittocht is dat Israël, zijn zoon Hem dient in liefde en gehoorzaamheid. En die bedoeling geeft de bijbel aan met de woorden die in de tekst worden aangehaald: "Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen" - namelijk om Mij te dienen.

Wanneer we nu kijken naar dat bevrijde volk Israël of die (!) bedoeling van de HERE tot zijn recht is gekomen, moeten we daar 'nee' op zeggen. Dat is ook de aanklacht van de HERE in Hosea 11: de klacht van een vader tegen zijn zoon over de ongehoorzaamheid. Gods straf is dat ze wegmoeten uit hun land. Terug naar Egypte... verbannen naar Assur. God stuurt zijn zoon als het ware de deur uit. Waarom? Omdat ze niet wilden doen, waartoe Hij hen geroepen had: Hij had hen geroepen om als zijn kind Hem te dienen in liefde en gehoorzaamheid. Dat was de bedoeling van Gods uittocht uit Egypte.

Waarom ging dat nu fout?
Dat zegt de HERE Zelf via de profeet Hosea: ze zagen Gods liefde niet. Die liefde - zei men vroeger met een wel treffende uitdrukking - had hen niet 'vertederd', dat wil zeggen ontroerd, geraakt, blij gemaakt. Nee, uiteindelijk deed de redding uit Egypte hen zo weinig dat ze God zagen als een nieuwe farao: in Egypte hadden ze als slaven de farao moeten dienen en nu moesten ze als slaven God dienen. Kortom, ze voelden zich geen kind, maar slaaf.

Gods liefde hadden ze niet aangenomen, hoewel Hij hen steeds die liefde geboden had. Luther heeft gelijk als hij ergens schrijft: 'Eerst schenkt de Vader mij met Zijn beloften Zijn genade en Zijn vaderschap, maar dan staat het nog te bezien of ik dat aanneem" (Commentaar Galaten 4: 7). Het gaat om reactie op Gods liefde.

Is dat bij u, bij jou al gebeurd? Bent u al eens -zoals men vroeger zei- 'vertederd'? Hebt u al eens de liefde van Christus persoonlijk ondervonden? Waar dat gebeurt, verdwijnt de vraag 'wat betekent God voor mij?'. Dat is geen vraag meer. Zijn liefde zocht mij en de vraag wordt: 'wat beteken ik nu voor Hem?'.

Het is juist dat antwoord van de liefde dat Israël God niet wilde geven. Daar ging het fout. Daar is de bedoeling van de uittocht mislukt. Daar staat Israëls geschiedenis als het ware nog open: wie is Gods echte Zoon? Het antwoord op die vraag van het Oude Verbond brengt Christus in het Nieuwe Verbond. Daar gaat het tweede deel van de preek over. Het thema is:

De uittocht uit Egypte is 1. met Israël begonnen,

2. met Christus afgemaakt

In het eerste punt van de preek had ik het er een paar keer over dat om hun ongehoorzaamheid Israël terug moest naar 'af'... dat was Gods straf.

Nu kan dat een misverstand opleveren. Het betekent niet - gemeente - dat God nu helemaal opnieuw weer begint. Hij komt altijd verder - zelfs met Israël. Want uit dat volk heeft Hij toch op Zijn tijd de Christus geboren doen worden: God is verder gekomen met zijn werk!

Dat moeten we ook bedenken als we lezen hoe God door de engel Jozef naar Egypte leidt. God begint niet opnieuw in Egypte alsof er ondertussen al die eeuwen niks gebeurd was, maar gaat vanuit Egypte afmaken wat Hij eerst begonnen was. Wat God met Israël is begonnen in de uittocht onder Mozes, maakt Hij nu af. In deze Zoon maakt God het waar. Dat betekent het woord 'vervullen'.
Christus kwam door Gods leiding in Egypte. Hij woonde daar de door God bepaalde tijd. Er staat in vers 15: "en daar bleef hij tot de dood van Herodes". Toen Herodes dood was kon hij komen uit Egypte: God riep op Zijn tijd zijn Zoon uit Egypte. Dat wilde God "opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft toen Hij zei: Uit Egypte heb ik mijn Zoon geroepen" (Matteüs 2: 15).

Nu wordt het "vervuld" waar het God om ging. Waar ging het God om? Om een gehoorzame zoon. Nu DEZE zoon uit Egypte komt, is Hij wel gehoorzaam.

Die vreugde uit de hemel horen we als Jezus begint met Zijn werk op aarde. Hij gaat naar Johannes de Doper. Zelfs als Zijn voorloper protesteert tegen zijn doop, laat Jezus zich niet van zijn taak afhouden. Hij zegt: "Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen" (Matteüs 3: 15). U kunt dat zo lezen:
'Johannes, laat Mij gaan om alle gehoorzaamheid aan Mijn Vader te geven'. Wat gebeurt er dan? Blij gaat de hemel open. De Vader die zijn Zoon uit Egypte heeft geroepen, zegt verheugd uit de hemel: "Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb" (3: 17)... dit is de gehoorzame Zoon.

En Hij is gehoorzaam gebleven. Hij heeft alles tot een goed einde gebracht voor zijn Vader om ons tot kinderen te maken. In Christus wordt in volle duidelijkheid helder, hoe groot Gods liefde is. Die liefde is dat je zo maar kind mag worden zonder dat je er ook maar één vinger voor uitgestoken hebt.

En de liefde geeft daarop antwoord. Luther bracht die reactie op Gods liefde zo onder woorden: ' Gij belooft het en noemt mij om Christus' wil zoon en ik neem dat aan en noem U vader. Dan is het zeker dat wij heel eenvoudig zonder werken tot zonen aangenomen worden' (Commentaar Galaten 4: 7).

Beseft u kind van God te zijn? Of draagt uw dienen van God nog een slaafs karakter, zo van: 'het moet nu eenmaal'. Toets uzelf: doe ik het als kind of doe ik het als slaaf?

Hoe is uw leven, jouw leven voor God? Dien je God omdat het moet, zonder al te veel moeite? Vindt u dat je God gehoorzaam moet zijn, maar beleef je er nooit een vleugje vreugde in? Kijk je Gods liefde dan niet voorbij?

Hoe vindt u het om naar de kerk te gaan? Zit u hier omdat dat nu eenmaal moet in de vurige hoop dat het vooral niet langer duurt dan vijf kwartier? Of was er een verlangen in je hart dat je trok vandaag, trok naar het 'huis van je Vader'?

Daar gaat het om: het zien van Gods liefde in Zijn redding. En daarom is de vraag 'wat beteken ik voor God?' beter dan de vraag 'wat betekent God voor mij?'. Het is de vraag die voorkomt uit het zien van Gods liefde in de verlossing. Daar wil men uit liefde voor God leven. Ja, daar ga je uit dank hem loven. Daar gaat het in de verlossing om, daarom zijn we uit Egypte geroepen oftewel:

Die gunst heeft God Zijn volk bewezen,
opdat het altijd Hem zou vrezen,
zijn wet betrachten en voortaan standvastig op zijn wegen gaan
en zingen zou: aan Vader de eer.

Amen.


Gebed

Machtige Vader, U komen we vragen of U ons wilt leren te leven in de gehoorzaamheid waartoe U ons geroepen hebt

A. gebed om geloofstoeeigening

Breng ons door uw Geest tot de Zoon, die het voor ons heeft volbracht, opdat we in het geloof met Hem één worden. Leer ons

B. gebed om leven in geloofsgehoorzaamheid

Wilt u ons Zijn gehoorzaamheid geven door uw Geest? Wilt u ons dat leren door uw Geest?

1. in onze dagelijkse taak: werk - school - huis

voorbede: scholen vanuit bijbel = taak gereformeerde scholen = onderwijzend personeel en sfeer in klas; voorbede voor jongeren die op andere scholen zitten = opscherpen en niet afzwakken geloof

2. in onze gezinnen: huwelijken - opvoeding - omgang

3. in de gemeente: horen naar Woord - leven met Woord - aanspreken op Woord

4. vanuit de gemeente: werk voor evangelisatie - plannen voor evangelisatie = vergadering evangelisatie en werk zendingscommissie = niet namens ons, maar voor ons = levende, getuigende gemeente

C. lof vanuit geloofsdankbaarheid

U hebt ons gered - als eens Israël. Wij zijn een volk - U ten eigendom - om de grote daden te verkondigen van U die ons uit de duisternis geroepen hebt tot uw wonderbaar licht:
eens niet uw volk, nu echter wel uw volk
eens zonder ontferming, nu in uw ontferming aangenomen (1 Petrus 2)
U danken wij en eren wij - U in uw liefde!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar