Gods woord wordt waar bij Jezus (Deel 5: Rachel is niet te troosten!)

Thema: Rachel is niet te troosten!
Tekst: Matteüs 2: 17-18
Tekstgedeelte(n): Genesis 35: 16-20
Jeremia 31: 15-22
Matteüs 2: 17-18
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren en Helpman op 17 januari 1999
Assen-Marsdijk op 24 januari 1999
Groningen-West en Stadskanaal op 7 februari 1999
Drachten-ZO op 14 februari 1999
Groningen-Zuid op 21 februari 1999
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden. Deze prekenserie over Matteüs 1 & 2 bestaat uit:
1: Mat01v17 - Het oude testament laat zien dat Jezus komt (Adventstijd)
2: Mat01v22 - In Christus komt God zelf (Kerst)
3: Mat02v09 - God roept astrologen uit de wereld (Kerst)
4: Mat02v14 - De uittocht uit Egypte (Periode na Kerst)
5: Mat02v17 - Rachel is niet te troosten!
6: Mat02v19 - God leidt Zijn Zoon terug naar het land Israël (Periode na Kerst)
Extra: Inleiding op de prekenserie: Gods woord wordt waar bij Jezus.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. Ps. 25: 8
  3. Wet
  4. Ps. 25: 9-10
  5. Gebed
  6. Lezen: Genesis 35: 16-20
  7. Jeremia 31: 15-22
  8. Ps. 126: 1-3
  9. Tekst: Matteüs 2: 17-18
  10. Inleiding
  11. Ps. 131: 1-3 gespeend en toch getroost….
  12. Preek
  13. Ps. 145: 4
  14. Gebed
  15. Collecte
  16. Ps. 146: 3, 6-8
  17. Zegen

Geliefde gemeente in Christus,

'Het is Gods wil…' is een uitdrukking waar we toch wel wat voorzichtiger mee om moeten gaan dan we gewend zijn. We zeggen het te snel als er een ernstig ongeluk is gebeurd of als iemand een geliefde heeft verloren: 'het is Gods wil…'

Vindt u het dan vreemd dat iemand de tranen uit zijn of haar ogen wrijft, je aankijkt en zegt: 'O ja, is dit Gods wil? - dan wil ik echt niets meer met Hem te maken hebben'. Het is wijs wat voorzichtiger te zijn: wil God wel zo'n ernstig ongeluk? Wil God het eigenlijk wel dat een vrouw haar man verliest of een moeder haar kind, en dat de tranen niet te stelpen zijn?
Je kunt met evenveel recht zeggen dat God het niet wil. Het is tegen Gods wil als mensen zo hard rijden dat er doden vallen. Het is tegen Gods wil dat ziekten onze geliefden van ons afnemen. God wil dat helemaal niet…God wilde het paradijs voor de mens, niet de dood. Let op uw woorden: de HERE wilde de zonde niet!

Ja maar, het gaat toch niet buiten Zijn wil om? God is toch de Almachtige? Ja, dat klopt. Er gaat niks buiten Gods raad om. Niets gebeurt buiten Gods plan om. Maar als iets in Gods plan opgenomen is, dan betekent het nog niet dat Hij het er mee eens is. Hij is - zegt artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) - 'niet de Bewerker van de zonde en evenmin draagt Hij er de schuld van'.

[ Lezen: eerste deel artikel 13 NGB ]

De les is: probeer in je spreken de schijn te vermijden dat God gemeen is.

Dat doet Matteüs ook als het gaat over de kindermoord. Je kunt zeggen dat die moord een plek in Gods raad heeft. Maar heeft God dat nu gewild? Pas op: dit wilde God zo niet, het was een smerige streek van Herodes'. Daarom heeft hij in onze tekst over "toen" en niet zoals in vers 14 over "opdat".

Hij is de oorzaak van zoveel leed dat moeder niet meer te troosten is. Daar gaat de preek over. De samenvatting is:

Rachel is niet te troosten!

  1. in Efrat
  2. in Rama
  3. in Betlehem

[ Zingen: Ps. 131 ]

1. Rachel in Efrat

Als iemand op een visite iemand altijd druk aan het heen en weer lopen, koffie- schenken en afwassen is en... geen tijd heeft om eventjes te zitten en te praten, zegt iemand die de bijbel wel aardig kent: 'hé Martha, ga nu eens even zitten'. Tegen wie heeft hij het? Tegen Martha? Nee. Waarom noemt hij haar dan Martha? Omdat ze net zo doet als die vriendin van de Here Jezus die druk was met vele dingen (Lucas 10). Ze doet net als... Martha.

Die manier van zeggen komen we ook in de bijbel tegen over Rachel. In Genesis gaat het echt over Rachel, de vrouw van Jakob. Maar later in Jeremia en in Matteüs gaat het niet meer echt over Rachel. Toch wordt ze dan genoemd. Waarom? Omdat later de moeders net zo doen als Rachel.

Wat was dan typerend voor Rachel? Het typerende was dat Rachel niet te troosten was: zo'n groot verdriet. Daar spreekt de bijbel drie keer over, zoals we hebben gelezen.

In Genesis gaat het over de tweede vrouw van Jakob. Waar denkt u aan bij haar naam? U denkt aan Rachel, de mooie vrouw? Ja, dat klopt: zij was veel mooier dan haar oudere zus Lea, die flets van ogen was (Genesis 29: 15). Misschien denkt u bij Rachel ook aan de vrouw die eerst geen kinderen kon krijgen, terwijl haar zus Lea wel baarde. Ja, Rachel is in Jacobs tent de mooie vrouw met een bittere trek om haar mond…

Later is God goed voor Rachel. Ze krijgt een zoon: Jozef. Maar bij de geboorte van dat jongetje blijkt waar het Rachel om gaat: om kinderen voor zichzelf. Ze noemt dat jochie Jozef, wat betekent: 'moge de HERE mij nog een zoon geven'. (30: 22). Dat zou haar eer zijn - tegenover haar zuster...
Maar als haar tweede zoon geboren wordt, sterft Rachel. 'Een jongen!' - zegt de vroedvrouw tot de stervende moeder. Maar dat geeft haar geen vreugde meer. In haar smart noemt ze dat jongetje: 'ongeluksjong' - Ben-Oni noemt ze hem… Moet hij zo het leven door? Als een ongeluksjong? Nee, zegt vader Jakob en noemt hem: 'gelukskind' - Benjamin.
Hoe kan die man dat doen bij het sterven van zijn mooiste, zijn liefste? Dat kan hij omdat hij Gods werk ziet. Dit kind is de twaalfde. God voltooit Zijn werk in zijn tent. Het grondwerk ligt er nu. Gods opbouwwerk kan verder doorgaan. Maar dat zag Rachel niet meer: Rachel is niet te troosten. Haar hart kent alleen smart…

Gemeente, hoe reageren wij in verdriet, in rouw? In de rouw is er altijd die de spanning tussen feit en belofte.

Er is het feit dat iemand gestorven is. Dat betekent gemis. Alle prachtige en goed bedoelde toespraken van dominees, woorden van vrienden - dat alles kan niet wegnemen dat er het grote gemis is - de stoel die daar leeg staat, het pak dat in de kast hangt.....oh, doffe ellende...

Maar naast dat feit is er ook de belofte waar de dominee het over had, en de kerkmensen steeds over praten. God belooft dat wie in Christus sterft, leeft... Nee, niet meer bij ons op aarde, maar wel bij Hem in de hemel. Daar is het goed, daar is het mooi: zo mooi als hij of zij het bij ons op aarde niet had. Die belofte vraagt geloof, aanvaarding: je moet dat ook aannemen in het grote verdriet.

Dat is de spanning: belofte en feit, feit en belofte. En je moet die beide laten staan. Een mens in de rouw moet door beide heengaan. Je moet niet voor een van beide kiezen. Dan gaat er iets mis.

Gelukkig mogen we geloven dat Gods kinderen in de hemel zijn. Maar daar huilen we ook niet om. We huilen om het gemis. Dat is een feit waar je ook aandacht aan mag geven…

…als Rachel die niet te troosten was in Efrat. Dat was punt 1 van de preek. Punt 2 gaat over Rachel in Rama. Dat is wat Jeremia erover vertelt in hoofdstuk 31.

2. Rachel in Rama

Rouw geeft gemis. Je zou zo graag weer eens met hem of haar willen praten… En in dat verlangen worden mensen nogal eens het slachtoffer van spiritisme waar men beweert dat men de doden op kan roepen. Vondel heeft gedicht dat in Jeremia 31 het ook ging om een soort spiritisme: de dode Rachel komt als geest op in Rama en huilt en weent om haar kinderen - een soort wenend spook.

Dat is onjuist. Het gaat om heel iets anders. Jeremia wil zeggen dat het in Rama later net zo toegaat als bij Rachel. In het huilen van moeder in Rama hoor je Rachel huilen. Waarom huilt moeder? Net als Rachel: om haar kinderen.

Wat is er zoveel eeuwen later in Rama met kinderen aan de hand? Ze zijn niet meer (Jeremia 31: 15). Waar zijn ze dan heen? Kijk daar staan ze: de soldaten van Nebukadnezar drijven hen bijeen; kijk, daar gaan ze: de ruwe soldaten dwingen hen in de rij voor... de tocht naar Babel, het land van de ballingschap.

Dat gebeurt in Rama. Rama is een grensplaats tussen het twee- en tien-stammenrijk. Maar nu is er een kamp: een deportatiekamp: wie daar komen zullen straks weggevoerd worden. Denkt u maar aan een kamp als Westerbork in de oorlog waar veel mensen werden verzameld om dan weg gevoerd te worden... zo worden ze hier in Rama verzameld om weggevoerd te worden... naar het oord van ballingschap.


De smart is groot, zoals vers 15 zegt: "Zo zegt de HERE: Hoor te Rama klinkt een klacht, bitter geween: Rachel weent om haar kinderen, zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat er geen meer is". Om de tekst goed te begrijpen moet u er op letten dat dit zegt hoe groot de smart is.

Vaak wordt het uitgelegd als zou dit een teken van ongeloof zijn: ze 'weigert" zich te laten troosten. Maar de bedoeling is aan te geven hoe groot het verdriet is: moeder is ontroostbaar... daar gaan de kinderen. De pijn is zo groot dat moeder zich door geen mens laat troosten.

Dat weet de HERE. Hij geeft via Jeremia troost. De HERE zegt tegen die moeders in hun diepe smart dat ze niet moeten zeggen dat het voor niks is geweest. Ze moeten hun tranen afvegen en verder kijken: "Zo zegt de HERE: weerhoud uw stem van wenen, uw oog van tranen; want er is loon voor uw arbeid, luidt het Woord des Heren, ja, zij zullen terugkeren uit het land van de vijand" (verzen 16-17). De Here zegt: 'moeder - niet tevergeefs heb je geleden, gestreden en gebeden... kijk Babel voorbij, kijk naar Mij: Ik zal ze weer aan je teruggegeven'.

De HERE redt niet op dit moment. Hij troost moeder niet door ze nu te bevrijden, maar Hij troost met uitzicht naar de toekomst, hoop op terugkeer.…Hebben ze dat geloofd? Dat zegt Jeremia niet. Het gaat erom dat vers 15 het diepe verdriet peilt. Het gaat er dan ook om dat de HERE in dat mateloze verdriet zijn troost geeft. Wat daarop hun antwoord was? Of ze het geloofd hebben? De tekst laat het open. Het gaat er nu om de HERE te zien, die troosten wil.

Als we Hem hier in Rama horen, komt er ook troost naar ons toe in onze rouw. Dat is als je mee moet maken dat je liefsten van je worden afgenomen. Dat is de tijd dat alles voor je stilstaat, maar buiten alles gewoon doorgaat. Dan denk je: 'is er dan niemand die het ziet?'. Ja, er is Eén die het ziet: de HERE. Hij weet hoe erg dat feit is. Hij zegt niet: 'ach het is niet zo erg'. Hij zegt niet streng: 'kom op, niet huilen'. Hij weet wat het is. Misschien kan geen mens peilen hoe diep het leed in u is - de HERE wel.

En wanneer Hij dan met troost komt is dat echt, geeft dat hoop, komt er uitzicht. Liefdevol veegt Hij de tranen uit onze ogen, opdat we onze Trooster zullen zien: Jezus Christus. Daarover gaat het in punt drie.

Het thema is: Rachel is niet te troosten. Dat zagen we over 1. Rachel in Efrat 2. Rachel in Rama en nu zien we

3. Rachel in Betlehem

Rachel is de vrouw van Jakob. Jeremia ziet haar terug bij de huilende moeders in Rama. Matteüs denkt aan haar als hij de kindermoord beschrijft: moeder is niet te troosten: "Toen werd vervuld het woord, gesproken door de profeet Jeremia, toen hij zei: Een stem is te Rama gehoord, geween en veel geklaag Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat zij niet meer zijn "

We zagen bij de uitleg van Jeremia al dat deze tekst niet spreekt over ongeloof, maar over verdriet. "Rachel is niet te troosten' -het thema van de preek- betekent niet dat ze zich niet wil laten troosten, maar er geen troost is voor haar. Haar verdriet is als het ware te groot. Als een moeder haar kind kwijt is, kun je veel zeggen, maar ach, woorden... woorden...

Matteüs zegt dat deze tekst wordt vervuld. Wat betekent dat? De betekenis daarvan zien we als we denken aan het einde van een tijdperk. Welk tijdperk komt hier dan ten einde? De geschiedenis van het volk Israël tot aan Christus' komst. Dat is een tijd van tranen zonder troost. Maar die tijd is voorbij… vervuld. Hier vindt een bepaalde afsluiting plaats. Dat bedoelt Matteüs met de tekst te zeggen.

Hoe dan -vragen wij- hoe komt er een afsluiting? Matteüs wil aan het joodse volk laten zien dat er een andere tijd aanbreekt met de geboorte van Jezus. Hij brengt troost. Hij brengt leven. Dat is troost: bij Jezus Christus is leven voor ieder wie gelooft.

Ik vat samen: in vers 17 en 18 tekent Matteüs verdriet, dat niet te troosten is.
Tegelijk wijst Matteüs met de vervulling ervan op het einde van al die smart, want: CHRISTUS IS DE TROOSTER.

En nu kan leed diep zijn. De HERE weet het. Hij kent u. Christus voelt met u mee, dieper dan wie ook kan. Geef maar ruimte aan uw tranen - net zoals Matteüs ruimte neemt om te beschrijven hoe erg het is… De Statenvertaling geeft het precies weer: 'eene stem... geklag, geween en veel gekerm'. De pijn in het leven kan vreselijk zijn.

Maar "groter dan de Trooster
          is de rouw toch niet".

Christus kwam… om te troosten.
Christus komt… om te troosten: "het Lam dat in het midden van de troon is zal hen weiden en hen voeren naar de waterbronnen des levens en God zal alle tranen van hun ogen afwissen " (Openbaring 7)

Gemeente, laat u troosten.

Amen.


Gebed

Machtige Vader van het verbond. Leer ons in alles te leven uit uw werk

1. in dagelijks leven / werk: als U ons doet beleven wat voorspoed is, geeft U ons dan ook dankbaarheid
- voorspoed = welvaart
- dank = gehoorzaamheidsleven en gebedsleven (samen en ook apart)

2. in strijd / aanvechting: als U ons doet beleven wat satan kan, geef ons dan ook vertrouwen

3. in leed / rouw: als U ons doet weten wat verdriet is, laat ons dan ook weten wat troost is

4. Lof: wat een voorrecht te mogen geloven - we zeggen met de psalm

Welzalig hij, die de God van Jakob tot zijn hulpe heeft, wiens verwachting is op de Here, zijn God, Die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is, die trouwe houdt tot in eeuwigheid; Die de verdrukten recht verschaft, die de hongerigen brood geeft.
U…richt de gebogenen op, U heeft de rechtvaardigen lief; U behoedt de vreemdelingen, wees en weduwe houdt U staande, maar de weg der goddelozen maakt Hij krom.
U bent Koning voor eeuwig. Uw God, o Sion, is van geslacht tot geslacht.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar