| Thema: | Zalig de vervolgden...? |
| Tekst: | Matteüs 5: 10-12 |
| Tekstgedeelte(n): | Lucas 6: 20-26 Johannes 15: 18-21 en 2 Timoteüs 3: 10-12 Matteüs 5: 10-12 |
| Door: | Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen) |
| Gehouden te: | Enkhuizen en Amsterdam-Centrum op 26 mei 2002 (zondag voor de lijdende kerk) en op 16 juni 2002 in Alkmaar |
| Opmerking TdR: | Achtergrond informatie [ hoeft niet in de dienst gezegd te worden; al mag het wel ]: Bij de voorbereiding van deze preek is gebruik gemaakt van de preekschets, die door de Stichting Open Doors aangeleverd werd voor 26 mei 2002 (de Zondag van de Lijdende Kerk) van de hand van ds. Erik Veenhuizen. Het bijgevoegde materiaal is afkomstig van de St. Open Doors. Het lijkt me goed als ook in de vakantietijd weleens aandacht gegeven wordt aan de lijdende broers en zussen. Bij alle genietingen mogen we best beseffen dat er andere situaties denkbaar zijn. Tevens relativeert het vaak onze situaties van lijden, zo blijkt uit reacties die ik kreeg. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 31: 1-3 (psalmen uitgekozen om ons meeleven met vervolgde broers en zussen tot uitdrukking te brengen en om met
hen mee te voelen; om ook hun keus te zien - juist in hun ellende - zo krachtig voor God! Geloven is kiezen! Psalm
31 en Psalm 119 zijn daar sprekende voorbeelden van. Vandaar dat we uit die psalmen zingen in deze dienst).
Wet (leert ons wat geloven is, vertrouwen op God in de praktijk)
Ps. 119: 26 (voelt u de spanning: de keus, in de ellende!)
Lezen stukje over Joseph Bondarenko (zie na de preek)
Ps. 119: 27
Gebed
Lezen: Lucas 6: 20-26
Ps. 119: 58
Lezen: Johannes 15: 18-21 en 2 Timoteüs 3: 10-12 (vers 12 een keer herhalen!).
Ps. 31: 7-10
Tekst: Matteüs 5: 10-12
Preek
Ps. 31: 11-12
Een meditatieve gedachte bij een schilderij over het avondmaal (zie na de preek)
Ps. 31: 14
Gebed [ probeer een paar concrete gebedspunten te nemen; vervolgden, - informeer bij Open Doors. (tel.: 0341-417844
of www.opendoors.nl) ]
Collecte
Ps. 119: 61-63
Zegen
Zalig (makarios) staat tegenover 'wee' (Lucas 6: 20-26) en betekent 'je bent gelukkig te prijzen', 'je
bent te feliciteren', 'hartelijk gelukgewenst'. Het is een vreugdevolle uitroep, een geestdriftige constatering.
Wát zijn die mensen gelukkig, die vervolgd worden! Zij zijn op de goede weg. Proficiat als je vervolgd wordt, wees
er blij en gelukkig om, want je verdient er een geweldige beloning mee in de hemel.
Snap je dit nou? Zouden wíj niet veel eerder geneigd zijn om te zeggen: Gecondoleerd, als je vervolgd wordt, want
zo te moeten lijden, dat heb je niet verdiend.
Zaligspreking en vervolging |
De acht zaligsprekingen bestaan alle uit twee delen. Een kenmerk en een voorrecht. De eerste helft vertelt
telkens wie degenen zijn die Christus gelukkig / zalig noemt, de tweede houdt een belofte in. De eerste helft gaat
niet over welvaart, eer en aanzien, maar steeds over moeiten en over vervolging (die blijkbaar bij het leven van
discipelen gaan horen).
De belofte in de tweede helft is niet bedoeld voor de verre toekomst maar voor nu. Het koninkrijk is al begonnen
(Matteüs 12: 28). Daarom staat er in vers 10 niet 'hunner zal het koninkrijk zijn', maar 'hunner is het
koninkrijk'. De zaligheid van het Koninkrijk is voor hen al begonnen. Het Koninkrijk is er, maar nog niet in zijn
volle omvang. Wij zijn Gods medewerkers bij de uitbreiding van dat rijk. Daarom bidden wij dat het komen mag en wij
verwachten de uiteindelijke voltooiing ervan. Maar dat rijk is al óveral waar Zijn naam geheiligd wordt en Zijn wil
gedaan wordt. En als je daar bij hoort en dus zo leeft dan geeft dat zomaar ongemak, moeite of zelfs vervolging.
Want je bent dan een vreemdeling en bijwoner in deze wereld. Voor het besef van velen een vreemde eend in de bijt.
Verwacht dat je christen-zijn spot op kan leveren of zelfs wel vervolging, harde vijandschap. Verwacht dat, zegt
Jezus.
En ook Paulus schrijft dat (2 Timoteüs 3: 12): "Trouwens, allen die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden".
Hierbij zijn nu twee vragen te stellen aan ons zelf vanuit de tekst:
"Vervolging, moeiten, spot of vijandschap - zwaar of licht - het hoort er dus bij. Want in de harten van de mensen is een aangeboren vijandigheid tegen alles wat godvruchtig en rechtvaardig is. Jezus en Paulus zeggen in feite: de vijandschap van satan en van de wereld zijn het tastbare bewijs dat wij aan de goede kant staan..."
Nu moeten we onszelf de vraag stellen:
"Is dat ook onze erváring? Is dat onze erváring dat men ons weleens smaadt en liegende allerlei kwaad van ons
spreekt; worden wij, gelovigen in Nederland, op een of andere manier vaak vervolgd, verdrukt? Zo niet, doen wij dan
iets verkeerd?"
Zeg nu niet te gauw: er hoeft toch niet persé vervolging of smaad te zijn. Dat kan wel waar zijn.
Maar vraag je eens eerlijk af: word ik misschien niet bespot, omdat ik nooit of te weinig uitkom voor Jezus? Ben ik
te weinig echt christen in m'n omgeving? Dat zou toch kunnen? Dat we krachteloos zout zijn?
Iemand die hier over nadacht stelde pas de vraag: "Zijn wij als christenen in Nederland voor de satan nog wel de moeite waard om ons aan te vallen met vervolging en verdrukking? Of hebben we ons zo aangepast aan deze wereld, zijn we zo compromis-bereid, is ons geloof zo verwaterd en zo zonder volmacht, dat de satan ons al lang tot de zijnen rekent?". Ik wil deze vragen nu eens laten staan, als onrustig-makende vragen. Het zijn vragen naar onze eigen vastberadenheid en toewijding".
De persoon van daarnet vroeg: is het misschien zo dat ons christen-zijn zodanig is dat óók mensen het niet de
moeite waard vinden om zich daar tegen af te zetten?
Zeggen wij ook vaak wat 'men' zegt? En doen wij ook te vaak wat 'men' doet. Vallen wij niet meer op als het zout
der aarde en het licht der wereld, het krachtig zuurdeeg dat heel de samenleving doortrekt en ongelovigen zelfs
weleens irriteert? Ontlopen wij dat wellicht te veel?
Ik herken dat - ook wel bij mezelf. Ook ik wil graag vriendelijk en aardig overkomen. En we willen God als aardig
en lief laten over komen. Maar komen wij nog wel echt voor de eer van God op? Vergeten wij misschien wel eens dat
het evangelie als zout ook kan prikkelen en irriteren? Gaan we uit angst daarvoor het weleens uit de weg? We hebben
zomaar onze redenen klaar. Maar gaan we misschien te vaak de weg van de minste weerstand? Zijn wij nog wel het
geweten van onze maatschappij? Kortom: waarom worden we niet méér bespot en belachelijk gemaakt, niet méér
bekritiseerd en gediscrimineerd, niet méér belasterd en beroddeld? Ligt dat mogelijk ook aan ons?
Daarom nu geen nadruk op verhalen uit landen waar christenen vervolgd worden. Daarmee maken we vervolging te snel tot een uitzondering. Let op: Jezus brengt de vervolging heel nadrukkelijk in verband met onze relatie tot Hem, de levende Koning van hemel en aarde, die eerlijkheid en recht wil. Dat willen wij dan toch ook?! Dát veroorzaakt zomaar vijandschap, zeggen Jezus en Paulus. Dat dwingt ons tot nadenken over onszelf. Wilt u daar vandaag en deze week eens over nadenken? Ben ik, bent u echt een getuige van uw Heer?
Hoe zouden wij vervolgden troosten en opbeuren? Wij zouden zeggen: 'het is heel erg voor je, wat je allemaal
moet doorstaan, maar probeer het vol te houden, geef de moed niet op, we bidden voor je dat de vervolging zo
spoedig mogelijk afgelopen zal zijn.'
Maar Jezus doet het op een heel ongewone manier. Hij zegt: Gefeliciteerd als je vervolgd wordt, wees er blij om en
jubel het uit.
Volgens Jezus zijn er (in onze tekst) voor de vervolgden twee redenen om blij en verheugd te zijn:
Wees blij, zegt Jezus. Natuurlijk bedoelt Hij niet dat je blij moet zijn vanwege het feit dat je uitgelachen wordt, gepasseerd en gediscrimineerd wordt, als achterlijk en niet-van-deze-tijd beschouwd wordt. Nee, de vreugde vindt zijn reden in de verbondenheid met God en in het loon van God dat je te wachten staat. De pijn vanwege de vervolging en de smaad en de laster worden veruit overstegen door dit tweeërlei loon dat God voor je in petto heeft. Met het oog daarop kun je dansen van vreugde.
De Bergrede (Matteüs 5-7) - inclusief de Zaligsprekingen - beschrijft hoe Jezus zelf geleefd heeft. Ook op het
punt van vervolging, smaad en laster. Hij is vanaf de vlucht naar Egypte tot aan het kruis op Golgota vervolgd. Men
trachtte Hem te doden. Hij werd de stad uitgegooid. Ze probeerden Hem de afgrond in te duwen. Hij had geen plek om
zijn hoofd neer te leggen. Hij werd uitgemaakt voor vreetzak en zuiplap, de beste maatjes met tollenaars en
zondaars (Matteüs 11: 19), voor overtreder van Gods wetten (want Hij schond immers keer op keer het sabbatsgebod),
beschuldigd van godslastering (Hij vergaf immers de zonden). Er werd gezegd dat Hij de duivelen uitwierp door
Beëlzebul, enzovoort. Maar Hij schold niet terug. Hij bad voor zijn vijanden, Hij lééfde de Bergrede. Hij onderging
zelf de vervolging en de smaad en de belastering die Hij in deze zaligspreking zijn volgelingen voorhoudt. Zo heer,
zo knecht. Wie Hem navolgt komt terecht op de weg van vervolging en laster. Zijn weg was een lijdensweg, Zijn
drinkbeker was een lijdensbeker. Voor ons geen andere weg, geen andere beker. Door lijden heen naar de overwinning.
Wees daarom bereid om te lijden. Het hoort er bij. Kom voor Jezus uit.
Ook Paulus zegt dat in 2 Timoteüs 1 tegen Timoteüs - wees bereid te lijden voor de Here. Net als de Here. Met de
Here. Wees bereid - dat maakt je moedig.
Zó zijn we het zout der aarde (vers 13) en het licht der wereld (vers 14). Hoe? Dat wordt in de rest van de bergrede geconcretiseerd. Zó, op die manier leven (door de kracht van de Geest), dan ben je het zout der aarde en het licht der wereld en daarom, omdat je zo leeft (in gerechtigheid) kan je ook weleens vervolgd en gesmaad en belasterd worden (zwaar of minder zwaar, maar je zult het merken).
'Om der gerechtigheid wil', zo staat er. Dat komt overeen met 'om Mijnentwil' wat even daarna gezegd wordt. Dus:
omdat we met Hem in het verbond leven, met Hem een persoonlijke relatie hebben, omdat we Hem liefhebben, omdat we
ons met Hem identificeren, omdat we Zijn navolgers willen zijn. Om Hem, om Zijn persoon, om Zijn leer, om Zijn
naam.
Wij willen zijn en worden als Hij.
Daarom worden onze broers en zussen overal in de wereld vervolgd. Daarom kunnen en zullen wij ook zomaar smaad,
spot of vervolging meemaken. Verwonder je niet. Nee, zalig ben je dan. Te feliciteren.
Amen.
(Stichting Open Doors)
Joseph Bondarenko was voorganger van de ondergrondse Baptistenkerk in Riga (Letland). Hij heeft in totaal 9 jaar voor zijn geloof in de gevangenis gezeten en is op vele wijzen gemarteld, maar hij bleef op vele wijzen van God getuigen en voor de mensen bidden.
In een bepaalde periode gedurende zijn laatste gevangenschap werd Joseph Bondarenko gescheiden van de andere
gevangenen. De bewakers hadden gemerkt dat Joseph de medegevangenen vertelde over zijn geloof in God. Daarom
isoleerden ze hem; ze gaven hem werk als machinist op een hoge bouwkraan.
Iedere morgen als hij daar hoog in de cabine plaatsnam, begon hij de dag met gebed. Hij draaide dan de kraan naar
het noorden om te bidden voor zijn vrouw en kinderen en voor de gemeente in Riga. Dan draaide hij de kraan naar het
oosten en bad voor al de broeders en zusters in de vele andere strafkampen. Daarna draaide hij de kraan naar het
zuiden om te bidden voor zijn medegevangenen en bewakers die daar beneden aan het werk waren.
Ten slotte draaide hij de kraan naar het westen om te bidden voor alle christenen die in de vrijheid zijn, evenals
voor alle vrienden in Europa en verder weg, die voor hem baden.
Aan het einde van een lange werkdag riep één van de bewakers hem bij zich. Hij vroeg: "Hé, waarom draai jij die kraan elke morgen in vier windrichtingen voordat je begint met je werk?" Joseph vertelde hem alles eerlijk en volledig. De man dacht even na en zei: "Ik verbied je om te bidden voor je medegevangenen, maar voor mij en mijn gezin mag je bidden". Joseph antwoordde: "Mijnheer, ik kan niet nalaten om voor mijn medegevangenen te bidden, maar ik zal zeker voor u en uw gezin bidden; dat beloof ik".
Laten we hierbij aansluitend zingen Ps. 119: 27.
...bij het schilderij van Leonardo da Vinci dat heet: "Het laatste Avondmaal"
(Stichting Open Doors; door: Otto de Bruijne)
Allerlei mensen schuiven aan.
"Wij zijn het lichaam van Christus", hoor ik een oude Chinees zeggen. "Wij delen met elkaar", vult een neger aan.
De oude Chinees vervolgt: "Twintig jaar heb ik gevangen gezeten. Ik heb Christus gezien. Toen ik dagenlang in de
beerput moest werken (= in een put waarin poep verzameld wordt - hij moest die steeds leeg scheppen). Daar zong
ik...", en hij begint zachtjes te zingen: "And He walks with me, and He talks with me..." (Christus wilde
bij hem zijn, ook in de shit!)
Ik vergeet alles... en het lijkt alsof ik alleen ben met deze oude man. Ik hoor mijzelf vragen: "Wilt u voor míj
en voor míjn land bidden?"
De man lacht: "Jij moet voor óns bidden."
"Nee, u moet voor ons bidden!", houd ik vol.
Met een ongelovige lach herhaalt hij: "U moet voor ons, voor de lijdende kerk, bidden..."
Het dreigt een welles nietes spelletje te worden. Ik doorbreek door te zeggen: "Maar in Europa zitten veel minder
mensen in de kerk dan in China. Wij leven in geestelijke armoede, terwijl in China de kerken groeien. Wij hebben uw
gebed keihard nodig".
De oude man wordt stil.
Hij begrijpt het; knikt; vouwt zijn magere handen en bidt voor mij, voor mijn land: "Vader, geef hun 'the mind
of suffering' (de bereidheid om te lijden), ook als zij niet lijden, dat ze toch de houding hebben om te
lijden, zodat ze staande blijven als het lijden komt. Amen."
Het is stil..."
Laten we nu zingen Ps. 31: 14
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).