| Thema: | De kerk mag er zijn |
| Tekst: | Matteüs 5: 13-16 |
| Tekstgedeelte(n): | Jesaja 2: 1-5 Matteüs 4: 12-17 Matteüs 5: 13-16 |
| Door: | Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen) |
| Gehouden te: | Groningen-West op 2 augustus 1998 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en groet
Ps. 27: 1-2
Ps. 27: 3
Lezen: Jesaja 2: 1-5; Matteüs 4: 12-17
Ps. 36
Tekst: Matteüs 5: 13-16
Ps. 119: 40, 49
Gez. 38: 4, 8-9
Zegen
Broeders en zusters, jongens en meisjes,
Durft u, durf jij aan iemand die je niet kent te vertellen dat je Vrijgemaakt bent, of Gereformeerd, of
Christen?
Misschien wel niet of met heel veel moeite. De meeste mensen zijn tegenwoordig geen Christen, laat staan
Gereformeerd en zeker niet Vrijgemaakt. Daardoor krijg je haast de indruk, dat je er niet mag zijn, als mens
natuurlijk wel, maar als Christen niet. Maar God en Jezus denken daar anders over. En is hun mening niet het
allerbelangrijkste? Op een dag zal dat aan iedereen blijken.
De boodschap van de preek vat ik zo voor u samen:
De kerk mag er zijn
|
'U bent het zout der aarde.' Dat zegt de Here Jezus tegen zijn discipelen. Samen met hen is Hij op de helling van een berg gaan zitten. Ze horen nog niet zo lang bij Hem en Hij geeft hen nu hun eerste onderwijs. Over het Koninkrijk der hemelen en dat zij daarin een plaats krijgen. Over henzelf, wat zij zijn en wat zijn Vader van hen verwacht. Vele andere Joden horen toe.
'Jullie zijn het zout van de aarde.' Zout was in Israël, net als bij ons vandaag, onmisbaar. Het werd gebruikt
om het eten smakelijk te maken. Het diende ook om etenswaren te conserveren. Zo werd vis gezouten. De discipelen
wisten daar natuurlijk alles van. Met dat zout vergelijkt de Here Jezus dus zijn volgelingen. Dat betekent nogal
wat. 'De wereld zou God niet smaken', zo bedoelt Jezus, 'als jullie er niet zouden zijn.' 'De wereld zou eraan gaan
zonder jullie.'
En uiteraard is dit ook van toepassing op ons. Het verbaast ons ook niet, want we hebben allemaal wel eens gehoord
dat we een zoutend zout moeten zijn. Inmiddels begrijpt u, dat we het eigenlijk anders moeten zeggen. 'U bent de
kruiden in Gods wereld. U bent de koelkast van zijn schepping.'
Intussen klinkt het wel een beetje aanmatigend, als we eerlijk zijn. Alsof wij zo goed zijn. En alsof de wereld er zoveel slechter uit zou zien zonder ons. We kennen allemaal wel een paar kerkmensen, die ons ontzettend tegenvallen. Soms komen er zoveel negatieve berichten achter elkaar, dat je je afvraagt of dat nu de kerk van Christus is.
En toch zegt Jezus, dat wij het zout der aarde zijn, de kruiden, de vrieskist. U begrijpt dat ook wel. We zijn
dat dankzij Hem. Behalve zout zijn wij ook licht. Nu, in Matteüs 4: 16 wordt Jezus zelf het licht genoemd. Dat
licht steekt ons aan.
De kracht van Jezus Christus is zo groot, dat mensen daar anders van worden. En dan moet je natuurlijk niet doen
alsof dat niet zo is. Dat lijkt misschien bescheiden. Maar je schaamt je eerder voor Hem.
De Here Jezus geeft zijn discipelen een opsteker. In wat Hij eerst zei klonken sombere tonen door. Hij had het over
smaad, laster en zelfs vervolging. Je moet er wel wat voor over hebben, als je Christen wilt zijn. Dat wordt ons
ook hoe langer hoe meer duidelijk. Gelukkig staat daar een heleboel tegenover: dat schitterende Koninkrijk, waar je
altijd in leven mag. Maar dat komt straks. Je kunt er alleen nog maar naar uitkijken. Maar nu is er ook al veel. 'U
bént het zout der aarde', zegt Christus tegen de discipelen die daar vóór Hem zitten.' Wij leven ook naar een
geweldige toekomst toe, maar vandaag zijn wij al kerk en dat is niet niks. Je kunt toch zéggen, dat de wereld
zonder kerk God niet zou smaken en dat de aarde zonder evangelie er nu al aan zou gaan. Natuurlijk, ook ongelovigen
doen goede dingen. Maar hoeveel is niet het gevolg van christelijke invloed op de samenleving?
Jezus steekt ons in de hoogte. Je kunt daar evenwel ook mee aan de haal gaan. En dat gebeurt ook wel. Er bestaan
Christenen met een sterk ontwikkeld superioriteitsgevoel. Het is alsof de Here Jezus het aanvoelt. Want Hij komt
direct al met een waarschuwing. Het zout kan ook smakeloos worden!
Daarvoor moeten we even wat meer weten. Het zout in Israël was anders dan het onze. Men maakte gebruik van brokken
zout. In die brokken zaten tussen de zoutkristallen ook allerlei verontreinigingen. En als zo'n brok zout dan een
tijd bleef liggen en in aanraking kwam met vocht, was het gebeurd. Het zout werd bitter. Je kon het voor niets meer
gebruiken. U weet dat ook wel. Er is niets onvruchtbaarder dan de omgeving van de Dode Zee. Een bedorven zoutklomp
gooide men dan ook weg. Niet in de biobak, want die had men niet, maar gewoon op straat, tussen de huizen en de
mensen liepen er zonder problemen overheen. Het zout werd vertrapt.
Als je als Christen je geloof verliest, kan God je niet meer gebruiken en staat je een eeuwigheid van oneer te
wachten. Dat klinkt wel hard, maar het is waar, en het is misschien wel het hardst voor God. Maar gelukkig kan dit
voorkomen worden. Als de Here Jezus zo'n sterke waarschuwing geeft, is dat uiteraard ook om ons te activeren. Het
zout wordt zelfs in Israël niet zomaar smakeloos en wij raken niet zomaar onze christelijke kracht kwijt.
Wát wij dan moeten doen, hoef ik u niet te vertellen.
En jullie weten ook al wel, dat je de bijbel en de kerk en je eigen oefening in het dienen van de Here nodig hebt
om bij Hem te blijven.
De kerk mag er zijn. Je hoeft je er niet voor te schamen, dat je daarbij hoort. Maar laten we oppassen voor
zelfgenoegzaamheid. We moeten er met elkaar wel voor zorgen, dat het goed blijft. Anderzijds: wees niet bang dat je
niet opvalt.
Jezus is nog niet klaar. Zoals er veel te zeggen valt over Hem, zo ook over zijn kerk. De kerk heeft eigenschappen, die voor de wereld onmisbaar zijn. Als dat zo is, verdien je het dat je opvalt. En wat valt nu, tenminste als het donker is, eerder op dan licht? Het valt moeder meteen op, dat er nog een streepje licht is onder de deur van haar zoon die allang slapen moet.
Ook wij weten, dat wij in deze wereld, in de goede zin gesproken, op moeten vallen. Hoe kunnen anders mensen die
niet geloven worden gered? Alleen, hoe val je op zonder dat het die ander hindert? Zo kom je al gauw in een
kramphouding. Dat de discipelen daar ook al last van hadden, blijkt uit allerlei aansporingen van Jezus om niet
bang te zijn voor de mensen.
Ook al zouden ze je willen doden en zover is het in dit land nog lang niet. Ze kunnen wel je lichaam doden, maar je
ziel niet. Daarom is die kramphouding niet nodig.
Ook hierom niet, omdat je als christen van jezelf al zichtbaar bent. De Here Jezus wijst op een stad op een berg.
Dat is in Israël een bekend verschijnsel en misschien bent u in uw vakantie zo'n stad ook wel tegengekomen. Je ziet
die stad al van verre. Het is ondenkbaar, dat je haar niet zou zien.
De discipelen begrijpen vast wel, waarom Jezus Christus hen met zo'n stad vergelijkt. Ze kunnen inmiddels al
aanvoelen, dat zij voor Hem het echte Israël zijn. Niet voor niets heeft Hij twaalf leerlingen gekozen. En Israël
is in die tijd Gods uitverkoren volk. Daar is iedere Israëliet ook heilig van overtuigd. Israël vindt zijn symbool
in Jeruzalem, de hooggebouwde tempelstad. En Jesaja heeft geprofeteerd over een geweldige toekomst, waarin alle
volken van de wereld zullen optrekken naar die berg om van de God van Israël wijsheid te leren.
Een stad op een berg. Gods volk, Gods kerk. Die kan niet verborgen blijven. Daar zorgt de Here zelf wel voor. Als
je bij Hem hoort, geeft Hij je zulke bijzondere dingen, dat dat wel op móet vallen.
Ik moet denken aan de gemeente van Jeruzalem, die vanaf de Pinksterdag in Handelingen 2 zo snel groeide. Ik moet
ook denken aan de woorden van de Here Jezus die zijn discipelen zei niet bang te zijn, als ze voor een rechtbank
zouden moeten komen: 'Maak u niet druk hoe of wat u zeggen moet. Ikzelf zal u op dat moment ingeven, wat u moet
zeggen.' Zo kan de kerk opvallen door een snelle groei, maar ook door eenvoudige vrijmoedigheid zonder angst.
Natuurlijk, er zijn altijd mensen die dan nog de ogen sluiten voor het werk van Gods Geest. Maar dat ligt dan wel
aan hen. Het kan ook gebeuren, dat iemand Gods werk niet wíl zien.
Wij hoeven vandaag geen bijzondere dingen te doen om als Christenen op te vallen. Wij zijn al bijzonder. We moeten
ons er alleen niet voor schamen. Wees niet bang dat je niet opvalt. Zorg ervoor, dat ze jouw God ook zíen.
'U bent het licht van de wereld', zei Jezus. Zo voelde Israël zich in die tijd. Licht voor heidenen, die
rondtastten in het duister. Er waren er inderdaad ook, die Jood werden, proseliet. Zij lieten zich ook besnijden.
En in de tempel stond als symbool van het volk de kandelaar, de Menorah, waarvan het licht nooit uitging. De
discipelen worden nu het echte Israël.
'Eenmaal', zo zegt Jezus, 'zullen zij op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten.'
Licht. Opnieuw zo'n pretentieus symbool. Wat moet de wereld zonder licht? Wat moet de aarde zonder Christendom? Kun
je dat wel zeggen? Ja, want Wie heeft deze wereld gemaakt dan God?
Wie weet hoe het hier toe moet gaan dan Hij? En Wie weet hoe deze aarde kan worden gered van de ondergang en
zelfs vernieuwd dan zijn Zoon?
Maar als licht zo onmisbaar is, moet het wel kunnen worden gevonden. Stel je voor dat alle fabrieken die gloei- en
halogeen- en neonlampen produceren in één keer al hun voorraden vernietigen, dan staan zij daarmee wel schuldig aan
een groot kwaad. In Israël was het allemaal wat eenvoudiger. Maar je moest het licht wel laten schijnen, en goed
ook.
In het Israëlitische één-kamerhuisje was naast een olielampje ook altijd een korenemmertje aanwezig. Daarmee
haalde men koren van de markt. Maar niemand haalde het in zijn hoofd om het aangestoken olielampje onder dat
emmertje te plaatsen. Je zette het op de metalen standaard van zo'n 1½ meter hoogte. Dan had ieder die in het huis
was er tenminste iets aan.
'Zo', zegt Jezus, 'moeten jullie je licht laten schijnen. De mensen moeten jullie goede werken zien.'
Dat laatste klinkt in onze oren nogal presteerderig. Dat komt doordat de term goede werken bij ons een slechte
klank heeft. We denken dan meteen aan werkheiligheid en hypocrisie. Maar als u dat er nu eens afhaalt? Je zou ook
kunnen zeggen, dat mensen de vruchten van ons geloof moeten kunnen zien. En waarom mogen anderen die niet zien? U
weet ook, dat daden vaak meer indruk maken dan woorden. Mooie woorden kan iedereen wel zeggen. Wat worden er niet
veel beloftes gedaan, die nooit worden ingelost? Hoe vaak wordt de schrijnende werkelijkheid niet gecamoufleerd
door een fraaie gevel?
Jouw vriendschappelijkheid, uw aandacht, uw bewogenheid, jouw trouw zijn licht in een wereld waarin velen het laten
afweten. Je moet dan tegelijk wel duidelijk zijn over jouw of uw geloof. Want er zijn ook ongelovigen, die
vriendelijk zijn en trouw. De mensen moeten ook weten, dat uw vriendelijkheid gevoed wordt door God, die uw Vader
is. Hij moet worden geëerd. Maar dat gebeurt ook wel, als Christus het geheim van je leven is zoals ik dat net heb
verteld. De echte christelijke daden stellen in principe nooit de mens op de voorgrond. Was Hij niet Iemand, die
diende? En als men ondanks dat God toch niet eert, is dat niet uw of jouw schuld.
Ik hoop, dat na deze dienst veel mensen zich opgeven voor evangelisatieactiviteiten. Ook in deze plaats is er
veel ongeloof en veel onkunde met betrekking tot God. Het zou ook fijn zijn, als mensen gewoon eens een keer willen
kijken om te zien of het misschien iets is voor hen. Het zou mooi zijn, als u en jij in contacten met anderen meer
jezelf kunt zijn, dus ook Christen. Het is goed, wanneer hier meer voor wordt gebeden.
Het is zelfs mooi, waneer je graag meer wilt groeien, omdat je wel doorhebt dat je je licht moet laten schijnen,
maar tegelijk beseft dat dat licht nu veel te aarzelend is.
En het allermooiste is, dat de Vader in de hemel wordt geëerd. Want als er Eén is die dat verdient, dan is Hij dat
wel.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2001-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).