De bergrede (Deel 1: Christus geeft ons de grondwet van zijn koninkrijk)

Thema: Christus geeft ons de grondwet van zijn koninkrijk
Tekst: Matteüs 5: 48
Tekstgedeelte(n): Matteüs 5
Door: Ds. R.M. Meijer (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hoogezand-Sappemeer)
Gehouden te: Beilen op 11 januari 1998
Hooghalen op 18 januari 1998
Opmerking RJCV: De preken uit de prekenserie over de bergrede zijn afzonderlijk van de andere delen te lezen. De serie bestaat uit: Mat05v48 (Deel 1), Mat06v33 (Deel 2), Mat07v13 (Deel 3).

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Ps. 30: 1
  2. Ps. 30: 3
  3. Lezen: Matteüs 5
  4. Ps. 15 (Collecte)
  5. Tekst: Matteüs 5: 48
  6. Gez. 15
  7. Ps. 138: 4

Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wie zou dat ooit durven zeggen tegen een ander: je moet volmaakt zijn. Er mag aan uw, aan jouw leven niks, geen spat, geen vlekje of rimpeltje mankeren. En wie durft ooit nog de Here Jezus recht in de ogen te kijken wanneer Hij dat zo zegt vandaag tegen ons, hier in de kerk? Als dat het hoge ideaal is wat Hij stelt, dat je helemaal volmaakt moet zijn, wat zal er dan van ons ooit terechtkunnen komen?

Vaak zijn de woorden die we in de Bijbel lezen heel vertroostend. Dat je bij de Here mag komen met al je vragen, met al je zonden, met al je schuld, met al je gebreken. Maar wanneer we vandaag letten op dit woord -het is als het ware de slotconclusie van het eerste hoofdstuk van de Bergrede- nou dan houden wij de Bijbel misschien liever dicht.

Maar wanneer we er op letten hoe het was in de dagen van Matteüs, dan is dit woord van de Here Jezus helemaal zo vreemd niet. In zijn dagen was dit heel normaal om het zó te zeggen. Volmaakt zijn, dat was, als het ware, het normaalste wat je van mensen verwachten kon.

Waren de mensen dan toen zoveel beter dan nu? Zijn we zover afgezakt in de loop van de eeuwen? Nee, vast niet. Maar de Here Jezus leert ons wel dat volmaakt en volmaakt twee is. En wat de één met dat woord bedoelt, is soms heel wat anders dan wat een ander er mee bedoelt. Wanneer het tussen de joden onderling ging over volmaakt zijn, dan kwamen daarbij direct de wetten en regels van de schriftgeleerden en de Farizeeërs in beeld. Díe regels bepaalden je volmaaktheid. En wanneer de Farizeeërs dit woord van de Here Jezus horen, 'U moet volmaakt zijn', nou dan kunnen wíj schrikken, dan kan ons de angst om het hart slaan, hún niet. Wanneer je je maar aan de regels en wetten houdt, nou dan overkomt je niks. Dan kan het niet meer mis gaan. Dan haal je met gemak een tien op je rapport.

Maar de Here Jezus heeft in de eerste grote rede die Hij houdt, in de Bergrede, iets heel anders op het oog. En daarbij worden we vandaag bepaald in deze korte tekst.

Ik bedien u Gods woord onder het volgende thema:

Christus geeft ons de grondwet van zijn koninkrijk

We letten op:

  1. De inhoud van die grondwet
  2. De norm van die grondwet
  3. De haalbaarheid van die grondwet

1. De inhoud van die grondwet

Wanneer een president of een koning of koningin in zijn of haar ambt bevestigd wordt, zeg maar met zijn werk beginnen gaat, dan is er veel pracht en praal. Er zijn allerlei officiële dingen die gebeuren moeten. Misschien heb je het op TV wel eens gezien, jongens en meisjes. Eén van de dingen die zo'n koningin of president dan ook doet is een rede houden. Een heel verhaal, waarin hij vertelt hoe geweldig het allemaal gaat worden, en wat hij van plan is te gaan doen. Een soort openingstoespraak, openingsrede voor zijn werk. Nou daarmee zou je ook de Bergrede van de Here Jezus kunnen vergelijken. In het boek Matteüs staan verschillende lange redevoeringen van de Here Jezus, en dit is daarvan de eerste. Eigenlijk: de openingsrede, waarin Hij direct aangeeft hoe het er voor staat in zijn koninkrijk. En de Here Jezus doet dat niet zomaar. Hij staat daar niet voor zomaar een groep mensen. Nee Hij staat daar voor de mensen die opgevoed en gevormd zijn door het denken van de schriftgeleerden. Door hún manier van geloven, door hún manier van omgaan met Gods wet en met heel de Bijbel. En die schriftgeleerden verspreidden al heel snel het gerucht dat Jezus, die Jezus uit Nazaret, een ketter was. Iemand die verkeerde dingen vertelde. Dat Hij er op uit zou zijn om alles op z'n kop te zetten, de wetten van God af te schaffen, en er een grote puinhoop van te maken.

Nou wat is er voor ons dan vandaag makkelijker dan om die Farizeeërs ver weg te gooien. Helemaal niks meer van ze te willen weten. Als zij Jezus van Nazaret niet willen erkennen, nou weg ermee. Maar dat doet de Here Jezus niet. Hij gooit hun ijver en hun inzet in hun leven naar de wet niet weg. Maar Hij wijst wel haarscherp aan waar het bij hen fout zit.

Het mankeert hen niet aan ijver. Ook niet aan een heel precies leven volgens de wetten en regels, grotendeels door henzelf opgesteld. Maar waar het wel aan mankeert, dat is dat ze het hart uit het geloof gesneden hebben. Dat ze wel op hún manier volmaakt denken te zijn, maar dat het alleen maar de buitenkant van hun leven is. En soms lijkt het wel alsof die ideeën van de schriftgeleerden zomaar midden in ons leven staan. Dat ook wij heel precies kunnen zijn in wat er geschreven staat. In het kennen en stipt nakomen van de wetten die op papier staan. 's Zondags twee keer naar de kerk? O zeker, ik ben er wel. Ik zal er zijn. Een redelijk deel van mijn inkomen aan de kerk geven? Komt voor elkaar. Ik zal er voor zorgen. Lid moeten zijn van een vereniging? Goed hoor, ik zal er aanwezig zijn. En wanneer het dan gaat om volmaakt zijn, nou we weten in theorie natuurlijk allemaal keurig dat we zondaars zijn, en dat we van genade moeten leven, maar in hoeverre is dat ook onze beleving? In hoeverre is dat ook echt wat we menen, en zoals we het aanvoelen in ons hart? Hoe vaak zijn wij eigenlijk best heel tevreden met ons dagelijks leven?

Zondagsmorgens luisteren we naar de wet in de kerk. Alweer een week lang niemand dood geslagen. Al weer een week lang niet gevloekt. Al weer een week lang niet met de buurvrouw in bed gelegen. En zelfs dat ene leugentje was maar een heel kleintje. Niet waard om op te letten. Het schiet al behoorlijk op met mijn volmaaktheid.

En de Here Jezus zegt vandaag: keurig. Prima wanneer je zo leeft, in trouw voor de Here. Maar waar is je hart? Is je hart erbij, helemaal, wanneer je in de kerk zit? Wanneer je luistert, wanneer je meezingt? Is je hart erbij wanneer er die automatische overschrijving is van je kerkelijke bijdrage? Is je hart erbij wanneer je vraagt aan die broeder, die zuster hoe het gaat? Of weet jij ook niks meer te zeggen wanneer hij of zij zegt dat het eigenlijk helemaal niet zo goed gaat?

De Here Jezus veroordeelt hier niet het dagelijks leven van de Farizeeërs, broeders en zusters, jongens en meisjes, dat moeten we goed in de gaten houden. Maar Hij roept ons op om allereerst ons hart te laten betrekken bij de dingen van Zijn koninkrijk..... Wanneer een nieuwe regeringsleider zijn openingsrede houdt, dan zit daar iets in van een grondwet voor zijn beleid. Wanneer de Here Jezus hier deze bekende woorden spreekt in de Bergrede, dan zit daar de grondwet in van zijn koninkrijk. Volmaakt zijn. Zoals de Farizeeërs? Met hun eigen regels: je vrienden liefhebben, en je vijanden haten? Je broeders en zusters zondags onderweg naar de kerk vriendelijk groeten, maar je onkerkelijke buren met een stalen gezicht voorbij lopen, omdat zij met een sporttas onder de arm op weg zijn naar het voetbalveld?

Volmaakt zijn. Het is een hoog ideaal. Wanneer we heel precies letten op het woord dat de Here Jezus hier gebruikt, dan zou je ook kunnen vertalen met: volkomen, volwassen, ongedeeld zijn. De opdracht van de Here Jezus om volwassen te zijn in je geloof, ongedeeld. Want hoe keurig ook het leven van de Farizeeërs was, en dat was het beslist vaak wel, hoe keurig en haast rimpelloos het leven van je ongelovige buurman ook zijn kan, het mankeert aan een ding. En dat is het hart, het is niet ongedeeld voor God.

Wanneer de Here Jezus ons oproept om volmaakt te zijn, ja inderdaad, dan worden we bepaald bij onze onmacht. Wie kan dat nou ooit? Dat red je toch helemaal niet. Nee inderdaad. Maar wat de Here Jezus wel wil in ons leven, dat is dat we volkomen zijn, ongedeeld, volmaakt in ons leven voor God. Dat er geen spat is, geen splinter in ons hart, die we voor God weg houden. Dat er geen hoekje is in ons hart, waar we God niet in willen toelaten. Helemaal met een ongedeeld hart de Here zoeken en voor Hem leven. De Heiland zegt het waar Farizeeërs en schriftgeleerden in de buurt rondlopen. Mensen bij wie het zo vaak alleen maar om de buitenkant gaat. Hij zegt het vandaag tegen u, tegen jou. Wees volmaakt. Leef met heel je hart voor Hem. Totaal.

2. De norm van die grondwet

Wanneer het gaat over de norm voor de grondwet van het koninkrijk, die de Here Jezus ons vandaag voorhoudt, dan moeten we goed letten op ieder woord dat er staat. Want dat is hier heel belangrijk. Volmaakt zijn, volkomen, zegt de Here Jezus, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is. En dat is opvallend. De joden, de mensen in Israël waren er helemaal niet zo aan gewend om God aan te duiden als 'Vader'. Voor ons is dat vaak heel gewoon. Maar wanneer u het Oude Testament leest, dan vindt u die aanduiding Vader daar maar heel zelden voor God. Toch kiest de Here Jezus hier bewust dit woord. Niet volmaakt zijn zoals God volmaakt is, of zoals de Almachtige volmaakt is, of hoe je het ook verder zeggen wilt. Maar zoals uw hemelse Vader volmaakt is.

Wanneer het gaat om de grondwet van Christus' koninkrijk, broeders en zusters, jongens en meisjes, voor uw, voor jouw leven, morgen op school, of thuis of op kantoor of in het bedrijf, of waar dan ook, dan geeft de Here Jezus ons hiermee eigenlijk een voorbeeld, een soort model. Net als wanneer je een bouwpakketje gaat maken, jongens, van een vliegtuig, of van een motor, dan is een model erbij heel handig. Nou zo geeft de Here Jezus ons een model voor ons leven, een norm, waarnaar wij ons mogen richten. Zoals Vader volmaakt is.

In die aanduiding Vader zit alle liefde die God ons bewijst in de komst van de Here Jezus hier op aarde. Alle liefde in de verlossing van onze zonden. Hij gaf er zijn eigen Zoon voor. Zo dichtbij komt God voor ons. Zo geeft Hij zijn hele hart voor ons. Nou, kijk, en dat is nou het ideaal, de norm die de Heiland ons vandaag stelt. Volmaakt zijn, zoals Vader volmaakt is.

God de Vader hield niet een stukje van zijn hart achter, om het zo te zeggen, broeders en zusters, jongens en meisjes, toen Hij voor u, voor jou koos. Hij hield niets in reserve. Hij gaf zich helemaal voor u, voor jou.

Wanneer de Here Jezus ons nu oproept om volmaakt, volkomen te zijn, zoals onze Hemelse Vader volmaakt is, dan moeten we dáár eerst aan denken. Hij gaf zich, om het zo te zeggen helemaal, met hart en ziel, Hij ging er helemaal voor, en de Here Jezus roept ons op om onszelf ook te geven in het leven met en voor Hem, met hart en ziel. Vers 48 vormt daarin een soort climax, een hoogtepunt en samenvatting van heel hoofdstuk 5, en dan in het bijzonder ook van het slot van dat hoofdstuk. Vers 43 t/m 47 over onze houding tegenover onze naasten. Want echte liefde tot God in ons leven, dat blijkt immers ook voor een belangrijk deel in de manier waarop we met onze naasten omgaan. Niet alleen met hen die ons liggen, onze vrienden in de buurt, in de klas, in de gemeente. Maar evengoed met diegenen, waar wij maar liever met een boog omheen lopen. Zoals God zon en regen geeft, eten en drinken in het leven van hen die geloven, maar even goed in het leven van hen die niet geloven, zo wil Hij dat wij beeld van Hem zijn. Als u straks uit de kerk naar buiten gaat: vriendelijkheid, van harte tegenover broeders en zusters, zonder onderscheid. Maar evengoed tegenover hen die buiten de gemeente staan. Mensen in de straat, in de buurt. Leven voor God met heel je hart.

Maar is dat ideaal, die norm niet veel te hoog gesteld in ons leven? Kan de Here Jezus dat wel van ons vragen? Nou, broeders en zusters, jongens en meisjes, weest u gerust. De Heiland roept ons niet op om allemaal een soort goden te worden. Om wonderen van liefde en schitterend leven te verrichten, morgen en overmorgen. Maar Hij houdt ons wel dit ideaal, deze norm voor: Onze Vader die in de hemelen woont, om ons daarmee te leren leven met een hart. Om het niet bij de uiterlijkheid van de Farizeeërs te laten. Niet echtbreken, maar wel elke vrouw die voorbij komt fietsen in je gedachten uitkleden. Niemand doodslaan, maar wel je broeder je zuster toewensen in je hart dat hij of zij maar snel dood mag vallen. Nee, met heel je hart leven voor God. Daar gaat het om in de openingsrede van Christus, in de grondwet van zijn koninkrijk.

3. De haalbaarheid van die grondwet

Een zeer diepe inhoud. Een huizenhoge, hemelhoge norm. En ons leven dan? Ziet ú het nog gebeuren, morgen en overmorgen in uw leven, broeders en zusters? Durf jíj zo het leven nog aan, jongens en meisjes, als het moet voldoen aan die hoge standaard van wat de Here Jezus ons vandaag zegt? Volmaakt zijn, als Vader? Nou, als je ergens depressieve christenen wilt tegen komen, dan moet je bij deze tekst zijn.

Ja inderdaad, als je depressieve mensen tegen wilt komen, dan kan dat. Mensen die het van zichzelf verwachten. Die intens luisteren naar het woord van de Here Jezus. Die dat beslist niet naast zich neer willen leggen, en die vervolgens zichzelf helemaal klem zetten in een leven van wet op wet, en regel op regel. Een leven dat nooit haalbaar is. Een leven ook wat de Here Jezus niet van ons vraagt.

Want wíe spreekt er vandaag tegen ons, broeders en zusters? Wie geeft ons deze grondwet van zijn koninkrijk? Is het niet dezelfde Heiland die even geleden gezegd heeft: zalig de armen van geest, gelukkig wie het niet van zichzelf verwacht, ook niet in de heiliging van zijn leven van elke dag. Is het niet dezelfde Heiland die ons straks leert bidden, elke dag: "Vergeef ons onze schulden." Hij weet hoe zwak wij zijn, en klein van krachten. En Hij zegt vandaag tegen u, tegen jou, wees volmaakt, zoals Vader het is. Maar niet in je eigen kracht. Niet als je eigen prestatie. Want dan loop je vast. In het gunstigste geval kun je dan Farizeeër worden. Schriftgeleerde, die maar moet en moet en moet. Die nooit tot rust zal komen. Die niet anders kan dan het laten bij uiterlijk leven, uiterlijke gehoorzaamheid.

Maar wie zijn hart veranderen, vernieuwen laat door de Here Jezus zelf, de Heiland van de wereld, die zal stap voor stap merken, nee misschien nog lang niet de volmaaktheid, maar wel de groei van zijn geloof, helemaal, volkomen, met heel zijn hart voor God. Die zal leren uitzien naar die grote dag waarop het allemaal klaar zal zijn. 'Here, niet míjn prestatie, maar úw werk, in Jezus Christus alleen. U zij de lof, voor altijd'.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar