| Thema: |
Echtscheiding |
| Tekst: | Matteüs 19: 11-12 |
| Tekstgedeelte(n): | |
| Door: | Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel) |
| Gehouden te: |
Krimpen aan den IJssel op 3 februari 2002 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 75: 1-2, 6
Wet
Ps. 19: 3-4
Lezen: Matteüs 19: 1-12
Gez. 1: 9, 13
Tekst: Matteüs 19: 11-12
Preek
Lied 367
Lied 481
Zegen
Geliefde gemeente van de Here Jezus,
"Totdat de dood u zal scheiden." Wat zijn dat indrukwekkende woorden. Levenslang elkaar trouw blijven in het
huwelijk.
Altijd weer prachtig als de Here mensen zover brengt, dat ze elkaar die trouw beloven, voor zijn aangezicht. Toch
is het ook voor velen een gruwel. Ik hoorde eens van een echtpaar dat bij de kassa stond af te rekenen en hardop
overlegde over een paar zaken die nog geregeld moesten worden voor hun 50-jarig huwelijksjubileum. Opeens zei het
jonge meisje achter de kassa: "Wat? Vijftig jaar? Ik moet er niet aan denken zolang met dezelfde kerel getrouwd te
zijn." Waarop de vrouw tegen haar zei: "Nou, meisje, trouwen moet je ook pas doen als je het aankunt."
De leerlingen van de Here Jezus lijken wel een beetje op die kassière. Het is een schrikbeeld voor ze, levenslang
vastzitten aan dezelfde vrouw, zonder ontsnappingsroute. Maar Jezus gaat tegen ze in. Hij houdt van zijn leerlingen
en daarom gaat Hij niet alleen met de Farizeeën, maar ook met hen de confrontatie aan. Levenslange trouw een
gruwel? Onmogelijk? Dat ligt er maar aan wat je met je leven wil, zegt Jezus. Weten jullie al wat genade is? Geniet
je van God? Zoek je zijn God? Dan kan het best, en dan moet het ook.
Een preek over echtscheiding en huwelijksproblemen. Misschien zit menigeen er hier niet op te wachten. Als je net
verkering hebt of net getrouwd bent of het nog steeds goed hebt samen. Maar wat nou nog goed is, kan straks fout
gaan. En bij sommige broeders en zusters (alleen God weet precies hoeveel) gaat het nu al fout. Die hebben het nu
al moeilijk en voeren een dagelijkse strijd met zichzelf, met hun partner, met God. Misschien heeft een enkeling
die strijd zelfs al opgegeven en is bezig weg te vluchten in echtscheiding. Ik wil speciaal deze broeders en
zusters en verder ieder die het aangaat, namens de Here Jezus bemoedigen en oproepen om het toch vol te houden.
Mijn preek heeft het volgende thema:
Neem de genade van Jezus aan om het vol te houden in een moeilijk huwelijk, omwille van het koninkrijk van de hemel
|
Neem de genade van Jezus aan om het vol te houden in een moeilijk huwelijk, omwille van het koninkrijk van de
hemel.
De leerlingen hadden erbij gestaan, toen Jezus in debat ging met de Farizeeën over huwelijk en echtscheiding.
Deze waren weer eens langs gekomen - misschien wel helemaal vanuit Jeruzalem (Jezus is op dit moment in het gebied
ten oosten van de Jordaan). Ze wilden Jezus weer eens even testen. Dit keer met een bekend discussiepunt over
echtscheiding, namelijk de vraag wanneer een man zijn vrouw mag wegsturen, met een scheidbrief. Door middel van
zo'n brief kon een man in die tijd scheiden van zijn vrouw en haar de vrijheid teruggeven om opnieuw te trouwen.
Eigenlijk ging het in die discussie om de interpretatie van Deuteronomium 24: 1. In dat vers staat: Wanneer iemand
een vrouw genomen en gehuwd heeft, dan zal hij, - als hij haar geen genegenheid toedraagt, omdat hij iets
onbehoorlijks aan haar gevonden heeft, een scheidbrief schrijven en haar die overhandigen en haar daarna zijn huis
uit sturen. Om precies te zijn, ging het over de vraag wat Mozes bedoelde met de woorden 'iets onbehoorlijks'.
Daarover waren er in de tijd van de Here Jezus onder de joodse rabbijnen twee meningen. Allereerst die van rabbi
Shammai, die zei dat daarmee huwelijksontrouw bedoeld werd. Daarnaast had je het standpunt van rabbi Hillel, die
het veel ruimer opvatte en meende dat je al van je vrouw af kon als ze het eten liet aanbranden, of teveel
schreeuwde naar de kinderen. De Farizeeën waren heel benieuwd hoe de Here Jezus zich uit dit valletje zou redden.
Welk van de twee partijen zou Hij tegen zich in het harnas jagen? Maar ook dit keer vertikt de Here Jezus het om
mee te doen met hun casuïstische spelletjes. Hij kiest geen partij. Integendeel. Jezus wast hun de oren. Hij zegt:
"Kennen jullie je bijbel wel? Jullie gaan toch prat op je bijbelkennis. Heb je Genesis 1: 27 en Genesis 2: 24 dan
nog nooit gelezen? Dan kun je toch weten dat het huwelijk geen contract is tussen twee mensen. Het is een
instelling van God. God heeft de mens toch mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Ze passen in elkaar en ze passen
bij elkaar. Dat is de bedoeling van het huwelijk. Daarom trouwt een man met zijn vrouw, om met haar een
geestelijke en lichamelijk eenheid te vormen, één vlees. Twee worden een. Wonderlijke som, hè jongens en meisjes? 1
+ 1 = 1. Als je zo zou hebben gerekend in een rekentoets, dan was het niet best. Maar zo rekent de Here Jezus wel,
bij een huwelijk tussen man en vrouw: 1 + 1 = 1. En de uitkomst van die som, die twee-eenheid, is ondeelbaar. Want
die heeft God tot stand gebracht, en wat Hij tot een eenheid heeft gemaakt, mag je en kan je als mens
niet meer in tweeën breken.
Maar, zeggen de Farizeeën, die scheidbrief dan, die Mozes heeft voorgeschreven? Daarmee had Mozes echtscheiding
toch mooi geregeld. Mozes wist tenminste wat crisispastoraat was. Hij had het goed begrepen dat een moeizaam
huwelijk vaak een hel was en daar had hij een mooie pastorale mouw aan gepast. En nu komt Jezus hier mee aan. En
daarom vragen ze hem: "Gaat U niet tegen Mozes in?" Maar Jezus antwoordt: "Hoe komen jullie erbij? Mozes heeft
echtscheiding helemaal niet geregeld. Hij heeft de scheidbrief ook niet bevolen, Hij heeft die toegestaan. Hij
heeft als wetgever een concessie gedaan vanwege jullie hardnekkigheid. Ja, jullie hardnekkigheid. Want
jullie zijn geen haar beter dan je voorouders. Wat willen jullie nou eigenlijk? Willen jullie echt weten wat God
ervan vindt, hoe Hij het oorspronkelijk bedoeld heeft, of ben je alleen geïnteresseerd in manieren om onder zijn
wil uit te komen?"
En dan horen de leerlingen Jezus die wonderlijke woorden uitspreken, woorden waarmee Hij claimde de meerdere te
zijn van Mozes. In de Bergrede had Jezus zich ook al zo gepresenteerd, als de grote wetgever zelf. Dat was
wonderlijk, want het gezag van de tien geboden is het gezag van God. En daarom is er goddelijk gezag nodig om de
Wet van het Oude Testament te interpreteren en de vervulling ervan te bepalen. En Jezus claimt hier dat gezag, met
die wonderlijke woorden: "Maar Ik zeg jullie...". En wat zegt Hij dan? Iedereen die zijn vrouw wegstuurt met een
scheidbrief en dan zelf met een ander trouwt, die doet wat niet kan en niet mag. Want door zo'n tweede huwelijk,
breek je het eerste dat voor God nog steeds bestaat en dus niet zomaar ongedaan kunt maken. En verder zegt Jezus,
als het ware tussen neus en lippen: Ik heb het nu even niet over overspel, want daardoor wordt het huwelijk sowieso
gebroken en daar is de scheidbrief ook helemaal niet voor bedoeld. Het is duidelijk: Jezus, de wetgever, verbiedt
hiermee radicaal iedere vorm van echtscheiding.
Deze woorden slaan bij de leerlingen in als een bom. Wanneer de Farizeeën zijn afgedropen, willen ze er met Jezus
toch nog wel even een hartig woordje over praten. "Meende U dat nou echt wat U daar zonet zei? Als je je leven lang
aan dezelfde vrouw vastzit, dan is trouwen toch onhaalbaar? Wie begint er dan nog aan?" Deze reactie laat zien hoe
verziekt hun denken was door de algemene opinie die vooral achter de heerlijk ruime opvatting van rabbi Hillel
aanliep. Je vrouw dumpen, als je haar zat was, het kon vrij gemakkelijk. De leerlingen wisten niet beter.
Hun manier van denken lijkt behoorlijk op dat in onze tijd. In ons moderne Nederland is trouwen voor velen een roze
wolk die je of voorbij laat waaien omdat je niet van roze houdt en het teveel gedoe vindt (gewoon samenwonen kan
net zo goed), of je stapt die roze wolk binnen nadat je elkaar eerst al een flinke tijd hebt uitgeprobeerd en van
elkaar hebt gesnoept en geproefd of de ander je een goed gevoel geeft. Maar zogauw die wolk verkleurt en
donkergrijs wordt en het gevoel over de ander niet meer is wat het was, stap je eruit. Dat kan heel snel en
gemakkelijk in ons land en dat is maar goed ook, want ja, je wilt toch gelukkig worden in dit leven. Je gaat toch
niet moeilijk zitten doen, als het leven met de ander steeds meer een grote opgave wordt, vol problemen en
tegenzin. Je bent wel gek. En die belofte? Ja, dat moet je niet zo nauw zien, joh. Een belofte, die doe je altijd
op een bepaald moment, maar je weet toch nooit of je dat volhoudt? Een mens kan toch niet in de toekomst kijken?
Dan is het toch onmenselijk om iemand levenslang aan zijn belofte te houden.
Zo denkt tegenwoordig de grote massa. Geen wonder dat 1 op de 3 huwelijken sneuvelt. Men zegt wel eens, als het
regent in de wereld, dan druppelt het in de kerk. En dat klopt. Er was een tijd dat echtscheiding onder christenen
nauwelijks voorkwam. Die tijd is voorbij. Dat merken we ook hier in onze woonplaats, ook in onze eigen gemeente.
Ook onder ons is echtscheiding voor steeds meer broeders en zusters een optie geworden. En de wil van God dan? Ja,
natuurlijk is Hij er niet blij mee. Maar uiteindelijk is God toch een God van liefde? Wil Hij dan dat zijn kinderen
ongelukkig zijn? Een ongelukkig huwelijk, dat is toch ook voor een christen teveel gevraagd. Dat zeggen de
leerlingen eigenlijk tegen hun Meester in vers 11. "Here Jezus, als het er zo voor staat, dan kun je er als man
toch beter niet meer aan beginnen."
En dan zegt Jezus: "Niet allen vatten dit woord, alleen zij, aan wie het gegeven is." Met 'dit woord' bedoelt Jezus
natuurlijk zijn reactie op de vraag van de Farizeeën, over de onverbreekbaarheid van het huwelijk. En met 'vatten'
bedoelt Hij niet: 'met je verstand bij kunnen' maar er ruimte voor maken in je hart, het aannemen. Jezus zegt met
andere woorden tegen de leerlingen: "Jullie vinden de eis van het zevende gebod, levenslange huwelijkstrouw, niet
haalbaar? Nou, vanzelf gaat het in ieder geval niet, want daar is het genadegeschenk van het geloof voor nodig. Het
moet je door God gegeven worden om het op te brengen en vol te houden. Maar zegt, Jezus, de liefde die God eist, is
geen onmogelijke zaak. Die wil God geven. En Ik ken ze aan wie dit gegeven is. Ze zijn er wel degelijk.
En dan verduidelijkt Jezus dat met een raadselachtige spreuk in vers 12 over 3 categorieën 'gesnedenen', zoals ze
in onze vertaling worden genoemd. Bedoeld zijn zogenaamde 'eunuchen', mannen die onvruchtbaar zijn, niet geschikt
zijn voor het huwelijk en daardoor een belangrijk stuk levensvervulling moeten missen. Jezus zegt: zulke mannen heb
je in drie soorten. De eerste zijn, zeg maar, seksueel gehandicapt ter wereld gekomen en kunnen daardoor geen
kinderen verwekken. Ze zijn zo geboren en kunnen daar niets aan veranderen. De tweede soort eunuchen zijn
slachtoffers. Zij zijn onvruchtbaar gemaakt door andere mensen, door middel van castratie, waarbij hun zaadballen
operatief zijn verwijderd. Zulke gecastreerde mannen waren bijvoorbeeld in dienst van koningen in oosterse landen
als bewakers van de harems. Deze twee soorten eunuchen kende men in Israël wel. Maar Jezus noemt ook nog een derde
soort eunuch, die niet bekend was. Dat was iemand die zichzelf vrijwillig tot eunuch had gemaakt. Jezus bedoelde
dat niet letterlijk, ook al heeft de kerkvader Origenes dat helaas wel zo opgevat en deze operatie bij zichzelf
uitgevoerd. Nee, Jezus bedoelt hier de figuurlijke eunuch, iemand die vrijwillig afstand doet van
geslachtsgemeenschap. Dat kan een getrouwd man zijn die door moeiten in zijn huwelijk geen seksuele omgang met zijn
vrouw meer kan hebben, maar toch niet de keuze maakt om van haar te scheiden. Het kan ook iemand zijn die inmiddels
gescheiden is, maar inziet dat het verkeerd is om opnieuw te trouwen. En het kan ook slaan op de man die meent dat
het voor hem beter is helemaal niet te trouwen. In al deze situaties kiest zo iemand voor het figuurlijke snijden
in zijn eigen vlees, door vrijwillig af te zien van seksuele gemeenschap. Een zwaar offer. Kun je het je
voorstellen, getrouwde broeders, vrijwillig geen seks meer? Je levenlang? Poe! Maar deze derde eunuch kan het
opbrengen, wil het ook opbrengen, namelijk terwille van het koninkrijk van de hemel.
In die laatste woorden zit de clou van Jezus' illustratie. Want waarom zou iemand zoiets vrijwillig doen? Nou
daarom. Om wille van het koninkrijk van de hemel. Om wille van de koning van dat rijk, de Here Jezus Christus. Dan
kun je heel ver gaan. Het lijkt onmogelijk. Maar het kan. Want ook in het geloof geldt: waar een wil is, is een
weg. Want als je het wilt en je bidt erom, dan geeft de Here het je ook. En als dat geloof je gegeven is, waardoor
God en zijn koninkrijk alles voor je is, dan kun jij het ook, mijn broeder en mijn zuster. Volhouden kan echt.
Neem de genade van Jezus aan om het vol te houden in een moeilijk huwelijk, omwille van het koninkrijk van de
hemel.
Dat zegt Jezus in de laatste woorden van vers 12: Die het vatten kan, die vatte het. Met andere woorden zij die
door het werk van de Geest de allesoverstijgende waarde van dit koninkrijk zijn gaan zien en in staat zijn gesteld
om de trouw aan het 7e gebod uit te voeren, die moeten dat ook doen. Van hen verwacht Jezus het ook. Hij
vraagt van ons meer dan Mozes van het volk Israël vroeg. De Middelaar is gekomen. Hij heeft het volmaakte offer
gebracht aan het kruis, zijn Geest is uitgestort en schrijft de wetten van God in de harten van zijn kinderen.
Daarom hoor je Jezus niet meer over scheidbrieven en echtscheidingsgronden. Jezus kan nu terug naar de
oorspronkelijke bedoelingen van God. Wij kunnen meer aan, want ons is meer gegeven. En wat is er teleurstellender
voor Jezus dan dat Hij de krachten van het hemelrijk voor je beschikbaar maakt, maar jij er vervolgens toch geen
gebruik van maakt. Gods eer staat op het spel in het werk van zijn handen, je huwelijk. Genade is
verplichtend.
Zo werkt het ook in het geloof. Als je de Here Jezus wil volgen, dan kun je het ook, dan helpt de Geest je (ook al
blijft het een kwestie van vallen en opstaan). En als je het wilt en kunt, dan moet het ook. Van God, maar ook van
jezelf. Dan wordt Gods wil ook jouw wil, jouw levensdoel. Dan wordt Hem gehoorzamen een heilig moeten. Waardoor je
alles wat je vanuit je zondige aard zo graag zou willen, onderwerpt aan de dienst aan de Heer. Wat zou het fijn
zijn, broeders en zusters, als we elkaar zo samen zouden kunnen aanvuren, bij een open bijbel en in een geest van
gebed. Samen jagen naar levensheiliging, ook in het huwelijk. Maar daar is dan ook een open klimaat voor nodig.
Veel moeiten komen niet naar buiten of veel te laat. Voelen we ons wel veilig bij elkaar? Dragen we elkaar in
moeiten en zorgen, met de ontfermende liefde van Christus? Wat zou het mooi zijn, als we naar elkaar zwak zouden
durven zijn, om dan vervolgens ook samen kracht te zoeken bij de Heer.
Om vol te houden is het essentieel, dat je het huwelijk niet beleeft als doel, waarvan je al je levensgeluk
verwacht, maar als een middel om samen met je man of je vrouw de Here te dienen, want in Hem ligt je
levensgeluk. Dan gaat alles aan de kant, omdat de drang om Hem te eren je leven gaat beheersen. Dan hou je vol, ook
al is je vrouw na al die jaren niet meer zo aantrekkelijk als ze eerst was. Ook al is ze na die depressie nooit
meer zo vrolijk als vroeger. Dan hou je vol, ook al wordt je man steeds meer de grote afwezige. Ja, op zondag
snijdt hij de rollade nog wel, maar doordeweeks is hij met zijn baan of met de kerkenraad getrouwd. Dan hou je vol,
ook al vervreemdt hij van je, want hij interesseert zich niet wezenlijk voor jou en de kinderen. Dan hou je toch
vol. Omwille van het koninkrijk.
Begrijp me goed: volhouden is geen berusten. Volhouden houdt ook in dat je op tijd aan de bel trekt en anderen om
hulp vraagt. Want je wilt het liefst samen de Here dienen. Volhouden betekent dat je doet wat je kunt. Ook als het
extreem moeilijk wordt, de ander hardnekkig blijft, niet wil veranderen en het voor je besef nooit meer wordt zoals
het geweest is. Desnoods hou je vol in een ander huis met een tafel en een bed voor jou alleen, omdat samen onder
een dak niet meer lukt. Maar je houdt vol, omdat je dat werk van God, jullie huwelijk, niet mag verbreken, tot de
dood je scheidt. Dat kan ontzettend moeilijk worden. Niemand mag daar kleinerend overdoen. Diepe verlangens die
niet bevredigd worden, moeten opgeven, plannen moeten loslaten. Moeilijk, maar… niet te moeilijk, want God
beproeft zijn kinderen nooit boven hun kunnen. En naarmate je geluk niet in je huwelijk ligt, maar in God en in
zijn koninkrijk, is het ook vol te houden.
Jezus gebruikt ronduit schokkende beelden om ons duidelijk te maken dat we moeten volhouden. Matteüs 5: 29-30: Ruk
je rechteroog uit, hak je rechterhand af en gooi ze weg als je daardoor van de rechte weg afdwaalt, want het is
beter dat een van je lichaamsdelen verloren gaat, dan dat heel je lichaam in de hel terechtkomt. Durf te snijden in
jezelf, durf een eunuch te zijn voor Jezus. De Heiland spreekt in beelden. Waar het Hem om gaat, is dat we
volhouden in de strijd tegen de zonde. Ook huwelijkszonden, zoals je eigen ontplooiing voorrang geven ten koste van
de ander, de ander domineren en kleineren, elk je eigen gang gaan, je huwelijk niet open stellen voor de
gemeenschap der heiligen, egoïstisch omgaan met seksualiteit, geen vergeving vragen en ruzies laten doorzieken, de
gezamenlijke omgang met God verwaarlozen. Jezus wil dat we niet met de zonde spelen en flirten, er ook niet aan de
randen wat afknabbelen, maar dat we die radicaal ons leven uitstampen en onze oude natuur doden. In Matteüs 10: 39
zegt Jezus: Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het
vinden.
Wil jij het leven vinden, ook als het moeilijk is in je huwelijk? Neem dan de genade van Jezus aan om het vol te
houden, omwille van het koninkrijk van de hemel. Dan kan het. En daarom moet het.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).