Profetie (Deel 2: Klein Pinksteren in de woestijn)

Thema: Klein Pinksteren in de woestijn
Tekst: Numeri 11: 29b
Tekstgedeelte(n): Handelingen 2: 1-4
Numeri 11: 1-15
Numeri 11: 16-30
Numeri 11: 31-35
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te: Zuidlaren op 21 september 2003; Assen-Noord op 19 oktober 2003; Winsum op 12 oktober 2003
Opmerking ThJH: De delen uit de prekenserie over Profetie kunnen in serie gelezen worden, maar ook als losse preken. De prekenserie bestaat uit:
1: Profetie 1 - Cadeaus in de kerk
2: Profetie 2 - Klein Pinksteren in de woestijn
3: Profetie 3 - God is in uw midden
4: Profetie 4 - Dooft de Geest niet uit
Extra: Inleiding op de prekenserie: Profetie.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 35: 3
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 25: 6)
Lezen: Handelingen 2: 1-4; Numeri 11: 1-15; Numeri 11: 16-30; Numeri 11: 31-35
Gez. 27: 2, 5, 8, 9 (na alle vier schriftlezingen 1 couplet)
Tekst: Numeri 11: 29b
Preek
Lied 39: 5, 6, 7, 8, 9
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Ps. 18: 1, 3)
Ps. 57: 6
Zegen

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Kijk, hier heb ik mijn Bijbel. Een boek. Het boek. Deze Bijbel wordt overal in de wereld gelezen. [ Vorige zondag heb ik in de eerste preek over profetie de link gelegd tussen profetie en de Bijbel: het profetische Woord van God. Ik ga daar als inleiding op de preek nog even op door. ] Een heel belangrijke vraag is: hoe lees ik Gods Woord. U weet, dat gebeurt op verschillende manieren. Er zijn mensen, die een tekst lezen. Één vers bijvoorbeeld. En daaruit halen ze meteen een boodschap voor zichzelf op dat moment. In preken, die u hoort gaat het wat op een andere manier. Als ik preek over Numeri 11: 29, dan wil ik het in een raam zetten: een tijd, een geschiedenis, een situatie in de kerk toen. En van daaruit lijnen naar vandaag. Concreet: op de eerste manier zou ik als toepassing voor vandaag kunnen maken: Mozes zegt: bestond het hele volk maar uit profeten. Dat betekent voor vandaag: iedereen moet profeet willen zijn. Een opdracht dus. Men noemt dat wel een biblicistische manier van bijbellezen. De tweede manier, genoemd de heilshistorische manier van bijbellezen, komt tot een andere toepassing. Niet: u moet allemaal profeten zijn. Maar u bent allemaal profeten. Want Numeri 11 wordt dan gelezen in het totaal van de Bijbel. Lijnen worden getrokken. Bijvoorbeeld naar Handelingen 2. Daar kunnen we vandaag niet omheen. Pinksteren. Naar Joël, en het citaat van Joël in Handelingen 2.
Ziet u hoe belangrijk het is dat we doorkrijgen op welke manier wij de Bijbel lezen. Daar zit namelijk heel wat achter.

Goed, naar Numeri 11. Ik vat het eerst weer voor u samen:

Klein Pinksteren in de woestijn

Drie dingen:

  1. De tekenen van Gods Geest (Vuur en wind)
  2. Het verzet tegen Gods Geest (Jozua)
  3. Het doel van Gods Geest (70 profeten, Mozes ontlasten)

1. De tekenen van Gods Geest (Vuur en wind)

'Hellup. Brand. Vluchten, mensen!'
Zo moet het ongeveer geklonken hebben. In de woestijn. Bij het volk Israël. In de buurt van de berg Sinaï. Korte tijd nadat Gods volk de 10 geboden heeft gekregen. En kort nadat de zonde van het gouden kalf is geweest.

Brand! Waar komt de brand vandaan? Wat is er gebeurd? Wel, de brand komt uit de hemel! Van God. God heeft aan de rand van het tentenkamp de zaak in brand gestoken. Vers 1: het vuur van de Here is gaan branden.

Waarom? Wat zit erachter? Wie steekt nu een deel van het bos aan de buitenkant van het dorp in brand? Waarom doet God dat? Wel, kijk maar: God is kwaad. Woedend. Zijn toorn is ontbrand. In de Bijbel wordt Gods toorn vaak als een vuur beschreven. Hebreeën 10: onze God is een verterend vuur! Heilig. Neem geen loopje met Hem. Denk niet dat Hij je beste vriendje is. Hij is God! Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig. Vuur en rook. Ja, Israël heeft het gezien bij de Sinaï. Ze kunnen het weten. Wat waren ze bang. Wat kwam God dichtbij hen. En toch: wat mooi dat God het deed. Hij keek om naar zijn volk.

Maar weet u: er is één probleem. God woont bij ons. In het Oude Testament woonde Hij bij Israël. De wolk- en vuurkolom gaan mee. De tabernakel is gebouwd. En vandaag bij zijn volk nu. Maar de zonde blijft helaas ook nog een rol spelen. De strijd met de drie doodsvijanden: satan, wereld en ons eigen hart. We komen er tot onze dood niet 100% vanaf. Dat ziet je bij Israël. Een volk niet beter of slechter dan wij. In Numeri 11 zijn ze weer eens aan het klagen. Ze zien alleen maar de slechte dingen. De zware reis. De moeilijke dingen in de kerk. Het eentonige voedsel. En het vervelende is: er zijn ook nog mensen, die de zaak opstoken. Samenraapsel worden ze genoemd, vers 4. Ze hebben zich aangesloten bij Israël, toen God hen redde uit Egypte, Exodus 12: 38. Ze liepen als het ware eerst mee met de kerk in de achterste linie. Maar in Numeri 11 zijn ze voorop gaan lopen. Op een bepaald punt. Ze staan vooraan in het klagen over de woestijn. Wat eten we vandaag? Alleen maar droog brood? Manna? Bah, ik lust het niet. Nee, dan het verleden in Egypte. Toen hadden we tenminste goed eten. Vlees, vis, komkommers. Een lekkere warme maaltijd. Beter dan dit droge brood uit de hemel. Dit brood van God.

Ja, vergeten gaat snel. Je hoort ze niet over het harde werken in Egypte. Over de kindertjes, die in de Nijl werden gegooid. Over de 10 plagen, die God uitgoot over Egypte. Over de sterke hand van God, vers 23, die hen redde uit de hand van satan. De verlossing. Wat een éénzijdig verhaal vertellen ze.

Kijk, geliefden, en daarom is er brand in de kerk. In de woestijn. Want God laat het echt niet gebeuren, dat mensen zijn gemeente willen stukmaken. Hij komt in Numeri 11 met harde hand. BRAND. En dat is uiteindelijk het eerste teken van zijn Geest in Numeri 11. Want u weet uit Handelingen 2 met welke tekenen Gods Geest komt. Onder andere met vuur. Tongen als van vuur op de hoofden van alle kerkmensen. 120 mannen en vrouwen. En wat betekent dat in Handelingen 2? Twee dingen: oordeel en genade. Op die genade kom ik straks nog terug. Nu eerst het oordeel. Het vuur van Gods Geest verbrandt wat Hem in de weg staat. Je ziet het in Numeri 11. De brand eist slachtoffers. Eerst de rand van het tentenkamp. Maar daarna ook mensen. Aan het eind van Numeri 11. Zij, die het nog niet geleerd hebben, gaan eraan. Er vallen doden. Een plaag van God. De plaag treft mensen, die denken dat vlees (kwakkels) het allerbelangrijkste is in hun leven. Net zoals ze dat vonden van de vleespotten in Egypte. Daar leefden ze voor. In termen van vandaag: het waren de materialisten. Zij, die hun eigen leventje het belangrijkst vonden. En het niet inpasten in het kader van het leven met God. En dat maakt God woedend. Daarom het vuur van Gods Geest in Numeri 11. Nee, geen mooie boodschap. Het is niet alleen maar genade. Net zomin als in Handelingen 2. Bloed, vuur en rookwalm, zei Joël al in het Oude Testament, toen Hij het had over Gods Geest. Een sprinkhanenplaag in de kerk. Ja, zegt Petrus: die profeet zag het goed. Hij had het al over Handelingen 2. Gods oordelen treffen kerk en wereld. Inderdaad, zegt Openbaring en het gaat over vandaag: het gaat door oordelen heen naar het eind toe. Pas op, christenen: brandt je niet aan de Geest van God.

Gemeente, er is nog een teken van Gods Geest in Numeri 11. En ook dat teken wijst op genade en oordeel. Eerst de genade. Hé, zeggen de mensen, het gaat waaien. Wat een harde wind. Inderdaad. Het is hetzelfde woord als het woord 'Geest'. Wind en Geest. God geeft in de woestijn nog een voorproefje van Handelingen 2. Het lijkt wel klein Pinksteren. In het Oude Testament. Nee, het is geen heilsfeit. Het is maar één keer Pinksteren geweest. En het zal nooit weer Pinksteren worden zoals in Hoofdstuk 2. Maar hier in Numeri 11 ziet u een vinger, die naar de toekomst wijst. Er komt een dag dat Gods Geest in u komt wonen. In de gemeente. Het teken: de wind. In de woestijn gaat het waaien in het tentenkamp. De Geest geeft zijn gaven: kwakkels. Eten voor Gods volk. Genoeg voor iedereen. Ja, zelfs zoveel dat de materialisten zich eraan dood eten. Ze zien Gods gave niet in het manna. Ze zien het nog niet in de kwakkels. Ze sterven aan Gods gave. Het oordeel. In Handelingen 2 waait de wind uit dezelfde hoek. Gods Geest in de gemeente. Dat huis in Jeruzalem. Een geluid als van een harde wind. 120 mensen vol van Gods Geest. Om te profeteren in Jeruzalem. Zoals Joël al heeft gezegd.

Kijk, zo mag u vandaag God zien, broeders en zusters: overweldigend aan het werk in Numeri 11. In het midden van zondige mensen. Wat lijken ze op ons, die Israëlieten. Maar God komt op bezoek. In zijn grootheid. Door zijn Geest. Met diens gaven. En Hij komt zijn genade: naast brood uit de hemel ook vogels uit de lucht. En Hij komt in zijn heiligheid: want genade is wel gratis, maar nooit goedkoop. Waar God komt barst ook het oordeel los. Over de zonde. Tegen het samenraapsel van het volk. Tegen het materialisme. Ja, ook in uw en mijn leven. Als u of ik onze materie, eten en drinken dus, geen plek geeft in het leven met de Here, dan brandt God los. Want dát wil Hij niet. Hij geeft alles. Zichzelf. zijn Geest. Hij vraagt alles. Uw materie en uw leven. Zo waarschuwt Gods Geest ons vandaag. Brandt je niet aan mij. Want zo onschuldig is het niet om in dichtbij mij te zijn. Het is ook heel gevaarlijk in de woestijn. Bij Gods volk. Of bent u dat misschien vergeten?

2. Het verzet tegen Gods Geest (Jozua)

Iemand, die dat op een bepaalde manier wel even leek te vergeten, was Jozua. Eigenlijk net als Mozes zelf. Als je let op Mozes en Jozua in dit verhaal, dan vallen 2 dingen op. Mozes klaagt bij God omdat hij de kerk niet goed ziet. Mozes is gaan denken, dat de kerk van hem is. Hij ziet wat er gebeurt. Gezeur over eten en drinken. En dan gaat hij naar de Here, verzen 2 en 11. Wat hebt u nu gedaan? Ik heb het volk toch niet gered uit Egypte? Waarom hebt u mij dit volk gegeven? Ik bezwijk onder mijn opdracht om dit volk door de woestijn te brengen.

Ik denk dat Mozes gelijk had. Het was te zwaar voor hem. Maar gelukkig, en dat vergat hij even, is het Góds volk. En dat betekent ook dat God de zorg draagt voor zijn gemeente. En God heeft aan Mozes zijn Geest gegeven. Juist om zijn taak te kunnen doen. Maar dat God zijn Geest ook verder kan uitdelen, daar heeft Mozes even niet aan gedacht. En dát is wat God doet. 70 oudsten uit de groep leiders van Israël krijgen Gods Geest. Het zijn mannen, die God hebben gezien. Exodus 24: 9. Ze zijn met Mozes en Aäron de Sinaï opgeklommen. Ze hebben God ontmoet zonder te sterven. En zij krijgen nu van God een nieuwe taak. Daar straks meer over. En om dat te kunnen doen geeft God aan hen zijn Geest. Een herverdeling van gaven. Mozes kan het met wat minder doen voortaan. De 70 krijgen er iets bij. God is het immers die verdeelt, 1 Korintiërs 12. Iets? Nee, de Geest. Volop! Zo vol dat ze gaan spreken (profeteren) wie God is en wat Hij doet. Misschien hebben ze wel verteld, wat er gebeurde in Exodus 24 op de berg Sinaï. De Bijbel zegt het niet. Het is dus ook niet belangrijk. In elk geval: God geeft ruimte, zodat de kerk verder kan trekken door de woestijn. Hij geeft zijn Geest in Numeri 11 aan hen, die de Geest moeten hebben voor de tocht die verder gaat.

Prachtig toch? Zo'n verdeling van God. Inderdaad, Mozes ontdekt het. De kerk is niet van mij. Het is het volk van God. Hij zorgt. Voor eten en drinken. Voor de gaven van zijn Geest. Hij stuurt zijn Geest. Waarheen Hij wil. Wanneer Hij wil. Tot wie Hij wil.

Kijk, en dat begreep ook Jozua eerst niet. Want God geeft ook van zijn Geest aan twee mannen, die even niet bij die groep van 70 zitten. Eldad en Medad. De twee komen zomaar uit de lucht vallen. Waarom ze er even niet bij zijn, wanneer de anderen profeteren, zegt de Bijbel niet. Niet belangrijk dus. Wat er wel staat is dat de Geest ook hen gaat gebruiken in Numeri 11 en daarna. En ook zij gaan profeteren. Net als die anderen. Ze doen het alleen op een andere plek. Ergens anders in de kerk. Bij Gods volk. En Jozua stoort zich eraan. Dát kan toch niet! Dat is toch niet volgens onze regel. Jozua doet wat de apostel Johannes veel later deed. Toen dreef iemand, die Jezus niet volgde, een boze geest uit. Wie niet tegen Mij is, is voor mij. Marcus 9. Wat is de fout van Jozua? Hij wil Gods Geest binden aan Mozes. Aan zichzelf. Hij vergeet dat Gods Geest vrij is om te waaien waarheen Hij wil. Hij brengt kwakkels. Hij waait naar Eldad en Medad. Ja, want het is zijn volk.

Broeders en zusters, vergeet dat nooit in de kerk. Want wij zijn, wat dat betreft, net 21-eeuwse Jozua's. We denken veel te klein van God en van Gods Geest. Bindt Gods Geest niet aan uw eigen inzichten. Niet als het gaat om het werk van Hem. Hij geeft genade én oordeel. Ook niet wat betreft de plek waar Hij werkt. Vandaag werkt Hij in kerk en wereld. Als een heiden alleen de Bijbel heeft, kan God geloof werken. In China zijn gelovigen, die tot geloof zijn gekomen door één bladzij uit de Bijbel. Dat is nu de vrijheid van God. Mozes begreep het. Hij zei tegen Jozua: belet deze mensen niet. IJver niet voor mij. Ik ben God niet. En Mozes bidt: ik wou wel dat alle mensen zo waren als die twee Eldad en Medad.

3. Het doel van Gods Geest (70 profeten, Mozes ontlasten)

En weet u wat nu het mooie is? Dit gebed van Mozes is verhoord. Niet meteen. Eeuwen lang moest Gods volk het nog doen met een paar profeten. Maar ook hier, bij dit gebed van Mozes, trek ik de lijn door. Naar Pinksteren. Naar de profetie van Joël. Vervuld op de Pinksterdag. Uw zonen en uw dochters zullen profeteren. Net als Jesaja. Uw jongelingen zullen gezichten zien. Net als de profeet Ezechiël. Uw ouden zullen dromen dromen. Net als de profeet Daniël. Op slaven en slavinnen zal de Geest worden uitgestort. God openbaart zich. Door zijn Geest. Dat is Handelingen 2. Het gebeurt. Op die dag. Kijk die 120 mensen profeteren. Met hun Bijbel in de hand. Ze vertellen van Jezus. In Jeruzalem. En kijk een paar dagen later nog eens weer. Hun kinderen, hun personeel, jong en oud. Allemaal vol van Gods Geest. De wereld in.

Kijk, en dat bent u vandaag. Allemaal profeten en profetessen. Niet een paar in uw midden. Maar allemaal. In deze wereld zonder God. Stemmen van God in deze wereld. Om in uw eigen omgeving te laten zien wie God is. Wat Hij doet. Wie de Here Jezus is. Voor u. Voor ons. Ieder met zijn eigen specifieke gave. [ De preek van vorige zondag. ] Maar allen als profeten en profetessen. Mooi toch, zo'n taak?

Ja, ieder met zijn specifieke gave. Dat wordt ook duidelijk uit Numeri 11. Wat moeten die 70 doen? Eigenlijk is het antwoord heel eenvoudig. Niks bijzonders. En toch zo heel bijzonder. Ze hebben al een aparte plek in het volk. Het zijn oudsten en opzieners, vers 16. Familiehoofden. Leiders van stammen. Maar nu worden ze ook nog eens helpers van Mozes. Want dat is hun taak: Mozes ontlasten. Dat was immers het probleem. Mozes kan de last van het volk niet alleen dragen. Net als een tijd terug, toen schoonpa Jetro een wijze raad gaf: zoek mensen om te helpen. Nu geeft God heel direct hulp aan Mozes. Zij zullen met u de last van het volk dragen, vers 17. Dat wil zeggen: ze gaan mee voorop. Om het volk te leiden in de woestijn. Niet meer. En niet minder. En iedereen weet nu (ze profeteerden immers en ze gingen mee de Sinaï op). Dit zijn mannen, die God Zelf aanwees. Laten we hun leiding volgen. Niet luisteren naar het samenraapsel dat mekkerde over manna. De materialisten. Maar verder op weg gaan. Door de woestijn.

Broeders en zusters, wat een prachtig verhaal in Numeri 11. Nee, ik zeg het fout. Een indrukwekkend gebeuren. Een brand. Een harde wind. Manna en kwakkels. Het komt allemaal van God. Genade. En toorn. En dat allemaal om u. Om u te leiden. Door de woestijn. Vandaag de woestijn van Openbaring 12. Vandaag met Gods Geest in uw midden. Als profeten en profetessen. In deze wereld. Hij wilde zelfs woning maken in uw hart. Zo dichtbij kwam God. In Christus. In zijn Geest. Als er dan nog tegen God te klagen valt, dan weet ik het niet meer. Wat zorgt Hij goed voor u. Zo goed, dat u kunt doen wat u mag doen. Voor Hem. En door Hem. U hebt toch zijn Geest? Of niet soms. Als dat niet het geval is, dan wordt het tijd dat u daarom vraagt. Want na Pinksteren is het nog gevaarlijker in de kerk dan in Numeri 11. Daar aten sommigen zich dood. Materialisten. Maar wie nu niet wil leven uit Gods Geest, eet zich voor altijd dood. Hier in de kerk. Aan het Woord van God. Dat keert immers niet ledig terug?

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar