| Thema: | Bij welke oogst wil jij horen? |
| Tekst: | Openbaring 14: 13-14 |
| Tekstgedeelte(n): | Openbaring 14: 13-20 Matteüs 24: 36-42 |
| Door: | Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid) |
| Gehouden te: | Zwolle-Zuid op 15 december 2002 (Advent) |
Aanwijzingen voor de Liturgie (Advent-setting)
Votum en zegengroet
Lied 125: 1, 3, 5
Schuldbelijdenis
Ps. 130: 2
Genadeverkondiging
Ps. 130: 4
Wet
Ps. 85: 4
Gebed (Schuldbelijdenis en vergeving)
Lezen: Openbaring 14: 13-20
Lezen: Matteüs 24: 36-42
Lied 300: 1-2, 6
Tekst: Openbaring 14: 13-14
Preek
Ps. 97: 1-2, 5
Gebed
Collecte
E&R 144
Zegen
Dat word je wel duidelijk elke keer als je de krant opslaat en die bladzij advertenties met een zwarte rand tegenkomt. Ineens kan het worden afgebroken. Ineens is er een stoel aan tafel leeg. En wie weet ook wel een stoel hier in de kerk en aan de avondmaalstafel. En niemand weet wanneer het zover is. Best mogelijk dat we hier te weinig bij stilstaan. Wat zou je ook als je nog jong bent en je hebt je leven nog voor je - denk je. Maar als dan heel dichtbij iemand van je eigen leeftijd plotseling sterft. Iemand die bij je in de klas zit, of op dezelfde sportclub of naast je op vereniging... Reken maar dat het je diep raakt, heel diep.
En in de kerk was het een komen en gaan van vooral jongeren, die troost zochten bij elkaar. Vijf lege stoelen op
zondag, na dat afschuwelijke ongeluk op die zaterdagavond. Zie dat maar eens te verwerken - die stoelen blijven wel
leeg.
Op de website stond: 'Het is donker geworden in Enumatil - Heer laat uw licht en uw liefde schijnen.
Ds. Janssen zei op die zondagmorgen op de kansel: 'ik heb lang gezocht naar woorden om vanmorgen mee te
beginnen, maar het schoot allemaal tekort - zoveel verdriet, zoveel pijn, zoveel vragen. Laten we beginnen zoals we
dat gewend zijn, wat hebben we die woorden nodig: onze hulp is van Hem die hemel en aarde gemaakt heeft. Als dat
niet zo was konden we nu niet verder.' ]
Een kerk in de rouw. Een kerk vol vragen. Vragen die blijven - zoals de eeuwige vraag naar het waarom. Maar ook
vragen om zelf op te antwoorden - zoals de vraag: 'als ík nu in die verongelukte auto had gezeten?'
[ Dat is niet maar een vraag voor die zesde jongen, die eigenlijk mee zou, maar er echt niet meer bij kon. ]
Dat is een vraag voor alle achterblijvers. En voor allen die ervan horen en erbij stilstaan, een vraag voor ons
allemaal. Als ik nu in die auto had gezeten - was ik er dan wel klaar voor geweest - ja, hoe ben ik eigenlijk aan
het leven, aan het leven voor mijn Schepper...?'
[ Enumatil: ] Een kerk vol vragen.
Maar tegelijk een kerk waar het evangelie blijft klinken.
Het goede nieuws, dwars tegen de valse klanken van de dood in: het is onze God om ons léven te doen: de weg van
behoud in het voetspoor van Christus, díe wil Hij ons wijzen.
Zo mag ook hier in ons kerkgebouw dat goede nieuws klinken - als een lichtstraal in de donkere tijden van advent.
Wachten op Christus' definitieve terugkomst, dat is advent. En adventstijd is 'woestijntijd' voor de kerk op aarde.
Maar gelukkig hebben we in de bijbel een 'bron van levend water', die altijd met ons meegaat.
Maar twee keer klinkt er de vaste verwachting in door dat leven wel degelijk dóór kan gaan. Laten we samen zorgvuldig proberen te bezien wat we hier voorgeschilderd krijgen. En onszélf er ook in terug zien te vinden.
Allereerst die bijzondere tekst die je op een rouwbrief of op een graf kunt tegenkomen:
"Zalig de doden die in de Here sterven van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun
werken volgen hen na."
Of zoals in de Groot Nieuwsvertaling: "Gelukkig zij die van nu af sterven in verbondenheid met de Heer! En de Geest
zegt: 'Ja, zij zullen rusten na al hun inspanningen, want hun daden volgen hen.'"
Wat is dat geweldig mooi en troostvol voor de achterblijvers als jij sterft en ze kunnen dit van je zeggen: dat jij
verbonden was met de Heer.
Want die band blíjft! Wie híer verbonden is met Hem is dat aan de andere kant van de dood nog steeds. Wat dat
inhoudt dat je verbonden bent met de Heer?
Dat je gedoopt bent? Dat God zegt: 'jij bent er één van Mij'?
Dat is wel de basis, maar daar kan het niet bij blijven.
Je zult dat ook in je leven moeten beamen: laten zíen dat je verbonden wilt zijn met de Heer. Dat die band tussen
Hem en jou als het erop aankomt het allerbelangrijkste is dat je hebt. Belangrijker dan alle andere relaties die je
hebt bij elkaar. Híj maakt het verschil in je hele bestaan. Niets en niemand heeft het uiteindelijk over je te
zeggen, alleen Híj. Híj de Koning - jíj in dienst getreden: zo is de verhouding.
Kun je dat nazeggen:
"Gewoon maar een knecht, zo wil ik zijn, zo wil ik zijn voor U.
Eenvoudig en echt, U de Heer, ik de knecht, zo wil ik zijn voor U.
Ik meen het oprecht: Heer, dóen wat U zegt, zo wil ik zijn voor U." (E&R 334)
Kun je dat nazeggen? Dat kost heel wat inspanningen, zo'n leven in zijn dienst. Of moet ik zeggen: 'bloed, zweet en
tranen'?
Dat kan: dwars tegen de stroom in trouw blijven, gehoorzaam en standvastig is zwaar werk. Altijd maar radicaal zijn
en blijven protesteren tegen alles wat vloekt bij God, word je meestal niet echt in dank afgenomen. Tóch mee
doorgaan! Want er komt een tijd dat je Heer zegt: 'Het is genoeg - kom maar bij Mij.' En de Geest doet er nog een
schepje bovenop: 'Al die moeiten en zorgen schud ze van je af, laat ze achter - maar je daden, in dienst van de
Heer, die draag ik je na!'
Zo is het dus:
'al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus, heeft eeuwige waarde, blijft altijd bestaan!'
Denk je in: je Koning, die zijn leven voor je gaf, je in dienst nam en je toerustte voor je taak, wat zegt Hij van
je werk: 'ach, ja, dat levenswerk van jou - prutswerk, hè - ben je toch wel met me eens zeker - laten we het maar
gauw vergeten'?
Dat had je misschien gedacht, maar nee, dat zegt Hij nou precies níet! Wie verbonden is met deze Koning mag weten:
'Mijn werk wordt als een lofoffer voor zijn troon gebracht! Ja, echt: Hij wil het gebruiken! Hij oogst wat Hij
zaaide. Hij oogst mij. En Hij oogst zijn werken die Hij deed groeien door mij in te schakelen.'
Heb je het te pakken? Zul je het meenemen?!
Want het is echt iets om over door te denken, vaak bij stil te staan en je door te laten inspireren, te laten
aansporen. Hoe kostbaar ben ik, kwetsbaar mens, en hoe kostbaar mijn daden, in zijn dienst gedaan....
Het vervolg gaat ook over Gods oogst - ja zelfs meervoud: Gods oogsten. De allerlaatste oogsten, daar gaat het
over: het definitieve, het onherroepelijke. Wie de beeldtaal van deze ernstige tekst in z'n verband leest, ziet dat
drie engelen al aan het woord zijn geweest en dat drie andere engelen nog in actie komen.
En in het midden verschijnt de Oogster Zelf. Hij verschijnt in een wereld met families zoals van Noach, trouwe
mensen in zijn dienst, en heel anderen, die volstrekt aan God voorbij wensen te leven.
Een witte wolk drijft majesteitelijk het wereldbeeld binnen. 'De wolk: in de bijbel symbool van de heerlijkheid, de
glorie van God, stralend wit van heiligheid. Met Johannes mogen we nú al zien wat staat te gebeuren.
We kunnen meezingen met die negro-spititual: 'Mine eyes have seen the glory of the coming of the Lord - Glory
glory hallelujah, his truth is marching on!'.
Telt een gewaarschuwd mens niet voor twee?
In het midden gezeten, in mensengedaante, de Man met de overwinningskroon op zijn hoofd: zeker van zijn triomf is
Hij, die eerder op aarde kwam om de doornenkroon te dragen, in een wolk van menselijke spot en hoon.
In zijn hand een scherpe sikkel: teken van zijn koninklijke macht. Hij is gekomen om zijn macht uit te oefenen en
zijn oogst die Hij zelf zaaide binnen te halen en veilig te stellen. Het wachten is nog op het bevel uit het hemels
hoofdkwartier. Niemand weet nog de dag of het moment dat het oogsttijd is: de engelen niet, de Zoon niet, alleen de
Vader weet het. En nu kómt dan de hemelbode: 'Het uur-U is aangebroken! De aarde is rijp. De laatste halm, waarop
het wachten was, is er klaar voor'. Het laatste hart is voor Hem open gegaan. De laatste handen voor Hem uit de
mouwen gestoken. De laatste mond die goed van Hem sprak is gesloten. Het laatste kunstwerk voor Hem is opgehangen.
Het laatste lied voor Hem gedicht. En daar klinkt het langverwachte startschot: 'Zend uw sikkel!'
En meteen laat Hij zijn sikkel over de aarde gaan en oogst en oogst, tot de laatste halm binnen is in Gods schuur.
Eeuwenlang is het evangelie gezaaid en zie hoe het is opgekomen en gerijpt!
En stel je voor: wat een geweldige reünie zal dat wezen: heel Christus' oogst nu bij elkaar! Wat een weergaloos
mooi moment voor Christus én al de zijnen.
Maar wacht: er is nóg een oogst. De aarde is nog niet leeg. Er zijn er die aan God, hun Schepper voorbij wensten
te leven. Die weigerden hun levenskracht uit Christus te putten, wat heet: hun levensopdracht zélf wel konden
bedenken. Die geënt waren op de wijnstok 'aarde'. Het gaat hier niet over wijnstokken, maar over één wijnstok. En
die heet niet Christus (denk aan Johannes 15), maar Aarde. De levensgevaarlijke wijnstok. Wie hierop geënt is denkt
in het platte vlak - niet met het oog op Christus geslagen. Wie zich hierop laat enten is er levenslang op uit
zichzelf wel te redden. Wie zich op de wijnstok Aarde laat enten, tankt zich vol met gevaarlijke brandstof. Want
ook deze oogst is eenmaal rijp - als de laatste daad gedaan is die vloekt bij God. En ook hier gaat een sikkel
door. Een sikkel van de kant van God.
Maar het is niet Koning Christus, de Redder, die hem hanteert. Het is een verderfengel. De hele oogst gaat de
persbak in. De persbak buiten de poort van het Nieuw Jeruzalem. Zoals eens Jezus buiten de poort als een gevloekte
ter dood werd gebracht. Zoals telkens weer zijn trouwe volgelingen eruit zijn gesmeten en het hebben verdragen. Nu
zijn de rollen omgekeerd: de ene oogst veilig in de stad van God - de andere erbuiten. Een zondvloed aan
druivenbloed stroomt weg van 40 maal 40 stadiën - de volle lengte - de complete zuivering. Mensenleven dat geen
werkelijk leven was omdat de God van het Leven er zijn plek niet in kreeg.
En dan komt de dag dat 'He is trampling out the vintage where the grapes of wrath are stored' zoals de
negerslaven in Amerika zongen, anderhalve eeuw geleden, 'Hij treedt de persbak volgestort met de druiven van Gods
gramschap'.
En ze zingen er rustig achteraan: 'Glory glory hallelujah: His truth is marching on - zijn waarheid komt aan
het licht! Halleluja'. Een populair lied onder de negerslaven die vertrapt werden door hun zogenaamd christelijke
plantagehouders, dat kun je je voorstellen. Maar wie van ons heeft het er ooit over? Het lied, opgenomen in
bijvoorbeeld de Youth For Christ bundel, slaan we misschien liever maar over. En al die bijbelgedeelten waar
de ernst van de laatste dingen zo plastisch in wordt uitgetekend, ook die slaan we misschien maar liever over. 'Uit
gereformeerde preken worden ze maar liefst weggelaten lijkt het wel' kon je in december 2002 in de krant lezen uit
de mond van een onderzoeker. Waarom?
Omdat we bang zijn confronterend over te komen bij anderen? Of omdat we bang zijn onszélf ermee te confronteren
misschien?
Bang zijn hoeft niet. En weet je waarom niet? Omdat het Gods bedoeling is dat we niet maar de halve, maar de héle
waarheid als zijn evangelie leren verstaan. Het is geweldig goed nieuws voor het slagveld aarde, waar de machten
van het kwaad het keer op keer lijken te winnen: er komt een tijd dat het Licht der wereld het winnen zal voor eens
en voorgoed. En het is zaak nú te kiezen.
Kiezen: nu je die twee oogsten voor je uitgetekend ziet.
Kiezen: 'bij welke oogst wil ik eigenlijk horen?'
Kiezen: 'bij wie wil ik mijn leven eigenlijk in dienst stellen?'
Kies dan voor Christus, radicaal, vasthoudend en trouw, zolang zijn geduld duurt.
Want eens zal Hij verschijnen als Rechter van 't heelal
Die trotsen doet verdwijnen, maar kleinen kronen zal.
Nu zingt de kerk haar zangen, de Geest zegt met de Bruid:
Kom, Heer, wij zien verlangend naar uw verschijning uit.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2003-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).