Stil maar, verwacht maar, God maakt alles nieuw

Thema: Stil maar, verwacht maar, God maakt alles nieuw
Tekst: Openbaring 21: 3-5a
Tekstgedeelte(n): Openbaring 21: 1-8
Door: Ds. M.A. van Leeuwen (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidwolde (Gr.))
Gehouden te: Groningen-West op 7 maart 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Ps. 122: 1 [ Laten we hierop antwoorden met Ps. 122: 1 ]
  3. Gebed 1 (Voor opening van Gods Woord)
  4. Lezen: Openbaring 21: 1-8
  5. Ps. 73: 1, 8-9
  6. Tekst: Openbaring 21: 3-5a
  7. Preek
  8. Ps. 87: 4-5
  9. Geloofsbelijdenis [ Laten we ons geloof belijden door in ons hart te woorden na te zeggen van de Apostolische Geloofsbelijdenis ]
  10. Gez. 24: 1-2
  11. Gebed 2 (Dankgebed)
  12. Collecte
  13. Gez. 22: 4, 6-7
  14. Zegen

Gebed 1 (Voor opening van Gods Woord)

Onze Vader, die in de hemel woont,
Wij eren uw heilige naam
Laat uw koninkrijk spoedig komen
Laat uw wil op aarde worden gedaan net zoals in de hemel
Geef ons vandaag het eten dat we nodig hebben.
Vergeef ons onze zonden, zoals wij anderen hun zonden vergeven
Laat ons niet in verleiding komen, maar verlos ons van de kwade machten.
Want het koninkrijk is van U en alle kracht en glorie, tot in de eeuwigheid.

Amen.


Gemeente van Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Wat een woorden! God zal bij ons komen wonen en Hij zal alle tranen van onze ogen afwissen en de dood zal er niet meer zijn. Daar word je stil van. Het lijkt haast te mooi om waar te zijn. Wat onwerkelijk.

Stel dat je hier op aarde een mooi leven hebt gehad. Je mocht trouwen, kinderen krijgen en zelfs je kleinkinderen zien opgroeien in de Here. En dan krijg je ook nog deze tekst van God cadeau: mijn kind, het wordt nog veel mooier. Alles wat je op aarde nog pijn deed, lichamelijk of geestelijk, dat zal voorgoed verdwenen zijn. Want, zie, Ik maak alle dingen nieuw.

En als je niet zo'n mooi leven hebt gehad, dan klinkt deze tekst als een verlossing, misschien hangt hij wel boven je bed.

Maar, ik kan me ook een andere reactie voorstellen. Want, je kunt protesteren: Ik zit nú in de problemen. Nu wil ik uitkomst, niet straks. Oh ja, ik ken het liedje wel, ik heb het geleerd op school: "Stil maar, wacht maar alles wordt nieuw, de hemel en de aarde". Je hoeft het maar één keer te horen, daarna vergeet je het nooit meer.
Alleen, ik wacht nu al heel erg lang. Ik geloof het wel, maar het lijkt allemaal zo ver weg. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? Ach, eigenlijk houdt dat me niet zo bezig. Ik leef bij de dag. Verder kijk ik niet.

Dit zijn zo een paar reacties op deze tekst. En we verwachten er allemaal veel van, van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. Maar hoe vaak houden we ons hier nou echt mee bezig? Wees nou eerlijk. Openbaring 21: het is voor ons meer toekomstmuziek, dan iets waar ik vandaag wat mee doe.

Vanmiddag gaan we hierover nadenken met elkaar. Het gaat in deze tekst over straks, maar dat straks heeft betekenis voor nu. Want deze tekst is niet bedoeld als een doekje voor het bloeden, als een zoethoudertje. Zo van: nog even volhouden, straks is alles anders. Nee, God wil ons zo met deze tekst bemoedigen, dat we vandáág verder kunnen. In al onze drukte, met al onze zorgen. In ons leven met al zijn momenten van frustratie en tegenslag.

Stil maar, verwacht maar, God maakt alles nieuw

Twee dingen krijgen de nadruk:

  1. God zal bij ons komen wonen
  2. God zal al onze tranen drogen


1. God zal bij ons komen wonen

Broeders en zusters, als er één boek vragen oproept in de bijbel, dan is het wel Openbaring. En dan vooral het slot van dit boek: hoe zal het straks zijn op de nieuwe aarde? Zal ik mijn familie herkennen, mijn ouders, mijn broers en zussen, mijn man, mijn vrouw, mijn kinderen? Hoe zal het leven daar zijn? Zullen we daar nooit meer iets hoeven doen? Is het eeuwig leven, een eeuwig uitrusten?

Vragen die we in deze preek niet allemaal kunnen behandelen, maar ze komen bij ons naar boven, zodra we bij deze laatste bladzijden van de bijbel beland zijn. Wij allemaal, denk ik, oud en jong.

Als we jong zijn, begint het al op school, de meester of juf heeft er misschien wel over verteld. Straks, jongens en meisjes, zul je nooit meer honger hebben, nooit meer naar school hoeven, nooit meer gepest worden, nooit meer ziek zijn, nooit meer huilen.

Al deze gedachten, al deze ideeën over straks, ze kunnen je van binnen blij maken. Je wordt er haast opgewonden van. Tjonge, wat zal het mooi zijn straks. Maar, al dit mijmeren, al dit nadenken over straks, het heeft ook iets onbevredigends. O nattuurlijk, je mag er over nadenken, je mag je ideeën hebben. We hebben allemaal onze eigen verlangens en gedachten. Maar, je blijft altijd ergens steken. Je komt niet verder, omdat niemand precíes weet hoe het straks zal zijn.

Daarom moeten we in ieder geval beginnen met wat we wél zeker weten. En dat is onder andere dat God op aarde komt wonen. Op de nieuwe aarde. Want dat staat er in vers 3. Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen.

Broeders en zusters, wat Johannes ons hier laat zien en horen, is eigenlijk niet eens zoveel. We lezen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en van het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. Verderop in dit hoofdstuk en in het volgende lezen we prachtige dingen over deze stad. Met haar poorten als parels en haar straten van goud. Met bomen die altijd in bloei staan. Het zal volmaakt zijn, maar hoe precies, dat weten we straks pas.

Alleen, hier op aarde beginnen we al met onze ideeën. Want we zijn nieuwsgierig. Het liefst zouden we nu al een kijkje achter de schermen nemen. Logisch, het is hier zo onvolmaakt.
En dan zegt onze tekst over die toekomst: loop nou niet te hard niet van stapel en kijk nou in ieder geval naar wat je beloofd wordt. En dat is dat God bij u komt wonen, op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Niet op een kompleet nieuwe, maar op een vernieuwde hemel en aarde. Zo moeten we dat lezen, gemeente. God vernietigt de aarde straks niet, maar Hij vernieuwt haar. Wast haar schoon van alle zonde.

Eigenlijk is dat een beetje raar, een nieuwe hemel. Een nieuwe aarde, natuurlijk. De oude aarde, onze aarde dus, waar we nu op wonen, zucht onder de gevolgen van de zonde. Die aarde moet vernieuwd worden, net zo als ons lichaam. Straks krijgen we een vernieuwd lichaam. Een lichaam zonder zonde en gebreken. Maar de hemel, daar is toch geen zonde? Daar is toch alles al goed?

Toen ik op deze vraag stuitte, was ik zeer benieuwd wat anderen hierop zouden zeggen. Veel kon ik hierover niet vinden. De meesten zeggen gewoon dat alles wat bij deze wereld hoort, deze wereld met haar gebreken en haar onvolmaaktheid, straks verdwenen zal zijn. Alles zal er nieuw uitzien, zowel de aarde als de hemel. Maar dat antwoord bevredigt niet, broeders en zusters. Want het is geen antwoord op de vraag waarom er een nieuwe hemel moet komen.

Misschien moeten we het zo lezen: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde betekent, dat alles wat bij deze gebroken schepping hoort, vernieuwd zal worden. Dat is de aarde, maar ook de lucht, het heelal, dat wat je boven je hoofd ziet, de hemel dus. Waar nu nog de zon schijnt, maar waar straks God zelf alles zal verlichten. Die hemel wordt hier bedoeld, broeders en zusters. Alles wat wij boven ons hoofd kunnen zien en waar we zelfs met al onze techniek kunnen komen. Tot op de maan.

Dat is de hemel die we elke dag boven ons hoofd zien. Maar, de hemel, als woonplaats van God en zijn verloste kinderen, die hemel, komt straks op aarde. Het is het nieuwe Jeruzalem, de heilige stad, die van boven, bij God vandaan, neerdaalt op de vernieuwde aarde.

Hemel en aarde vallen dan samen. God woont dan niet meer apart, met een deel van de gelovigen, maar Hij woont bij al zijn kinderen. God verhuist als het ware naar de aarde en neemt zijn eigen huis mee. Zijn woonplaats, de hemel, die Hij als een tent uitspant over de hele aarde. Dan zal alles volmaakt zijn. Dan zijn we eindelijk daar waar God ons in het paradijs al wilde hebben.

Deze hemel, de woonplaats van God, wordt dus niet vernieuwd, schoongewassen van alle zonde. Maar wel, wordt deze hemel volmaakt, omdat ze vol raakt. Vol van alle gelovigen, vanaf Adam tot aan de laatste ongeboren baby, die in een flits veranderd zal zijn in een volwassene. Klaar om God te loven.

Want God woont dan bij ons. Wat een prachtig beeld, broeders en zusters. Nu kun je soms zo verlangen naar Gods aanwezigheid in je leven. God lijkt soms zo ver weg. En dan staat hier gewoon: God slaat zijn tent bij u op en komt bij u wonen. Niet voor even, maar voor eeuwig.

Maar, is dat niet een beetje een vreemd woord in dit verband, tent? Dan denk je toch eerder aan iets tijdelijks? Een tent pak je zoweer in en dan reis je verder. Waarom staat er niet 'Gods huis of paleis is bij de mensen'? Dat is toch veel blijvender, veel grootser ook? Dat past toch veel beter bij onze God?

En toch, toch staat dit woord tent hier niet zomaar. Je kunt dit woord namelijk ook vertalen met tabernakel. Dat was de tent waarin God woonde, toen zijn volk door de woestijn zwierf. Daar, op dat hele kleine stukje aarde, daar was God bij zijn volk. Die tent was Gods woning.

God wilde constant bij zijn volk zijn. Daarom liet Hij een woning maken, die makkelijk te vervoeren was. Een huis dat iets intiems uitstraalde. En wat is dan intiemer dan een tent?
Waarom bouw je als klein kind al niet je eigen tent in de huiskamer of je eigen hut in het bos? Toch omdat dit iets vertrouwds geeft? Alleen je beste vrienden mogen erin.

Daar moeten we dus aan denken, broeders en zusters, bij het woord tent. Aan dat vertrouwde, dat intieme. Aan die innige liefde van God, die zo dicht bij zijn volk wil wonen dat Hij als het ware naast je zit. En dan is het aparte van straks dat zijn tent niet maar een klein stukje van de aarde beslaat, maar dat Hij zijn tent uitspreidt, uitzet over de hele aarde, over zijn hele vernieuwde schepping. Waar je ook bent, God is daar ook. Iedereen kan Hem zien.

Dit is natuurlijk prachtig, maar wat zegt dit voor vandaag? Is dit alleen maar toekomstmuziek of merken we hier vandaag ook al iets van? Broeders en zusters, zovaak als u God aanroept in uw gebed, zovaak is Hij bij u. Zovaak als u een beroep doet op het offer van zijn Zoon, zovaak is Hij bereid u te vergeven en te bemoedigen. Ook als u het niet meer ziet zitten, ook als u denkt dat uw gebed niet aankomt.

Want God zelf zal bij ons zijn, staat er aan het eind van vers 3. En dat staat er op een aparte manier in het Grieks. Er staat: en de 'God-met-hen' zal hun God zijn.

En Wie is die 'God-met-ons' vandaag. Dat is Christus. Hij is de Immanuël. De God die straks permanent bij ons komt wonen op aarde, is de God die in zijn Zoon al bij ons op aarde wás. En die nu in ons woont door zijn Heilige Geest. Die ons niet loslaat. Zelfs als wij tijdelijk van Hem dreigen af te dwalen, dan haalt Hij ons weer terug. Want Hij laat ons echt niet gaan.

Hij wil in ons hart wonen. En Hij zegt tegen ons: mijn kind, stil maar, verwacht maar dat Ik met je meega, op al je donkere wegen en dat Ik je vasthoud, tot op jouw laatste dag. Om dan straks met Mij, op de nieuwe aarde te wonen. Maar dat nieuwe leven, dat begint nu al, je kan nu al niet meer stuk, want je bent voor Mij al een nieuw schepsel, in mijn Zoon Christus. En wat Ik in jou ben begonnen, dat zal Ik afmaken. Door al je tranen heen.

2. God zal al onze tranen drogen

Dat is het tweede. God woont straks niet alleen bij ons, Hij droogt ook al onze tranen. Als je dit stuk zo leest, al die eerste 8 verzen, dan kan je hart overstromen van vreugde. Alles wat mij hier op aarde zo heeft pijn gedaan, dat zal straks verdwenen zijn. Al het onvolkomene, al het hartverscheurende, dat zal straks gewoon weg zijn.

Iedereen heeft bij deze tekst zijn eigen gevoelens. Wie zal al ons verdriet kunnen peilen? We weten het vaak niet eens van elkaar. Ik ben ook niet in staat om aan al die gevoelens in deze preek recht te doen op een evenwichtige en fijnzinnige manier. De preek zou te kort door de bocht zijn.

Want hoe snel vergeet je niet iemand? Je loopt dus in een preek over dit vers, al snel het gevaar je aan deze woorden te vertillen. En dat gevoel heb je ook een beetje als je een preek maakt over deze tekst.

Toch heb ik deze tekst gekozen, omdat ik gegrepen werd door de woorden, en omdat hier een ongelooflijke troost uit spreekt, voor ons allemaal vandaag.

En dan is de troost misschien wat algemeen, het is wel een troost die een ieder van ons vaste grond onder de voeten geeft. Wat we ook hebben meegemaakt. De troost van Openbaring 21: 4 is troost voor onderweg. Onderweg, op reis naar die God, die al onze tranen zal afwissen.

Ja, onze tranen zullen door God worden weggeveegd. We zullen nooit meer de dood in de ogen hoeven kijken. Nooit meer bij een graf hoeven staan. Nooit meer hoeven rouwen om een geliefde. Ja, er zal geen moeite meer zijn, staat er.

Voor 'moeite' wordt een woord gebruikt, dat slaat op werken en tegelijk op de pijn die je daarbij voelt. Je kunt het misschien het beste vergelijken met het engelse woord 'labor'. Als een vrouw 'in labor' is, dan moet ze bevallen. Nou en dat is werken. Werken, waarbij de pijn letterlijk door je lichaam giert. En dat moeizame werken, dat ploeteren, dat maken velen van ons mee.

Het kost ons wat, om hier op aarde wat te bereiken. En soms bereiken we vaak met al onze inspanningen niks. Nou, ook aan dat zwoegen en zweten hier op aarde, ook daaraan komt een einde.

Want, waar begint de opsomming van het einde van alle ellende mee in vers 4? Met de dood. En dat is niet toevallig. De dood is namelijk onze laatste vijand. Je kunt je hele leven weinig tegenslagen hebben gekend. Nooit ziek zijn geweest, nooit in het ziekenhuis hebben gelegen. Het ging je eigenlijk behoorlijk voor de wind. Maar één ding ontloop je niet. En dat is de dood.

Want sterven moet je, om bij God te kunnen komen. Waarom? Omdat de zonde tussen jou en God instaat. Die zonde, die moet afsterven, zoals de Heidelbergse Catechismus zegt. Je zou ook kunnen zeggen, de zonde moet langzamerhand uitsterven. En dat kost strijd, strijd in je laatste uren, waarvoor God je dan ook de kracht geeft.

Maar straks, straks zal de dood geen plaats meer hebben in Gods schepping. Er zal geen rouw meer zijn, geen geklaag en geen moeite, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan, staat er aan het eind van vers 4.

Dat lijkt een wat cryptische omschrijving. Maar het betekent heel eenvoudig dat alles wat herinnert aan de wereld van na de zondeval, de wereld waar we nu in leven, dat die wereld verdwenen zal zijn. De wereld van de corruptie, de moorden, de vervolgingen van christenen. Ook die wereld waarin wij christenen zelf nederlagen leiden, Gods naam te grabbel gooien. En ook de wereld van de natuurrampen en van verschrikkelijke ongelukken.

Die wereld waar nu nog een breuk doorheen loopt, die zal straks verdwenen zijn. Want de oorzaak van al deze ellende is verdwenen: de zonde. Door de zonde van de mens kwam de dood in de wereld. Door de zonde van de mens leed ook de schepping. Maar dat is dan allemaal voorbij, weg, verdwenen. Want die schepping is door God vernieuwd, gerestaureerd. Net als wij. Ja, elke herinnering aan het onvolmaakte zal God zelf uit onze geheugens bannen.

Maar dan kan dit bijbelgedeelte je ook de keel dichtknijpen. Want alle ongelovigen, ze zullen de tweede dood ingaan, de eeuwige dood. Kan ik dan nog wel blij zijn, als ik dit lees? Zal ik stráks God kunnen bejubelen, als ik nú zie dat één van mijn geliefden God niet zoekt in zijn of haar leven? Mis ik die straks dan niet?

Broeders en zusters, dat zíjn ook heel ingrijpende vragen, die ons nu heel erg kunnen bezighouden, omdat we het bijvoorbeeld meemaken in onze eigen familie of nog dichter bij, in ons gezin. Wat kan dat schaduw over ons leven leggen. Wat kunnen we dan met vragen zitten, waarop we geen antwoorden krijgen. Waarom, Here?

Eén ding is zeker. Het zal straks volmaakt zijn, dat staat vast. Iedereen is er. Niemand wordt gemist.
Dat betekent voor nu, dat we vurig moeten blijven bidden tot God als we geliefden, broeders en zusters om ons heen zien afdwalen. Vurig bidden om bekering, want nu is het nog niet te laat. God geeft nog de tijd. En Hij laat iedereen weten hoe hij het eeuwige leven kan krijgen. Geef je over aan mijn Zoon, die de dood overwon. En gelukkig, God wil lang wachten op de terugkomst van zijn kind.

Broeders en zusters, eens zullen onze tranen van onze ogen afgewist worden. Door de hand van God. En vandaag dan? Vandaag mogen we weten dat er straks een eind zal komen aan al ons verdriet. Nu moeten we vaak nog huilen, maar onze tranen hebben -dank aan God- niet het laatste woord. We hoeven nooit te wanhopen. Dat is ons grootste houvast in ons diepste verdriet.

De toekomst ligt voor ons klaar. Sterker nog, die toekomst begint al in dit leven. Want we hebben Christus, de Immanuël. Houden we Hem vast, dan mogen we weten dat God met ons is. Dat Hij ons, zijn aangenomen kinderen, nooit verlaat. Want Hij gaat zelf met ons mee. Elke dag weer. Waar we ook zijn. Hij draagt ons. Ook al voelen wij soms zijn handen niet, maar Hij draagt ons. Met diezelfde handen waarmee Hij straks alle tranen van onze ogen zal afwissen.

Openbaring 21: toekomstmuziek of kracht voor onderweg? Broeders en zusters, het zijn de slotakkoorden van de bijbel, maar de eerste noten klinken al in ons leven nu. Hier begint het nieuwe, het eeuwige leven al. Op deze aarde. In uw en mijn leven. Want door ons geloof in de Zoon van God, ziet God ons al als nieuwe schepsels. Hij is met ons bezig, door zijn Heilige Geest.

En straks, straks zal God het werk dat Hij in ons begon, afmaken. Stil maar, verwacht maar, alles wordt vernieuwd. Want uw God komt permanent bij u wonen en Hij zal al uw tranen persoonlijk afdrogen.

Daarom eindigt het bekende lied, 'Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw' op de volgende manier: "Zing voor die eeuwige dag. Zing voor de Heer en zeg: Amen. Zing voor de Heer, die ons samen, daar al van eeuwigheid zag."

Amen.


Gebed 2 (Dankgebed)

Here God in de hemel,

Wij danken U voor die onbeschrijflijke toekomst. Voor de zekerheid dat we eens bij U zullen wonen. Nee, voor het wonder dat U bij óns komt wonen. Hier op de vernieuwde aarde. We lazen prachtige dingen over straks, Here, maar we hoorden ook dat die toekomst vandaag al begint. Zo vaak als wij onze knieën buigen voor uw Zoon, Jezus van Nazaret.

Wat een evangelie, Here. Wilt U ons helpen dit midden in ons leven te plaatsen. In wat voor situatie wij ons ook bevinden. Met werk of zonder werk, ziek of kerngezond, getrouwd of ongetrouwd. Geef dat we leren beseffen wat voor schatten we hier op aarde in huis hebben, met U als Vader in de hemel.

Geef dat wij ook leren hieruit kracht te putten als we moeite hebben om op de been te blijven. Verlicht dan onze persoonlijke nood en zet ons dan midden in de schijnwerpers van uw warme evangelie. Geef dat we dan ook op elkaar letten en dat we om elkaar heen gaan staan, als echte broers en zussen, klein en groot, jong en oud. En geef dat we dan leren zien wat voor een kracht U wilt laten uitgaan van een gemeenschap die zo op elkaar let.

Wij bidden U ook voor hen die U zijn kwijtgeraakt. Here, wat voelen wij ons dan machteloos in zulke situaties. We willen wel van alles zeggen, maar we staan met onze mond vol tanden. Help ons dan in ons spreken, Here. Laat ons ook weten wanneer we beter kunnen zwijgen.

Wilt U ook met de jeugd zijn, Here. Geef hun het besef dat ze echt geluksvogels zijn met zo'n Vader in de hemel. Dat niets in de samenleving daar tegenop weegt. Die maatschappij die ons vaak voorspiegelt dat je het zelf moet maken. Dat je niets voor niets krijgt.

Geef Here, dat jongeren en ouderen, goed beseffen dat uw boodschap heel anders is. Veel meer ontspannen. Want uw Zoon heeft het eeuwige leven -dat door niemand van ons verdiend kan worden- voor ons verdiend. Zorg ervoor Here, dat we ook in onze vrije dagen, er elke dag bij stil staan dat U zelf ons trekt naar een toekomst zonder pijn, zonder concurrentie, zonder jaloezie, zonder handicap en zonder tranen van diepe rouw. En geef dat we dan ook gaan leven als mensen met hoop in hun hart. Met de zekerheid dat U op een dag terugkomt op de wolken, als de grote Overwinnaar.

Wees zo met ons als gemeente, Here, elke dag van deze nieuwe week. Geef dat we ons vastklampen aan uw Zoon Jezus Christus. In onze goede en in onze slechte dagen. En houdt u ons dan vast. Zodat we straks met onze feestkleren aan u voor eeuwig kunnen danken. Hoor zo ons gebed om Jezus' wil.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar