Van David kun je leren wat geloven is

Thema:

God op de eerste plaats

Tekst: Psalm 16
Tekstgedeelte(n):

Psalm 16

Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te:

Krimpen aan den IJssel op 4 november 2001

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 42: 1
Wet
Ps. 42: 3
Lezen: / Tekst: Psalm 16
Ps. 16: 1, 4-5
Preek
Ps. 63: 1-3
Lied 75: 1-3
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Mag ik jullie een persoonlijk vraag stellen? Geniet jij van de Here? Vind je het fijn om Hem te kennen? Krijg je een warm gevoel als aan Hem denkt? Of is geloven voor jou vooral een kwestie van 'moeten'?
Een tijdje geleden hoorde ik een verhaal over een rabbijn - jongens en meisjes, dat is een soort joodse dominee - en zijn kleinzoon. Die jongen had een geheim. En hij had er lang mee gezeten en zich afgevraagd of hij het wel aan zijn opa zou vertellen. Maar op een dag trekt hij toch de stoute schoenen aan en gaat naar hem toe. En hij zegt: "Opa, ik moet je wat vertellen. Je zult het wel heel erg vinden, maar ik geloof niet meer, ik ben atheïst geworden." Waarop de rabbijn zegt: "Oh, is dat nou alles? Maak je daar maar niet zo druk om, joh. God vindt het helemaal niet erg als je niet in hem gelooft. Als je maar doet wat Hij zegt.
Misschien hebben sommige ouders hier iets herkend, in dit gesprek tussen die rabbijn en zijn kleinzoon. Misschien is jouw zoon of dochter ook met een dergelijke mededeling bij je geweest. Pa, ma, ik geloof niet meer. Het geloof doet me niets meer. Je bent je toen lam geschrokken. Dat had je nooit verwacht. Maar meestal is het zo dat je het al langer voelde aankomen en dat nu duidelijk werd waar je al lang bang voor was.
Het is ook mogelijk dat je iets herkend hebt in de manier waarop die rabbijn reageerde. Nee, je zult vast niet gezegd hebben dat God geloven niet zo belangrijk vindt. En terecht. Maar misschien heb je wel dat andere gezegd of in ieder geval uitgestraald. Misschien ook al heel lang. Namelijk dat geloven vooral inhoudt: doen wat God van je vraagt, en wat de kerk van je vraagt: netjes naar de catechisatie gaan, meegaan naar de kerk, op tijd belijdenis doen, niet samenwonen, niet winkelen op zondag. Op zich waardevolle dingen om aan vast te houden. Maar toch is dat niet waar het in het geloof allereerst om draait. Als je als ouders naar je kind niet uitstraalt dat God en dat Jezus Christus de meest geweldige persoon is die je kent en dat jij zelf geniet van alles wat Hij zegt en doet... En dan bedoel ik uiteraard niet ieder moment van de dag en ook niet elke dag in je leven. Maar als het aan jou helemaal niet te zien is dat je van God en van zijn evangelie geniet, ja, dan lijk je eigenlijk best veel op die rabbijn. Misschien meer dan jezelf gedacht had. En dan zul je het weer moeten leren: dat geloven toch vooral een kwestie is van 'houden van', van 'genieten', ja, van 'gek zijn op' God.

Het thema van deze preek is:

Van David kun je leren dat geloven betekent:

  1. Genieten van God
  2. Walgen van de afgoden

Van David kun je leren wat geloven is.

1. Genieten van God

'God is alles voor me'. Dat is wat David zegt in deze Psalm. En zoals in zoveel psalmen zegt David dat ook hier niet in een onbezorgde vakantiestemming, liggend in een heerlijk warm bad en nippend aan een lekker glas wijn. Nee, wat David hier zegt: "Bewaar mij, o God.", dat komt uit de diepte. Helemaal duidelijk is het niet wanneer hij deze psalm heeft geschreven, maar uit vers 9 mag je wel opmaken, dat David nog steeds in levensbedreigende omstandigheden zit. David bidt uit de diepte van een onveilige, gevaarlijke situatie. Je zult ook maar voortdurend als een vos worden opgejaagd, met de soldaten van koning Saul op je hielen.
David bidt om bescherming. "Want bij U schuil ik", staat er. Hij roept zijn God. Omdat Hij Hem al langer kent dan vandaag. In alle gevaren die hij meemaakte, heeft hij het voortdurend ervaren: bij de Here ben ik veilig. Ja sterker, alleen bij Hem. Niet bij mensen, ook niet in bepaalde schuilplaatsen, maar alleen bij de Here. Dat vertrouwen gaat zelfs zover dat hij in vers 10 durft uit te spreken dat de Here hem voor een te vroege dood zal sparen. Hij zegt eigenlijk: "Voorlopig zal ik het dodenrijk en het graf nog niet zien." En dat vertrouwen is ook uitgekomen. De Here bewaarde David voor allerlei doodsgevaar en haalde hem pas op hoge leeftijd weg uit dit leven.
David bidt niet alleen. Hij belijdt ook. Ja, eigenlijk kan hij alleen bidden om bescherming omdat hij het zeker weet. En het in deze belijdenis hier hardop zegt, publiek: "U bent mijn God, niemand gaat boven U." Letterlijk staat er: "Ik heb niets goeds behalve U." In vers 5 zegt hij eigenlijk hetzelfde: "U bent mijn erfdeel en mijn beker. Dat is zoiets als: "U bent mijn eten en mijn drinken." Let op: er staat niet: van U krijg ik eten en drinken. Nee, David zegt: U zelf, Here, bent mijn eten en drinken. Met andere woorden: U bent datgene waarvan ik leef, U bent de bron van mijn bestaan. David geniet van de Here. Dat blijkt ook uit vers 11: "Overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand, voor eeuwig." Met andere woorden: ik ben zo blij met U, ik ben gelukkig omdat U bij Mij bent, voor altijd. God zelf is Davids allergrootste rijkdom.
En daarom is hij ook rijk met alles wat God geeft. In vers 5 en 6 gaat het over wat David van de Here heeft gekregen. Hij gebruikt daar beelden uit de gang van zaken rond de verdeling van een erfenis. In Israël werden bij de verdeling van het land van een overledene touwen of meetsnoeren gebruikt om de stukken grond af te bakenen. Die stukken werden daarna onderling verdeeld door loting. En van die loting hing natuurlijk af of je een goed stuk grond, een vruchtbare akker, kreeg of een minder goed stuk. Wat David nu zegt is dat de Here hem bestaanszekerheid heeft gegeven, door de loting zo te leiden dat die voor hem goed uitpakte. Het stuk land dat hij kreeg was vruchtbare landbouwgrond, met een opbrengst waar hij goed van kon leven. David gebruikt beelden. Hij bedoelt eigenlijk te zeggen dat hij blij is met alles wat de Here hem geeft en dat hij daarvan geniet. Omdat Hij blij is met de Here en van Hem geniet. Alle goeds komt namelijk van de goede God.
Broeders en zusters, jongens en meisjes, het is heel belangrijk om die volgorde hier goed te zien. Eerst blij zijn met God om wie Hij is en vervolgens om wat Hij geeft. Ben jij blij met je mooie mountainbike, dat mooie stepje, die nieuwe krachtige PC, je mooie nieuw aangelegde tuin, dat leuke rokje dat zo lekker zit? Fijn. Maar als je daarvan geniet, is het dan zo dat je dan alleen daarvan geniet, of ook van Hem die het jou geeft? Van je Schepper die het je als een Vader in de schoot werpt? Of betrap je je er vaak op dat je dan eigenlijk nooit aan God denkt? En vergeet je hem ervoor te danken? Als dat zo is, dan verschil je niet veel van de ongelovige. Die is namelijk ook heel blij met zijn spulletjes en zijn hebbedingetjes. Maar de gelovige kijkt altijd verder en ziet ze als geschenken van de Vader die hem liefheeft. Jezus zelf leert ons de goede volgorde als Hij zegt: Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je al het al het andere erbij. Blij zijn met wat je hebt, begint en eindigt met blij zijn om God.
Voor David, de man naar Gods hart, is dat echt zo. God is voor hem alles. Hij geniet intens van Hem. Weet je eigenlijk dat je God daar het allermeest mee eert: wanneer Hij voor jou de grootste bron van blijdschap en voldoening is? Het heerlijke van water is vooral dat het je dorst stilt. Dat je het drinkt (doen) en ervan geniet: "Aaaahhh, wat lekker." Zo is het ook met God. Dat laat Psalm 42 zien. We hebben het gezongen aan het begin van de dienst. Zoals een hert in dorre streken verlangt naar koel water, zo verlangt een gelovig mens naar God. De mens naar Gods hart geniet ervan om bij Hem te zijn. En omgekeerd verlangt God ernaar dat we dat ook laten merken. Dat is toch ook normaal? De meeste vrouwen vinden het fijn als hun mannen thuis uit zichzelf de afwas doen en hun vuile sokken opruimen en als ze eens een bloemetje meenemen. Maar als je als man al die dingen doet, is dat dan de manier waarop je je vrouw het meest eert en laat weten dat je van haar houdt? Natuurlijk niet! Die dingen hebben helemaal geen zin als je haar daarnaast niet laat merken dat ze voor jou het kostbaarste is wat je in dit leven hebt. En haar nooit laat weten dat je het heerlijk vindt om gewoon bij haar te zijn. Dat is waar je vrouw naar verlangt en terecht.
Laat het de Here merken, zeg het tegen Hem, zing het uit, dat je van Hem houdt. Daar verlangt Hij naar. En laten we het ook tegen elkaar zeggen. Want daarom zijn we toch lid van de kerk, dat we Hem zo geweldig vinden. Of niet?
Jammer genoeg denken wij vaak net als die rabbijn, dat God dienen en verheerlijken een kwestie is van je best doen, je verplichtingen nakomen. Blijkbaar zit dat heel diep in ons: zo praten we ook als we het hebben over werk en ontspanning: eerst er tegen aan en dan pas genieten. En voor sommige mensen hoort genieten helemaal niet bij geloven. Genieten van God? Dat is maar vreemd. En niets voor mij. Zeker niet voor iedereen. Dat is hooguit voor spontane, enthousiaste mensen, zoals je die in een pinkstergemeente tegenkomt. Genieten van God? Dat komt er misschien bij. Nee, geloven dat is gewoon je plicht doen. Doen wat God je opdraagt, zijn geboden gehoorzamen. Eerst hard werken en dan pas genieten.
Als je zo denkt, dan moet je misschien van David weer leren om in het geloof deze dingen om te draaien: eerst genieten en dan je plicht doen. Of anders gezegd: we moeten leren dat genieten van God onze hoogste plicht is. Genieten van God is geen optioneel extraatje, geen accessoire van het geloof dat je er later alsnog bij kunt bestellen, ook geen ervaring voor alleen gevoelsmensen. Psalm 37: 4: Zoek je vreugde bij de Here! Filippenzen 4: 4: Wees altijd blij in de Here. Hiermee worden geen suggesties gedaan of vrijblijvende adviezen gegeven, maar worden we aangemoedigd het centrum, ja de bron van ons leven op te zoeken: God. En van Hem te genieten.
Is dat niet wat Maria doet, als de Here Jezus bij haar en Marta op bezoek komt? (U kent de geschiedenis wel) Ze gaat zitten aan zijn voeten en ze luistert. Ze hangt aan zijn lippen. Zij geniet ervan dat Hij er is en daarmee, zegt de Here Jezus, kiest zij het goede. Daarentegen is Marta vooral bezig met haar plichten. Druk in de weer. Ze wil het Jezus naar de zin te maken. Prima, maar het genieten van zijn aanwezigheid moet toch echt voorrang hebben. Pas als we Gods goedheid en genade echt geproefd hebben, dan pas raken we gemotiveerd om hem te dienen. Goede werken komen toch voort uit dankbaarheid? Als we ons niet inzetten voor God omdat we dankbaar zijn en zijn liefde geproefd hebben, dan doen we het uiteindelijk om onszelf en niet om Hem. Ja, en dan wordt ons geloof pure vormendienst. Hoe zit dat bij jou? Waar komt jouw motivatie vandaan om als christen te leven? Ben je naar de kerk gekomen omdat je van de Here houdt of doe je het alleen om je ouders een plezier te doen of omdat jouw kinderen en de andere kerkleden het nou eenmaal van je verwachten?
Genieten van God, dat kun je leren. Hoe? Daarvoor kunnen we ook in deze Psalm terecht, namelijk in de verzen 7-9. David prijst de Here omdat Hij de wegwijzer is door het leven. David teert niet alleen op de wijsheid van zijn militaire adviseurs. Het kompas waar hij het echt van moest hebben, is de wil van God, zoals hij die kende uit de wet van Mozes. En uit wat hij tot dan toe van Hem geleerd heeft op de concrete weg waarlangs de Here hem heeft geleid. Vers 11a: God wijst David de weg door het leven. Zelfs 's nachts, de tijd wanneer alles tot rust komt en een mens gaat nadenken, is God met David bezig en David met God. Zoals de wolkkolom het volk Israël door de woestijn leidde, zo houdt ook David voortdurend de Here voor ogen. David concentreert zich op God. En dan merkt hij ook dat de Here aan zijn zij is om hem te helpen. En dat Hij hem houvast geeft, zodat hij niet wankelt.
Het recept voor een leven waarin je van God kunt genieten is dus: je op Hem concentreren. Lees je bijbel, bid elke dag. Vul je gedachten met Hem, met zijn glorie en macht, met zijn grote daden. Vul net als Maria je hoofd en je hart met de Here Jezus en zijn geweldige liefde voor jou. Daar word je letterlijk en figuurlijk stil van. Denk erover na. Mediteer erover. Als je dat consequent gaat doen en volhoudt, dan zul je ook merken dat Hij er is als je hem nodig hebt.
En dat betekent dus dat je keuzes moet maken. Waar vul jij je denken mee? Kies je er bewust voor om je te laten vormen door het goede Woord van God en je te omringen met dingen die je aan hem herinneren en die Hij goed en mooi vindt? Waar bestaat jouw geestelijk dieet uit? Uit junkfood zoals de Privé of de Playboy, uit TMF of Canal+? Kijk alsjeblieft uit waar je je geest mee vult. Het bestaat gewoon niet dat je als christen zonder schade aan je ziel kunt kijken naar allerlei moord-, horror- en pornofilms en computerspelletjes doet waar de stank van de hel uit opstijgt. Denk toch niet: ik kan dat allemaal best aan. Je weet van binnen dat je God en jezelf voor de gek houdt. En de duivel: die zit erbij te grinniken.

Van David kun je leren wat geloven betekent.

2. Walgen van de afgoden

God is alles voor David. En daarom walgt hij van de afgoden en de afgodendienst. Daarover gaat het in de verzen 3 en 4. Ja, ook in vers 3 dat op het eerste gezicht lijkt te gaan over de gemeenschap der heiligen. Zo is het heel lang uitgelegd. Dat David hier zijn blijdschap uit over zijn broeders en zusters en de eenheid in het geloof. Maar dat is toch niet erg overtuigend. In het Hebreeuws wordt het woord voor 'heiligen' namelijk ook gebruikt voor goddelijke machten. Als de 'heiligen' geloofsgenoten zouden zijn, dan zijn de woorden 'die in het land zijn' eigenlijk overbodig. En waarom zou David hen 'heerlijken' noemen? Letterlijk staat er 'machtigen'. Nee, veel sterkere papieren heeft een uitleg die zegt dat het hier niet gaat over medegelovigen maar over 'vergoddelijkte overledenen' die in heiligdommen her en der in het land worden vereerd. Die 'vergoddelijkte overledenen' zijn in de ogen van degenen die hen vereren 'heerlijken of machtigen'. En zo'n vereerder, die zegt van die afgoden: "in hen is al mijn welbehagen". Zij zijn mijn één en al.
Daar zet David zich tegen af. Voor hem is God, de levende God, het één en al. En dat betekent dat hij alle afgoderij haat. Alleen God maakt echt gelukkig. Maar wat de afgoden geven, daar word je niet vrolijk van. En ook niet gelukkig. David zegt het in vers 4. Wie achter de afgoden aanlopen (letterlijk wie hun geschenken aanbieden), die staat niets dan ellende te wachten. En daarom walgt David van hun praktijken: het offeren van bloed en het noemen van de namen van de afgoden, dat in de Kanaänitische religie een sterk magische lading had.
Walgen wij ook van de afgoden? In ons land is er niet zo'n massale afgodendienst in de vorm die David kende. Het offeren van bloed en het snijden in je eigen vlees zoals de Baälpriesters deden, dat kennen we hier niet. Toch worden er door de grote toevlucht van allerlei nationaliteiten en religies worden wel steeds meer vreemde goden Nederland binnen gebracht. We kunnen daar heel bezorgd en afwijzend op reageren. En zeggen: aan die afgoderij, daar doen wij niet aan mee.
Maar laten we dan ook wel eerlijk naar onszelf durven kijken. Want afgoderij is dichterbij dan je denkt. Maarten Luther zei het ooit heel scherp. Je dient of God of een afgod. Daar zit niks tussen. Het is of de Here die op de troon van je leven zit of iemand anders. En als Hij het niet is, dan onstaat er een vacuüm dat van alles kan aanzuigen. En dat kunnen zelfs de geschenken zijn die God je geeft. Dan worden dingen of mensen belangrijker dan Hijzelf. En dan draaien we dus de juiste volgorde om en gaan de goede dingen vóór de goede God. Dit is een heel subtiele vorm van afgodendienst. Want die kan heel gelovig worden verpakt. Dan zeg je: kijk eens wat de Here mij allemaal geeft: een fijn gezin, gezondheid, een baan, een huis, noem maar op. Maar van binnen weet je dat je toneel speelt. Want het gaat je niet echt om Hem. Je hart is vol van het geschenk, maar niet van de gever. Je contact met hem is minimaal, de deur van je hart blijft op een kiertje staan. Dat is vrome afgoderij. Die is prima vol te houden als kerklid. God kijkt er echter doorheen.
Natuurlijk bestaat er ook afgoderij die veel duidelijker opvalt. Die is meestal ook eerlijker. Dan zeggen jongeren bijvoorbeeld de kerk vaarwel. Ze zijn het zat om poppenkast te spelen. Omdat ze zich willen uitleven in wat ze zelf leuk vinden. Ook al weten ze heel goed dat God veel daarvan verboden heeft. Maar als je eenmaal de drempel over bent, dan maakt dat niet meer uit. Heel veel anderen doen ook gewoon waar ze zin in hebben en waarom ik dan niet? Als ik zin in seks heb, dan ga ik gewoon mijn gang, hoe dan ook. Als ik dronken wil worden, dan doe ik dat gewoon. Wie stelt mij de normen? Ik leef maar één keer en dat is nu. En daarom neem ik het ervan. Al die leuke dingen die te koop zijn, die wil ik beslist niet missen. Heel eerlijk. Heel duidelijk.
Maar ook heel tragisch en heel ellendig. Want David heeft gelijk. Wie de afgoden achterna loopt, stiekem of heel openlijk, die stort zich in diepe ellende. Want afgoden kennen geen genade. Ze zijn meedogenloos. Je geeft ze alles of ze maken je kapot. Afgoden gunnen je geen rust: ze jagen je op tot je erbij neervalt. Ze geven je ook geen echte bevrediging: ze nemen alleen maar van je en wat ze je lijken te geven dat houdt geen stand. Afgoden: ze zijn niet te genieten. Afgoden: ze zijn niet te genieten.
Augustinus, de bekende kerkvader uit de 4e eeuw na Christus, hij heeft heel wat gesnoept van al het lekkers dat deze wereld te bieden had. Hij heeft de afgoderij van binnen leren kennen, met alle ellende van dien. En hoor wat hij zegt als Hij zich aan God gewonnen heeft gegeven: "Onrustig is ons hart, o Heer, totdat het rust vindt in u." In Psalm 63: 3 zegt David: de trouw van de Here is beter dan het leven. En als het beter is dan het leven, dan is het ook beter dan alles wat het leven biedt. Dan bevredigen niet de dingen die Hij geeft, maar zijn heerlijkheid, zijn kracht, zijn wijsheid, zijn rechtvaardigheid, zijn goedheid en zijn waarheid. Dan bevredigt ook niet de plicht van de gehoorzaamheid als die niet opkomt uit het genieten van God zoals Hij is. Die rabbijn uit het begin, die liegt. Als je niet eerst in God gelooft, hem vertrouwt, zijn goedheid proeft en dus van Hem geniet, dan kun je de gehoorzaamheid aan hem wel schudden. David heeft dat ontdekt: Daarom kan hij zeggen: ik heb niets goeds behalve U. Alleen God kan voldoen aan jouw verlangen naar geluk en bevrediging. Ontdek het voor jezelf. Zoek niet verder. Zoek hem. Dat is pas genieten!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar