De geloofsbeleving in de psalmen (Deel 5: David bidt of hij de HERE weer mag eren)

Thema: David bidt of hij de HERE weer mag eren
Tekst: Psalm 51: 16-19
Tekstgedeelte(n): 2 Samuël 11
2 Samuël 12: 1-14
Psalm 51: 16-19
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren (1999)
Opmerking RJCV: De delen uit de prekenserie over De geloofsbeleving in de psalmen kunnen afzonderlijk gelezen worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Ps_03v09 - David verwacht alles van de HERE
2: Ps_30v12 - De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken
3: Ps_34v09 - David nodigt uit Gods goedheid te proeven
4: Ps_42v05 - Het geloof spreekt tegen je gevoel in
5: Ps_51v16 - David bidt of hij de HERE weer mag eren
6: Ps_52v10 - David is zeker in God voor altijd
7: Ps_142v04 - Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent
Extra: Inleiding op de prekenserie: De geloofsbeleving in de psalmen.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. Ps. 50: 4-6 (=geen uitwendige godsdienst(offers))
  3. Wet
  4. Ps. 50: 7
  5. Gebed
  6. Lezen: 2 Samuël 11
  7. Ps. 32: 2
  8. Lezen: 2 Samuël 12: 1-14
  9. Tekst: Psalm 51: 16-19
  10. Inleiding
  11. Ps. 51: 6
  12. Preek
  13. Ps. 51: 7
  14. Gebed
  15. Collecte
  16. Gez. 29: 2-4
  17. Zegen


Gebed 1

Grote en machtige God,

U bent vol liefde. Uw ogen zijn mild voor ieder die tot U komt. Uw oren staan open voor ieder die tot U spreekt. Zo spreken wij ook nu tot U.

En we moeten het U zeggen en belijden: we hebben gezondigd. Tegen U, U alleen, hebben we gezondigd en we deden wat kwaad was in Uw ogen. Als U ons leven ziet... Here, het kan voor U niet bestaan.

En, Vader, we zouden het graag goed willen maken. In onze beste momenten willen we ons leven voor U veranderen. We hebben het wel eens geprobeerd, maar het liep steeds weer stuk. Ja, in ongerechtigheid zijn we geboren, in zonde heeft moeder mij ontvangen. Het kwaad zit diep. Het zit helemaal door ons heen.

We bidden u om VERZOENING:
"Ontzondig met hysop, dan zijn we rein,
was ons in Christus 'bloed; dan zijn we witter dan sneeuw"

En we vragen U om VERANDERING:
"Schep ons een rein hart, o God
en vernieuw in ons binnenste een vaste geest;
verwerp ons niet van uw aangezicht,
en neem Uw Heilige Geest niet van ons;
hergeef ons de blijdschap over uw heil
en laat een gewillige geest ons schragen"

om U te eren en te dienen - te beginnen in de eredienst en vandaar uit heel ons leven.

Dit bidden we U in Jezus' naam.

Amen.


Geliefde gemeente van Christus,

Waar krijgt volgens u de HERE meer eer? In een 'praise-samenkomst' of in een gereformeerde eredienst?

Waar krijgt volgens u de HERE meer eer?

Nou, laten we het de bijbel eens vragen. Gods mening is uiteindelijk belangrijker dan wat wij vinden, nietwaar? En als je de bijbel leest, zie je hoe God eer wil ontvangen zowel door de belijdenis van onze zonden als door de lofprijzing van Zijn naam.

God krijgt de eer als je schuld belijdt. In de bijbel komt dat duidelijk naar voren in de geschiedenis van de val van de muren van Jericho. God legt de stad open. De rijkdom van die stad is dan ook voor Hem. Maar dan blijkt dat iemand toch van die rijkdom gepikt heeft. God wijst Achan aan. Hij heeft het gedaan. En dan zegt Jozua tegen Achan: "Mijn zoon, geef toch eer aan de HERE, de God van Israël, en doe voor Hem belijdenis..."(Jozua 7: 19). Door je fouten te belijden eer je God. Dat is de belijdenis van schuld vanuit je hart.

God wil eer ontvangen uit ons hart, maar net zo goed uit onze mond. Hij wil ook geprezen worden. Waar Zijn werk gezien en beleefd wordt, is ook vreugde. En dat is dan ook te zien en te horen. De verlossing mag ook uitbundig gevierd worden. Daar klinkt het lied van lof uit onze mond.

Beide elementen zitten in onze tekst: God wil Zijn eer zowel via onze mond als uit ons hart. Kijkt u maar in de tekst

[ Lezen: Psalm 51: 16-19 ]

Zo is de samenvatting van de preek. Het thema is:

David bidt of hij de HERE weer mag eren
  1. vanuit zijn hart
  2. via zijn mond


1. vanuit zijn hart
[ Zingen: Ps. 51: 6 ]

"Toen sprak David tot Natan: Ik heb tegen de Here gezondigd. En Natan zeide tot David: De Here heeft uw zonde vergeven" (2 Samuël 12: 13). Wie zijn zonde voor de HERE belijdt, wordt vrij gesproken - hoe erg je ook viel.

'Dat is geweldig' - zegt iemand - ' als God je vergeeft is alles achter de rug. Laten we de HERE loven en prijzen. Laten we een avondje gaan 'praisen', want de zonden zijn weg… laten we er niet meer aan denken'.

Psalm 51 is de psalm die dat soort gepraat als oppervlakkigheid veroordeelt. Want nadat David vrijspraak van zonden heeft gekregen, heeft hij deze psalm gemaakt. De HERE gaf vergeving, ja, maar nu beleeft hij vanuit Gods spreken hoe erg de zonde is die hij gedaan heeft. Hij doorleeft hoe ver weg hij wel niet is geweest.

En in dat proces ziet hij steeds duidelijker hoe erg die zonden waren. In het opnieuw beleven wordt het alleen nog maar erger. In onze tekst komt naar voren - wat zo in de psalm nog niet eerder gezegd is - dat het doodzonde is. 'Hij is de dood schuldig - er rust op hem bloedschuld'. Het bloed van zijn dienaar Uria - Batseba's man - die hij liet omkomen met een aantal soldaten - roept tot de HERE om wraak. David is in levensgevaar. Hij smeekt om leven: "red mij van bloedschuld, o God, God van mijn heil" (Psalm 51: 16).

En als hij doorleeft hoe erg het allemaal is, ziet hij dat uiterlijke godsdienstige handelingen je niet redden. David had na de moord op Uria geprobeerd de hele zaak in de doofpot te stoppen. Uiterlijk diende hij de HERE. Hij ging naar de tempel. Hij bracht daar offers. Maar nu beseft hij dat uiterlijke vertoon hem niet redden zal. David weet het: "Gij hebt geen behagen in slachtoffers, dat ik die geven zou; aan brandoffers hebt Gij geen welgevallen" (Psalm 51: 18).

Geen offer kan deze schuld goedmaken.

Als alles je uit handen geslagen wordt, ga je zien dat uitwendige godsdienst je geen steek helpt. Je kunt je offers brengen, je gebeden uitspreken, je kunt braaf naar de kerk gaan, maar daarmee komt de zaak niet goed. Daar is het te ernstig voor. Het is door ons op geen enkele manier goed te maken.

Gemeente, als wij door de genade van de Heilige Geest onze zonden leren zien, wil Hij ons tegelijk leren dat die zonde veel te erg is dat het van ons uit ooit goed zal komen. Dat is de complete cursus van de Geest over de genade.

Maar daar willen wij niet aan. Wij denken in onze hart dat de zaak door onze inzet nog wel te repareren is. Wij beloven na onze zonde de HERE beterschap. 'Here, ik deed het vandaag niet goed, maar morgen zal ik het beter doen'. Voelt u hoe onze trots hier weer de kop op steekt? Het hart is dan nog niet gebroken. Onze geest is nog eigenwijs genoeg om te denken dat je jezelf kunt veranderen.

David heeft dat losgelaten. Hij heeft gemerkt dat de zonde te erg is. En waar je gaat beseffen dat het nooit meer goed kan komen, breekt je trots. Daar word je eigendunk gebroken. In onze tekst gaat het over een "verbroken geest". Dat betekent dat hij er kapot van is. Er is niks goed te maken. Dat zijn "hart" verbroken en geslagen is, betekent dat hij in het diepst van zijn bestaan geraakt is. Alle goed voornemens zijn weg. Alle mooie praat om je leven te veranderen is stil. Je kunt niks meer. Je hebt niks meer, behalve… afkeer van jezelf.

Maar waar een mens zichzelf dan veracht, veracht God je niet. Dan neemt Hij je in liefde aan: "De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God" (Psalm 41: 19). Want daarin ontvangt God de eer.

Geef God de eer gemeente. David geeft God de eer van het verbroken hart. Dat is de eer voor God dat het alleen van Gods kant goed kan komen. Van onze kant is alles dan afgesneden. En waar ik buiten beeld raak, komt Christus in beeld. En zo krijgt Hij al de eer.

Ziet u hoe God de eer krijgt? Het begint in het hart. Daar moet onze trots gebroken worden. Kwam u al eens aan het eind met uzelf? Weet u waar het over gaat in de school van de genade? Waar al onze vroomheid de zaak niet meer redden kan, gaat Gods genade glanzen. Christus heeft alles gedaan. En laat ik niet met mijn werkjes Hem in de weg gaan lopen. Hij heeft het goedgemaakt. Niet ik red nog iets, maar Hij redt mij totaal. Gemeente - geef God de eer!

Dat was het eerste deel van de preek. Het thema is: David bidt of hij de HERE weer mag eren, 1. vanuit zijn hart,

2. via zijn mond

"Toen sprak David tot Natan: Ik heb tegen de Here gezondigd. En Natan zeide tot David: De Here heeft uw zonde vergeven: gij zult niet sterven, ofschoon gij door deze daad de vijanden des Heren zeer hebt doen lasteren…" (2 Samuël 12: 13-14).

Wanneer die woorden in de tijd daarna steeds door Davids hoofd malen, gaat hij zien hoe hij - door zijn gedrag - Gods naam getrapt heeft. Daar komt echt berouw. Echt berouw is niet alleen maar angst voor de straf, dat is niet alleen maar zorg over de gevolgen van de zonde, maar dat is de pijn dat je naam van een zo goede God en Vader door de modder hebt gesleept. En waar het in het berouw zo om Gods naam gaat, komt bij David het verlangen God ook weer te eren.

Dat blijkt ook in onze tekst. David bidt om Gods eer doordat de HERE zijn mond opent: "laat mijn tong over uw gerechtigheid jubelen, Here, open mijn lippen, opdat mijn mond uw lof verkondige" (Psalm 51: 16b-17).

"Here, open mijn lippen, opdat mijn mond uw lof verkondige" (Psalm 51: 17). Ja dan, als je mag zien dat God het doet. Als je opeens goed voor ogen krijgt, dat wat bij ons onmogelijk is, bij God mogelijk is. Als je de Here Jezus in je schuld ziet binnenkomen en alles goed ziet maken - dan... dan... breekt de verwondering en de liefde door in je hart. Wat is God goed. Hoe redt Hij zondaren. Genadig is Hij. En zo kom je tot een lied: een lied op genade - rijk en vrij. Die God moet - in ons lied en in ons leven - alle lof ontvangen. Hij is de beste liturgie waard…

Echte dank zoekt naar vormen in de liturgie om God te eren. Aan de houding van de HERE tegenover offers in het oude Verbond kun je zien hoe de HERE over de liturgie denkt. Wanneer offers een uiterlijke ceremonie worden, spuugt de HERE er op. Maar als een mens uit de dank voor Gods goedheid offers wil brengen, is Hij er blij mee. De bijbel leert ons Gods afkeer van uitwendige godsdienst. Maar wij lezen ook hoe blij Hij is met echte liturgie.

En dat is een goed uitgangspunt om over de vormen in de liturgie te praten: 'hoe kunnen we Gods genade grootmaken?' Veel praten over de liturgie smoort nu in discussies over wat voor mij goed is. De één zegt: 'het gaat er om dat ik me lekker voel in de kerk: daarom moet er nog heel wat veranderen.' De ander is het daar helemaal niet mee eens. Maar die redeneert wel precies hetzelfde: 'het gaat er om dat ik me lekker voel in de kerk; daarom vind ik dat er helemaal niks mag veranderen.'

Wie onder ons is het die Gods eer zoekt? Wie kent het verlangen dat Gods genade bij ons grootgemaakt wordt? Wie Gods eer zoekt, zoekt naar goede vormen, gezangen en allerlei mooie dingen in de erediensten om Vader in de hemel te eren. Geef God de eer - ook met uw mond.

En nu we de tekst gelezen hebben, stel ik als samenvatting van de preek nog een keer de vraag: waar krijgt volgens u de HERE meer eer? In een 'praise-samenkomst' of in een gereformeerde kerkdienst?

Het gaat niet alleen om de buitenkant. Het risico van dat 'praisen' is de oppervlakkigheid. De bijbel leert ons dat de echte godsdienst begint in het door schuld gebroken hart

Maar het gaat ook niet alleen om de binnenkant. Waar de genade beleefd wordt, komt de lof naar buiten. En dat mogen we laten zien en laten horen. Dat kunnen we van die 'praise-avonden' leren. Terecht zegt de jeugd van de kerk dat ze ook wel eens wat vreugde in de kerk wil zien. Terecht zeggen buitenstaanders dat je ook wel eens mag merken aan gereformeerden dat ze blij zijn met wat ze geloven.

Geef God de eer, gemeente. Het is te horen en te zien als Zijn lof centraal staat. Dat zag David. Hij zag aan het einde van Psalm 51 de toekomst van zijn grote Zoon, Christus. Hij zal alles goed maken. En vervolgens ziet David aan het eind van Psalm 51 de kerk van die grote Zoon. Die kerk is echt blij. Je ziet daar dat ze blij zijn:

"Jeruzalem, ik zie (!) een nieuw geslacht
opnieuw het feest van uw bevrijding vieren"

Amen.


Gebed 2

1. Lof: lof zij U Here Jezus, wiens liefde ons van alle smet bevrijdt; wij kunnen onszelf niet reinigen, wij komen er niet van af… tot U komt en ons reinigt.

2. Gebed: Vader, doe ons door Uw Geest beseffen wat een heerlijke bevrijdende boodschap het is dat we door Hem smetteloos zijn: alleen Zijn bloed reinigt van alle zonden

Doe ons steeds meer onze zonde en schuld beseffen, opdat we afleren het zelf te proberen, maar het van U alleen verwachten.

3. Voorbede: waar we op Christus' werk zien, weten we van Uw liefde die alle dingen doet meewerken ten goede = U laat ons niet aan de dingen van de dag over, maar U gaat met ons er in mee om er met ons bovenuit te komen = houvast van uw liefde - ook in ziekte
= lichamelijk [hier voorbeden voor zieken, om vertrouwen, herstel en teruggave aan gezin en ons als gemeente]
= geestelijk: [hier voorbeden voor hen die kampen met psychisch uit het lood geslagen zijn = Uw liefde ervaren om het leven van elke dag aan te kunnen met U]

4. Voorbede: jeugd van de kerk = gebed om besef van verlossing door Jezus alleen en instromen van liefde = de wet van U graag willen doen vanuit besef van liefde
= gebed catechisaties/ catecheten, bijbelstudie / leiders en leidsters = door Woord bekering
= gebed scholen = werk schoolbestuur = bij alle regelgeving de identiteit van de school bewaard blijft.

5. Dank = leven uit volbrachte werk = leven met lied:
"Ere zij aan U, wiens liefde
ons van alle smet bevrijdt…"

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar