God is altijd met je bezig en staat altijd voor je klaar

Thema: God is altijd met je bezig en staat altijd voor je klaar
Tekst: Psalm 139: 13-16
Tekstgedeelte(n): Psalm 139
Door: Ds. S. de Jong (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Assen-Kloosterveen)
Gehouden te: Nijega, Drachten, Blija, Assen, Niezijl, Buitenpost in de periode 1996-'99

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 139: 1, 3
Ps. 90: 1
Lezen Psalm 139
Ps. 139: 6-7
Tekst: Psalm 139: 13-16
Ps. 18: 1
Gez. 3
Gez. 40

Gebedspunten


Gemeente van Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,

Sommigen van u kennen misschien wel het boek '1984' van George Orwell.
Misschien hebt u het zelf wel eens gelezen, of er iets over gehoord van uw kinderen die hem voor hun lijst lazen. In dit boek uit 1949 (!) schetst de schrijver het leven van mensen onder een dictatuur, zoals hij dat in de toekomst voor zich ziet. Orwell tekent dan een kille en wantrouwende maatschappij, waar alles en iedereen permanent in de gaten wordt gehouden en onder controle staat.
Op alle hoeken van de straat en op alle aanplakborden hangen posters van de dictator - 'Grote Broer' genoemd - met daaronder als opschrift: 'Grote Broer houdt u scherp in de gaten'.
In alle kantoren en huizen bevindt zich verborgen elektronische apparatuur, tot in de slaapkamers en toiletten aan toe, waarmee de partij-bobo's de bewoners instructies kunnen geven en waarmee de bewoners ook, zonder dat ze het in de gaten hebben, kunnen worden afgeluisterd en begluurd.
Elke beweging, elke handeling, elk woord van de mensen wordt geregistreerd.
Het is een angstaanjagende wereld die Orwell in zijn boek tekent. Je proeft op iedere bladzijde de angst van de mensen voor de geheime politie die overal is.
Echt een schrikbeeld.

Sommige mensen hebben ook zo'n schrikbeeld van God!
God is voor hen vooral Degene die alles van je weet en bijhoudt, die alles van je ziet en hoort, voor wie je eens, elk woord dat je gesproken hebt, moet verantwoorden, die zelfs gebaren die je hebt gemaakt bijhoudt (denk aan Zondag 40 Heidelbergse Catechismus) en die, alsof het nog niet genoeg is allemaal, ook nog eens je gedachten kritisch in de gaten houdt (denk aan Zondag 44 H.C.).
Iemand als Luther bijvoorbeeld hield er in het begin van zijn leven zo'n schrikbeeld van God op na. Een beeld van God dat hem angst aanjoeg en onrustig maakte. Zo uitgesproken als bij Luther zal het bij niet veel mensen zijn.

Toch kunnen trekken van zo'n godsbeeld -onbewust- ook in ons denken een plaats hebben gekregen en ons doen en laten beïnvloeden.
Waarom geloof jij in God? Nou... anders ga je naar de hel!
Waarom gaan jullie twee keer naar de kerk? Moet van God!
Waarom doen jullie daar niet aan mee? Dat verbiedt de Here!
Waarom sloof jij je zo uit? Dat vraagt God van mij!
Typisch antwoorden die horen bij een dictatoriale, afstandelijke God, die eerder angst aanjaagt dan liefde en geborgenheid biedt.
Terwijl dàt voor God juist zó kenmerkend is. In Psalm 139 hoor je dat bijvoorbeeld.

De manier waarop daar over God wordt gesproken heb ik voor u en jullie samengevat onder het thema:

God is altijd met je bezig en staat altijd voor je klaar

Dat te weten

  1. wekt bewondering
  2. schept vertrouwen

1. Dat te weten wekt bewondering

Koning David zit op het dak van zijn buitenverblijf wat voor zich uit te mijmeren.
Zoals een mens dat soms kan hebben. Dan loop je in het bos, je rijdt in je auto of je zit in je slaapkamer en dan overvalt je ineens zo'n moment, dat je gaat nadenken over je leven: wat er allemaal gebeurd is, hoe het nu met je is en waar je nog voor staat.
Zoiets overkomt David ook. En er is heel wat gepasseerd in zijn leven waar hij over kan mijmeren. Mooie dingen: zijn koningschap, de bloeiende economie onder zijn regering, de vriendschappen.
Maar ook minder mooie dingen: de ruzies met zijn schoonvader (Saul), de breuk met zijn zoon (Absalom), de crisis in zijn huwelijk met Michal, de oorlogen die hij had meegemaakt, zijn overspel met Batseba, het sterven -direct na de geboorte- van hun kindje.
Hoogtepunten en dieptepunten hebben zich in Davids leven afgewisseld.
Als David -al mijmerend- al die gebeurtenissen als in een film aan zich ziet voorbijtrekken en daarop terugkijkt, moet hij één ding ruiterlijk erkennen. Bij alles wat is gebeurd staat één ding voor hem vast: 'God was altijd met me bezig.'
Zelfs -mijmert David verder- zelfs toen ik nog niet eens op deze wereld was, toen ik nog mij nog als embryo in de baarmoeder bevond, was God al druk met mij aan het werk. Toen was God bezig om mij te 'weven' zoals David het in het begin van onze tekst noemt.

Onze tekst hoort volgens sommige bijbeluitleggers tot de mooiste gedeelten uit de Bijbel. Ze bieden een dichterlijke en indrukwekkende beschrijving van het begin van het menselijk leven. Ook één die wat te zeggen heeft. Want zaken als 'hormonen', een 'eisprong', 'vruchtwater' en 'genen' zijn allemaal heel belangrijk en niet te verwaarlozen, maar achter dat alles -horen we David preciseren- zit God!

Sprekend, als je zojuist een kindje hebt gekregen: het "jullie zijn de vader en de moeder van ...", maar zijn of haar maker is: God! Het kind is in de meest letterlijke betekenis van het woord: een echt Godswonder. God heeft het kind in de buik van zijn of haar moeder laten groeien. Het is daar door Hem geweven' zegt vers 13.

De profeet Jesaja heeft het op een gegeven moment in zijn boek over het 'weven van spinnenwebben' (Jesaja 59: 5). Ik weet niet of u dat wel eens gezien hebt: draadje voor draadje gaat dat, heel zorgvuldig en precies komen al die ragfijne draadjes op de plaats waar ze zitten moeten en ontstaat dat kunstwerk.
Nou, met dezelfde precisie en zorgzaamheid heeft God het kind 'geweven'.
Toen zijn of haar leven nog maar net begon, was hij of zij nog veel en veel kleiner dan een speldenknop. Maar in dat kleine stipje dat hij of zij toen was, had Gód alles al in gestopt: dat hij of zij een jongen of meisje zou worden, de kleur van zijn of haar ogen, zijn of haar karakter, wat hij of zij goed kan en niet goed kan; God heeft dat er allemaal in 'geweven'. Als je daar eens over nadenkt, dan gaat het je duizelen.
Elk botje dat er in de weken erna bijkwam, kwam hoogstpersoonlijk van God. Hoor maar hoe David in onze tekst verder gaat: 'U zag elk van mijn botten, terwijl zij in het verborgene werden gemaakt'. Ook David duizelt het als hij daaraan denkt. De gedachten die hij op het dak van zijn buitenverblijf in hun greep hebben gekregen slaan om in bewondering voor en aanbidding van God.
Wat een God, die dat kan!

En denk nu niet dat David geen vragen heeft. Natuurlijk leven die ook bij hem wel. Is het niet nu dan komen ze op andere momenten wel opzetten. Bijvoorbeeld de vraag: hoe zit het dan met kinderen die geestelijk of lichamelijk gehandicapt geworden zijn? Kinderen die niet kunnen praten of bewegen, kinderen die in verpleegtehuizen verpleegd moeten worden?
David kende ze.
Mefiboseth -zijn zwager- was een hele goede vriend van hem. Ze aten samen geregeld. En dan zag David de rolstoel bij de tafel wel staan: Mefiboseth was namelijk aan beide benen verlamd (2 Samuël 9: 13). Wat is dan de rol van God…?
En uiteraard stelde David zichzelf ook wel de vraag: hoe zit het als je kind voor- of vlak na de geboorte is komen te overlijden? David en zijn vrouw Batseba hadden het zelf meegemaakt (2 Samuël 12: 18).
Die vragen kende David dus heus wel. Vragen waar hij zomaar geen pasklaar antwoord op heeft. Zulke antwoorden zijn er in veel gevallen ook niet.
Maar David maakt in Psalm 139 wel duidelijk: God staat niet buiten zulke situaties en Hij kent ook die kinderen.
En wij, die hebben gezien hoe Jezus met de dood en met gehandicapt leven omging, mogen daar gerust aan toevoegen: God kent juìst die kinderen... en hun ouders. Hij draagt juìst hen in hun omstandigheden op het hart. 'Koningskinderen'.
En kinderen die vroeg gestorven zijn mogen bij Hèm zijn. Volmaakt gelukkig!
Daarom kan -ook al heeft en geeft David nog geen antwoord op zijn vragen- bij hem toch de bewondering en de aanbidding voor God de boventoon voeren.
Vers 14: "ik loof U, omdat ik wonderbaarlijk ben toebereid, wonderbaar zijn Uw werken."

2. Dat te weten schept vertrouwen

Zoals dat -al mijmerend- zo vaak gaat, gaan Davids gedachten al verder met hem aan de loop. Vanuit zijn bewondering voor God vanwege het begìn van zijn leven, kijkt hij vervolgens naar het verdere verloop van zijn leven. En wat hij daarin opmerkt, maakt dat hij de toekomst van zijn leven met het volste vertrouwen tegemoet ziet.

Sommige mensen -als ze aan de loop van hun leven denken- geloven best dat God de wereld bestuurt, maar ze kunnen niet of nauwelijks geloven dat God ook hun leven bestuurt.
Hooguit misschien op de hoofdpunten (leven, sterven, ziekte en tegenslag), maar die gewone, alledaagse dingen van het leven - de dagelijkse zorgen, de opvoeding, de huishouding, dat God zich dáár ook mee bezighoudt, dat kunnen ze maar moeilijk geloven.
Toch doet onze God dat. God is - tot het kleinste detail van uw en mijn en jullie leven - met ons bezig. Die boodschap wil David in het vervolg van onze tekst ons meegeven. Gelet op wat hij al hééft gezegd, ligt dat trouwens ook wel voor de hand.
Als je hoort wat hij in de verzen 13 t/m 15 zegt over de precieze en minutieuze zorg die God bij het begìn van ons leven aan ons heeft besteed, dan is het toch gewoon ondenkbaar dat God, als we volwassen zijn geworden, zich opeens alleen nog maar op hoofdpunten met ons zou gaan bemoeien…?
Zo werkt dat niet. Daar doe je zoiets niet voor. Als je eenmaal iets hebt gemaakt, dan ben je daar zuinig op, dan pas je daar goed op.

Dat doen jullie toch ook kinderen? Stel je hebt iets heel moois van duplo of lego gemaakt. Een groot vliegveld of een haven met alles erop en eraan. Je bent er de hele middag mee bezig geweest en je hebt bijna alle blokjes gebruikt. Dan laat je, als je klaar bent, dat vliegveld of die haven toch niet ergens in de kamer slingeren? Dan ben je daar toch zuinig op? Dan zorg je er toch voor dat je kleine broertje of zusje het niet stuk kan maken? Daarvoor heb je toch niet zoiets moois gemaakt…?
Nou zo is het bij God ook. God heeft... ons allemaal eens, met heel veel zorg en precisie in de moederschoot geweven. Dan laat Hij natuurlijk vervolgens... en ons niet alleen, blijft Hij uiteraard zich niet opeens alleen op hoofdpunten met ons bemoeien. Nee, God is met ons, tot in de kleinste gebeurtenissen en voorvallen in ons leven. Dat is, wat Jezus bedoelt als Hij zegt: 'de haren van ons hoofd zijn door God geteld' (Matteüs 10: 30). God is zo groot dat niets Hem ontgaat. God is zo machtig, dat Hij zoveel aandacht voor een ieder van ons heeft dat het lijkt alsof wij zijn enigst kind op de hele wereld zijn.

Dat wordt door David in deze psalm heel concreet gemaakt. God kent mijn 'zitten' en mijn 'staan' zegt hij in vers 2. Nou, dat wil wat zeggen.
Als de dichter Coen Poort Psalm 139 parafraseert, begint hij zo: 'o God die mij zo kent! Gij hoort reeds aan het kraken van mijn stoel of ik onrustig ben en op zal staan...' Daarmee typeert hij haarfijn de sfeer die David hier oproept als hij schrijft: 'God kent mijn 'zitten' en mijn 'staan'.
Als je 's morgens je ogen open doet en opstaat... staat God je al op te wachten.
Als je aan tafel gaat zitten om te eten... schuift God bij je aan.
Als je kinderen op hun fiets gaan zitten om naar school te gaan... rijdt God met ze mee.
Als ze bibberend in de kleedkamer van het zwembad staat... is God daar ook.
God kent je 'zitten' en je 'staan'!
God onderzoekt ook mijn 'gaan' en mijn 'liggen' schrijft David in vers 3. Wat wil ook dat wat zeggen!
Als je thuis eenzaam ziek op bed ligt... houdt God zich met je bezig.
Als je naar de supermarkt gaat om boodschappen te doen... loopt God met je op.
Als een van je kinderen op zijn knieën ligt te bidden... luistert God met gespitste oren.
Als je in alle vroegte naar je (vakantie)werk gaat... gaat God met je mee.
God kent je 'gaan' en je 'liggen'.

God kent ook mijn 'gedachten'; Hij 'omgeeft mij van voren en van achteren' zegt David ten slotte in vers 5.
Minutieuzer kan niet. Zorgzamer bestaat niet. Wat een vertrouwen mag dat geven!
Als je net vader en moeder bent geworden.
Maar ook als je kinderen hebt die in de puberteit gaan komen.
Als je als puber over jezelf nadenkt of aan jezelf twijfelt.
Als je alleen bent.
Als je, na getrouwd te zijn geweest door echtscheiding of overlijden er weer alleen voor staat.
Als je ziek bent, lichamelijk of psychisch.
Als je vanuit het verleden met blijvende littekens zit.
Als je een drukke baan hebt met veel stress...
... God is altijd met je bezig; Hij is er altijd om je te helpen!
Elk moment van je leven!

Het slot van onze tekst -vers 16b- vat dat voor ons heel treffend samen met te zeggen: "Gods ogen zien niet alleen ons begin, maar in zijn boek staan alle dagen van ons leven opgeschreven."
Dat is hier een beeld. David bedoelt hiermee niet dat letterlijk onze levensloop door God lang geleden al op papier is vastgelegd, maar hij gebruikt hier een beeld om aan te geven dat God ons hele leven - van het begin tot het eind - overziet en daarin sturend bezig is en blijft. Niet maar op hoofdpunten, maar in alles.
David heeft het hier immers niet over de jaren van ons leven (zoals de Prediker dat wel doet), ook niet over de maanden van ons leven (zoals Job), maar over de 'dagen van ons leven': "Dag aan dag draagt Hij ons" zou David in Psalm 68 later ook zingen: iedere dag, elk uur van ons leven ligt bij God vast, is God bij ons. Wat een vertrouwen mag dat geven!

Niet dat er -als je dat weet en gelooft- geen tegenslagen in je leven meer te verwerken zijn.
Niet dat er geen -ook hele erge- moeilijke dingen en vragen op je af kunnen komen.
Maar te weten dat God bij je is, dat je levenslot in zijn hand ligt, dat Hij de agenda van je leven, die Hij al voor je geboorte hebt ingevuld, afwerkt, totdat jij je einddoel hebt bereikt: eeuwig leven met Hem! Dàt mag vertrouwen geven. Aan dìe God mag je je helemaal toevertrouwen.

Da's ook typisch het verschil met 'Grote Broer' uit '1984', waar ik het in de inleiding over had. Ook wij blijken te worden bekeken en nauwlettend gevolgd en in de gaten worden gehouden: onze woorden, onze daden, onze gedachten, dag in dag uit. Maar dat gebeurt niet door een dictatoriale, afstandelijke God, die alles van ons onthoudt en opslaat, en die als een examinator met een rood potlood in de aanslag klaar zit, om ook maar de kleinste foutjes te noteren om straks voor een cijfer te kunnen laten meetellen.
De machtige en overal aanwezige God, zoals ons die door David in Psalm 139 wordt voorgehouden, is duidelijk een God die ons kent, die aan onze kant staat en van ons houdt.

Niet dat er voor Hem geen zonden en fouten in ons leven te zien zijn.
Niet dat er voor God geen reden is om ons slechte cijfers te geven en te straffen.
Als het daarom zou gaan, dan hadden we met recht alle reden om God te duchten. Maar daar gaat het niet om. Want God -las ik bij een Bijbelverklaarder- kijkt naar ons 'door de bril van Christus en met de sterkte van Zijn liefde'. Christus wordt in deze psalm 139 niet genoemd. Maar in alles blijkt Hij aanwezig te zijn.
Omdat Christus onze kant gekozen heeft, kijkt God met plezier op ons neer en laat Hij ons niet alleen. Omdat wij Christus kennen mogen en durven wij ons, met al onze gebreken en tekortkomingen, met een gerust hart aan God toevertrouwen.
'Ik ben er zeker van, dat mijn leven en mijn sterven, dat welke machten en krachten er ook loskomen, dat wat in het verleden mij ook is overkomen of in de toekomst mij nog staat te gebeuren, dat mens of geest en welk hoogte- of dieptepunt ook, niets mij zal kunnen scheiden van de liefde van God, die vastligt in Christus Jezus, mijn Here!'

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar