De geloofsbeleving in de psalmen (Deel 7: Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent)

Thema: Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent
Tekst: Psalm 142: 4A
Tekstgedeelte(n): 1 Samuël 22: 1-5 en 1 Samuël 22: 24
Psalm 142
Door: Ds. H. Drost (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Houten)
Gehouden te: Haren (1999)
Opmerking RJCV: De delen uit de prekenserie over De geloofsbeleving in de psalmen kunnen afzonderlijk gelezen worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Ps_03v09 - David verwacht alles van de HERE
2: Ps_30v12 - De HERE wil dat in Davids huis zijn lof blijft klinken
3: Ps_34v09 - David nodigt uit Gods goedheid te proeven
4: Ps_42v05 - Het geloof spreekt tegen je gevoel in
5: Ps_51v16 - David bidt of hij de HERE weer mag eren
6: Ps_52v10 - David is zeker in God voor altijd
7: Ps_142v04 - Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent
Extra: Inleiding op de prekenserie: De geloofsbeleving in de psalmen.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. (Ochtenddienst: Ps. 3: 2 (God is om ons = verbond))
    (Ochtenddienst: Wet)
    (Ochtenddienst: Ps. 4: 3)
    (Middagdienst: Ps. 77: 1-4)
  3. Gebed 1
  4. Lezen: 1 Samuël 22: 1-5 en 24
  5. (Ochtenddienst: Ps. 57: 1-3)
    (Ochtenddienst: Lezen: Psalm 142)
    (Middagdienst: Lezen: Psalm 142)
    (Middagdienst: Ps. 57: 1-3)
  6. Tekst: Psalm 142: 4A
  7. Preek
  8. Ps. 142: 1-4
  9. (Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
    (Middagdienst: Ps. 142: 5-6)
  10. Gebed 2
  11. Collecte
  12. (Ochtenddienst: Ps. 142: 5-6)
  13. (Middagdienst: Ps. 34: 1-2)
  14. Zegen


Gebed 1 (uit: Gij roept, p. 14)

Hemelse Vader,
wij nemen onze toevlucht tot U;
in ons verdriet smeken wij U om vertroosting.

Here Christus, Man van smarten, sta ons bij. Troost ons in onze zonden met Uw wonden. Sterk ons op deze aarde vanuit Uw hemel, waar U in heerlijkheid bent, ons voorgegaan naar de troon.

O Heilige Geest, die in persoon de Trooster bent
doe naar uw Naam, stroom onze harten binnen
en heel ons nu wij zo gehavend zijn
vertroost ons nu wij zo verslagen zijn,

Keer ten goede, Here, ons leed,
laat uit de donkerte een licht geboren worden,
een ochtend dagen waarop wij uw lof weer zingen.

We vragen U: wees in uw liefde ons zeer nabij,
sterk ons geloof, geef goede hoop
en leg Uw vrede in onze harten.

Om Christus' wil,

Amen.


Geliefde gemeente van Christus,

Wij hebben het in onze welvaart goed - zo goed als nog niet vaak in de geschiedenis is voorgekomen. Toch worstelen in onze tijd veel mensen met psychische problemen - zo veel als ook nog niet vaak in de geschiedenis is voorgekomen. Depressiviteit... u kent het vast wel - uit eigen ervaring of uit uw omgeving.

Het komt ook in de kerk voor. Wij zijn net zo vatbaar voor psychische problemen als ieder mens. Maar vaak wordt het voor gelovigen extra moeilijk. Want psychische problemen geven ook geloofsproblemen.

Psychische problemen brengen ons ook in geloofsproblemen. Wie die in eigen leven of omgeving meemaakt of meemaakte, weet dat 't een verschrikkelijke ervaring is. Dat is de zwarte nacht, dat is een gesloten put.

David brengt dat onder woorden in onze tekst als hij zegt dat zijn geest in hem "versmacht". Dat is uitdrukking van die uitputtende moedeloosheid. Tegelijk grijpt hij erboven uit naar God. Hij zegt: "Wanneer mijn ziel in mij versmacht, kent Gij mijn pad". Dat is de bemoediging: God weet er alles van.

Ik vat het zo voor u samen:

Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent

  1. De moedeloosheid
  2. De bemoediging

1. De moedeloosheid

Psalm 142 is een "leerdicht van David, toen hij in de spelonk was. Een gebed". Dit is dus weer een psalm die via het opschrift deze psalm vastmaakt aan wat David heeft meegemaakt. Wanneer was hij in de spelonk?

Wanneer we naar Davids omzwervingen kijken, zijn er twee situaties, dat hij in de spelonk was, zoals we lazen in 1 Samuël 22 en 24.

Waar gaat Psalm 142 nu over? Gaat dat over de spelonk van Adullam of over de spelonk van Engedi?

Het lijkt mij dat er veel voor te zeggen is dat David deze psalm gemaakt heeft in de spelonk van Adullam. We lazen: "David ging vandaar weg en ontkwam naar de spelonk van Adullam" (1 Samuël 22: 1). Straks komen er wel mensen - zijn familie en anderen - maar nu is hij helemaal alleen... en verlaten. Dit is het dieptepunt: David is steeds meer alleen komen te staan.

Toen David op de vlucht moest voor Saul, ging hij naar de man Gods die hem gezalfd had, Samuël. Maar ook daar zat Saul achter hem aan. Van z'n beste vriend, Jonathan moest hij noodgedwongen afscheid nemen. Hij voelde zich zo opgejaagd dat hij zelfs naar de filistijnen in Gath ging. Maar ook daar is hij niet veilig. Nu is hij is totaal alleen. Dit is echt het dieptepunt…

En het is die eenzaamheid die typerend is voor Psalm 142. Eenzaam.

"Kijk ik naar rechts en zie ik uit
dan is er niemand die mij wil kennen
Voor mij geen toevluchtsoord meer,
niemand die zich om mij bekommert" (vers 5, BOT).

Je zo verlaten te voelen is iets wat je geen goed doet. David wordt er moedeloos van. Hij ziet er geen gat meer in. Dat zegt hij in onze tekst: "mijn geest versmacht in mij".

Dat werkt ook in je lichaam door. Als je je zo voelt, ga je je lichamelijk ellendig voelen. Als je zo moedeloos bent, heb je ook geen energie meer om wat te doen. Wie moedeloos is, wordt ook futloos.

Wat David hier tekent, noemen we in onze tijd 'depressiviteit'. Dat is dat mensen in de put van de moedeloosheid zakken. Ze missen de kracht om nog langer te vechten. Daar zijn verschillende oorzaken voor te noemen. Een depressie kan van binnenuit komen. Het kan ook ontstaan door iets van buitenaf. Zo'n depressie is een reactie. Dat is hier het geval in het leven van David. De vervolging door zoveel vijanden en dan de eenzaamheid in die spelonk van Adullam drukt hem in de put.
Een 'reactieve depressie' is een reactie op een pijnlijke gebeurtenis. Het kan bij voorbeeld ontstaan als iemand sterft. Wanneer je geliefde, je steun en toeverlaat plotseling wegvalt, kan er zo'n leegte ontstaan dat een mens de moed verliest. Denken wij daarin om elkaar? Beseffen wij de leegte die er bij een broeder of zuster kan optreden? Zijn wij als broeder en zuster er dan ook om steun te bieden, om te voorkomen dat iemand van ons te ver wegzakt?

Want wanneer je "geest in je versmacht" heb je geen moed meer. Je kunt niks meer. Je hebt geen enkele fut meer. Dat blijkt ook in de tekst

Zelfs als ik zo moedeloos ben, dat ik het niet eens meer onder woorden weet te brengen in een gebed, weet God hoe het met me is en Hij begrijpt wat ik er op los stamel. Want Gods Geest is gekomen -schrijft Paulus in Romeinen 8- in deze wereld. Hij hoort het zuchten van de schepping. Hij hoort het zuchten van Gods kinderen. En Hij Zelf - zucht mee tot God, waar wij de woorden niet kunnen vinden.

Paulus schrijft: "En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen" (Romeinen 8: 26).

Ook als wij moedeloos en futloos niet verder komen dan wat stamelen, is God er in ons gebed. De Geest komt -schreef iemand- "als een arend onder het moe gevlogen arendsjong. Om op te vangen. Ons woordeloos zuchten wordt Zijn onuitsprekelijk zuchten. Zo diep, zo hartstochtelijk. Zo vol heimwee: 'Kom, Heere Jezus'" (Den Boer op Romeinen 8)

Dat was punt één. De samenvatting van de preek is: Davids enig houvast was de HERE die zijn weg kent, 1. de moedeloosheid,

2. de bemoediging

Kenmerkend voor Psalm 142 is de diepe eenzaamheid. Na de vlucht uit Gath zit hij heel alleen in de grot van Adullam. Geen mens ziet naar hem om. Er is er nog maar Eén die weet waar hij is. David zegt: "Wanneer mijn geest in mij versmacht, kent Gij mijn pad."

Dat God Davids weg kent, betekent niet alleen maar dat God er van af weet en uit de hemel toekijkt. Nee, dat "kennen" betekent dat God dichtbij komt. Het gaat in de bijbel altijd om kennen in liefde. God weet Zich betrokken. Hij voelt Zich aan Zijn uitverkoren knecht verbonden.

David was - zeggen we tegenwoordig - 'depressief'. En één van de typerende dingen van een depressie is wat men wel noemde 'het gebrek aan perspectief'. Je ziet alles somber in. Er is geen greintje licht. Er is ook geen toekomst meer. Maar David brengt in de tekst zo mooi onder woorden dat waar je zelf geen toekomst meer ziet, God toekomst gééft.

Dat merkt David ook al heel snel - al in die spelonk van Adullam. Dat lazen we in 1 Samuël 22. Al snel bleek hoe God hem hielp.

De Here leidt hem. En God weet waar het heen gaat: naar het koningschap. En Davids koningschap gaat naar de Here Jezus Christus. En de Here Jezus Christus betekent licht in het donker, heil voor hulpelozen, moed voor moedelozen. Ja, God is goed.

Ziet u de bemoediging in die paar woordjes "de Here kent uw pad"?

Dat zegt Paulus ook in Romeinen 8. Dat is de uitspraak van het vertrouwen van het geloof: "Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn" (Romeinen 8: 28).

De bemoediging is dat hoe diep onze weg ook gaat, God leidt ons door de diepte naar Zijn hoogte. Dat is ook het uitzicht van Psalm 142. De psalm van de eenzame pijn eindigt in een vreugdevol samenzijn. Al biddend ziet David iets moois: "...de rechtvaardigen zullen mij omringen, wanneer Gij mij weldoet" (Psalm 142: 8).

'Ja - dat klinkt wel mooi - zegt u, maar ik merk er niks van. Het duurt al zo lang. Ik zie ook niet dat het veranderen zal. Ik zie nergens iets van Gods goede bedoeling met mijn leven…' Dat zijn opmerkingen die je nogal eens in de gemeente hoort - ook als mensen geen last hebben van een depressie of een gedeprimeerde stemming.

Als u niets van God merkt, onderzoek uzelf. Leeft u dicht bij God? Of leeft u zo slordig dat het lijkt dat Hij weggegaan is? Leeft u in ongeloof?
Of: zoekt u de HERE met verlangen? Hunkert u naar de tijd dat u ook zijn nabijheid weer eens mag proeven?

Als u moeilijke dingen beleeft, zodat u de moed kwijt bent, denk dan aan Davids woorden in onze tekst. Ook al ziet u de Here niet, Hij ziet u wel. "Wanneer mijn geest in mij versmacht, kent U mijn pad…"

Hij maakt alles goed - vaak boven bidden en boven denken. Laten we Hem daarom loven. Want loven leert ons in vertrouwen te geloven. Zoals Paulus deed:

Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid!

Amen.


Gebed 2

1. Lof:
U prijzen wij, machtige en eeuwige God, omdat u een ROTS bent. U bent er. Wat we ook voelen, wat we ook deden, U verandert niet. Als voor ons gevoel alles weg is, staat U er nog, Rots van Israël. Als door ons alles verzondigd lijkt, bent U er nog, Rots in de branding.

2. Gebed:
Here, geef ons meer geloof. Doe ons bij U schuilen. We denken wel dat we heel gelovig zijn als het ons goed gaat en dan belijden we op U te bouwen, terwijl we op andere dingen vertrouwen. En als U dat dan wegneemt - we worden arm, we worden ziek - lijkt het net of we alles kwijt zijn.

Here, geef ons meer geloof. Zet ons op de rots die nooit wankelt. Maak onze voeten vast in Uw spoor. Geef ons een zeker zicht op Uw verbond. Opdat we aan U vast mogen houden - door dik en dun heen.

3. Voorbede:
Geef geloof als we veel dingen van U krijgen.

We bidden U om dat geloof voor hen die los moeten laten

4. Dank / lof

Mozes riep uit: "ik zal de naam des Heren uitroepen; geeft grootheid onze God, De Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij."

Zo loven wij U ook: U bent er. Wat we ook voelen, wat we ook deden, U verandert niet. Als voor ons gevoel alles weg is, staat U er nog, Rots van Israël. Als door ons alles verzondigd lijkt, bent U er nog, Rots in de branding.

U zij de lof: nu en in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar