Simson (Deel 1: God geeft nieuwe kansen. Ook aan ons. Wees echt een (Sim)zonnetje!)

Thema:

De Here is bereid in donkere tijden via mensen die Hem volgen zijn licht aan te doen

Tekst: Richteren 13
Tekstgedeelte(n):

Richteren 10: 6-16
Richteren 13

Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 19 augustus 2001
Opmerking TdR:

De preken uit de serie Simson zijn bedoeld om in volgorde gelezen te worden. Deel 4 is gemaakt naar aanleiding van het verschrikkelijke gebeuren in de VS - deze kan ook los van de andere drie gelezen worden. Of eventueel eerst Deel 4 en daarna de andere drie in volgorde.
1: Simson 1 - God geeft nieuwe kansen. Ook aan ons. Wees echt een (Sim)zonnetje!
2: Simson 2 - God laat ons soms gaan en -genadig maar pijnlijk- vastlopen in onze halfslachtigheid!
3: Simson 3 - Een 'beresterke slappeling' - typerend voor een zwakke gemeente van de sterke God
4: Simson 4 - Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag?

Extra:

Inleiding op de prekenserie Simson.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 68: 8, 13
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 119: 19)
Gebed
[ voorafgaand aan de schriftlezing even inpraten als volgt: "na de intocht in Kanaän verlaat Israël de Here steeds weer; dan komen vijanden die het land plunderen en bezetten; als het volk dan tot de Here roept om hulp geeft Hij vaak redders/helpers/richters. Dat gaat zo steeds maar door - zelfs eentonig - totdat de Here het zat wordt. Dat lezen we in het bijbelgedeelte dat we nu gaan lezen." ]
Lezen: Richteren 10: 6-16
[ na de schriftlezing even de aandacht vestigen op vers 16b "de Here kan het niet langer aanzien als mensen die zich op Hem richten in de nood zitten. Wat een mooi woord; hierin laat God zich ook kennen" ]
Ps. 106: 16, 18 [ erbij zeggen: "hierin wordt het zondig gedrag van Israël bezongen en Gods goedheid" ]
Tekst: Richteren 13
Preek
Lied 285: 1-4
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3)
Gebed
Collecte
Ps. 68: 1-3
Zegen

Jongens en meisjes, er waren eens een vader en een moeder. Ze kregen een zoontje. Zij gaven hem toen de naam: zon, zonnetje. Waarom zouden ze dat doen, denken jullie?

Zonnetje in huis (verwachten veel vreugde van het kind)? Misschien waren ze wat hopeloos en somber. Het leven was donker en triest; maar door dit kind zou er iets gaan gebeuren.

Nou zo was het bij Simson (= zon). Z'n vader en moeder verwachtten veel van hem.
Want de Here zelf had hen laten weten: door dit kind zal Israël iets goeds gaan meemaken. Hoor maar aan het eind van vers 5c: "..." [ lezen: Richteren 13: 5c ]

Ja, de Israëlieten zijn al een poosje in de macht van de Filistijnen. Als ze geploegd en gezaaid hadden en alles begon te groeien en rijp was (het koren, de druiven, de sinasappels en de aardappels - noem maar op) - dan kwamen de Filistijnen en die pakken alles af. Ze spelen de baas in het land. Jaar in jaar uit.
Overal is armoede. En overal zijn de Filistijnen de baas.
Geen pretje. Een zware tijd.
En vroeger - als Israël bezet was door vijanden - dan hoorde je nog wel eens dat de Israëlieten riepen tot de Here, zich bekeerden. Maar daar lezen we nu niets van.
Ja, er zullen nog wel vrome mensen geweest zijn, maar de meeste Israëlieten dienden de Here niet echt. Terwijl in het land Kanaän toch eigenlijk de Here geëerd moest worden. Hij was toch Koning en had het land Kanaän toch aan zijn volk gegeven.
Manoah en zijn vrouw waren denk ik ook van die vrome mensen, die geregeld tot God baden om hulp. Verdrietig waren ze, omdat ze aanvoelden: het is onze eigen schuld als volk van God. De Here wil ons echt wel beschermen en bewaren en zegenen - maar als wij niet dicht bij Hem blijven, dan zijn God en wij niet meer één. En het volk als geheel luistert niet, of maar voorzover ze zelf willen. En vaak doen velen in het alledaagse leven, in vrije tijd en in de handel net als de heidenen.

In het land Kanaän woonden kerkmensen en heidenen door elkaar. En de vraag was: wie hebben de meeste invloed in het land Kanaän - de kerkmensen of de heidenen? Wie hebben de macht? De afgoden of de Here?
En natuurlijk wilde de Here dat het leven in heel Kanaän echt zou verlopen zoals Hij het wilde en voorschreef in zijn woorden en wetten. Een goed leven, met liefde voor elkaar en voor God. En Hij beloofde: als de Israëlieten zich daar echt serieus op zouden richten, zo echt zouden leven - nou dan zou de Here hen kracht geven en hun invloed zou in Kanaän al groter worden en het geloof in God dus allesbeheersend.
Maar... de Israëlieten leefden niet zo. Ze deden niet precies wat de Here zei en deden de dingen wel eens een beetje anders. En, wat de Amorieten en de Filistijnen deden, vonden ze ook wel aardig en ach, waarom moet het nou altijd anders? Nee, ze vonden het leven met de Here niet het mooiste en het belangrijkste. Daarom vonden ze zondige verkeerde dingen soms zomaar belangrijker. En zo ging het steeds verder mis.
Kijk, vers 1: "..." [ lezen: Richteren 13: 1 ]

Als we nu even naar Nederland kijken. In ons land zijn er tijden geweest dat het geloof in God grote invloed had. De geboden van God waren ook veelal de regels voor ons Nederlandse volk. Maar vandaag... Je hoeft alleen maar naar de huwelijkswetgeving te kijken. Je kunt de ene dag trouwen en de volgende dag scheiden als je dat wilt, zelfs zonder dat er een rechter aan te pas komt (flits-scheiden). En zo zijn er meer zaken te noemen. In Nederland doen de meeste mensen ook maar wat ze willen; zonder te rekenen met God. Terwijl dat echt wel anders is geweest. Je kunt ons land best vergelijken met Kanaän in de tijd van de Richters. Ook toen had Gods woord weinig invloed op het volksleven als geheel.
Waarom niet? Heel gewoon omdat veel gelovigen het niet zo nauw namen. Veel Israëlieten deden wat goed was in eigen ogen, wat ze zelf goed vonden. Heel veel Nederlandse christenen doen dat ook al lange tijd. Echt gericht zijn op een heilig leven met en voor de Here - het is nog maar een kleine minderheid. En je bent opvallend als je daar bij hoort en echt wandelt met God.
Samen met elkaar willen we dat ook als (kleine) gemeente. Ja toch? Samen met onze zusterkerken. Zo zijn er nog enkele kleine kerkverbanden in ons land. Maar de overgrote meerderheid van ons land en volk is gewoon heidens geworden.

Als je een beetje christen bent heb je daar verdriet van, net als Manoah en zijn vrouw in hun tijd. In die tijd waren het de Filistijnen die het leven moeilijk maakten; maar daarachter zat natuurlijk satan. Ook toen was er de geestelijke strijd: erkennen mensen God als Koning en luisteren ze naar Hem? Of geven ze in feite aan satan de macht en kiezen ze daarom vaak liever voor zonde, voor onrecht, voor eigenbelang in plaats van voor de liefde die God ons wil leren?

Toen God Israël al verder zag afzakken, gaf Hij hen over in de greep van de Filistijnen. Maar ze lieten zich zelfs daardoor niet meer waarschuwen - er waren er maar heel weinig die nog tot Hem riepen - je leest er niets meer van. En toch ging de Here toen nog iets doen.
Toch liet Hij de zon nog een beetje schijnen. Hij geeft weer een Simson.
Waarom? Ja waarom eigenlijk?
Jongens en meisjes? Broeders en zusters?

God is goed. Ontzettend goed.
In een land en volk wat bij Hem vandaan loopt, wil Hij nog iets laten zien van zijn macht en van zijn liefde. Dat Hij kan en wil redden.
Natuurlijk - God is boos op Israël - omdat ze zo ongelovig doen en ontrouw zijn. Maar Hij is echt een Vader. Ook toen. En het huilt in zijn hart, terwijl Hij ook boos is.
Net als bij ons als onze kinderen iets slechts of onrecht doen of bij ons weglopen. Dan kun je boos zijn, maar tegelijk kreun je: "o, mijn kind, waarom doe je dit - waarom maak je de relatie stuk, waarom loop je weg. Ik hou van je, je bent toch mijn kind en ik wil het liefste dat het goed is tussen ons. Kom terug, alsjeblieft".
Woede, boosheid en liefdevol verdriet - die gevoelens lopen heel vaak door elkaar heen bij God onze Vader.

Hij ziet zijn kinderen, Israël, als ondankbare honden bij Hem weglopen - Hij geeft ze dan voor straf in de macht van de filistijnen en ze hebben het zwaar. Maar tegelijk houdt God van zijn volk; het zijn mijn kinderen; hoe krijg ik ze zover dat ze hun hart weer aan Mij geven en naar mij luisteren zodat we weer echt samen verder kunnen?
En dan stuurt God een engel naar de vrouw van Manoah. Ze is onvruchtbaar. Het hopeloze van het volk Israël voelt zij om zo te zeggen dubbel. Ze is verdrietig om de situatie van Israël in Kanaän, maar ook nog eens verdrietig omdat ze geen kind kan krijgen en kan geven aan haar man. Dubbel verdriet. Waar leef ik voor? Wie zorgt er straks voor ons als we oud zijn? En daarna is ons leven als man en vrouw voorbij en wat blijft er over als we sterven? Niets; ons geslacht is dan gewoon weg; verdwenen.

Het is net als met Israël. Als er niets gebeurt dan is het hele volk straks doodgedrukt door de Filistijnen. Dan is er geen Israëliet over. De Filistijnen maken hen kapot.
Tenzij... tenzij de Here hun helper is... maar de Here kan alleen maar hun helper zijn en blijven als ze Hem vasthouden en Hem de leiding geven. De Here wil zijn volk niet verlossen en een prachtig leven geven als ze hun hart niet aan Hem geven. Niemand krijgt eeuwig leven, hemels leven, tenzij je je hart en ziel aan Hem geeft en gaat bidden: Uw Naam / Koninkrijk / wil... Daar gaat het om.
Dat was in het Oude Testament ook al zo.
Als Israël niet echt wil leven voor God geeft God zijn zegen niet of maar een klein beetje. En steeds probeert de Here opnieuw of mensen toch naar Hem willen luisteren - maar als ze niet willen... En zo zijn er landen waar eens kerken wáren, maar waar nu echt géén kerken meer zijn. En er zijn andere landen waar jarenlang geen kerken waren, maar waar een nieuwe generatie de kans wel aangrijpt die God geeft, doordat Hij zendelingen of evangelisten naar hen toestuurt. Er zijn landen waar velen zich bekeren. Ook vandaag. Maar Nederland lijkt daar nog niet bij te zijn.

God stuurt een engel naar Israël om een nieuw begin te maken. Om nog eens te laten zien: het kan anders. Er zal een kind geboren worden dat echt de Filistijnen aan kan en bevrijding kan gaan geven. Want God zelf wil dit kind gaan bezielen met zijn Geest. Dat betekent: Israël grijp uw kans.

Begrijp je nu waarom Manoah en zijn vrouw dit kind Simson (= zon) noemen. Hij is het lichtpunt voor het land Kanaän, voor Israël, voor de wereld, voor ieder die maar geloven wil.

Als Simson nou maar... luistert.
Zijn vader en moeder luisteren. Mama zal geen wijn of sterke drank drinken tijdens de zwangerschap. Het zal volkomen duidelijk moeten zijn dat geen aardse macht dit kind zal bezielen. Geen kracht opgezweept door alcohol, geen spirit uit de fles, maar de Spirit uit de hemel zal hem vervullen. Gods Geest zal zijn leidsman zijn.
Zoals de moeder zich heel precies aan God moet toewijden tijdens de zwangerschap, zo moet het kind het z'n hele leven doen: zich laten regeren door God. Hij moet altijd nuchter blijven: geen sterke drank. Hij moet zich echt houden aan alle wetten omtrent eten en drinken zoals Mozes dat geboden heeft als een training om echt in alles naar de Here te luisteren. Zuiver leven voor God; jezelf beheersen; niet leven zoals heidenen om je heen; echt heilig leven.
En ten slotte: z'n haar laten groeien. Niet knippen. Wat betekent dat? Heel gewoon: Simson zou opvallend anders zijn dan anderen. Niemand leefde - ook toen niet - met zo'n haardos als Simson. Het zal misschien tot de grond gehangen hebben en daar vanzelf afgesleten zijn. Als hij iets moest doen zal hij het opgebonden hebben, denk ik. Maar zijn haardracht maakte hem tot een opvallend man. Simson, wil je opvallend anders zijn, als Nazireeër, als knecht van God? Weet dat je opvallend anders bent! Je bent een knecht van God. Gods Geest is in je. Wees heilig, want je bent heilig. Je hoort bij God en God is heilig.

Even naar ons toe: sinds Pinksteren hebben óók wíj allen de Heilige Geest in ons. We zijn kinderen van God dankzij het bloed van de Here Jezus dat Hij liet vloeien op Golgota aan het kruis. Daarna gaf Hij zijn Geest in ons. Wat voor Simson gold, geldt in feite algemeen voor ons allen. In onze omgeving zijn wij Nazireeërs; dienaren van God. Als volgelingen van Jezus zijn we toch beschikbaar voor Hem - elke dag. Medewerkers van Hem.
En Paulus zegt ook tegen ons: wees niet vol van drank maar van de Heilige Geest. Laat je leiden door Hem.
En ergens anders zegt hij: jaag naar een heilig leven in alles; jaag naar de heiliging, want als je dat niet doet zul je het koninkrijk van God niet zien (Hebreeën 12: 14); leef dus echt overeenkomstig de woorden van God. Zuiver.
En weer ergens anders laat hij horen: mensen leef anders; gij geheel anders, jullie hebben Christus leren kennen en de Heilige Geest; wandel dan door de Heilige Geest en laat je niet leiden door het vlees.
Wees bereid om anders te zijn; om op te vallen door jouw manier van praten of doen. Kom er voor uit dat je een christen bent met lichaam en ziel. We zijn in feite allen Nazireeërs, zoals Simson op Oude Testamentische manier.

God sloot in feite een verbond met de ouders van Simson: zijn belofte was: "Via jullie ga Ik werken; jullie zullen een zoon krijgen en die zal het volk beginnen te verlossen van de vijanden". En zijn eis is dan heel gewoon: "werk mee; doe wat de Here zegt; leef echt met God; en leer dat je kind ook; dan zul je het meemaken hoe machtig God kan en wil helpen; ja dan gaat mogelijk de hele situatie in Kanaän veranderen".

Zou dat ook niet een belofte voor ons zijn in de 21e eeuw? Ik denk het wel. Belooft Jezus ons niet dat wie in Hem blijft veel vrucht zal dragen? Zo geeft Hij veel beloften van zegen als we echt voor Hem leven.
En de situatie in Kanaän en Israël was echt niet zoveel anders dan vandaag in Nederland. Kerk en wereld leefden ook toen dwars door elkaar. En de godloosheid heeft ook zwaar de overhand, de grootste invloed in Nederland. Ons land wordt gekenmerkt door doorgeslagen verdraagzaamheid: alles moet kunnen en alles kan. Ieder moet kunnen doen wat goed is in eigen ogen. De gevolgen van dat ongeloof worden al meer vertaald in wetgeving en vermaak.
Hoelang zal het nog duren voor onrecht en onderdrukking meer en meer gangbaar gaan worden?

God wilde Israël nog eens laten zien dat het anders kon. Hij liet zijn licht schijnen - door een nieuw licht, een zon te geven: Simson. Heel duidelijk wilde God laten merken dat het echt anders kan; ja, dat Hij het echt anders kan en wil maken in Kanaän, waar satan door middel van de Filistijnen zo'n macht had en de kerk bijna dooddrukt.
Waarom zou God vandaag in Nederland niet nog eens willen laten zien dat het anders kan? Waarom zou Hij niet willen helpen om zijn koninkrijk weer te doen groeien / komen ook in Nederland? Wie weet. Laten we Hem er om smeken - dagelijks er om bidden. En laten we echt heilig leven - daar echt op gericht zijn. Wie weet, wat God nog gaat doen en zal geven. Leer je kinderen daarom van jongsaf met eerbied over de Here te praten en met vertrouwen.

Wie weet wat Hij met onze kinderen nog gaat doen, in Nederland. Jongens en meisjes; doe je schoolwerk als kind van God; wandel met Hem. God reageert echt op hoe WIJ doen.
We hebben een God die de wereld zo lief had dat Hij zelfs zijn Zoon er voor de dood in liet gaan (Johannes 3: 16). Bij die wereld hoort toch ook Nederland.
Laten we daarom bereid zijn en de durf opbrengen om geheel anders te zijn - echt te leven voor de Here - misschien zelfs wel opvallend anders als het nodig is. Ook al vallen we dan uit de toon.

Als kerk willen we toch leven voor de Here, voor zijn Naam, voor zijn koninkrijk; we bidden toch: Uw wil worde gehoorzaamd, in alles.

Laten we zo allen bereid zijn om zonnen te zijn, zonnetjes, Simsonnetjes - Nazireeërs. Richteren 13 laat ons horen: de Here is bereid in donkere tijden via mensen die Hem volgen zijn licht aan te doen; zijn licht; hemels licht. Er is hoop, ja, ook voor Nederland. Laten ook wij dat geloven en dáárvoor ons leven inzetten.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar