Simson (Deel 3: Een 'beresterke slappeling' - typerend voor een zwakke gemeente van de sterke God)

Thema:

Zijn wij echt anders dan Simson en de meeste Israëlieten toen? Ook het Avondmaal stelt ons steeds de vraag: Willen wij alles doen voor Gods koninkrijk? Is het koninkrijk van God het belangrijkste voor ons? Wilt u / jij gaan voor Jezus en voor God?

Tekst: Richteren 15
Tekstgedeelte(n):

1 Korintiërs 10: 13
Richteren 15

Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 2 september 2001
Opmerking TdR:

De preken uit de serie Simson zijn bedoeld om in volgorde gelezen te worden.
Deze preek, Deel 3, is te gebruiken als voorbereiding op het Avondmaal, maar ook geschikt voor andere gelegenheden: we zijn tenslotte alle weken als kerk een avondmaalsgemeenschap.
Deel 4 is gemaakt naar aanleiding van het verschrikkelijke gebeuren in de VS - deze kan ook los van de andere drie gelezen worden. Of eventueel eerst Deel 4 en daarna de andere drie in volgorde.
1: Simson 1 - God geeft nieuwe kansen. Ook aan ons. Wees echt een (Sim)zonnetje!
2: Simson 2 - God laat ons soms gaan en -genadig maar pijnlijk- vastlopen in onze halfslachtigheid!
3: Simson 3 - Een 'beresterke slappeling' - typerend voor een zwakke gemeente van de sterke God
4: Simson 4 - Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag?

Extra:

Inleiding op de prekenserie Simson.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 119: 1-2
(Morgendienst: Wet)
(Morgendienst: Ps. 119: 3)
Gebed
Lezen: 1 Korintiërs 10: 13
Lied 48: 7
Preek (tijdens de preek lezen we de tekst: Richteren 15 - zie aanwijzingen in de preek)
Ps. 101: 1-3
Gebed
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis: Gez. 3 of 4)
Collecte
Lied 48: 2-4
Zegen

Waarom laat Simson zijn haren groeien? (eventueel vragen aan kinderen)
Omdat de Here gezegd had dat dat moest. Het was een teken dat hij een bijzondere knecht van God was. Hij zou Israël bevrijden; voor hen vechten tegen de Filistijnen. Simson wist dat.
Maar Simson doet dan net het omgekeerde - luistert ook niet als God hem dan waarschuwt met die brullende leeuw. Nee, Simson gaat juist vriendschap sluiten met de vijanden: trouwen met een Filistijnse vrouw; wordt familie van hen.
Het lijkt Jona wel. Die moest van God naar Ninevé om die stad te waarschuwen. Maar Jona gaat juist de andere kant uit. Zo doet Simson ook.

God laat deze eigenwijzerik gaan, maar roept hem terug. Tijdens het huwelijk wordt Simson door de bruiloftsgasten bedrogen - zelfs zijn eigen vrouw verraad hem. Simson wordt woest en slaat dan een stel Filistijnen dood. En zo begint deze man dan toch te doen wat God wil: vechten tegen de vijanden van Israël.
Je denkt dan dat Simson zijn lesje geleerd zal hebben. Maar nee.
We gaan nu lezen Richteren 15: 1-8. Lees aandachtig mee en vraag u af: wat valt u op?
[ Lezen: Richteren 15: 1-8. Eventueel aan de kinderen vragen en ook aan ouderen; dan er ook wat van zeggen. ]

'Wat valt op…?'
Drie punten wil ik aanwijzen:
1. Simson is een slappeling. Hij wist nu toch wel heel duidelijk dat vriendschap sluiten met de Filistijnen niet Gods bedoeling is.
"Jawel, maar ik wil zo graag toch weer bij die Filistijnse vrouw zijn - met haar vrijen". Zijn verliefdheidsgevoel is er weer. "Enne..., zij is nu toch mijn vrouw?!, dus..."
"Jawel, maar wees eerlijk Simson - na je huwelijk ben je zelf woedend weggelopen; je wilde niets meer met haar te maken hebben, met die verraadster. Je doodde zelfs dertig van haar volksgenoten. Je wilde haar niet meer".
Helaas - verliefdheidsgevoelens maken vaak blind. En tegen het verlangen van zijn eigen lijf wil Simson blijkbaar geen nee zeggen. Lichamelijk is hij beresterk; maar geestelijk is hij een slappeling. Zijn zin, zijn hartstocht (zoals we dat noemen) is hem de baas: zichzelf beheersen kan en wil hij blijkbaar niet.
Dat krijg je, als je niet echt kiest voor de Here. Dan kunnen verkeerde, zondige lusten je zomaar de baas worden. Dan word je zomaar onverstandig en loop je gevaar jezelf ellende te bezorgen. Onze gevoelens zijn een heel mooi deel van ons leven, door God geschapen. Maar God wil dat we als mensen naar Hem luisteren en onszelf beheersen. Zo zullen we ook gevoelsmatig Gods kant uit gaan ontwikkelen. Hij wil zo bewerken dat wij echt plezier gaan krijgen in het doen wat God zegt; dat we lust krijgen in Gods geboden (Ps. 119: Hoe lief heb ik uw wet).
Simson kiest nooit echt voor de Here en wordt daardoor een zwabberaar. Jawel, hij wilde de Here wel dienen, maar… het moet niet teveel inspanning vragen (m'n haren laten groeien, oké, maar verder). Hij is geestelijk een slappeling. En dat kostte hem ten slotte zijn leven.

2. Het tweede opvallende is dat Simson echt ongeestelijk bezig is (zonder God). Hij redeneert gewoon als mens en niet als kind van God. Vraagt niet: wat wil God? Hij reageert maar. Doen de Filistijnen iets wat hem niet aanstaat, dan ramt hij er direct op los. Hij laat zich sturen door gevoelens van boosheid en wraak. Doen de Filistijnen dingen die hij, Simson, niet leuk vindt - hij zal ze! Eigenlijk gaat het steeds om zijn eigen persoonlijke belangetjes. Niet voor God maar voor zichzelf. Heel kortzichtig. Als de Filistijnen het hem naar de zin zouden maken - nou dan was hij gewoon hun vriend. Dan hoefden ze niet bang voor hem te zijn.
Simson denkt niet aan Gods plannen om Israël te bevrijden. Hij is blij met de grote kracht die hij van God gekregen heeft; maar hij gebruikt die gave gewoon voor zichzelf en voor eigen plannen. Zijn leven draait niet om God maar om hemzelf. Simson leeft niet voor Gods werk maar voor zichzelf. Hij is feitelijk een grote egoïst.
Dat is erg - zoveel kracht, gaven van God ontvangen en toch voor jezelf leven.
Later kom je dat ook tegen bij christenen - in Korinte. Veel geestelijke gaven (gaven van genezing, van tongentaal, van profetie, enzovoort), maar ze gebruikten het tot hun eigen eer. Dan zegt Paulus: al had je alle geestelijke gaven die er maar zijn, maar je hebt de liefde niet - dan ben je waardeloos en kom je Gods rijk niet in.

(Tussen haakjes: bij het Avondmaal vraagt de Here nadrukkelijk: jij, je wilt toch echt voor Mij leven? Aan het Avondmaal komen mag alleen als je zegt: ja Here, ik wil me in alles laten regeren door U! Ik wil en zal al mijn verlangens wegdoen, die tegen U in gaan. Ik wil niet leven zoals Simson. Nee, ik wil me door U laten waarschuwen door die geschiedenis. "Heer, alstublieft, vergeef mijn ongehoorzaamheden en kom alstublieft in mijn hart, als koning van mijn leven; U bent mijn Koning en ik wil in alles U volgen en gehoorzamen. Ik wil graag mezelf beheersen voor U, zodat ik in alles ga doen zoals U, ga lijken op U, doen wat U zou doen". Wie zo komt aan de tafel ontvangt Jezus in brood en wijn. En Jezus komt echt bij je binnen.
Het verlangen en de belofte om vóór Jezus te willen leven in alles, hoort bij het Avondmaal; is voorwaarde! Want dat is het waar het de Here Jezus in uw leven om gaat.
M'n broeders en zusters, jongens en meisjes, beloof vandaag eerlijk aan de Here: ik wil helemaal voor U leven, in alles. Zeg maar heel simpel: "Dat wil ik; help me Here Jezus".
Als u daar moeite mee hebt, blijf dan niet zomaar weg bij het Avondmaal, maar laat het mij of een van de ambtsdragers eerlijk horen; want dit is echt de voorwaarde. Dit moeten avondmaalgangers allemaal als levenshouding hebben).

3. Het derde opvallende dat - ondanks het slappe en geesteloze bij Simson - de Here hem toch grote kracht blijft geven. Waarom?
Zou het niet eenvoudig zijn, opdat iedereen die dit hoort en ziet zal zeggen: wat stom van Simson. Dit is een van de raarste en domste dingen die je kunt doen - dat je in staat bent grote dingen te doen, maar je blijft met kleine dingen bezig.
Simson is in staat met Gods hulp alle Filistijnen te verjagen en zijn volk te bevrijden van alle vijanden. Maar hij blijft alleen maar bezig met zichzelf en overwint dan wel een stel Filistijnen, maar lang niet zoveel als gekund had.
De kracht voor een nieuw leven voor hem en Israël ligt voor het oprapen. Maar Simson gebruikt die kracht alleen voor zichzelf en eigen belangen. Dat is dom. Maar zo dom is heel Israël steeds maar weer. Ze hebben een machtige God die echt sterker is dan welke vijanden ook en die ongelooflijk kan zegenen en sterk kan maken tot en met. En Hij wil dat en beloofde dat. Maar hoewel Israël om zo te zeggen de zegen voor het grijpen heeft - laten ze de bron van zegen en kracht los; lopen ze bij God vandaan. Dat is het trieste en domme van de geschiedenis van Israël. Ze worden ontrouw, aanbidden Hem niet meer, gehoorzamen Hem niet echt - en dan wordt het bestaan een ramp.
Israël had geen bovenmenselijke verzoekingen of moeiten te doorstaan. Er waren geen situaties en vijanden die ze niet aankonden; ALS ZE MAAR dicht bij God bleven. Natuurlijk zouden ze ook wel moeiten meemaken, zelfs wel zware. Maar in die moeiten zou God laten merken hoe Hij groter is dan de nood en hen zou helpen en zou laten overwinnen.
Maar Israël als geheel deed net zo dom als Simson. In zijn geschiedenis zie je Israël. Dezelfde domme mentaliteit van ongeloof en van niet willen vertrouwen op God en niet echt willen kiezen voor God.
Israël was machteloos in de handen van de Filistijnen. Hoewel God geregeld liet zien hoe machtig Hij is. Ook weer in het leven van Simson: hij vangt zomaar een heel stel vossen (300 staat er; onvoorstelbaar veel). Hij slaat daarna de Filistijnen die zijn vroegere vrouw en haar vader gedood hebben allemaal de ruggengraat kapot. Niemand kan Simson tegenhouden. Ongelooflijk, wat een kracht zit er in Simson. Dat is goddelijke kracht. Ja, inderdaad. Maar Simson zet die kracht niet in zoals God graag had gewild. Zodoende bleef Israël nog onder de macht van de vijanden. Het kwam niet verder dan wat persoonlijk geruzie waarbij dan wel veel doden vallen, maar niemand zag dit als een strijd van de Here. Want Simson praatte daar niet over en het volk dacht ook alleen maar aan eten, drinken, rust en zoveel mogelijk vrede.
Zo Simson, zo Israël - ongeestelijk, kortzichtig. Hun God is onoverwinnelijk. Maar Israël ziet het niet, want ze kijken zo weinig naar God en vergeten wie Hij is.
Datzelfde gevaar lopen wij. Dat ook wij vergeten dat we kinderen van die grote machtige God zijn en te weinig over Hem denken. Dan kunnen we in allerlei omstandigheden en problemen zomaar hopeloos worden en denken dat het niet goed gaat met ons. Terwijl God laat weten: Ik ben bij je; niets kan je scheiden van Mijn liefde. Nee, echt: je hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En als het wel zo voelt, weet dan: God is trouw en zal je helpen en zorgen dat je niet boven vermogen verzocht wordt. Het is ongelooflijk, maar waar.
Laten we nog eens even lezen 1 Korintiërs 10: 13. [ Lezen: 1 Korintiërs 10: 13 ]

Bij het Avondmaal zegt de Here Jezus nadrukkelijk tegen ons: Ik gaf mijn leven voor jou aan het kruis. Ik ging de hel in, voor jou. En alle pijn, verleidingen en aanvallen van satan heb ik overwonnen; Ik hield het vol, bleef trouw aan God de Vader en zo overwon Ik. En ik kom naar je toe - in brood en wijn. Ik die alles overwon wil in jou komen, in jou hart, om je te helpen ook trouw te blijven in al je omstandigheden. Ja ook als jij denkt dat het onmogelijk is en bovenmenselijk - geloof me, het is niet waar. Ik ben bij je en help je. Echt waar, zo zeker als je brood en beker vasthoudt en ervan eet en drinkt. Ik, Jezus, Ik beloof je dat. Dat grote gebeurt hier in de kerk, met dat simpele stukje brood en die beker.

En Jezus vraagt: wil je zo op mij vertrouwen - ook in de grootste moeiten?
Denk aan Mij, als je bezorgd bent, als je ziek bent; als je onrecht moet lijden of pijn of verdriet. Ik ben bij je. En door Mij ben je sterker dan de dood.
Geloof dat. Dat geloven - dat kost weleens inspanning. Dat noemen we de strijd van het geloof. Daar gaven Simson en Israël vaak veel te weinig aandacht aan. Zij leefden meer met voor het aardse genot en plezier en te weinig met God. Het gevolg was dat ze wel zegeningen ontvingen maar lang niet zoveel als ze zouden kunnen ontvangen.
Israël was rijk met God. Maar ze zagen vaak hun rijkdom niet - door ongeloof of kleingeloof - en leefden daarom vaak arm.
Simson was sterk - maar leefde als een geestelijke slappeling.
Simson zocht daarvoor zijn hulp niet bij de Here en wilde liever voor zichzelf leven.

Laten we nu het vervolg lezen: Richteren 15: 9-20. [ Lezen: Richteren 15: 9-20 ]
Het volk Israël leverde Simson gewoon over aan de vijand. Ze zeggen niet: hé, Simson, laten we onder jouw leiding de Filistijnen verjagen. Nee, ze leven zonder God en met de Filistijnen.
Dan geeft de Here Simson nog eens grote kracht. Hij slaat dat hele leger van de Filistijnen stuk. Duizend doden, door één man. Ongelooflijk. Kijk dan toch Israël. Zie uw God.
Israël is niet machteloos! Dat is Israël nooit.... ALS ze maar op de Here vertrouwen en echt voor hem leven.
Dat wordt weer duidelijk zichtbaar. God schreeuwt het in dit gebeuren zijn volk als het ware toe: mensen zie je niet dat Ik jullie echt kan verlossen. Bekeer je en leef echt met Mij. Dan zul je het beleven.
Maar wat doet Simson? Hij roemt zichzelf. IK heb ze verslagen met een ezelskaak. Dan dreigt de Here hem dood te slaan. Hij sterft bijna van de dorst.
En dan... O ja, de Here alleen kan helpen; en Simson begint eindelijk te bidden. En de Here is genadig en geeft een waterbron. Maar als Simson dan een naam geeft aan die bron - geeft hij dan de eer aan God? 'Bron van de roepende' noemt hij hem. Maar die naam trekt meer de aandacht naar de roeper Simson dan naar God. Waarom gaf Simson niet als naam: "Bron van de machtige en genadige God?". Simsons denken blijft om zichzelf draaien en hij vergeet weer dat God zijn kracht was en is.

M'n broeders en zusters - leeft u echt voor God en niet voor uzelf? Nooit is het ónze kracht of organisatie. God is onze kracht. Hij kan ons zelfs onoverwinnelijk maken. Ook in onze omstandigheden en ook in Nederland. Ook al zijn vandaag de Filistijnen (het ongeloof) machtig.
Leven wij echt met God? Zijn wij niet te druk met onze aardse belangen en te weinig met de vraag hoe we samen iets van God en zijn koninkrijk zichtbaar en ervaarbaar kunnen maken? Tot zulke vragen dwing deze geschiedenis ons.
Gaan wij er hier echt voor om als gemeente kerk te zijn zoals Jezus wil? Als een stad op een berg? Of willen we God wel dienen, maar zijn ook wij, net als Simson en de Israëlieten vaak drukker met ons eten en drinken en welzijn; met het bouwen van ons aardse bestaan en gáán we niet echt voor Gods huis?
Denk daar echt over na.
De geschiedenis van Simson en Israël stelt u die vraag. Zijn wij echt anders dan Simson en de meeste Israëlieten toen? Ook het Avondmaal stelt ons steeds de vraag: Willen wij alles doen voor Gods koninkrijk? Is het koninkrijk van God het belangrijkste voor ons? Wilt u / jij gaan voor Jezus en voor God?

Om die levenskeus in ons sterker te maken, geeft Jezus ons geregeld brood en wijn. Hij, Jezus, leefde helemaal voor God - Hij wil bewerken dat ook wij helemaal gaan leven voor zijn God en Vader. Wil je dat?
Wie Avondmaal viert zegt: Ja, Here Jezus, dat wil ik. Maak mij een beeld van U.
Broeders en zusters, jongens en meisjes, zo bewust Avondmaal vieren is een zegen.
Zo leven is een zegen.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar