Simson (Deel 4: Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag?)

Thema:

Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag? Hoe is God erbij betrokken en wil Hij ons daarmee iets zeggen?

Tekst: Richteren 16
Tekstgedeelte(n):

Psalm 33: 8 en Psalm 33: 13-15
Richteren 16

Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Enkhuizen op 14 september 2001
Opmerking TdR:

De preken uit de serie Simson zijn bedoeld om in volgorde gelezen te worden.
Deel 4 is gemaakt naar aanleiding van het verschrikkelijke gebeuren in de VS - deze kan ook los van de andere drie gelezen worden. Of eventueel eerst Deel 4 en daarna de andere drie in volgorde.
1: Simson 1 - God geeft nieuwe kansen. Ook aan ons. Wees echt een (Sim)zonnetje!
2: Simson 2 - God laat ons soms gaan en -genadig maar pijnlijk- vastlopen in onze halfslachtigheid!
3: Simson 3 - Een 'beresterke slappeling' - typerend voor een zwakke gemeente van de sterke God
4: Simson 4 - Wat zeggen de puinhopen in New York en Washington de wereld en ons vandaag?

Extra:

Inleiding op de prekenserie Simson.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 34: 5-6
(Ochtenddienst: wet [ vraag de gemeente de wet deze keer te leggen naast het leven van ons land en volk, en van allerlei volken; dan voel je dat al grotere spanning aan het groeien is tussen de hemel / God en de aarde ])
(Ochtenddienst: Ps. 19: 3)
Gebed
Lezen: Psalm 33: 8 en Psalm 33: 13-15
Ps. 33: 3
Inleiding op de preek
Ps. 33: 4-5
Tekst: Richteren 16 (in de preek wordt de tekst stukje voor stukje gelezen en behandeld [ zie aanwijzingen in de preek ])
Gez. 17: 1-5 (als een gebed zingen)
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis van Nicea)
(Middagdienst: Ps. 111: 6)
Gebed
Collecte
Ps. 125: 1-2
Zegen

Inleiding op de preek

De preek gaat over Richteren 16. Daarin wordt verteld over het laatste deel van Simsons leven. We zullen tijdens de preek telkens een stukje van dit hoofdstuk lezen.

Broeders en zusters, gemeente, jongens en meisjes,

jullie weten denk ik allemaal, hoe Simson stierf. Hij sleurt duizenden Filistijnen met zich mee de dood in. Hij laat een grote tempel van de god Dagon in elkaar storten. God gaf hem daar kracht voor. En die tempel zat tjokvol mensen. Ook op het dak honderden.
Heel veel Filistijnen hebben in die dagen net zo verbijsterd en geschrokken gekeken als wij, toen die twee torens van het World Trade Centre in New York instortten - getroffen door twee vliegtuigen, bestuurd door terroristen. Je kon je ogen niet geloven. In een minuut zakte een gebouw van 110 verdiepingen hoog in elkaar. Even later die tweelingtoren ernaast. Je geloofde je eigen ogen niet.

Die Filistijnen in Gaza geloofden hun ogen ook niet. Ze dachten dat ze sterk waren, maar… als een bloem knakt hun macht. Ineens is daar een geweldige puinhoop, met duizenden doden.
Die puinhoop sprak, getuigde. Stilzwijgend sprak dat puin, van God.

En die puinhopen in New York en in Washington? Spreken die ook? Wat zeggen die puinhopen ons?
Over die vraag willen we nadenken bij het licht van de Bijbel.
De hele wereld rouwde en voelde: wat zijn we machteloos kwetsbaar wanneer mensen als duivels bezig gaan. Wat een ontzaglijke verwoestingen. Ineens, onverwacht.

En je denkt vanzelf aan wat er eens wereldwijd zal gebeuren. Op de dag als Koning Jezus terugkomt op de wolken. Dan zal, zo zegt Petrus, deze wereld vergaan door vuur (2 Petrus 3: 7 + 2 Petrus 3: 10). Alles op aarde zal vergaan. En dán pas... zal de nieuwe aarde komen.
We zagen nu nog maar iets: gebouwen waar 17 jaar lang hard aan gewerkt is, zomaar weg. En al die mensen. Wat een verdriet, wat een onzekerheid. Wat een wonden.
"Oh, my God", hoorde je roepen. Misschien riep u het ook toen u de beelden zag. Wat moet je anders roepen? Heer, waar moeten we heen? Tot U alleen.

Zulk terrorisme - die aanslagen: duivelswerk - door mensen die bezeten waren van satan, vol van haat en vijandschap.
Maar… was alleen de duivel erbij betrokken? En onze God dan? Onze Here Jezus kent toch alle mensen - heeft toch alle macht?! Zag Hij die plannenmakers niet, in dienst van de duivel?
Jawel. Hij ziet alle stervelingen, niets is bedekt voor zijn gezicht.

Waarom... o God... - waarom liet U dit toe?
Dat is een eerlijke vraag waar je niet om heen kunt. God is toch de Almachtige.
Waarom liet Híj die misdadigers hun duivelswerk doen? Waarom liet Hij hen niet ontdekken door de geheime diensten of door politieagenten op de vliegvelden?
Nee, we gaan niet zeggen: God wilde dit. En toch... God liet het wel toe en wilde het dus toch ook... wel.
Nee, God wil zoiets ergs niet in die zin dat Hij het organiseert en ervan geniet. Het gaat Hem altijd aan zijn hart en doet Hem pijn als een stuk van zijn schepping vernietigd wordt. En Hij heeft nooit plezier in de dood van mensen; ook niet van zondaren. Onheil en vernietiging is altijd een bron van verdriet voor God. Maar... als zonde en ongeloof volken gaan beheersen - en als het verdriet voor God daardoor nog verdrietiger wordt dan grote vernielingen?
Denk eens aan de tijd van Noach. De wereld was door de zonde één bron van verdriet voor God geworden - niet meer om aan te zien voor Hem. Toen zond Hij de zondvloed.

Zit onze wereld vandaag ook niet vol met mensen die God verdriet doen en beledigen. Amerika, de Arabische wereld, en ook Nederland - vol mensen die God laten praten; ze gaan hun eigen gang, lopen bij Hem weg, doen alsof God er niet is.
Mensen lopen zo letterlijk onder Gods zegenende handen vandaan - God zegt díe kant op (zo blijf je onder mijn beschermende handen), maar zij gaan gewoon een andere kant op - dan gaat het mis. Dan raken we Gods bescherming kwijt. Dan krijgen andere krachten invloed. Dan krijgt de duivel meer kansen, voor zijn misleidingen, voor zijn vernietigend werk. En dan proef je soms zomaar iets van de hel. Alles gaat kapot; relaties, mensen, families, gebouwen, vliegtuigen.

Maar wees eerlijk - vraagt onze wereld niet om dit soort dingen? Als volken niet echt leven met de Here - maar hun leven zoeken in het geld, in luxe, in welvaart, in carrière. Ook New York en Washington zijn vol van zulke mensen; maar ook Nederland.
Dit gedrag van veel volken veroorzaakt duivelse moeiten, rampen, tegenslagen, aanslagen.
Want de Bijbel zegt al eeuwenlang heel helder: volken, die bij God vandaan lopen hebben smart op smart te vrezen. Want dan loop je onder Gods beschermende handen vandaan.
En natuurlijk, christenen die als minderheden in zulke landen leven lijden mee, als satan meer invloed en vrij spel krijgt. Er zaten ook christenen in die torens en in die vliegtuigen. De kerk lijdt altijd mee onder de vloek die satan over de wereld brengt.
Maar christenen zijn verbonden aan Jezus en zo aan God. Zij zijn en blijven door die rampen en aanslagen heen op weg naar die nieuwe aarde die zal komen via oordelen en rampen, ja, na die laatste wereldwijde ramp. Hou moed. Hou de Here Jezus vast. Hij zal U vasthouden en door rampen en dood heen dragen.

Zulke grote rampen spreken. Laten we des te meer met de Here leven. Want morgen kan het ons treffen (denk aan Enschede en Volendam). En het kan dus ook via zulke laaghartige aanslagen. Maar bij alle gevaar en onzekerheid zeggen we als kerk: de Here is onze kracht, onze zekerheid.

Laten daarvan zingen: Ps. 33: 3-5.
[ Zingen: Ps. 33: 3-5 ]

Preek

Laten we nu naar Richteren 16 kijken.
Zoals u weet had Simson een grote opdracht. Hij moest Israël bevrijden van de Filistijnen en God gaf hem daar een speciale gave voor. Maar in Richteren 14-15 lees je dat Simson liever vriendschap sluit met de Filistijnen. Hij gaat zelfs trouwen met een Filistijnse.

God laat dan dat huwelijksfeest op een ruzie uitlopen; zelfs zó, dat Simson in reactie met de Filistijnen begint te vechten - tegen zijn bedoelingen in. Hij geeft de Filistijnen grote klappen.

In hoofdstuk 16 (Richteren 16) zitten we een tijd later. Nu lezen we weer dat Simson zondig maar doet wat hij wil. Maar God is hem nog weer genadig: we lezen dit in het begin van het hoofdstuk.
[ Lezen: Richteren 16: 1-3 ]

Wat getuigden die poortdeuren op die berg? Heel simpel dit: hoe machtig is de God van Israël!
Hij kan één enkele Israëliet zó sterk maken dat heel Filistijnenland daar niet tegenop kan. Eigenlijk wisten ze dat al, want in Richteren 15 had Simson een heel leger Filistijnen verslagen (met een ezelskaak, weet u wel). En nu zagen ze daar die grote deuren op die berg, dichtbij Hebron.
Hemelse, goddelijke krachten werkten in Simson. Dat kon je toch zomaar zien?!
Wat deed Israël nu? Erkennen ze Simson en vragen ze hem om als hun leider nu samen met hen de Filistijnen weg te jagen uit het land? Zien ze dan niet hoe God via die deuren hen uitnodigt weer op Hem te vertrouwen? Nee. Ze lijken wel blind. Waarom keren ze niet terug onder Gods leiding, onder zijn handen en bescherming? Zitten ze zo vast aan de zonde?

En de Filistijnen? De gesloopte poort van Gaza en die poortdeuren 30/40 km verderop spraken duidelijke taal. Ze voelden: tegen Simson kunnen wij niet op. Als zijn God met hem is, dan zijn wíj nergens.
En het lijkt er op dat ze zich aardig koest hielden. Ze probeerden nu achter het geheim van Simson te komen. Hoe kunnen we de relatie tussen Simson en zijn God kapot maken? Die eenheid breken - dan kunnen we Simson makkelijk aan.
Net als Israël - Israël leeft niet met de Here en daarom is Israël niet sterk. Maar bij die Simson is dat nog anders. Hij en God zijn nog één. Daarom is hij onoverwinnelijk.
Maar als de God van Israël gaat wijken van Simson - dan krijgen Filistijnen en andere vijanden weer vrij spel. Dan kan satan zijn vernietigend werk doen in Israël.

Dat is vandaag nog net zo.
Persoonlijk, maar ook als volk kun je onder Gods handen kruipen (door echt naar Hem te luisteren en Hem als God te aanbidden en te gehoorzamen). Maar je kunt ook risico's nemen door Gods leiding niet te volgen en eigen wegen gaan. Zoals de meeste volken op aarde vandaag. Dan valt ook vandaag Gods bescherming weg.

En helaas, Simson is net als zijn volk. Ook hij leeft niet echt voor God; hij vindt eigenlijk seks belangrijker dan God. Zijn eigen gevoel, zin of lust is belangrijker dan wat God wil. Hij doet wat hij zelf wil en waarbij hij zich het lekkerst voelt.
Simson geeft geestelijk geen enkele leiding aan Israël - zelfs het verkeerde voorbeeld. Dat Israël half heidens is, ach, daar maakt hij zich niet druk om - dat is hij zelf ook. Kijk, daar gaat hij weer…Vers 4.
[ Lezen: Richteren 16: 4 ]

De Filistijnen loeren op het geheim van Simson en gaan daarom met list te werk. Geef ze eens ongelijk.
[ Lezen: Richteren 16: 5-7 ]

Simson maakt er een spelletje van. Maar dan: Delila gaat het uitproberen. Ze zal wel een slaapmiddel of veel alcohol in zijn drinken gedaan hebben, zodat hij diep sliep.
[ Lezen: Richteren 16: 8-9 ]

De Filistijnen bleven waarschijnlijk stil verborgen in die achterkamer.

En de vrouw zal hem bewonderd hebben ("O, geweldige Simson, wat ben jij sterk, kom in mijn armen, lieveling"). En Simson vindt het blijkbaar leuk om zo verder te gaan. Hij gaat in feite spelen met Gods bijzondere gave aan hem.
Zag Simson het gevaar niet? Waren zijn erotische hartstochten zo sterk? Praatte hij helemaal nooit met God? Bad hij nooit? Luisterde hij nooit eens in stilte naar wat God hem wilde zeggen in zijn geweten? O, wat een blinde dwaas is hij geworden. Verzen 10-17.
[ Lezen: Richteren 16: 10-17 ]

Simson zal nu wel met gebroken stem gezegd hebben: "dit is echt serieus, Delila. Nu moet je het niet meer uitproberen, lieve Delila, zoals de vorige keren; maar dat doe je toch niet, want je vindt mijn haren toch ook mooi?". En Delila met lieve stem: "Ja, zeker, Simson, ik vind dat ruige en wilde van jouw haar zó prachtig. Ik ben er gek op. Nee, daar zal ik echt niets mee doen".
Maar toen Simson even weg was... Verzen 18-22.
[ Lezen: Richteren 16: 18-22 ]

Jongens en meisjes, wat denk je nu? Stomme Simson. Ja precies. Met open ogen stinkt hij er in - en weer met een Filistijnse vrouw. Een ezel stoot zich in het algemeen, geen twee keer aan dezelfde steen, maar Simson… Ongelooflijk, wat triest.
De Bijbel zegt: het begin van wijsheid is: de Here erkennen als je God met diep ontzag. Bij Simson zie je het omgekeerde. Als je de Here niet vreest, en Hem dus laat praten, dan wordt je dwaas en bewerk je ten slotte je eigen ondergang.

Satan kreeg vrij spel in Israël: Filistijnen kunnen onheil en verdriet zaaien, omdat de Israëlieten niet met de Here leefden, niet naar Hem luisterden. Wat dom.
Satan krijgt nu ook vrij spel over Simson, omdat deze man gewoon zijn eigen gang ging.
Triest. Israël en Simson - beiden onnodig in de greep van de Filistijnen, van satan.
Simson machteloos. Letterlijk blind. Maar hij was allang geestelijk blind voor onze machtige God. Door ongeloof ging hij verloren. En met de kracht die hem rest moet Simson nu de Filistijnen dienen - werken als een ezel. Als een stomme ezel.

En nu lezen we het slot. Vanaf vers 23.
[ Lezen: Richteren 16: 23-31 ]

Simson wil zo graag steeds weer vriendschap sluiten met een Filistijnse vrouw - maar het slot van het lied is weer, dat hij vele Filistijnen doodt. God breekt de macht van de Filistijnen (van satan over Israël) een beetje, door deze onwillige, eigenwijze Simson.
Hoorde u zijn gebed?
Ja, inderdaad - Hij gelooft dat God alléén hem weer kracht kan geven. En hij gelooft ook dat God genadig is ondanks alle stommiteiten van Simson. Hij gelooft - ja hij is er zeker van - kijk, hij roept het al uit: dat ze met mij sterven. Door dit geloof doet hij iets bijzonders.
Maar... is hij in dit geloof ook niet erg egocentrisch gebleven? Waar bidt hij om? Hij bidt om wraak te mogen nemen. Niet om Gods Naam eer te geven, maar "wraak om wat zij mij aangedaan hebben". Is dit zaligmakend geloof? Ik weet het niet.
Of Simson behouden is? Weet u het? Of we hem straks in de hemel zullen tegenkomen? Ik weet het niet. Op zijn geloof en gebed krijgt hij precies wat hij wilde. Maar heeft hij ook gebeden om vergeving van al zijn zonden en om eeuwige genade? Ik weet het niet. De Bijbel laat ons daarover in het onzekere.

Satan en zijn helpers kregen vrij spel over Israël en over Simson. Zij kwamen als volk in ellende vanwege hun zonden. Maar God is er wel bij. En als God het wil dan mag Simson gewoon aan de Filistijnen nog een geweldige grote klap uitdelen. Als hij de tempel laat instorten sleept hij meer vijanden mee dan hij tijdens zijn leven gedood had. Verschrikkelijk.

Jawel, maar in die tempel werd niet God geëerd, maar Dagon, een afgod. En de Here, de God van Israël werd belachelijk gemaakt, bespot. Mag God dan straffen en mensen een heldere les leren? Daarvan getuigt en spreekt die puinhoop. Van God!

En als in de 21e eeuw God gepasseerd en niet erkend wordt, mag Hij dan straffen? Ook in onze wereld? Mag Hij dan toelaten dat satan weleens een vernietigingswerk uitvoert door mensen die bereid zijn over lijken te gaan?
De puinhoop van de tempel in Gaza - lag daar als een waarschuwing van God: Filistijnen met al hun macht - wat zijn ze in Gods ogen? En Israël, denk toch na, bekeer je. Joden en Filistijnen, ga die God van Israël, van Abram, Izak en Jakob nu toch echt zoeken en erkennen.

De puinhopen van de machtige torens in New York en de puinhoop bij het Pentagon spreken vandaag ook. Tot de hele westerse wereld. Zijn westerse mensen niet machtig om grote dingen neer te zetten? En hebben we financieel de zaken niet aardig op een rij?
Maar de puinhopen en Tv-beelden daarvan laten heel de wereld zien: wat zijn die westerse mensen eigenlijk in Gods ogen? Leven we wel echt met God? Rekenen we echt met Hem? Kijk, Hij kan ook ons uitschudden zoals je een emmer leeggiet. Machtige bouwsels storten in.

Moge de westerse wereld die al meer van God los leeft, zich laten waarschuwen door dit ontzettend, verschrikkelijk indringende gebeuren.
Laten wij maar steeds bidden: Here God, wees Amerika genadig. Wees onze wereld genadig, ook Afghanistan, Irak, en alle landen; en ook ons, Nederland en ons volk; en ook ons als kerken. Leer ons wandelen bij Uw licht onder Uw leiding, echt dichtbij U.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar