Paulus stelt het evangelie voor. En hoe! (Deel 2)

Thema: Paulus stelt het evangelie voor. En hoe!
Tekst: Romeinen 1: 5-6
Tekstgedeelte(n): Romeinen 1: 1-7
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 2 juni 2002
Opmerking RJCV: De prekenserie Paulus stelt het evangelie voor. En hoe! is als tweeluik gehouden en is ook bedoeld om als zodanig gelezen te worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Rom01v01
2: Rom01v05

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 38: 1-2, 5-6
Wet
Ps. 40: 3, 7
Lezen: Romeinen 1: 1-7
Gez. 28: 1
Tekst: Romeinen 1: 5-6
Preek
Lied 341: 1
Gez. 35
Zegen

Gemeente van de Heer Jezus,

Jongens en meisjes, broeders en zusters, mag ik beginnen met het testen van uw kennis? Wie weet wat de naam 'Paulus' betekent?
[ In het geval het goede antwoord uitblijft: ] Zal ik het maar zeggen dan? 'Paulus' betekent: klein, gering. Dat was de nieuwe naam die Saulus gebruikte na zijn bekering tot de Here Jezus. Saulus werd Paulus, de kleine. Wat Paulus daarmee precies bedoeld heeft, weten we niet. Maar het zou heel goed kunnen, dat hij daarmee wilde uitdrukken dat hij niet meer de trotse Farizeeër wilde zijn, maar de nederige dienaar van Christus, klein gemaakt door Gods genade. Het kleine kuikentje Calimero klaagde daar altijd over: 'zij zijn groot maar ik ben klein'. Hij leed eronder. Maar Paulus niet. Paulus noemde zichzelf juist bewust de allerkleinste. In 1 Korintiërs 15 zegt hij: ik ben de geringste van de apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.
Paulus de kleine, de kleinste. Zo ziet hij zichzelf. Maar de geschiedenis niet, en jij en ik ook niet, denk ik. Wij zouden hem eerder Paulus de grote willen noemen. Want wat heeft deze man geen grote dingen gedaan voor God en zijn kerk. Paulus was groot: in geloof, in zelfverloochening, in liefde, in wijsheid. In onze ogen was Paulus een van de grootste apostelen, zo niet de grootste van allen.
Ja, en dan komt er toch wel een vraag op. Kun je een lijn trekken van deze grote apostel met dat grote doel - het bewerken van gehoorzaamheid van het geloof onder al de heidenen - naar gewone ambtsdragers in ... [ lees hier: plaatsnaam gemeente ] in ... [ jaartal invullen ]. Is dat niet een te grote kloof: gewone ouderlingen en diakenen met als taak pastoraat en diaconaat in ... [ lees hier: plaatsnaam gemeente ] en de apostel Paulus? Trek je deze broeders dan eigenlijk niet een te grote broek aan, als je ze vergelijkt met die grote voorman en met zijn grote werk? Dat zal moeten blijken in deze preek van vandaag.
Daarin sluit ik aan bij die van vorige week zondag. Die preek begon ik toen met een korte opsomming van de verschillende aspecten, kanten van het evangelie die Paulus in de eerste 6 verzen noemt en waarmee hij het evangelie op zo'n prachtige manier voorstelt aan de lezers in Rome en ook aan ons. Ik herhaal dat nog even. Paulus zegt dat het evangelie het goede nieuws is,

  1. van God (Hij is de oorsprong),
  2. naar de Heilige Schriften (deze vormen de betrouwbare attestatie ervan),
  3. over Christus (Hij is de centrale inhoud),
  4. voor al de volken (zij zijn de reikwijdte),
  5. tot gehoorzaamheid van het geloof (dat is het doel van het evangelie), en
  6. om wille van Christus' naam (de drijfveer, het motief).

In de vorige preek uit deze serie hebben we gekeken naar de eerste drie dingen. Vandaag gaat het over de laatste drie:

Het thema is:

Paulus stelt het evangelie voor. En hoe!

We kijken naar 3 dingen:

  1. Het doel van het evangelie: gehoorzaamheid van het geloof
  2. De reikwijdte van het evangelie: alle volken
  3. De drijfveer van het evangelie: de eer van Christus' naam

We kijken naar 3 dingen:

1. Het doel van het evangelie: gehoorzaamheid van het geloof

In vers 5 formuleert Paulus het doel, de missie van het evangelie, die ook zijn missie is. En dan niet omdat hem dat wel een aardige tijdsbesteding leek of omdat hij toe was aan een nieuwe hobby. Nee, daar kwam een ommekeer van 180% aan te pas. Paulus werd van vervolger tot verkondiger. Vanuit de hemel greep Jezus hem in zijn kraag: Handelingen 26 - 'Want ik ben je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, als mijn getuige, om te getuigen van wat je gezien hebt en nog zult zien. Ik zal je beschermen tegen het Joodse volk en tegen de andere volken; want ik zend je naar hen toe om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht zullen keren, van de macht van satan naar God. Dan worden hun zonden vergeven en ontvangen zij het erfdeel van hen die God toebehoren, door in mij te geloven.' Jezus zet het leven van Paulus op zijn kop en stuurt hem erop uit, als zijn apostel.
Dat Jezus daarachter zit, zegt Paulus ook in vers 5: '... door wie wij genade en het apostelschap ontvangen hebben...' Die wie is Jezus, de Christus, die ook Paulus' Heer werd. Die aanstelling als apostel door Jezus heeft Paulus als genade ervaren. Nou wekt onze vertaling de indruk dat Paulus twee aparte dingen kreeg: genade, het onverdiende geschenk van verlossing en het apostelschap. Maar het woord genade kan in het Grieks ook slaan op het onverdiend krijgen van een opdracht. Daarom is het beter dit woordenpaar als een geheel op te vatten: Paulus kreeg het onverdiend privilege van het apostelschap.
En wat Paulus moest doen, was van meet af aan duidelijk. Jezus maakt hem niet eerst tot apostel in algemene dienst. Nee, hij gaf hem meteen een concrete opdracht mee. We hebben het net gehoord wat Jezus zei. Paulus moest van hem getuigen en mensen de ogen openen zodat ze zich van het duisternis naar het licht keren, van satan tot God. Paulus vat dat hier samen in de uitdrukking de gehoorzaamheid van het geloof bewerken. Daar moeten we eens wat beter naar kijken.
Gehoorzaamheid. Ai! Dat is in Nederland al heel lang geen populair begrip meer. Veel mensen moeten bij gehoorzaamheid al gauw denken aan slaafs en onmondig gedrag. Aan blindelings luisteren, zonder mitsen-en-maren. Aan Befehl ist befehl. Aan dwang en straf, aan streng en koud gezag, waarvan alles moet en niets mag. Inderdaad, zo is vaak de gehoorzaamheid tussen mensen, tussen vader en zoon, baas en werknemer, officier en soldaat. Bij zo'n gehoorzaamheid knelt de gezagsverhouding, het botert niet en levensgeluk is ver te zoeken. Maar dat is niet wat Paulus bedoelt.
De gehoorzaamheid die hij bedoelt, van een mens ten opzichte van God, brengt juist zegen, geluk, levensvervulling. Natuurlijk, er is een gezagsverhouding. God is de gezaghebber en de mens degene die zich aan hem onderwerpt, en hem gehoorzaamt. Gehoorzaamheid begint met horen. Dat zegt het woord al: ge-hoor-zaamheid. Luisteren. En dan doen. God vraagt toewijding, commitment, trouw. Maar omdat God God is en geen egoïstisch mens, omdat God de mens zo gemaakt heeft dat hij juist opbloeit in de onderwerping aan hem, wordt gehoorzaamheid altijd verbonden met zegen en geluk. Mensen hebben vaak reden om elkaar te wantrouwen, maar God is 100% betrouwbaar. Als Hij oproep tot gehoorzaamheid dan hoef je niet te zuchten, maar dan kom je juist op adem. Luister maar naar wat de Here zegt in Deuteronomium 28 Als u aandachtig luistert naar de stem van de HERE, uw God, en al zijn geboden, die ik u heden opleg, naarstig onderhoudt, dan zal de HERE, uw God, u verheffen boven alle volken der aarde. De volgende zegeningen zullen alle over u komen: en dan somt Mozes heel wat zegeningen op, de een na de ander. Ook in het Nieuwe Testament verbindt Jezus gehoorzaamheid met zegen Bijvoorbeeld in Lucas 11: 'Zalig is hij die het woord Gods hoort en het bewaart'. En met een indrukwekkende gelijkenis laat Jezus zien dat God gehoorzamen een rotsvaste toekomst biedt, ook als het in je leven gaat stormen. Gehoorzamen in de bijbel loont altijd. Nu of later. Je wordt er nooit slechter van, omdat God God is: liefdevol, trouw en buitensporig gul.
Geen wonder dan ook dat je in de bijbel ook mensen tegenkomt die die gehoorzaamheid aan God ook echt ervaren als een vreugde. Omdat ze proeven hoe gelukkig het hen maakt. Ik denk aan de dichter van Psalm 119: 'Het leven naar uw wil geeft mij een vreugde alsof ik rijk was. Aan wat u mij opdraagt, blijf ik denken, ik blijf kijken naar de wegen die u wijst. Ik verheug mij in wat u van ons verlangt, ik zal uw woord niet vergeten.' Ik denk aan de Spreukendichter die schrijft: 'Recht doen is een vreugde voor de rechtvaardige, maar een verschrikking voor de bedrijvers van ongerechtigheid'. Gehoorzaamheid en vreugde. Dat gaat volgens de bijbel heel goed samen. En dat komt uiteindelijk omdat de gehoorzaamheid van de bijbel altijd, als het goed is, gehoorzaamheid van het geloof is. Gehoorzaamheid is niet voldoen aan regels, is ook niet zonder meer doen wat gezegd wordt, maar is een toewijding, een commitment die opkomt uit de vertrouwelijke band van het geloof. God heeft geen behoefte aan offers voor de show. Daar walgt Hij van. Hij wil je hart. Hij wil dat je dankbaar bent en blij. Hij wil dat je geniet van Hem en van alles wat Hij geeft. Jezus Christus wil je niet alleen verlossen van je schuld en van de straf, als een los verkrijgbaar iets. Verlossing is geen los nummer, nee het is een verplicht levenslang abonnement. Christus wil je door zijn Geest blijven bevrijden van alle banden die knellen. Hij wil de Heer zijn van je leven. Geloof en gehoorzaamheid zijn net ééneiige tweelingen, of twee kanten van dezelfde munt. Het een kun je niet krijgen zonder het ander. Wie Christus in het geloof als Verlosser aanneemt, zal Hem ook in gehoorzaamheid als Heer moeten aanvaarden.
Die gehoorzaamheid, zeg maar geloofsgehoorzaamheid, is het doel van het evangelie en het doel van Paulus' werk als apostel. Ik kan me voorstellen als je denkt: is dat eigenlijk niet wat al te ambitieus? Kan een mens dat wel bereiken? In onze vertaling staat: gehoorzaamheid van het geloof bewerken. Is dat dan een kwestie van hard werken door mensen? In het Grieks staat er helemaal geen werkwoord, maar dat maakt niet uit. Het antwoord op de vraag of dat doel haalbaar is voor een mens, is: nee en ja. Aan de ene kant: nee, als hij het probeert op eigen kracht en niet bidt om de vervulling van de Geest, die als enige de harten van mensen kan veranderen. Alles wat je zonder de Geest bereikt, blijft een beetje krassen aan de oppervlakte, is hooguit wat morrelen aan het gedrag of de psyche van een mens. Manipuleren en indruk maken. Maar dat houdt geen stand, omdat het God niet eert, alleen maar jezelf en omdat het niet doordringt in het hart. Aan de andere kant is het antwoord: ja, gehoorzaamheid van het geloof bewerken is haalbaar, namelijk als je al je kracht, je energie, je wijsheid, je woorden zoekt bij God. Helemaal van hem afhankelijk wil zijn. Dan kun je heel wat bereiken, omdat God door jou heen wil werken en via jouw persoon de ander bereikt en verandert.
Misschien denkt iemand: Oké, maar daar moet je dan wel apostel voor zijn. Dat geldt toch zeker nu niet meer voor gewone ouderlingen en diakenen hier in... [ lees hier: plaatsnaam gemeente ]? Die kun je toch niet zomaar vergelijken met die grote apostel? Trek je ze dan niet een te grote broek aan, als je denkt dat ze dat kunnen? Mijn antwoord is: nee. Die broek die past hen uitstekend. En dan niet omdat ze de maat van een apostel, hebben, met dezelfde kenmerken en gaven. Nee, er zijn bij deze mannen veel tekorten en zwakheden. Maar daar gaat het niet om. Het gaat niet om wat zij te kort hebben, maar om wat God in huis heeft. Om wat Hij kan en wil. Als God een Paulus kan gebruiken, waarom deze mannen dan ook niet? Christus heeft Paulus de genade gegeven om te werken in de eerste gemeenten. Zou Hij deze mannen ook niet dezelfde genade willen geven om hier in onze gemeente te werken?
Het is waar: ouderlingen en diakenen zijn geen apostelen. Ze hebben de opgestane Christus niet persoonlijk ontmoet en zijn geen ooggetuigen. En ze hebben ook niet de bevoegdheid om in meer gemeenten aan de slag te gaan dan alleen de onze. Maar daar houdt het verschil dan ook op, want voor de rest blijkt uit de brieven van de apostelen overduidelijk dat zij zich samen met met name de ouderlingen voor dezelfde taak geplaatst zien: 'Zo zegt Petrus in het vijfde hoofdstuk van zijn eerste brief: De oudsten onder u vermaan ik dan als medeoudste... hoedt de kudde van God, die bij u is'.
En voor Paulus is het niet anders: In Handelingen 20 zien we hoe hij de ouderlingen van Efeze bij zich roept en dan zegt: 'Zie toe op uzelf en op de hele kudde, waarover de heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente van God te weiden' en dan wijst hij vervolgens op zijn eigen voorbeeld en dat ze dat moeten navolgen. Mag de gehoorzaamheid van het geloof dus ook jullie ambitieuze doel zijn, broeders ouderlingen en diakenen? Absoluut! Ja dat geldt ook voor jullie, broeders diakenen. Streven naar geloofsgehoorzaamheid is niet alleen een zaak van de ouderlingen. Want gehoorzaamheid raakt het hele leven, ook de onderlinge liefde, het diaconaal zorgen voor elkaar, waar jullie op toezien. Luister maar hoe Petrus die koppeling legt, in 1 Petrus 1: 'Nu u uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief.' Bij gelovig gehoorzaam zijn, hoort ook jezelf met liefde geven in de gemeenschap der heiligen. Met dat woord van Petrus mogen ook jullie vrijmoedig de gemeente in.

2. De reikwijdte van het evangelie: alle volken

Paulus stelt het evangelie voor, en hoe! Het is adembenemend qua oorsprong, betrouwbaar qua voorgeschiedenis, persoonlijk qua inhoud, ambitieus qua doel. Maar: het is ook grenzeloos qua reikwijdte. Het evangelie is geen nieuws voor een selecte doelgroep, geen preekje voor eigen parochie. Kijk maar in vers 5: onder al de heidenen. Hoewel Paulus nergens waar hij kwam, de synagoge voorbijliep (sterker nog, daar vaak als eerste het evangelie bracht), is hij toch steeds meer de apostel van de heidenen geworden. En daarmee werd in praktijk gebracht wat op de pinksterdag al te horen was toen al die verschillende talen klonken. Paulus is de pionier van het tijdperk van de Geest, die de grens van Israël oversteekt en voortaan internationaal werkt en iedereen zonder uitzondering roept. Zoals Petrus zei: zovelen als de Here ertoe roepen zal. En dat zijn er heel veel. Uiteindelijk zal het zelfs een ontelbare menigte zijn, uit alle talen en volken. Gods roepstem gaat over de hele aarde.
Ook in Rome. Daar heeft die roepstem geklonken in de monden van Paulus' medewerkers, zoals Prisca en Aquila. En niet zonder succes. Er is niet alleen gefolderd en gepredikt in de straten van Rome. De mensen hebben op die roepstem ook met geloof gereageerd. Daarom noemt Paulus hen in vers 6 ook geroepenen van Jezus Christus. Deze mensen hebben niet alleen gehoord, iets opgevangen met hun oren, ze hebben ook echt geluisterd. En ze hebben Christus omarmd als hun Heer, zodat ze nu van Hem zijn. Ze hebben de liefde van God ontdekt en hun leven aan hem gegeven. Daarom spreekt Paulus ze in vers 7 ook aan met geliefden van God en geroepen heiligen. Hij laat daarmee zien dat hij ze als christenen erkent. Paulus heeft wat met deze mensen. Het geloof in Jezus Christus.
Zo mogen ook jullie, broeders, deze gemeente zien. Als geroepenen van Jezus Christus, geliefden van God, geroepen heiligen. Gods roepstem heeft ook de uithoeken van de lage landen aan de Noordzee bereikt, ook de heidenen hier in... [ lees hier: plaatsnaam gemeente ]. En ook hier heeft die roepstem weerklank gehad, in de harten van deze mensen. Zij zijn van Christus, zijn eigendom. God houdt van hen. Hij heeft ze voor zichzelf apart gezet. Spreek ze daarop aan, herinner ze daaraan, hou ze daaraan. En laat zo Gods roepstem niet verstommen, maar laat hem in al je bezoeken en als gesprekken doorklinken. Tot geloof en bekering en tot opbouw van de gemeente.

3. De drijfveer van het evangelie: de eer van Christus' naam

Het evangelie dat Paulus brengt en alle ambtsdragers in zijn voetspoor, heeft een ambitieus doel (gehoorzaamheid van het geloof), het heeft een grenzeloze reikwijdte (alle volken), maar het heeft ten slotte ook nog een heilige drijfveer, namelijk de eer van de naam van Christus.
'Voor zijn naam' staat er in vers 5. In het Grieks staat dat helemaal achteraan in de zin. En daarmee heeft het iets van een hoogtepunt, een climax. Waarom verlangt Paulus ernaar de heidenen te brengen tot de gehoorzaamheid van het geloof? Is het zijn liefde voor verloren zondaren? Ongetwijfeld. Is het zijn gehoorzaamheid aan het zendingsbevel van de Here Jezus. Zeker. Maar er is iets wat daar voor Paulus nog bovenuit gaat. De eer en de heerlijkheid van de naam van Jezus Christus. Filippenzen 2: 9 zegt: 'Daarom heeft God Hem (dat wil zeggen Christus) uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!' Wie wil dit? God! Gods hoogste doel is dat alle mensen hem en zijn Zoon zullen eren. Dat is doorslaggevend voor wat er bovenaan staat aan Paulus' prioriteitenlijstje. Gods doel is ook Paulus' doel. Als God wil dat iedereen zijn knie buigt voor zijn Zoon, dan moet dat ook ons verlangen worden. Van ons allemaal. Alle knieën moeten buigen.
Heb je het ook genoteerd, broeders ouderlingen en diakenen? Heb je dit ook boven aan je lijstje gezet? Wat Paulus het allerbelangrijkste vond, moet ook jullie diepste drijfveer zijn. Bekijk dat lijstje regelmatig en onderzoek dan jezelf: wat is mijn hoogste motivatie om dit werk te doen? Waarom wil ik vanavond de wijk in? Ben ik uit op mijn eigen eer of ben ik uit op de eer van de naam van Christus? Vraag je je af wat dat in de praktijk betekent voor je werk in de gemeente? Dat er iets van onrust in je moeten blijven, zolang zijn naam onbekend is. Dat het je verdriet doet als zijn naam genegeerd wordt. Dat je verontwaardigd bent, als zijn naam beledigd wordt en dat je er alles aan doet zodat Christus gehoorzaamd wordt en de eer krijgt die hem toekomt. Dat maakt je niet tot een stormram of een bulldozer. Nee, je gaat apostolisch te werk vol van de Geest en zijn vruchten en dus: vriendelijk, zachtmoedig, liefdevol, blij, geduldig en met zelfbeheersing. Maar ook met volle vrijmoedigheid. Want het gaat om de eer van naam van Christus. Laat dat de heilige drijfveer zijn van al je inspanningen.
En mijn broeder en mijn zuster, laat dat ook jouw diepste drijfveer zijn om deze mannen te ontmoeten. Christus geeft ze als geschenken aan zijn kerk en dus ook aan jou, om je te bemoedigen, je te troosten en je te vermanen, om je toe te rusten tot dienstbetoon. Zodat ook jij meebouwt aan de gemeente en ook jouw knie zich blijft buigen en je tong blijft belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God de Vader.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar