Gods toorn treft ieder die Hem en zijn waarheid verdringt, Hem niet eert en Hem niet dankt

Thema: Gods toorn treft ieder die Hem en zijn waarheid verdringt, Hem niet eert en Hem niet dankt
Tekst: Romeinen 1: 18-22
Tekstgedeelte(n): Romeinen 1: 18-32
Door: Ds. P.P.H. Waterval (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Krimpen aan den IJssel)
Gehouden te: Krimpen aan den IJssel op 7 juli 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 19: 1-3
Wet
Ps. 19: 4-5
Lezen: Romeinen 1: 18-32
Ps. 14: 1-3
Tekst: Romeinen 1: 18-22
Preek
Lied 43
Gez. 28: 3
Zegen

Gemeente van de Here Jezus Christus,

God is toorn. Als ik dat serieus zou beweren als mijn vaste overtuiging - dat God toorn is - dan zou ik denk na de dienst in de kerkenraadskamer en in de hal heel wat kritiek over mee heen krijgen. En terecht. Want dan zou iedereen zeggen: "Meneer / broeder... [ lees hier: eigen naam ], kun je dat nou wel zeggen? In de bijbel staat heel wat anders: God is liefde." En dat is ook zo. God is liefde. Dat beschrijft Hem helemaal, want zo is Hij. Maar: dat is niet de liefde van een hemelse goedzak, die alles over zijn kant laat gaan. Helaas wordt Gods liefde niet door iedereen beantwoord, met wederliefde. En dan waarschuwt God eerst, liefdevol en geduldig. Dan zegt Hij als het ware: "Hé, hier ben Ik, Ik ben goed voor je, Ik hou van jou, hou dan ook van mij." Maar als die waarschuwing onbeantwoord blijft, houdt het een keer op. Dan komt er een moment dat je van die liefdevolle God schrikt. Pak je bijbel maar eens even en lees mee in Openbaring 14: 6-20 [ Lezen: Openbaring 14: 6-20 ] en Openbaring 19: 11-16 [ Lezen: Openbaring 19: 11-16 ].
Dat is schrikken, hè. Jezus Christus, de Goede Herder, treedt hier de persbak van de wijn van de toorn van God. Nee, je mag inderdaad niet zeggen: God is toorn. God is liefde. Maar als zijn goedheid en liefde niet beantwoord wordt, dan openbaart God zijn toorn, zijn goddelijke, rechtvaardige boosheid. Dat doet God niet graag, maar Hij doet het wel, als het nodig is. Paulus schrijft er ook niet graag over, het is geen hoofdthema in zijn brieven, maar hij doet het wel, ook in de Romeinenbrief, omdat zijn Heer dat nodig vindt. Ik preek er ook niet graag over, maar ik doe het vandaag wel, omdat God het nodig vindt.

Het thema van de preek is:

Gods toorn treft ieder die Hem en zijn waarheid verdringt, Hem niet eert en Hem niet dankt

Net voor onze tekst, in de prachtige verzen 16-17 heeft Paulus het evangelie geprezen als een levensreddende en bevrijdende kracht. Iedereen, Jood of Griek, die gelooft in Jezus Christus en in zijn verzoenend sterven krijgt als geschenk Gods rechtvaardigheid en is daarmee verlost.
Is dat nodig dan? Redding? En waarvan dan? Zo'n vraag klinkt in de kerk waar de naam van Jezus wordt verkondigd bijna als een vloek, want zijn naam betekent toch juist God redt. Jezus is gekomen om te verlossen. Toch is het niet goed om die vraag of redding nodig is te negeren. Want besef van zonde en schuld is niet zomaar vanzelfsprekend, zelfs al ben je kerklid en al heel lang. Wees maar eerlijk: we hebben allemaal de neiging om onszelf op te krikken en onze eigen zonde en slechtheid goed te praten, te bagatelliseren. "Was dat nou zó erg?" En de vergelijkingstruc hebben we altijd weer snel bij de hand. "Moet je hem eens kijken, wat hij doet!" Maar het helpt niet. Want we hebben allemaal een levensgroot probleem. Doen wat je moet doen, niet doen wat je moet laten. Gods geboden gehoorzamen. Het is niemand van ons aangeboren. De zonde zit ons allemaal in het bloed. En met zonde in ons bloed en schuld op onze schouders kunnen we het koninkrijk van God niet in. Het flikkerend zwaard van de engel die wacht houdt bij het paradijs, zwaait nog steeds heen en weer.
God toornt, Hij is kwaad over de zonde van de mensen. Daarover gaat het in hoofdstuk 1 vanaf vers 18 tot en met hoofdstuk 3, vers 20. Dik anderhalf hoofdstuk besteedt Paulus aan Gods toorn en aan het heel concreet aanwijzen en analyseren van de zonde en de schuld van de mens, allereerst die van de heidenen (19-32) en daarna van de joden (hoofdstuk 2). En ik zal er nu ook een hele preek aan besteden. Misschien denk je: alsjeblief zeg, kun je niks beters verzinnen, niks opwekkenders? Dat kan ik wel, maar dat wil ik niet, want doe ik geen recht aan het Woord van God. Want als Paulus 65 verzen aan dit diep ernstige thema wijdt, kan ik het dan maken om het maar in een paar zinnen even aan te stippen? God vindt het nodig dat we ook over onze zonde en schuld nadenken. Ik noem drie redenen waarom. Allereerst, als je een oppervlakkige diagnose stelt, vind je meestal niet het goede geneesmiddel. Miljoenen doden heeft de ziekte AIDS al gekost, het is hard op weg de ergste plaag uit de geschiedenis te worden. Het is een razend ingewikkelde puzzel voor medische onderzoekers. Wie graag een geneesmiddel wil voor AIDS, ontkomt er niet aan de ziekte heel goed te bestuderen. Dat geldt ook voor de wereldwijde ziekte van de zonde. Ten tweede, als je je zonde en schuld beter begrijpt, kun je er zelf beter tegen vechten en anderen helpen in de strijd. Met andere woorden ken jezelf. Als jij liever niet nadenkt over je zonde, ben je bezig weg te rennen van jezelf, laat je kostbare wijsheid schieten en heeft de ander op dit punt van jou geen hulp te verwachten. Ten slotte, wie heeft gehuild in de diepte zal uitbundig juichen op de top. Als je je eigen zondige natuur beter begrijpt en ziet hoe erg het is dat je God verdriet doet, zul je ook des te meer vreugde beleven aan het evangelie als een kracht tot behoud en daar ook beter van kunnen getuigen naar anderen.
Alles wat Paulus over de zonde te zeggen heeft, zegt hij omwille van het evangelie. Hij is geen spelbederver die ons van de blijdschap in de somberheid brengt, nee: zijn doel is ons te brengen door het dal naar de top, de vreugde van de vrijheid in Christus. Daarom schrijft hij dat lange, ernstige gedeelte in de eerste hoofdstukken van zijn Romeinenbrief. In vers 18 leidt Paulus dat gedeelte in met de woorden: 'Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden'.
Het Griekse woord voor toorn duidt menselijke woede aan. Maar is Gods toorn dan vergelijkbaar met die van mensen? Hooguit een klein beetje. Omdat God geen mens is, is zijn woede anders dan de onze. Menselijke woede ontspoort vaak in onrecht, is vaak slecht doordacht, plotseling en onbeheerst. Er zit vaak veel ijdelheid en wraakzucht bij. Maar Gods woede is vrij van al deze giftige ingrediënten. Zijn toorn is volstrekt eerlijk, rechtvaardig en beheerst. Maar ook persoonlijk en ze mist haar doel nooit. Gods toorn is zijn verontwaardigde reactie tegen alle zonde. God haat en verafschuwt de zonde, want het tast zijn eer aan en bederft zijn schepping die zeer goed was. En dat laat Hij nooit over zijn kant gaan, want anders zou Hij zichzelf ontkennen. En daarom volgt er ook straf. Gods rechtvaardige woede uit zich in rechtvaardige oordelen. Hij die in de hemel woont en troont laat zijn toorn zien.
Die toorn is gericht tegen de zonde, die hier wordt aangeduid met twee begrippen: goddeloosheid en ongerechtigheid. Goddeloosheid wil zeggen: geen rekening houden met God. Doen alsof Hij er niet is, alsof deze wereld en je bestaan God-loos is. Het tweede begrip, ongerechtigheid, slaat meer op het niet gehoorzamen van Gods geboden, ze negeren en bewust overtreden. Paulus zegt dan: door middel van ongerechtigheid, proberen de mensen de waarheid ten onder te houden, oftewel te onderdrukken, te verdringen. Een mooi beeld van dat onderdrukken van Gods waarheid, is het indrukken van een ijzeren spiraal, een veer. Zo'n veer druk je in en als je niet wil dat hij terug springt, moet je hem ingedrukt houden. Zo'n veer verzet zich door middel van zijn veerkracht. Zo is het ook met Gods waarheid. Die laat zich niet zomaar verdringen. Daarom vertaalde ik ook met proberen ten onder te houden. De mens probeert Gods stem te smoren, te overschreeuwen, maar ze blijft klinken.
Dat verdringen kan op allerlei manieren. De waarheidverdringende mens, in dit geval de heiden dus, kun je in 3 typen onderscheiden: je hebt mensen die zeggen: er is wel een God en ik geloof ook in hem, maar het is niet de God van de bijbel. Ik dien een andere God, of zelfs meerdere goden. Dit zijn bewust religieuze mensen. Zij dienen, bijvoorbeeld, Allah, de God van Mohammed, of de vele hindoegoden. Daarnaast heb je mensen die zeggen: ik weet niet of er een God is, of ik kan het niet eens weten, de bewijzen voor zijn bestaan vind ik niet overtuigend. Dit zijn de zogenaamde agnosten, die het niet weten. En ten slotte heb je ook de atheïsten, de mensen die zeggen: ik weet zeker dat er geen God is. In onze westerse wereld, ook in Nederland, heb je relatief veel agnosten en atheïsten. Hoe of wat ze ook van God denken, al deze drie typen van heidenen verdringen Gods waarheid. En dat doen ze door die waarheid om te vormen tot een eigen waarheid, die ze kunnen hanteren en verdragen.
Wat voor waarheid Paulus precies bedoelt? Daarover gaat het in de verzen 19-20. De Groot Nieuws bijbel vertaalt deze verzen zo: "Ze kunnen weten wat er over hem te weten is; hij heeft het hun zelf duidelijk gemaakt. Want sinds hij de wereld heeft geschapen, kunnen ze met hun verstand uit de schepping opmaken wat niet gezien kan worden: zijn eeuwige macht en zijn God-zijn. Te verontschuldigen zijn ze dus niet!"
Uit deze verzen leren we dat zelfs de heidenen God kennen, tot op zekere hoogte. God had de mens gemaakt om in een innige liefdesband met Hem leven. Nou, wat de mens betreft is er van die liefde geen sprake meer. Er is eerder sprake van haat en oorlog. Maar er blijft wel een band. De mens heeft wel weet van God. Hij kent de waarheid. Ook al probeert Hij hem uit zijn leven te verdringen. Dat de heiden van Gods bestaan en van zijn waarheid weet, daarvoor heeft God zelf gezorgd. Hij heeft het hun geopenbaard, staat er. Wat er óók staat, in onze vertaling, is dat wat van God gekend kan worden in hen openbaar is. In hen. Dat duidt op het wonderlijke verschijnsel van het menselijke geweten, dat universeel is. Overal op de wereld bestaat min of meer dezelfde ethische code. In alle culturen, wordt verzet tegen het officiële gezag, moord, overspel, diefstal, liegen en jaloezie als kwaad bestempeld. Nou, die kennis van goed en kwaad is niet zomaar ontstaan. Het is ook geen resultaat van overleg en democratische besluitvorming. Nee, deze normen zijn hoger dan de mens zelf. Ze komen van buitenaf. God heeft die in het hart van de mens, in zijn geweten, vastgelegd. Het zondigen tegen die normen leidt ook tot schuldgevoelens die alleen door een macht hoger dan de mens kunnen worden weggenomen. Alle mensen hebben een ingebakken rechtsgevoel en weten diep van binnen dat ook de balans van hun leven ooit moet worden opgemaakt.
Verder wijst Paulus in vers 20 vooral op de schepping als de weg waarlangs God zijn waarheid aan de mens geopenbaard heeft. In de theologie noemen we dit de algemene openbaring. Wat met de ogen in je hoofd van God niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid (want dan zou je ter plekke sterven) dat is met het oog van het verstand wel te zien, in te zien, als je kijkt naar de schepping. Naar de vaste plek van de hemellichamen in het onmetelijke heelal, de tere schoonheid van een bloem, de wondere kringloop van het water, de onstuimige groei van zaadje tot boom, de vakmanschap waarmee de merel zijn nest bouwt en een spin zijn web, de ingewikkeldheid van het menselijk lichaam en de menselijke geest. Is dat niet adembenemend wonderlijk en mooi? Maakt het je niet klein? Brengt het niet als vanzelf tot ontzag voor een almachtig, alwetend en algoed wezen, ver boven ons verheven? Ja, was het antwoord van vrijwel ieder mens op aarde. Tot voor 150 jaar geleden. Want sindsdien heeft de evolutieleer miljoenen mensen met blindheid geslagen en horen we via de media alleen nog maar het verhaal dat het leven ontstaan is door een keten van toevalligheden. Of zou het toch zo'n vaart nog niet lopen? Ik denk dat wel eens, als ik tijdens veel kraambezoeken ook ongelovigen hoor zeggen: "O, wat is het toch een wonder, hè? Zo'n geboorte, zo'n mooi kindje". Laat zo'n spontane uiting ook niet zien dat Gods waarheid niet zomaar weg te dringen is? Een mens wordt niet als evolutionist geboren. Van nature zijn we allemaal creationist. Ga maar na. Heb jij al eens een kind in een museum wijzend naar een schilderij aan zijn vader horen vragen: "Pappa, door welk proces is dat ding daar ontstaan?" Ik denk het niet, hè. De normale vraag is: "Wie heeft dit gemaakt?" Nou, zoals een schilderij laat zien dat het een product is van een creatieve geest, zo laat de schepping dat ook zien. En daarom zijn de laatste woorden in vers 20 ook helemaal terecht: zodat zij geen verontschuldiging hebben. Het geweten en de schepping zijn ondubbelzinnige getuigen van Gods bestaan. Er is niemand die straks tegen God kan zeggen: "Sorry, maar dat U er was, heb ik echt niet geweten."
Dan zal God zeggen: "Je hebt het wel geweten, je hebt het alleen niet willen toegeven, je hebt het verdrongen en er niets mee gedaan." Dat laatste is het allerergste. Daar gaat vers 21 verder op in. Dat vers zegt: Zij kennen God wel, maar geven hem niet de eer die hem toekomt en brengen hem geen dank. Hun gedachten lopen op niets uit en het is donker geworden in hun onverstandige harten. Met andere woorden: door algemene openbaring weten en ervaren dat God er is, maar Hem dan niet zoeken, Hem niet willen dienen en eren en danken, dat is echt onvergeeflijk! De waarheidverdringende heiden is schuldig. Maar ik voeg er meteen aan toe: de evangelieverdringende kerkmens nog veel meer. Want als je dag in dag uit, week in week uit Gods liefdevolle stem hoort in de bijbel en het je koud of lauw laat, als je God niet zoekt, Hem niet eert en niet bedankt, dan is het met jou nog veel erger.
Gek eigenlijk. Alles in de natuur brengt eer aan God door aan zijn wetten te gehoorzamen, alles behalve de mens. Is dat niet tragisch, dat de kroon op Gods schepping, de mens, zijn Schepper niet de eer geeft die Hem toekomt? En Hem niet dankt voor alle goeds dat hij van Hem krijgt? Als je God niet dankt voor je eten, ben je net een varken dat ook meteen aanvalt zogauw zijn trog gevuld wordt. Ondankbaarheid is een ellendige eigenschap van de mens. De bekende Russische schrijver Dostojevsky definieerde de mens ooit als de 'ondankbare tweevoeter'. Veel mensen zeggen nog wel "Godzijdank" maar bedoelen ze het ook echt zo? Dankbaarheid is geen vrijblijvende suggestie maar een bijbelse opdracht. Paulus zegt in 1 Tessalonicenzen 5: 18: Wees dankbaar onder alle omstandigheden; dat wil God van u in Christus Jezus. Gebrek aan dankbaarheid is geen zwakheid, maar zonde.
God en zijn waarheid verdringen uit het leven is niet alleen erg omdat God niet de eer en de dank krijgt die Hij verdient, het is ook erg omdat de mens daarmee de lichtbron voor zijn denken uitdooft. Paulus zegt: hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Ieder die de geschiedenis van de filosofie een beetje kent, die weet dat alle menselijke nadenken dat geen rekening houdt met Gods openbaring, de bijbel, automatisch vervalt in speculatief getheoretiseer. Men hoopt iets bevredigends te vinden, maar is bezig aan een hopeloze zoektocht. En al zoekend applaudisseert men druk voor zichzelf, want men is toch bezig met het hoogst denkbare denkwerk. Wijsbegeerte. Paulus velt een hard oordeel. Vers 22: 'Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden'. Als God in al ons denken over de grote vragen van het leven niet centraal staat, valt iedere levensbeschouwing vanzelf omver. Dan komen er vroeg of laat mensen met extreme denkbeelden over leven en dood. Die zeggen dan: alle joden moeten we uitroeien, alle vreemdelingen het land uit, en alle demente bejaarden een spuitje. Dan worden walvissen en zeehonden beter beschermd dan kinderen in de moederschoot. Laten we maar zuinig zijn op een politieke partij die voluit recht wil doen aan God en zijn heilzame geboden. Dat levert misschien geen grote zetelwinst op, misschien helemaal geen en misschien ook wel zetelverlies, dat maar houdt voor ons land en volk wel het zicht vrij op begaanbare paden in een gebied met drijfzand.
De mens heeft Gods waarheid onderdrukt. Hij heeft Hem de eer en de dank onthouden. En hij heeft zichzelf met blindheid geslagen. En in reactie daarop openbaart zich Gods toorn van de hemel. Niet straks pas, op de dag van het oordeel, maar ook nu al. Ben jij nooit ziek? Morgen kun je griep krijgen of erger. Een ding is zeker: we gaan allemaal dood. Jij ook. Dat is Gods oordeel over je zondige natuur. Er zit veel vruchteloosheid in de schepping. In de natuur, allesverzengende droogtes en bosbranden, allesverdrinkende vloedgolven. Maar ook in het leven van mensen. Jarenlange voorbereidingen aan een veelbelovend project: door één handtekening verdwijnen ze in een kast. Je wil gaan genieten van je welverdiende pensioen: drie weken later krijg je een beroerte. Gods toorn openbaart zich ook daarin dat hij zich van ons afkeert. Dat Hij ons laat zitten in de duisternis waar we zelf voor gekozen hebben, als voorproefje voor de hel.
Dit is alles is de duistere achtergrond waartegen het evangelie van Jezus Christus schittert als een kracht tot behoud. Want voor wie gelooft, verandert het plaatje. Dan wordt de dood de doorgang naar het eeuwige leven (1 Korintiërs 15: Dood, waar is uw overwinning Dood, waar is uw prikkel?) Dan wordt de vruchteloosheid in ons leven omgebogen in positieve richting (Romeinen 8: Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben en die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. En dan verandert de zelfgekozen duisternis in licht (1 Petrus 2 - U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk God ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht). En dat alles door Jezus Christus. Door Hem, de weg, de waarheid en het leven mogen wij allemaal ontkomen aan de verschrikkelijke toorn van God, nu en straks. God zij dank! Halleluja!

Amen.

Gebed

Here onze God, wij danken U dat uw Woord zo eerlijk is over onze situatie. Dat wij van nature u niet liefhebben, maar uw waarheid wegduwen uit ons leven. Dat we U niet de eer geven en U niet danken en daardoor in duisternis leven. En dat U daarom kwaad bent. Want die eerlijkheid van U, is het begin van de oplossing. Alleen omdat U eerlijk bent, kunnen we onze nood onder ogen gaan zien. Aan u ligt het niet. U hebt zo duidelijk gemaakt dat u er bent. Uw goedheid, uw heerlijkheid en macht is zonneklaar. Het ligt aan ons. Vergeef ons leer ons Uw openbaring te erkennen en er dan ook naar te leven. Wij danken uw voor het feit dat U door het geloof onze duisternis hebt verjaagd en we U niet alleen als Schepper hebben leren kennen, maar ook als Vader. U hebt ons laten ontsnappen aan uw toorn. We bidden u voor alle mensen op wie Uw toorn nog rust en nog leven in duisternis. Open ook hun de ogen en breng hen zover dat ze de reddingsboei van het evangelie aanpakken, dat ze hun knie willen buigen en met hun mond Jezus zullen belijden als Heer.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar