Mee aan het Kruis, en toch: Goede Vrijdag

Thema:

Mee aan het Kruis, en toch: Goede Vrijdag (Goede Vrijdag)

Tekst: Romeinen 6: 6-7
Tekstgedeelte(n): Marcus 15: 22-39
Romeinen 6: 1-7
Door: Ds. Roelof Sietsma (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Grootegast)
Gehouden te: Dokkum op Goede Vrijdag, maart 2001

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 2: 1-2
Gebed (voor de opening van het Woord)
Lezen: Marcus 15: 22-39
Gez. 19: 1, 3
Lezen: Romeinen 6: 1-7
Tekst: Romeinen 6: 6-7
Lied 75: 3, 8, 10, 14
Preek
Lied 75: 15
Dankgebed en voorbeden
Collecte
Slotzang: Ps. 2: 3-4
Zegen

Geliefde Gemeente van onze Here, Jezus Christus,
broeders, zusters, jongens en meisjes, vrienden en gasten,

Nu is het Goede Vrijdag. Wat een apart woord! Waarom niet: lijdensvrijdag?
Of: stervensvrijdag. Want daar denken we toch aan: aan het lijden en sterven van onze Meester. Dat is niet de meester van onze school nu. Nee, onze Meester die ons leert hoe we moeten leven in deze wereld: onze Heilsmeester, die ons de weg naar de hemel wijst, naar het eeuwige geluk, naar het herstel van alle dingen. En die ons daarin onderwijst.
Hij leed en stierf. En dat lijkt toch een verdrietige zaak, hé, zoals we het stervensverhaal ook lazen: geen fijne dood, om zó te moeten sterven.
En dan zo'n verdrietige herdenking op een verdrietige dag, in een gespannen tijd.
Oorlogen, spanningen, ziektes en rampen in ons land of ook veel meer nog in andere landen, andere streken, andere gebieden in Gods wereld.
Neergaande economie.
Jezus leed, mensen lijden, wij allemaal lijden eronder.
Zullen we maar echt verdrietig zijn samen? Samen huilen?
En dan weer naar huis gaan?
Er zijn veel volkeren op aarde, waar men de Lijdensvrijdag zó viert, of probeert te vieren. Men probeert echt stil te staan bij het lijden en de dood van Jezus.
Overal beelden van Jezus aan het kruis, met bloed eraan. En dan zijn er op deze dag allerlei verboden: je mag niet slachten: er mag geen bloed vloeien op deze Vrijdag. Je mag geen vlees eten: heel de rooms-katholieke wereld eet deze week alleen maar vis. Geen vlees.
Zo probeert men mee te lijden met Christus. Medelijden te tonen.
Maar, in werkelijkheid betekent het voor velen alleen een extra vrije dag, waarop gelukkig niet gewerkt hoeft te worden en een extra uitje naar een processie met het Jezusbeeld.
En dat is nu ook niet de manier waarop we de Here Jezus die in de hemel woont, echt dienen. Zó wil Hij het niet.
Laten we het maar direct zeggen, broeders en zusters, jongens en meisjes: de Here wil dat we ons verheugen en Hem danken om zijn sterven! Niet door middel van processies en beelden. Daar heeft God een afschuw van. Nog steeds. Het tweede gebod staat er nog zoals het er altijd gestaan heeft. Geen beelden en die niet dienen. Maar de Here Zelf wil door ons geloofd worden door onze stemmen! Geloofd en geprezen! In zang, in gebeden, in gesprekken, in kerkgang. Zó dienen we Hem. Onze dienst is een dienst van het Woord, en niet van beelden. Dat in de eerste plaats. En ten tweede wil God geen verdrietige dienst, tenzij het zou zijn om onze zonden, maar Hij wil, als we nu vanavond denken aan het sterven van Jezus, een verheugende dienst! Een blijde dienst.
Daarom stierf toch Jezus Christus, om onze levens te redden?
Zouden we dan niet blij zijn, en vreugde bedrijven?
Ja, hoe gebeurde dat eigenlijk, het sterven van de Here Jezus? We hebben het gelezen, in Marcus: hebben jullie ook gelet op de tijden in het lijdensverhaal? Daar wordt het een stuk duidelijker van. In Marcus 15: 25 staat dat Hij op het derde uur werd gekruisigd. De joden begonnen te tellen vanaf 6 uur 's morgens. Dan begon de dag voor hen met het eerste uur. Het derde uur eindigt dus om 9 uur 's morgens. Zo tegen negenen werd Jezus gekruisigd. En dan vers 33: Van het zesde tot het negende uur was er duisternis over het hele land. Dat was dus midden op de dag! Het zesde uur eindigde om 12 uur 's middags.
Dat was vreemd: midden op de dag opeens werd het donker tot 3, 4 uur 's middags!
En daarna. Wat gebeurt er daarna? Vers 38 en 39 vertellen het: het voorhangsel in de tempel scheurt, en de hoofdman der Romeinen erkent dat Jezus Gods Zoon is.
Een belijdenis!
En Matteüs vertelt ook nog in zijn Evangelie, dat er een aardbeving plaatsvindt en dat doden opstaan en weer levend worden!
Tekenen en wonderen!
En zo kunnen we deze lijdensdag van onze Here indelen in drie perioden: Van 9 tot 12 uur 's morgens, samengevat: lijden, spot en schande. Hij wordt uitgescholden, bespot, te schande gemaakt, naakt opgehangen, zijn kleren verdeeld. Het is een diep lijden voor onze Zaligmaker. En dan de tweede periode: van 12 tot 3 's middags: verlatenheid en duisternis. Letterlijke duisternis over het land, maar erger voor de Here is de geestelijke verlatenheid waar Hij doorheen gaat.
Jezus schreeuwt het uit: Eloï, Eloï, Mijn God, Mijn God, Lama sabachthani? Waarom laat U me nu alleen? Verlatenheid, die Hem doet uitschreeuwen: O God, alstublieft, moet Ik hier echt doorheen?
Maar dan de derde periode: drie uur 's middags. Het wordt weer licht. En opeens: tekenen! Het voorhangsel scheurt door Gods wil van boven naar beneden: de toegang naar God wordt door Hem geopend! Bevrijding! En kijk welke bevrijdingen er meer plaats vinden: doden staan op, worden bevrijd uit hun kerker. Een aardbeving! God verscheurt banden. God verbreekt boeien! Doden gaan leven! En de Romeinse hoofdman? Hij kan alleen maar belijden: dus het is echt waar! Deze mens was een Zoon van God Zelf! Voelt U de kracht, gemeente, jongens en meisjes? De kracht van Christus' dood? Al in dit sobere, oorspronkelijke verhaal van Marcus? Dit was geen normaal verdrietig sterven van een jonge man die niet eens ziek was. Dit is iets totaal anders!
Veel meer dan een trieste dood van een jonge kerel!
Ja, en als het nu nog alleen dit was, dan zou het al heel wat zijn.
Maar het betekent nog veel meer, legt het Woord van God ons uit. We zijn dan in onze tekst in Romeinen 6. Want wat betekent nu precies het sterven van Christus voor ons?
Ja, natuurlijk is zijn dood de betaling voor onze zonden. Dat weten we. Hij stierf daar voor mijn zonden. Hij leed daar aan 't kruis wat wij eigenlijk hadden moeten lijden, verdiend, vanwege ons kwaad.
Maar er is meer! Toen Jezus stierf om de zonden van Gods kinderen, toen werd ook de macht van die zonde gebroken! Daarom die aardbeving!
En dat is zo belangrijk, dat Paulus dat in onze tekst, Romeinen 6: 6-7 maar liefst drie keer herhaalt! Hij zegt eerst: aan het lichaam der zonde werd zijn kracht ontnomen! Lichaam betekent hier zoveel als: leven. Mijn zondige leven verloor zijn kracht! Die kracht van de zonde week, verdween uit mijn leven, en in de plaats daarvan kwam de kracht van Jezus Christus in me! En dan: wij zijn niet langer slaven van de zonde. Eerder, vroeger, voor mijn bekering tot God, moest ik perse doen wat de boze me voorzei. Hij dicteerde mijn leven. Er was geen alternatief. Hij maakte me egoïst, en ik wist niet beter. Maar nu ben ik daarvan bevrijd. Nu zie ik wat werkelijk goed is, en nu kan ik dat ook werkelijk doen. Want nu is Christus mijn Heer en Meester. Hij dicteert me nu, en de Boze niet meer! En, ten derde: wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. En hoe kan dat dan, dat door de dood van de Here Jezus, wij bevrijd worden van de zondemacht? Dat kan, omdat onze oude mens met hem mee gekruisigd is! Dat is het geheim! En nu, concreet: hoe weet jij, hoe weet U nu, of U bevrijd bent van de macht der zonde? Hoe kun jij nu weten of jouw oude mens ook meegekruisigd is? Het antwoord is: als je gelooft en gedoopt bent. Gelooft U? Geloof jij, oprecht? Bent U gedoopt, als teken dat U bij God hoort? En als U al volwassen bent, hebt U ook belijdenis van uw geloof gedaan? Publiek? In de kerk beleden, dat Christus uw Zaligmaker is? Nu dan, weet dan dat uw oude mens mee gekruisigd is, en dat U niet meer in de ban van de zonde bent! Dat kan niet meer. Het mag niet en het kan niet! Die macht is gebroken. Door Jezus Christus, aan het kruis! U bent nu vrij!
Vrij van die vreselijke macht der zonde, die U als een slaaf gevangen hield, en U alleen maar het slechte deed willen: begeerte, diefstal, overspel, machtsmisbruik en haat. Romeinen 1 vertelt ons er alles van. Gelukkig, dát niet meer. Bevrijd mogen we zijn, om het goede te doen. Heerlijk!
En nu werp je, nu werpt u misschien tegen: ja, maar zo rooskleurig is de situatie nu ook weer niet. Ik ben dan wel geen slaaf van de zonde, maar soms lijkt het er wel op. Bepaalde zonden kán ik maar niet laten. Ik zondig nog dagelijks. Hoe zit dat dan?
En dan heb je daar op zich gelijk aan.
Wij zondigen dagelijks, en we lijken soms nog wel slaven van de zonde.
En daar mogen we ook wel verdriet van hebben.
Maar het Evangelie van het kruis van Christus, gemeente, is dat het ons hier wordt meegedeeld dat we vrij zijn van die zondemacht!
Paulus zegt in Romeinen 6 niet: kijk, nu mag u uw oude mens afleggen, doe het maar. Nee, hij zegt: die oude mens is begraven op het moment dat u gelooft! Die oude mens is gekruisigd, als U zich aan Christus Jezus overgeeft! Laten we dat dan doen, met heel ons hart en met alle toewijding: Ons overgeven aan Jezus Christus. Dat betekent dan niet, dat we nooit meer zouden zondigen, maar het betekent dat we een groeiende hekel aan de zonde krijgen, en dat we ons verheugen, steeds meer, op de vaste toekomst, waarin wij die geloven - ja, ook jij - helemaal zonder zonde zult zijn! Met plezier. Blij omdat je alleen maar goede verlangens hebt, en geen kwade begeerten meer. Is dat geen heerlijk Evangelie?
En daarom zegt Paulus ook nog eens nadrukkelijk: wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Met aandacht voor het woordje: rechtens. Het is geen kwestie van dat je van Christus bent, en dat dan maar eens moet blijken of je ook uit de macht van de zonde bent. Nee, je krijgt de garantie dat je vrij bent! Christus deelt je mee, kondigt je aan, dat in jou leven de macht van de zonde gebroken is! Die zonde houdt jou niet meer in zijn macht. Geloof het maar. Het is echt waar. En ga zo maar op weg, steeds verder, om een hekel te krijgen aan álle kwaad, en om waarheid en het goede steeds meer lief te hebben.
En zo is het Lijdensvrijdag. Toch Goede Vrijdag! Wel verdriet om het lijden van de Here Jezus, maar meer nog vreugde om zijn dood. Dankbaarheid. Want het resultaat van Christus' dood is toch fantastisch! Bevrijd uit de macht van de zonde! Niemand hoeft nu meer te zeggen: "Ja, maar ik kon niet anders dan zondigen, haten, doden en moorden. De zonde en de satan hadden mij volledig in hun macht", want wie gelooft en gedoopt is, is van die macht volkomen bevrijd! Dankzij Jezus, onze Here.
En dan de vraag: beleeft U dat ook zo? En jij, beleef je dat ook zo? Ja, we weten het wel, dat het vallen en opstaan is met ons, zwakke zondige mensen. Maar voelt U en weet U, zien jullie allemaal echt dat door alles heen, door 't vallen en opstaan heen, we niet meer in de macht van de zonde zijn, maar dat we, als discipelen van de Here Jezus, vrij zijn om het goede weer te willen en te doen? Gebrekkig, maar uiteindelijk, in de toekomst, in volmaaktheid? Dat we daar naartoe op weg zijn? Dat het toch met ons uiteindelijk de goede kant uitgaat? Bent U zo optimistisch?
En weet U zich, als volwassen, belijdende leden, ook zo, veilig aan de hand van de Here, bevrijd om het goede te kunnen doen? En niet het kwade? Dan kan de regering van ons land opstaan tegen God, we hebben er misschien vandaag van gezongen, Psalm 2, tegen de Here en zijn Gezalfde, de Here Jezus Christus, de Levensvorst, die de mensen leven wil geven, en de regering zegt: nee, wij willen doden. Euthanasie mag, een goede dood, alsof de dood ooit goed kan zijn. En dan reageren de kinderen van God níet als gevangenen in de macht van de boze. Geen woedende protesten. Geen stenen gooien op het Binnenhof, maar bijvoorbeeld een stille tocht, of met gebed. Een waardig protest tegen een regering die God vergeet, of aan de kant wil laten staan. Want zij zijn vrij om het goede te doen, en niet het kwade. Zelfs al staat een regering op tegen God en zijn wetten.
Evenzo ook, broeders en zusters, kunnen ramp, oorlogen en noden, van mond- en klauwzeer tot varkens- of vogelpest, van oorlog tot genocide, van Aids tot Sars, het kan ons allemaal gemakkelijk opstandig maken. Vanwege het leed, vanwege de dwaasheden die erin meekomen: beleid, gebrek aan hulp, het laten liggen van goede oplossingen.
Het zal je maar gebeuren dat anderen beslissen over het afmaken van je veestapel. Het zal je maar gebeuren dat je bevrijders je huis bombarderen en je familie doden. Het zal wel een ongeluk geweest zijn.
Terwijl veel leed in onze ogen niet echt nodig is. Het is vreselijk. Er is geen ander woord voor.
En dan verkondigt Christus ons dat we niet in de macht van de zonde liggen. Geen revolutie. Geen stenen gooien. Geen opstand. Bovenal geen opstand tegen God.
Dat is toch verleden tijd. Die oude mens, die opstandig reageerde, werd gekruisigd, met Christus, is mee aan het kruis gegaan en is nu al dood, begraven.
En wij nemen ook zelf ons kruis, en dragen in geloof het leed dat God ons toestaat te treffen, hetzij ziekte, hetzij gebrek, hetzij pijn, hetzij zelfs het sterven. Ook in dat opzicht gaan we mee aan het kruis.
Want Christus is ons voorgegaan. In het kruis van Christus mogen we eeuwig, altijd roemen. En zijn kruis, zijn bittere dood, die ons verlossing schenkt, zijn dood, die ons het leven aanbrengt, geeft ons kracht om als nieuwe mens te leven. Daarom is het goed. We ontvangen van Hem kracht om de zonde en de twijfel te bestrijden, en in zekerheid te hopen op het volmaakte Rijk van Christus, onze gekruisigde Heer, die alle dingen nieuw zal maken. Dat Rijk, dat dichtbij is, zal een eeuwig feest zijn. Daar mogen we op zien, vanuit een nieuw leven nu al, als we gedoopt zijn, als we geloven in de Heiland van ons leven.

Laten we daarvan nog een keer zingen vers 15 van Lied 75:

O Christus, ons van God gegeven,
Gij, de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis,
uw kerk die in de wereld is.
(Lied 75: 15)

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar