Een blijdschap die nooit meer ophoudt

Thema: Een blijdschap die nooit meer ophoudt
Tekst: Romeinen 14: 17
Tekstgedeelte(n): Romeinen 14
Door: Ds. H.J. Messelink (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Centrum)
Gehouden te: Dalfsen op 2 juni 2002; Zwolle-Centrum op Pinksteren 2002; Bedum op 30 mei 2004
Opmerking RJCV: Deze preek is geschikt voor zowel binnen als buiten de Pinksterperiode.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 100
Wet
Ps. 119: 1
Gebed
Lezen: Romeinen 14
Lied 285
Tekst: Romeinen 14: 17
Preek
Lied 473: 1, 5, 7, 10
Gebed
Collecte
Gez. 30: 3, 6

Gemeente van de Here Jezus Christus,

Heeft de Here Jezus ooit gelachen, toen Hij hier op aarde was? Het staat nergens in de Bijbel. Wel staat er 3x dat Hij gehuild heeft. Maar gelachen? Iemand zei daarover: Ik weet niet of de Here Jezus gelachen heeft. Ik weet alleen 1 ding: dat Jezus het zo gemaakt heeft dat ik weer lachen kan. Onze tekst spreekt van blijdschap door de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt ons aan het lachen. Hij geeft ons zo'n ongelooflijke blijdschap, dat daar helemaal niets tegenop kan. Het is een blijdschap die gegrond is op de goede verhouding met God. Dat wordt uitgedrukt met die woorden rechtvaardigheid en vrede. Daar wil Paulus het met zijn lezers over hebben. Dit vindt hij van het grootste belang. Eigenlijk moet je onze tekst zo lezen, dat Paulus midden in een hoofdstuk over de verhoudingen in de gemeente zegt: mensen, waar zijn jullie nou helemaal mee bezig? Denken jullie nou echt dat je er hier mee komt? Dat als je maar het goede standpunt hebt, dat je dan aangenaam voor God bent? Als jij het maar goed ziet. ... Kijk, dan komt het al akelig dichtbij. Dan gaat het ook over ons. Over ons leven in de kerk, onze omgang met elkaar, maar ten diepste over: hoe zien we onszelf voor God staan? Hoe denk je dat God naar jou kijkt? Om het met de taal van de Pinksterdag te zeggen: heeft de Geest je echt te pakken? Heeft Hij jouw hart al aan Gods hart verbonden? Heb je al diepe vrede en rust in je hart? Of ben je nog altijd bezig je te bewijzen, te laten zien dat JIJ het toch wel goed doet? Waar ben je in je leven nou helemaal mee bezig. Have a break en denk daar nou eens rustig over na.

Hoe komt de apostel hier nu bij? Nou, er was in de gemeente van Rome onenigheid. De een geloofde dat hij alles mocht eten en drinken, de ander was vegetariër en geheelonthouder: geen vlees, geen drank. Daarbij ging het om het onderscheid met de heidense omgeving. Moest je je daar niet veel strakker tegen afzetten? Dat is dus een discussie, die vandaag net zo gevoerd wordt. In hoeverre moet je als christen bepaalde zaken mijden? Denk vandaag aan het uitgaansleven, aan de hele cultuur waarin wij leven. Wij praten daar ook met elkaar over: de een is daar strakker in dan de ander, trekt eerder grenzen. Wij moeten ons meer van de wereld afzonderen. De ander zegt dat het allemaal niet zo'n vaart loopt. Zo was er dus in die gemeente van Rome een discussie over vlees en drank. Op dit punt schaart Paulus zich bij de mensen die zeggen dat je in principe alles mag eten en drinken. Niets is uit zichzelf onrein of slecht. Alleen, de apostel zegt dan niet: ieder z'n vrijheid, blijf daar vanaf. Zo gaat dat vandaag vaak: jij hebt niks met mijn leven te maken, ik kan dat zelf wel verantwoorden, dat is jouw zaak niet. Nee, Paulus bindt de sterken op het hart de zwakken te aanvaarden door in bepaalde omstandigheden geen vlees te eten of wijn te drinken. Zo kies je voor je broeder. Want: als je voor Christus kiest, kies je ook voor je broeder. En je beleeft je vrijheid in liefde als je bepaalde dingen nalaat ter wille van andere gemeenteleden. Dus geen vrijblijvendheid maar juist aanvaarding van elkaar. Beschadig elkaar alsjeblieft niet in het geloof, want je bent samen op weg naar de laatste dag en dan mag er niemand van ons ontbreken! Daarom: niet alles wat mag, moet ook altijd. Wat goed is, kun je nog wel verkeerd gebruiken als je naaste er schade door lijdt. Dat is wat Paulus vlak voor de tekst zegt.

En dan krijg je het. Dan opeens onderbreekt Paulus zichzelf als het ware en zegt: ja maar, denk je nou heus dat dit het is? Dat het hier op aankomt? Of je wel of geen vlees eet? Of je wel of geen wijntje drinkt? Dat dat je christen-zijn uitmaakt? Ja, misschien denk je dat wel. Misschien verwar je het christen-zijn wel met een bepaalde mate van fatsoen. Misschien denk je wel dat je God aangenaam bent als je bepaalde dingen niet doet. Dat je op de jongste dag aan kunt komen zetten met een mooi verhaal: Here, ik ben nooit aan de drank geweest, ik kwam elke zondag 2x in de kerk, ik heb mezelf nooit op een vloek betrapt, U hebt me toch wel gezien? Of je hebt juist het omgekeerde: dat je altijd het gevoel hebt tekort te schieten; dat je als een berg opziet tegen de jongste dag. Want je hebt in je leven eigenlijk nooit voldaan aan wat God verwachtte. Je weet van je zelf wel dat je een knoeier bent, dat je je steeds weer voorneemt: en nou zal ik echt voor de Here gaan leven, en het gaat altijd weer mis. Nou, dan kom je straks aan op de jongste dag, met je leven, een vuilniszak vol, en wat zal God dan zeggen. Daar denk je vaak aan en je probeert het toch maar eens weer. Net als Luther vroeger: met vasten, zweten, bidden, alles prijsgeven, jezelf verloochenen en er nooit iets voor in de plaats krijgen. Je knokt en je strijdt, maar blijdschap? Vrede? Gelukkig zijn? Ho maar. En ondertussen kijk je vol wrok naar een ander: die leeft maar een eind weg en ondertussen lijkt-ie ook nog heel dicht bij God te leven. Dat kan toch niet. Dat zal God toch vast niet goed vinden!

En dan zegt Paulus: stop. Wacht even. Bestaat het Koninkrijk van God, Gods ingreep in deze wereld, het allesomvattende leven met God, bestaat dat in eten en drinken? Je denkt toch niet dat de Zoon van God de hemel heeft verlaten, Zichzelf vernederd heeft, alles heeft doorgemaakt tot en met de hel, het graf heeft overwonnen en naar de hemel is gegaan, als dat alles zou zijn: eten en drinken, wat mag nog net wel en wat net niet? Wat betekent het dat je in je leven Gods Koninkrijk zoekt? Doet je dat iets? Raakt je dat tot diep in je hart? Of betekent het alleen maar, dat je probeert aardig en fatsoenlijk te zijn? Nee, het Koninkrijk van God gaat niet over eten en drinken, maar over rechtvaardigheid. Het gaat dus over iets buitengewoon belangrijks. Het gaat niet maar over een paar leuke dingetjes, bepaalde vormen of rituelen of wat we nu wel of niet zullen doen. Want het christelijk leven is nooit klein en pietluttig, het is groots, het is iets geweldigs. En het begint met de grote vraag naar rechtvaardigheid. En rechtvaardigheid (het kernwoord in deze brief) zegt: jongens, wacht nou eens even met al je gekibbel, kijk naar boven, kijk naar God. Hou nou eens op over jezelf te denken, hoe je het doet; kijk eens naar God, hoe is je relatie met Hem eigenlijk? Rechtvaardigheid - dat plaatst je opeens voor God. Hoe zou een mens rechtvaardig zijn bij God? Waar kun je nu en op de jongste dag mee aankomen bij God? Bij God, die je hart kent en die rechtvaardig oordeelt. Hoe moet dat met al je zonden, met al je mislukkingen, met al je verkeerde gedachten en gevoelens? Hij kent de diepte ervan. Kijk, als je daarover nadenkt, worden die vragen over vegetariër zijn en geheelonthouder iets minder belangrijk. Want het wel of niet eten of drinken van iets brengt je echt niet in de hemel. Je kunt toch alleen maar voor God verschijnen als je rein bent, smetteloos wit, als je net zo schoon bent als Hijzelf? Ik moet gereinigd worden van schuld en van de macht van de zonde: 'Schep in mij een rein hart o God en vernieuw in mij een vaste geest.' Dat heb ik nodig. En weet u - en dat is eigenlijk de hele Romeinenbrief - is dit de boodschap van het Koninkrijk, dat God dit heeft gedaan. Wij hebben gefaald. Wij wilden de Noordzee over zwemmen, maar kwamen niet verder dan de branding. Maar God! God heeft een manier gevonden om met onze zonden en fouten om te gaan. Hij kan ze niet door de vingers zien; niet doen alsof ik ze niet gemaakt heb. Wat heeft Hij dan gedaan: Hij heeft het ZELF goed gemaakt. Kijk naar Jezus. Mijn smerige verleden is aan Hem gegeven. Hij nam al die vuiligheid van Mij op Zich. Hij praat onze zonden niet goed; Hij past zijn normen niet aan. Hij stelt zijn eisen niet bij. Maar Hij neemt onze zonden van ons af en laadt ze op zijn rug. Hij draagt de straf. Hij gaat naar de diepten van de hel. Hij wordt door God verlaten. Hij blust de toorn van God. En God rekent ons dat toe. Gods heiligheid wordt geëerd. Onze zonde wordt gestraft; en wij zijn verlost. En dan kom je straks bij God en je vraagt Hem jouw dossier op te roepen. Hij doet het en zegt: niets te vinden! Smetteloos. Er wacht jou geen veroordeling meer. God kan jouw zonden nergens terugvinden. Dat is rechtvaardigheid. God verklaart je rechtvaardig. Hij zegt vandaag tegen jou: Ik heb niks tegen je, helemaal niks. Ik heb alle zwarte bladzijden uit jouw levensboek gescheurd. En zeg je nou: ja maar, morgen doe ik weer zonde, ik wil een nieuwe natuur, ik wil verlost worden van die gedachten aan de zonde, dan zegt God: Ik reken je ook de smetteloze heiligheid van mijn Zoon toe; als Ik naar jou kijk, zie Ik: Jezus. Hoor je dat? En Ik ga ook met je aan het werk. Mijn Geest krijgt jou wel anders. Hij laat het leven van Jezus jouw leven binnengaan en verandert je van binnenuit. Hij maakt jouw hart tot zijn troon. Hij wijdt je leven aan God.

Dat is christendom. Dat heeft dus niets te maken met dat beetje goedheid van u of mij; of dat ik een beetje beter ben dan een ander of dat ik iets beter leef dan vroeger. Vergeet het maar; het gaat er om dat je de Here Jezus kent en weet dat alles van Hem jou geschonken is, dat de Heilige Geest je dat helemaal eigen maakt, zoals Hij bij de doop heeft beloofd. Kijk, en dan krijg je ook vrede. Vrede met God en vrede met jezelf. Door de Here Jezus ontvang je de absolute zekerheid dat het goed is tussen God en jou. Wat er ook gebeurt. Je kunt God weer in de ogen kijken. Je staat weer op goede voet met Hem. En dan vind je ook vrede in jezelf. Je jaagt niet meer naar geluk. Geluk is een bijproduct, bij de goede relatie met God. Dan hoef je je dus ook niet meer waar te maken. Je kunt als het moet verwachtingen loslaten; ons leven IS niet mislukt als we een heleboel wensen NIET in vervulling zien gaan. Je wordt van jezelf bevrijd. Je hoeft je niet meer waar te maken ten koste van een ander. Je mag gewoon jezelf zijn. Je bent ook niet meer afhankelijk van het oordeel van anderen. Je kunt je daar soms zo mee bezig zijn: hoe zouden ze naar mij kijken, wat denken ze wel niet van me - dat je daar je doen en laten op gaat baseren. Maar als je zegt: ik ben een kind van God, ik heb in mijn hart vrede met God; wat er ook gebeurt, tussen God en mij zit het helemaal goed; dan ben je niet meer zo afhankelijk van een ander; dan is het ook niet meer zo belangrijk of je leven op rolletjes verloopt; dan kun je ook eens loslaten, dan krijg je ruimte, ook voor de ander. Denk maar aan het omgekeerde: als je altijd maar onvrede in je hart hebt, boos op God, boos op mensen, ontevreden, jaloers, bang, noem maar op, dan gaat ook al in je energie in jezelf zitten: hoe sla ik me nu weer door deze dag heen? Maar als je hoort in de vrede: kind, je zonden zijn je vergeven, Vader houdt van je, de Heilige Geest vult je hart met vuur en blijdschap, dan vind je ook vrede in jezelf, dan is je leven goed; dan kun je ook recht doen aan de pijn van een ander, vertrouwen winnen, voelen waar bij de ander bitterheid zit, agressie, wrok. Hoe meer jijzelf thuis bent bij je hemelse Vader, hoe meer ruimte je ook krijgt voor de ander. Want ook die ander moet van dezelfde genade leven als jij. Vrede in jezelf, dat is zo belangrijk. Weten, dat jouw wiebelige leventje veilig is bij God. Vrede, dat is een vrucht van de Heilige Geest; daar kun je dus ook altijd om vragen. En je mag al je zorgen bij God brengen, alles bij zijn voeten neerleggen, want Hij zorgt voor je. Hij is je liefhebbende Vader. Hij heeft je lief met een eeuwige liefde de niet schommelt of ingetrokken wordt. Dat is de belofte van de bijbel. Dan loopt het misschien niet allemaal perfect in je leven, maar het is goed, je hebt een vrede die alle verstand te boven gaat. Die vrede is de veiligheidsgordel om je gedachten en gevoelens.

En dan kan het niet anders of er komt een blijdschap in je leven, die je helemaal gelukkig maakt. De Heilige Geest maakt dat je weer lachen kunt. Als je altijd maar met jezelf en met je eigen mogelijkheden bezig bent, geeft dat iets verbetens, iets van: ik zal en moet me bewijzen; er zit dan eigenlijk geen ontspanning in je leven. Je kunt niet lekker met je voeten op de bank liggen, want je moet nog zoveel. Maar als je God kent door de Here Jezus, dan komt er een diep geluk in je. Een onverwoestbare blijdschap. En die is van de Heilige Geest. Door Hem maak je een echte bevrijding mee. Eindelijk van je vuile zonden en je vieze verleden af. Eindelijk niet meer bang zijn. Eindelijk thuis. Kijk eens naar die mensen op de 1e Pinksterdag. Het trilde bij hen van vreugde. Die mensen waren zo blij, dat anderen dachten dat ze dronken waren. Opgetogen waren ze, in vervoering en ze verheerlijkten God. En dat is het nou wanneer het Koninkrijk van God doorbreekt in je leven; dan word je opgetild, je voelt je licht, je raakt enthousiast, je gaat zingen. Als je weet dat je zonden vergeven zijn, moet je wel een gelukkig mens zijn. En omgekeerd, als je nooit kunt lachen, dan mag je wel eens goed in de spiegel kijken en je de vraag stellen of je wel weet wat vergeving is en dat uitgerekend jij een kind van God mag zijn. Opgenomen in de Koninklijke Familie! Als je zo'n grote eer te beurt valt, stempelt dat toch je leven? Blijdschap in de Heilige Geest is dat, zegt onze tekst.

Jawel, maar: dat klinkt zo makkelijk; net alsof het leven van een kind van God altijd even vrolijk is. Er zijn toch genoeg zaken waar je niet erg vrolijk van wordt. Ik hoef dat allemaal niet op te noemen. Dat is ook zo. Wonderlijk dan dat de Bijbel ook een bevel geeft: verblijdt u te allen tijde. Blijdschap is een geschenk, maar ook een opdracht. Er is ook een groeien in blijdschap. Een steeds meer je laten overwinnen, je koesteren in de blijdschap van God. En die blijdschap - die in wezen genieten van God is - mag groeien doordat je zonden, die de band met God blokkeren, weg doet. En ook doordat je al meer leert vertrouwen op God die je leven leidt; en ook doordat je ziet dat God met je bezig is, ook in de beproeving en de moeilijke weg die Hij met je gaat. God tuchtigt wie Hij liefheeft, zegt de Bijbel. Hij wil ons oog al meer richten op Hem. En oefening baart kunst. Bij de ingang van een sportschool stond een bord met erop geschreven: no pain, no gain - zonder pijn geen winst. Als je een sterk lijf wilt hebben, moet je er iets voor over hebben. Je moet wat pijn aan je spieren willen doorstaan. Zo is het ook met geloof. Ons geloof en dus ook de blijdschap daarin groeien door de pijn van de beproeving heen. Dat kun je ook praktisch oefenen. Als je in de put zit, dan kun je jezelf de woorden van God te binnen brengen: 'want Ik weet welke gedachten Ik over jou koester', zegt de Here, 'gedachten van vrede en niet van onheil, om je een hoopvolle toekomst te geven'. Zo wil de Heilige Geest je hart telkens weer vullen met blijdschap. Als wij ons hart dan maar openen voor de woorden van God. En het doel van de blijdschap is niet dat IK een goed gevoel krijg, maar dat God door mijn blijdschap verheerlijkt wordt. Als jij zegt: Here God, ik ben zo blij dat ik uw kind mag zijn, dan eer je God het allermeest. Gemeente, je kunt een vreugdeloze of een vreugdevolle christen zijn. Pinksteren betekent: de Geest maakt je blij, maakt je aan het lachen. Daar verlangt Hij naar. Hij wil in de kerk blijde en geen chagrijnige gezichten zien. En wanneer je blij bent, ervaar je de kracht van de Heilige Geest in je. En die blijdschap houdt nooit meer op. Zo breekt Gods Rijk door in jouw leven. Vandaag al.

Amen.


Gebed 2 (Gebedspunten):

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar