| Thema: | De ontvangst bij God en mensen... / 'Welkom Thuis!' zegt de Koning van de Kerk tot zijn kind Ruth, dwars door alles heen |
| Tekst: | Ruth 1: 18 - 2: 17 (DEEL 2) |
| Tekstgedeelte(n): | Ruth 1: 18 - 2: 17 |
| Door: | Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid) |
| Gehouden te: | Zwolle-Zuid op 2 mei 1993 |
| Opmerking RJCV: | Liefst in aansluiting op DEEL 1 lezen. Zie paragraaf na de 'punten' (Traditioneel is de koppeling Pinksterfeest-boek Ruth) |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Ps. 116: 1, 10
Ps. 55: 7-9
Ps. 105: 5, 21
Ps. 145: 4
Ps. 145: 2-3
Ps. 146: 3, 5, 8
Heeft u in uw leven al veel wachtkamers van binnen gezien?
Ik hoop voor u van niet, maar mocht het zo zijn dan bent u het vast met me eens: je kunt het treffen of niet. Maar
al te vaak kom je in een steriele holle hal. TL-buizen boven je hoofd. Wit. Koud. Als zogenaamde wandversiering
grote posters met wat er allemaal mis kan gaan met je lijf of met je gebit, al naar gelang. In de hal een zwijgende
club slachtoffers. Om de zoveel tijd schrik je op van het vervaarlijke geluid van de boor of de keiharde zoemer:
het volgende slachtoffer kan binnenkomen. Wat een bezoeking! Maar, eerlijk is eerlijk, je kunt het ook anders
treffen. Een vriendelijke assistente doet je open. Ze stelt je op je gemak. Wie weet vraagt ze zelfs: 'wilt u
intussen een kopje koffie?' Voor je er erg in hebt ben je al in gesprek met een van de andere gasten. Op de
achtergrond klinkt rustgevende muziek. Ik zeg het wat extreem, als maar duidelijk is: waar je bij de een wel
onmiddellijk rechtsomkeert wil maken (wat duizenden mensen dan ook echt doen!), daar voel je je bij de ander meteen
al een beetje 'thuis'. U begrijpt: ik begin niet zomaar met dit voorbeeld:
In de kerk gaat het op een dergelijke manier.
Of ik me thuis kan gaan voelen of niet hangt van van alles af. M'n eigen voorgeschiedenis, m'n eigen instelling,
zeker. En of er werkelijk recht wordt gedaan aan het Woord dat God ons toevertrouwde. Allemaal waar, maar vlak ook
de invloed van een goede ontvangst niet uit! Of ik nu een nieuw kerklid ben, of een gast uit een zustergemeente of
ik ben een echte buitenstaander die me hier binnen waagde, ik merk onmiddellijk of er een sfeer hangt van 'fijn dat
je er bent, wees welkom, doe of je thuis bent'. En daar hebben we het goede woord te pakken: Thuis. De gemeente is
een Thuis. Een Vaderhuis gevuld met broers en zussen van zijn Zoon Jezus Christus, oud en jong tezamen. En de
gemeenschap zal zich ervoor in moeten zetten dat een ieder zich daar niet maar thuis weet maar ook
thuis voelt. De theorie 'samen een in Christus' moet 'live' in praktijk worden gebracht. Daar is
veel van te zeggen, maar vandaag willen we ons met het gelezen Schriftgedeelte koncentreren op 'de ontvangst'. De
'christelijke ontvangst': dat mag toch verwacht worden van een gemeenschap waar Christus centraal
staat. Samengevat zien we:
'Welkom Thuis!' zegt de Koning van de Kerk tot zijn kind Ruth, dwars door alles heen
|
Waar lieten we die twee achter, Noomi en Ruth, de vorige week?
Ergens tussen Moab en Betlehem. Een oude weg voor weduwe Noomi. Een volstrekt nieuwe voor weduwe Ruth. Wat dacht
je: schitterend mooi toch! Terug kunnen. Elkaar hebben tot steun. Elkaar hebben als zusters in de Here. Dat is nog
wel even meer waard! Die belijdenis van Ruth - daar word je toch helemaal stil van. Koud en warm tegelijk. 'Uw volk
is mijn volk en uw God is mijn God en daar blijf ik bij, zo waar de HERE leeft, tot de dood ons scheidt. Dan val je
elkaar toch in de armen! Zo iets indrukwekkends! 'Kind wat ben ik blij, dat de HERE je dat in het hart heeft
gegeven'. Zoiets toch?!
'Welkom: nu horen we samen bij Hem!' Iets van die strekking. Vergeet het.
Niets van dat alles. Helemaal niets. En dat zat er eigenlijk ook wel in. Weet u nog van die duivelse
anti-evangelisatieaktie waarmee ze Ruth bestookte. Tot drie maal toe ging ze in de aanval: jij gaat terug! terug
naar je land, terug naar je goden! En Ruth heeft de aanvallen afgeslagen, God zij dank! Satan is ontmaskerd. Hij is
het zwijgen opgelegd. En Noomi? Zij zwijgt mee. 'Zij hield op tot haar te spreken' lezen we. 'En zij gingen beiden
voort...' Wat zo mooi had kunnen zijn wordt een beproeving. Daar gaan ze, gehuld in het zwart, gehuld in
stilzwijgen. Je proeft hierin iets van 'dan moet je het zelf maar weten, ik heb gedaan wat ik kon'. Daar heb je het
nu, in heel extreme vorm: wat een 'welkom'... Ruth die zich helemaal geven wil. En dat niet maar aan Noomi: aan
haar volk, het volk van de HERE. Zij wil haar leven in zijn dienst stellen. Maar
Noomi heeft er geen oog voor dat het de HERE is die haar erbij heeft getrokken. Wij, achteraf, zien het wel: die wonderlijke weg hoe zij erbij gekomen is. Heel wat was ervoor nodig: een hongersnood, een immigratie, een gemengd huwelijk, een blij bericht 'er is weer brood', een geestelijke strijd, een belijdenis: en nu is ze ingeplant, als wilde loot op de edele olijf (om het beeld van Paulus maar eens te gebruiken). Maar wat zegt de stamboom? Wat zegt de Kerk in de persoon van Noomi? Ze zwijgt in alle talen. Maar dat kan toch zo niet blijven?! Nee zo kan het niet blijven. Wanneer ze zijn aangekomen van de velden van Moab in de velden van Efrata is de stilte voorbij. Maar wacht even: dat maakt het er niet meteen florisanter op, want wat gebeurt:
Het roddelcircuit komt op gang...
Daar is niet veel voor nodig. Ze zijn de poort nog niet in of ze wordt herkend -zij het met moeite, want 'wat is ze
veranderd...'Het gerucht snelt hen vooruit. Het hele stadje is in rep en roer:'Heb je 't al gehoord wie of dat ze
zeggen dat terug is: Noomi, Liefelijkheid - nou, alle liefelijkheid schijnt er wel af te zijn! Wat wil je ook: haar
man en haar zoons verloren, hoorde ik. En dan heeft ze nog de een of ander bij zich, een moabitische, dat zie je
zo, wat moet die hier?' Noomi heeft wel door hoe er over haar gepraat wordt. En ze wil het nog wel uitleggen ook.
De naam Noomi, die op ieders lippen is: ze kan hem niet meer horen. Als een vloek klinkt die. 'Noem mij
Mara, bitterheid, want de Almachtige heeft mij veel bitterheid aangedaan' Opmerkelijk dat zij hier
dezelfde woorden gebruikt als Job (27: 2). De vertrouwde verbondsnaam van de God die als een Vader zijn kinderen
levensleiding geven wil, moet wijken voor het ontzagwekkende woord 'de Almachtige'. In wat zij zegt maken wij op
dat zij God ziet als een straffer, een kwaaddoener, een die tegen je getuigt als in een rechtbank. Wat ze nog had
toen ze ging (man en kinderen) heeft Hij haar afgenomen....Ze stikt in haar verdriet. Maar Noomi, kijk eens om je
heen: zie je niet de wuivende gerstehalmen, zo ver het oog reikt? Komen die van die 'wrekende God, die het
slechtste met jou voor heeft'? Leeg ben je teruggekeerd, zeg je... Maar mag ik even, Noomi: wie loopt daar naast
je? Is dat niet Ruth, de trouwe? Wie heeft je dat gezelschap gegeven? Nou?
De leegte van Noomi is een innerlijke leegte.
Haar geloofsleven is leeg. Het laatste restje vertrouwen heeft ze laten wegstromen. Zeker is ze alleen nog maar van
het feit dat God tegen haar is. Blind is ze voor zijn liefde, die Hij haar aan het bewijzen is. Luister naar wat de
schrijver nu gaat zeggen: "Zo keerde Noomi terug met Ruth, de moabitische, die met haar uit het veld van Moab
meegekomen was" Je bent geneigd te zeggen: 'ja dat weten we nu wel, dat ze moabitisch was.' Maar wat hij zeggen wil
is: 'let op! Nu gaat het gebeuren! Dieptreurig was de eerste kennismakingsronde met Gods kerk-volk (Noomi, wat een
anti-reklame). En de tweede was ook niet geweldig (ze ging over de tong in Betlehem). Ze komen aan in zak en as, zo
arm als Job, en Noomi zo opstandig als Job.
Maar God is nog niet klaar! Dwars door alles heen gaat Hij het 'welkom thuis, mijn dochter!' laten klinken. Let maar eens op! 'En zij kwamen te Betlehem in het begin van de gersteoogst. Ons zegt dat niet zoveel. Maar een jood weet: dat was in de paastijd! De tijd waarin de gelovigen het sparend voorbijgaan gedenken: alle huizen waar het bloed van verzoening langs de deurposten was gestreken spaart de HERE. Overal waar liefde tot Hem woont gebiedt Hij zijn zegen: daar mag het feest van het leven gevierd worden. Het verloste leven, gekregen uit zijn hand. God gaat waar maken wat Psalm 133 zegt: 'waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen'. De schrijver werpt alvast een blik vooruit als hij ze in een adem noemt: Ruth- gersteoogst-Boaz.
Het komt goed nu deze naam genoemd is! Boaz: 'in hem is kracht' betekent dat. En een oplettend israëliet wordt al op een denkspoor gezet als hij hoort dat Boaz een vermogend man is. En bovendien uit het geslacht van Elimelek. Wij zien al iets aankomen, maar Ruth weet nog van niets. Wel is Ruth een typ dat niet graag stil zit en wat wil doen voor de kost. Verder weet ze al zoveel van de wetten van Israël, dat het de armen is toegestaan aren te lezen. Dat wil zeggen: wat de maaiers laten liggen mag je verzamelen. Onderdanig vraagt ze Noomi's toestemming. Daar gaat ze: als een soort bedelares. Dat is wat! Natuurlijk, in een heidens land hebben weduwen als zij helemaal geen kans. Maar in Israël is het toch ook niet alles. Ondanks het woord van de HERE:'armen hoeven er onder u niet te zijn' springen familieleden en zo niet automatisch bij...
'Bij geval', geheel zonder opzet dus, komt ze terecht op Boaz'land.
Toeval is er intussen niet bij. Geheimzinnig bestuurt Gods hand de dingen. En sta er maar eens bij stil, met zd.10
erbij. Wie het mag leren zien in eigen leven kan er moed uit putten. We zijn niet aan de willekeur overgeleverd:
God Zelf heeft een plan met ons - Hij wijst ons nieuwe wegen waarlangs onze voet veilig gaan kan. Zeker hen die een
zware tijd aan het doormaken zijn, misschien wel een hele lange periode, mogen zich aan deze geschiedenis
optrekken, moed vatten en doorgaan. En bedenk er maar bij: meer dan Boaz hebben wij. Jezus Christus: Hij heet niet
maar 'in hem is kracht', Hij is de uitdeler van alle kracht. Al gaat een mensenleven nog zo diep: van Hem weten we
dat Hij nog dieper is gegaan. Zo diep dat Hij ons altijd op kan vangen. Zo krijgt Noomi, op het dieptepunt van haar
leven te maken niet met de wrede God die haar de laatste slag toebrengt, maar met de liefdevolle Vader. Via Ruth
zal God het haar laten merken. Want voor Ruth zet God zijn kerkdeuren wagenwijd open. Hij zorgt dat zij toch nog
goede opvang krijgt. Schoorvoetend zal ze er heengegaan zijn, dat kun je je wel indenken: zomaar bij vreemde mensen
op het land... Maar zingend keert ze in de avond terug, gebukt onder een groot pak graan: 30 kilo maar liefst!
Hoe bijzonder is die dag verlopen!
Enthousiast vertelt ze ervan. Hoe ze daar aan het zoeken is, voorovergebogen. En hoe daar de eigenaar komt kijken.
Weet u wat hij zegt: 'De Here zij met u!' En zijn personeel antwoordt: 'De Here zegene u!' Dat zal Ruth wel
bijzonder in de oren geklonken hebben, zulke goede arbeidsverhouding. En ons verbaast het denk ik ook wel: kom daar
vandaag nog eens om! Toch iets om eens over na ter denken. Dat doen we nu niet. Alleen dit: werkgever Boaz en zijn
werknemers weten zich onder dezelfde 'grote Baas': God Zelf. Het is meteen duidelijk: de jonge gelovige Ruth is
hier precies aan het goede adres.
Ruth wordt al gauw opgemerkt door Boaz.
Maar hij is graag goed geïnformeerd voor hij met haar in gesprek gaat. Dat is wat anders dan roddelen. In dat
circuit zit hij blijkbaar niet. Hij weet van niets. Dat pleit voor hem. Hij vraagt het z'n opperman. Die heeft haar
al die tijd al meegemaakt, die zal zeker een belangstellend gesprekje met haar hebben aangeknoopt. 'Bij wie hoort
zij?' vraagt hij hem. Dat is zoveel als: is ze getrouwd of verloofd, weduwe misschien? Waar komt ze vandaan? En hoe
komt dat zo? Een heel positief verhaal krijgt hij te horen. Van het begin af stuurt hij het er opaan haar het
verblijf op zijn akker zo aangenaam mogelijk te maken. Waarom? Omdat zijn hart getroffen is. Hoe dat zo? Had ze een
lief gezicht? Wie weet. Was ze bescheiden, behulpzaam, ijverig en trouw? Zeker - zo heet ze zelfs: Ruth, de trouwe.
Waar, allemaal waar. Maar wat treft Boaz: dat zij een kompleet nieuw leven is begonnen. Het leven met de HERE! En
hij zegt het haar ook, hoe blij hij daarmee is. Lees maar vers 12. "Onder de vleugels van de trouwe Verbondsgod ben
je komen schuilen - ik bid dat Hij je zal zegenen". Zo had Boaz zich in haar situatie verplaatst: zij moet zich wel
voelen in dit vreemde land waar alles anders is, waar je maar zo niet welkom bent, o nee! Want zij zijn met zoveel
en jij maar alleen en wie ken je nu helemaal? Als een klein hulpeloos vogeltje dat helemaal onwennig nog in deze
wereld maar gauw wegkruipt onder de beschermende vleugels van moedervogel, zo ervaart Ruth het: gelukkig er is er
die Ene die het voor mij opneemt: de God van Israël Zelf. Die maakt het goed met haar d.m.v. deze Boaz. Ze is
erdoor getroffen en zegt: 'wat bent u goed voor mij! U hebt mij vertroost en naar mijn hart gesproken en ik ben nog
niet eens bij u in dienst...'
Boaz laat het niet bij vrome woorden
Dat kan zomaar bij mensen: ze zeggen 'welkom!' en beloven misschien ook nog zo het een en ander, maar verder komt
het niet. Zo niet Boaz. Gaan ze eten, dan hoort Ruth, ondanks haar komaf en positie er helemaal bij. Hij bedient
haar zelf. Boaz brengt Gods 'wet gelijke behandeling' in praktijk. En na de maaltijd geeft hij zijn mannen
instrukties: overal mag ze zoeken, val haar niet lastig, laat expres maar eens wat vallen en snauw haar niet af!
Boaz weet hoe mensen kunnen zijn. Maar hij wil het jonge plantje van geloof dat in Ruth is gaan groeien een goed
klimaat bieden. Hij merkt aan alles dat zij het meent, haar belijdenis 'uw God is mijn God' en hij is de eerste van
wie we positief horen dat hij het haar wil laten merken: 'Ruth, jij en ik, wij hebben dezelfde God, wat een
machtige God!' Duidelijk twee kinderen van dezelfde Vader.
Zo heb je in de kerk met elkaar om te gaan.
Samen afhankelijk van diezelfde genade. Op voet van gelijkheid. Respekt voor elkaar. De ander nodig hebben. Hier
ben je Thuis. Dat geldt de kleintjes van nog maar een paar dagen oud. Dat geldt kinderen, jongeren en ouderen van
alle leeftijden. Dat geldt gasten en een ieder die met ons mee wil vieren: want dankzij Christus is dit voor ons
Gods Thuis, veilig onder zijn vleugels. Hij is het die zegt: welkom!
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
1997-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).