| Thema: | Mara wordt weer zoet! / De God van levenden en doden maakt de bittere bron Noomi weer zoet |
| Tekst: | Ruth 2: 18 - 3: 5 (DEEL 3) |
| Tekstgedeelte(n): | Ruth 2: 18 - 3: 5 Exodus 15: 19-27 Leviticus 25: 23-28 |
| Door: | Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid) |
| Gehouden te: | Zwolle-Zuid op 9 mei 1993 |
| Opmerking RJCV: | Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden. (Traditioneel is de koppeling Pinksterfeest-boek Ruth) |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Ps. 33: 1, 8
Ps. 111: 1 na Ruth 2: 18-3: 5
Ps. 111: 2 na Exodus 15: 19-27
Ps. 111: 5 na Leviticus 25: 23-28
Ps. 86: 1-2, 5
Ps. 147: 1, 3 na Geloofsbelijdenis
Gez. 30: 6
Als een bron eenmaal bitter is, wat heb je er dan nog aan?
Geen mens haalt het nog in zijn hoofd om daar z'n dorst te gaan lessen. De vogels en de dieren van het veld, die
hun hele leven al gewend zijn zich daar te verfrissen mijden zo'n verbitterde bron instinktief en zoeken een ander.
En ook voor de vissen in de beek die er ontspringt is het geen leven meer: de een na de ander zie je op de buik
voorbijdrijven, op weg naar zee, dood. Geen mens kijkt er meer naar om, zo'n bron. En veel planten geven het ook
op. Een giftige bron: het kan je dood worden. Een giftige bron: geen redden meer aan. Want het gif komt van
binnenuit, uit het hart van de aarde.
Geen redden meer aan... tenzij een wonder gebeurt
En soms gebeurt er werkelijk een wonder! Dat weet je als bijbellezer toch, dat er door ons Boek een rode draad van
wonderen loopt. En die wonderen zeggen ten diepste allemaal hetzelfde: wat dood is kan levend
worden!
Ongelofelijk, maar toch waar. Opnieuw mogen beginnen dat ligt in elk wonder opgesloten als een
kostbare schat. Zomaar helemaal opnieuw mogen beginnen... dat is wat! Ga je die rode draad volgen, die
'wonderdraad', dan kan het niet missen: je komt van de dood het leven weer binnen. Je komt uit bij de Opgestane,
die de dood overwon: leve het leven met Hem! Eigenlijk volgen we hem altijd, die bloedrode draad die naar het Leven
leidt. Elke keer als we het evangelie horen verkondigen. En vandaag is dit het grote nieuws:
De God van levenden en doden maakt de bittere bron Noomi weer zoet
|
Wat overkwam de Israëlieten na hun bevrijdingsfeest?
Een vreemde vraag misschien, maar het heeft hier alles mee te maken. Aan de overkant van de Schelfzee zijn ze.
Schitterend is het geweest zoals God heeft ingegrepen! Maar nu sjouwen ze al weer drie dagen door het mulle zand
van de woestijn. Ergens 'in the middle of nowhere'. En nergens een druppel water te bekennen....Maar wat hebben we
daar ineens: een meertje! Wat een geluk. Wat een opluchting. Drinken maar, zoveel je maar wilt! Eropaf! Maar wat
een teleurstelling: het water is bitter-giftig-ondrinkbaar. En wat is hun reaktie. Ze zijn niet maar teleurgesteld.
Ze vragen niet maar aan God: 'hoe moet dat nu? denk eens aan al die kinderen en al dat vee, hoe nu?' Nee, ze zijn
kwaad op God: wat een wreedaard! hen blijmaken met een dooie mus! Ze doen hun beklag bij Mozes. Welke woorden ze
precies gebruiken staat er niet bij in Exodus 15, maar duidelijk is wel:
zij zijn zelf net zo bitter als dat water.
Zij hebben zelf net zoveel genezing nodig! Let op: dit is niet maar een interessant historisch gegeven, dat hier
staat opgetekend. Het staat er omdat God de mens wil leren hoe afhankelijk hij is en welke houding hij heeft in te
nemen, juist in tijden van beproeving! De HERE wil duidelijk maken: bij Mij moet je komen! Ik ben niet uit op
verbittering. Ik ben uit op de genezing van het leven in alle opzichten. Ik, de HERE ben uw Heelmeester! Vandaar
ook dat het bittere water zoet wordt. En hoe het direkt daarop verder gaat? Ze komen bij Elim, waar twaalf
waterbronnen zijn. Kan het volmaakter? Ja: nog zeventig palmbomen bovendien. En dan daar mogen kamperen aan het
water. Wat een zegen!
Bronnen kunnen nog zo bitter zijn en toch genezen....mensen ook!
Maar wat daar niet voor komt kijken... Wat een werk heeft God de Heilige Geest om zo'n onbewoonbaar huis weer
leefbaar te maken. Het hart van de verbitterde -daar waar de bron ontspringt zeg maar- is vergiftigd. En dan weet
je het wel. Alle gedachten, woorden en daden die eruit voortkomen zullen een bittere smaak hebben. Dat proef je zo.
Misschien zelf op den duur niet eens meer, maar je omgeving des te meer! Alles wat uit je voortkomt is erdoor
besmet. Zo zegt Jakobus het toch (3: 10) 'Kan soms uit een bron zoet en bitter water opwellen? En Jezus maakt
duidelijk: 'van een distel mag je geen vijgen verwachten!' (Matteüs 7: 16)
Wat in en in triest is dat als iemand tot niets anders meer in staat blijkt zich het leven zo onaangenaam mogelijk
te maken. En de levens van z'n omgeving erbij!
Hoe is dat om echt verbitterd te zijn?
Is het niet zo dat je eigenlijk niemand meer vertrouwt? Is het niet zo dat je in liefde niet meer kan geloven? Dat
je God niet meer vertrouwt? Hem alleen nog kan zien als Iemand die komt straffen? Wat heb je dan hard een
geneesheer nodig! Of beter gezegd: wat heb je dan hard De Geneesheer nodig! Soms, weet u, is het zo dat Hij zelfs
ongevraagd te hulp komt. Zoiets iets bij Noomi het geval. Al noemt ze zichzelf honderd keer Mara -de verbitterde-
Hij ziet haar als Noomi, de lieflijke. En ze weigert zich te laten troosten?! Ze ziet Ruth die Hij haar gaf eerst
niet eens staan?! Een mens kan wel vastbesloten zijn op te gaan in haar verdriet, God kan nog veel vaster besloten
zijn dat daar niets van in komt! Zo! Hoe ze ook anti-reklame maakt voor de kerk en voor God, de Geneesheer werkt
rustig verder aan zijn geneesplan....
Noomi zit thuis: arm als ze is zal dat geen geweldig onderkomen wezen...
Ruth is de hele dag al weg. Trouw als ze is slooft ze zich uit van zonsopgang tot zonsondergang: gemorste aren
verzamelen. Eindelijk: ja hoor, daar is ze... Wat een pak koren! dertig kilo, hoe krijgt ze het voor elkaar.'En
kijk, dit is nog over van wat ik kreeg als middagmaal!'
En dan begint het wonder...
nu ze deze overvloed ziet, deze machtige zegen. Nu breekt er iets in haar. Alsof er een stuk zoetmakend hout in
haar bron is geworpen, zo stopt de stroom verbitterde gedachten, woorden en daden. Mara is weer Noomi geworden. Ze
kan weer lachen. Ze kan weer enthousiast reageren. Ze kan haar omgeving weer tot zegen zijn. Daar begint ze dan ook
direkt mee. Moet je horen: 'Ruth, waar heb je vandaag gewerkt, gezegend hij die het oog op jou heeft geslagen!' En
daar blijft het niet bij. Machtiger is de verandering! Ook naar God in de hemel toe verandert haar houding. Totaal.
Ze beklaagt zich niet langer in het openbaar over de HERE, ze prijst Hem! 'Gezegend zij Boaz door de God van het
Verbond, die zijn goedertierenheid niet heeft onttrokken aan de levenden en de doden!' Ineens is ze zich ervan
bewust: God heeft mij niet in de steek gelaten. Hij denkt aan mij en jou (de levenden), Hij denkt aan Elimelek en
Machlon (de doden)! Ineens durft ze weer te geloven in een liefderijk God, die als een Vader zorgt voor zijn
kinderen.
Noomi realiseert zich dat God zegt: Kijk nou, Noomi: zie je Boaz wel?
Wat een zegen is die man voor zijn personeel, wat een zegen voor mijn volk, mijn kerk. Noomi: dat is toch een van
je lossers?! En Noomi bevestigt dat:'Ja, dat is hij, hij is familie van mijn man!' Lossing. Nu dit
woord gevallen is mogen we 't zeker weten: Noomi gelooft weer in het leven. ze heeft weer hoop voor de toekomst. De
losser is een soort levende 'levensverzekering' die de HERE voor zijn volk heeft ingesteld. Zo wil Hij voorkomen
dat iemand tot bittere armoede vervalt, met deze wet uit Leviticus 25. Als iemand door armoede gedwongen wordt om
onroerend goed te verkopen -(het land, het huis) dan is het de bedoeling dat het naaste familielid het terugkoopt.
Daar moet je behoorlijk welgesteld voor zijn, om losser te kunnen wezen. 'Go-el' zeggen ze daar. En let nu op:
Waarop berust nu ten diepste deze wet van het losser-zijn?
Op de gedachte dat als het er op aankomt geen Israëliet ooit kon zeggen 'dat is van mij!' Alles maar dan ook alles
hebben ze uiteindelijk maar in bruikleen gekregen. Heb je veel in bruikleen dan kun je ook gemakkelijk minder
bedeelde familieleden bedenken. Noomi spreekt hier voor het eerst over deze wet. Ze stelt haar hoop erop. Best
mogelijk dat ze al eens eerder aan dacht, maar de gedachte aan de kant heeft gezet. Een wet hebben is een ding,
maar een wet houden is nog heel wat anders. Zeker in de tijd van 'ieder doet wat goed is in eigen ogen'... Hoe kan
Gods mooie wet, in mensenhanden beland verschrompelen. Maar bij Boaz is Gods wet veilig: geen loze regel. Noomi is
een licht opgegaan: hier zit de HERE achter! Hij is bezig voor de levenden en de doden. Zo was ons thema toch: De
God van levenden en doden maakt de bittere bron Noomi weer zoet. Nieuw perspektief krijgt zij in haar leven.
Zelf moet ze zich weer gaan inzetten. Denk er goed om: dat geldt ons net zo goed! God bewaart je. Daar mag je
zeker van zijn. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat je dan wel met je armen over elkaar kunt gaan zitten. Neem
iemand als Paulus: hij weet dat God het is die voor de groei zorgt. Maar hij weet ook dat hij zelf aan de slag moet
met spitten en planten en gieten. (1 Korintiërs 3: 6) 'Gods mede-arbeiders zijn wij' zegt hij zelfs (vers 9)
En dat begint nu langzaam maar zeker tot Noomi door te dringen. Ze moet er maar steeds aan denken, sinds die eerste
keer dat Ruth thuis kwam met haar buit. Losser Boaz.....het laat haar niet los. Ruth, in al haar onschuld lijkt het
niet eens gehoord te hebben:"Weet u wat hij ook nog zei: 'sluit je hier aan tot de hele oogst binnen is'".
Noomi is aan het denken gezet...
Vijftig dagen duurt de oogst, van pasen tot pinksteren. En elke dag ziet zij hem. De man die haar zo goed gezind
is. Die zijn maaltijd met haar wil delen. (dat lijkt heel ongewoon in het oosten). De man die haar, de moabitische
NB aanvaardt als zuster in de HERE. Daarbij komt nog dat hij haar in haar waarde laat. Rijk als hij is had hij haar
ook zonder al dat werken met koren naar huis kunnen sturen. Maar nee: liefde en liefdadigheid zijn voor hem niet
hetzelfde. Hij waardeert haar ijver en wil niet de indruk wekken dat zij genadebrood moet eten. Laten we dit eens
goed op ons laten inwerken, hoe deze Boaz is. Wij kenners van het Nieuwe Testament. Wiens persoonlijkheid en wiens
optreden schemeren hier anders doorheen dan die van de Messias! Wordt van Hem later niet bij uitstek getuigd dat
Hij zegenend het land doortrok. Niets anders dan goed doende. Mensen, hoe diep gezonken en verbitterd helpend,
bescherming biedend. Mensen inschakelend in hun eigen genezingsproces ook. Een heel belangrijke bijbelse
notie!
Wat zien wij gebeuren:
God gaat Boaz tot stamvader van zijn Messias maken
en Noomi mag daaraan gaan meewerken dat het zover komt. Eerst heeft ze geduld. Misschien vinden ze elkaar, vraagt
hij haar ten huwelijk. Maar nee, er lijkt niets te gebeuren. De vijftig oogstdagen verstrijken. Dan komt, op het
allerlaatst Noomi met het plan dat ze heeft uitgebroed. Een sympathiek plan? Zou God daar achter kunnen staan?
Zeker, haar voorstel begint sympathiek:'Mijn dochter, zou ik geen rust voor je zoeken, opdat het je wel ga...'
Natuurlijk, rust, daar is Ruth met zo'n verleden en na al dat gezwerf wel aan toe. Lijkt hertrouwen niet voor de
hand te liggen. In de samenleving van toen was het niks gedaan voor een vrouw alleen. En wat nu als zij eens weg
zou vallen? En aan meer heeft Noomi gedacht! Het gaat er maar niet om in leven te blijven. Het gaat er -u zal dat
weten- in Israël om erbij-te-zijn als de Messias, de Verlosser, komt. Zo niet zelf dan toch in je nakomelingen. Het
ligt voor de hand dat zij zo geredeneerd heeft: 'Stel een familielid koopt mij de lap grond terug en Ruth en ik
krijgen er volgend seizoen het vruchtgebruik van, wat dan nog? Het blijft dan wel in de familie maar de familie
zelf sterft uit, voorgoed..... Ruth moet trouwen!'
Staan wij er van te kijken, Noomi als koppelaarster?
Ordinair? Opdringerig? Vernederend voor Ruth? Bekijk het eens vanuit het gezichtspunt van de Noomi die door haar
vernieuwde geloof hiertoe gedreven wordt. Want waar ging het haar uiteindelijk om: om Ruth aan de man te helpen
(dat was eerder wel zo: blijf toch in Moab en grijp daar je kans)? Het is haar te doen om de toekomst van het huis
van haar man. Dat moet voortleven om straks deel te kunnen nemen aan de grote toekomst die God aan het maken is.
Straks als de Messias er is. Zo is het voor een Israëliet ten tijde van het Oude Testament nog zwaarder dan voor
een kerkmens van vandaag geen nakomelingen te krijgen. Het voelde aan als 'naar de Messias aan het toegroeien zijn
en dan ineens word je afgekapt...' Zo staan wij er gelukkig niet meer tegenover.
Noomi's voorstel is duidelijk
'Boaz gaat vannacht in de avondwind de gerst wannen. Hij blijft daar overnachten om de oogst te bewaken. Jij neemt
een bad, je zorgt dat je er geweldig uitziet en je gaat er heen. Pas als hij slaapt kom je tevoorschijn, je slaat
z'n voetendek op en blijft daar liggen. Hij zal je wel duidelijk maken wat verder.' Daar vraagt ze me nogal wat,
Noomi! Maar blijkbaar niet teveel. Ruth weet namelijk heel goed wanneer zij ja en wanneer zij nee moet zeggen. Dat
bleek wel toen die keer op weg naar Betlehem. Zij moet hebben beseft: ik weet hoe hij is, Boaz, en bovendien: ik ga
niet alleen! Onder de vleugels van God is mijn leven welgeborgen.' Volgende week hopen we verder te zien hoe de
HERE dit leidt. Vanmiddag stond centraal hoe Hij het bittere leven van de vrouw die zich Mara wilde laten noemen,
weer zoet maakte. Ze heeft weer hoop. Ze ziet weer toerkomstperspektief. Ze neemt weer initiatief als een gelovige.
Want ze weet: 'de HERE gedenkt ons, Hij is goed voor levenden en doden'. Dat mogen wij beamen. En sterker nog:
verbeteren! Maakte Jezus ons niet duidelijk dat zijn Vader de doden niet ziet als doden, maar als levenden (Matteüs 22: 32). Zijn kinderen zijn het en blijven het. Broers en zussen van Jezus Christus. Zijn kinderen die Hij dichtbij
zich hebben wil. Hier en daar. Met zo'n God durven we de toekomst weer aan, dag in dag uit! Of niet soms?!
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
For questions or remarks mail to
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
1997-2012.
No part of this publication may be reproduced or copied or made public
in any form without the expressed written authorization from Richard J.C.
Vos and the contributing minister. No consent to copy is required if it is
to be used for public worship service or preparation for Bible study(meetings).