De rijke oogst op de dorsvloer

Thema: De rijke oogst op de dorsvloer
Tekst: Ruth 3: 6-15 (DEEL 4)
Tekstgedeelte(n): Deuteronomium 25: 5-10
Ruth 3: 6-15
Door: Ds. J. Hagg (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zwolle-Zuid)
Gehouden te: Zwolle-Zuid op 16 mei 1993
Opmerking RJCV: Kan afzonderlijk van de andere delen gelezen worden.
(Traditioneel is de koppeling Pinksterfeest-boek Ruth)

Aanwijzingen voor de Liturgie

1. Ps. 68: 4
2. Ps. 1 na wet en samenvatting
3. Ps. 91: 1 na Deuteronomium 25: 5-10 en Ruth 3: 6-15
4. Ps. 102: 6, 13
5. Gez. 5: 10 na gebed
6. Gez. 35

Het zit erop, de oogsttijd.
Overal hebben de boeren van Betlehem hun buit binnengehaald. Met man en macht gewerkt. Van de vroege morgen tot de late avond. De vijftig dagen gleden voorbij. En de mensen, wat voelen ze zich rijk! Ga maar na hoeveel dagen er weinig of niets te eten is geweest. Hongersnood was het toch eerst. Een afschuwelijke tijd. Hoeveel mensen zijn niet bezweken... In hoeveel gezinnen moet men niet iemand missen... Hoevelen zijn het land niet ontvlucht...

God heeft een keer gebracht in het leven van zijn mensen
Genieten maar. En reken maar dat je het waardeert na zo'n miserabele tijd. De kleinste dingen die anders zo vanzelfsprekend lijken zijn ineens heel bijzonder. Denk maar aan hoe bij ons de hongerwinter in het laatste oorlogsjaar geweest moet zijn: blij was je met elke halve boterham. Gewoon onvoorstelbaar voor ons met onze kar vol boodschappen in de supermarkt. Zo kunnen we ons, vermoed ik, ook niet echt indenken wat een feest het daar was in de korenvelden van Efratha. Dat is nu echt 'zingend je schoven thuisbrengen' (Psalm 126). En dan zit het erop. Daar liggen de akkers: kaal en open. De laatste korrel is opgeraapt. Geen veldmuis zal er nog wat vinden.

En dan: naar de dorsvloer!
Met de dorsvlegel sla je de korrels uit de aar los. Of nog gemakkelijker: je laat anderen het zware werk doen: een span runderen voor de dorsslede. Dat werktuig bestond uit een paar aan elkaar gemaakte planken, aan de onderkant voorzien van scherpe steentjes. De menner ging er bovenop staan, het geheel werd nog verzwaard met een aantal keien en rijden maar! Zwaar werk voor die runderen, dat is duidelijk. Vandaar ook dat je ze niet mocht muilbanden, want ze kunnen wel een hapje extra energie gebruiken onderweg. 's Avonds krijgen ze hun rust. Zij wel. Maar de boer en de knechts, veelal seizoenarbeiders, hebben het nog druk!

Tijd om te wannen!
U moet weten 's avonds steekt in Israël vrijwel altijd de wind op. Je schijnt er de klok op gelijk te kunnen zetten. Als je dan een schep graan de lucht in gooit doet de wind het uitzoekwerk voor je: het kaf neemt hij mee, het graan valt weer terug. Herinnert u zich hoe Psalm 1 dit beeld bezingt. Daar betrekt de dichter het op de grote scheiding die zal plaatsvinden tussen de mensen die van God niet willen weten en dus een leeg bestaan hebben. Zij zijn als kaf dat op de wind verwaait. Zij houden het niet uit in het gericht als de grote Wanner, God Zelf, zijn rechtvaardigen verzamelt. Hij waarschuwt: 'kijk naar de wanner! Zie je wel: het eeuwige refrein van dood en leven? Zie je het goed? Kaf, zo dood als het in feite al is, gaat voorgoed verloren. Maar het levende materiaal, de graankorrel, met de kiemkracht, blijft leven!'

God kent zijn mensen en behoedt hun wegen...
God kent ook die rijke boer die daar zelf avond aan avond temidden van zijn knechts ook de wan ter hand neemt. Zijn arbeid adelt hem. Zijn hele levenswandel adelt hem. Hij wandelt met de HERE. Een zegen is hij voor zijn omgeving. Hoe lang al? Het staat er niet bij hoe oud hij is. Maar getrouwd is hij nog niet blijkbaar. Een buitenbeentje? Misschien wel. In Israël werd je meestal op jonge leeftijd al aan elkaar beloofd door wederzijdse ouders. Niet-trouwen schijnt nogal ongewoon geweest te zijn. Best mogelijk dat mensen ook wat bevreemd tegen de niet-getrouwde Jezus aangekeken hebben. Maar Boaz, al op wat latere leeftijd gekomen: betekende het een probleem voor hem? Het staat er niet bij. Maar het is wel goed je eens in te denken hoe dat is. Als Boaz moe thuis komt van z'n werk, staat er dan wel iemand voor hem klaar? Is er iemand waar hij z'n verhaal kwijt kan? En die geweldige boerderij, waarvoor heeft hij die eigenlijk? Wie zal hem opvolgen? Het gebeurt nogal eens dat iemand in een dergelijke positie zich gaat blindstaren juist op dat wat hij of zij niet heeft: een levenspartner. Het zal ook niet de eerste keer zijn wanneer iemand zich onder zulke omstandigheden laat meeslepen in somberheid en een verzuurd bestaan gaat leiden. Wat mooi om te zien bij Boaz, dat het ook zo heel anders kan. 'In hem is kracht' luidt zijn naam letterlijk vertaald. En zo is het ook. Gods kracht houdt hem overeind.

God kent zijn Boaz en behoedt zijn wegen
Aan zijn hand mag hij het leven door. En achter die hand houdt God nog een geweldige verrassing. En als Boaz in de late avonduren nog zo bezig is met wannen, onder de feestelijk verlichte avondhemel, is daar Gods verrassing al onderweg naar hem toe. Hij weet nog van niets. Maar zij weet precies wat ze van plan is. Een vrouw op haar mooist, het feestkleed aan. Met Gods hulp zal ze vannacht weten hoe haar toekomst eruit zal zien. Zal zij Noomi en Elimelek toch nog een huis mogen bouwen?
God kent zijn mensen en behoedt hun wegen. Ook al zijn ze nog zo moabitisch. En al heeft Hij nog zo gezegd (vergeet dat niet!) 'Een moabiet zal niet in de gemeente van de HERE komen, zelfs hun tiende geslacht zal nimmer in de gemeente van de HERE komen' (Deuteronomium 23: 3). Hier is dan de uitzondering die God Zelf maakt. Want Hijzelf trekt haar binnen de lichtkring van zijn verbond. God kent zijn Ruth en behoedt haar wegen. Als er een is die weet wat het is om zich afhankelijk op te stellen dan is zij het wel!

Daar gaat ze...
De donkere straten door. Poort door. Ze daalt af naar de lager gelegen dorsvloer van Boaz. Ze houdt zich schuil eerst. Precies volgens het advies van Noomi. Als de werkers huiswaarts keren zal er een blijven, weet ze. Naar goed gebruik blijft de baas zelf achter om op z'n eigen oogst te passen. Hij overnacht hier. Dat is best te doen: buiten slapen in de zomertijd. En stro genoeg. Boaz is in opperbeste stemming: 'zijn hart is vrolijk' staat er. Van de wijn? Vast ook wel. Maar vooral vanwege deze oogsttijd: een groot feest! Voldaan legt hij zich neer aan het eind van de korenhoop. Na gedane arbeid is het goed rusten. Als een blok valt hij in slaap. Tot hij midden in de nacht plotseling wakkerschrikt. 'Wat is dat?' Hij schrikt zich wild en grijpt om zich heen naar dat onbekende wat hij daar voelt aan het voeteneind. Moet je meemaken: dat lijkt wel een vrouw! Ja het is een vrouw! Wat moet die hier? 'Wie ben je?' is het eerste wat hij in fatsoenlijk hebreeuws weet uit te brengen. 'Ik ben Ruth' zegt de onbekende 'uw dienares...

... spreidt uw vleugels over mij uit, want u bent de losser'.
Ruth, ja, hij kent haar. Hoe vaak heeft hij zijn brood niet met haar gedeeld? Typisch weer Ruth, om zich zo bescheiden 'dienares' te noemen. Helemaal niet opdringerig, maar heel geduldig had ze daar tot nu toe liggen wachten. Zo doordacht en vol vertrouwen als ze daar tot hem spreekt. En gebruikt ze niet bijna dezelfde woorden die hij 50 dagen geleden gebruikte. Hij had haar toen toch de zegen van de HERE gewenst, onder wiens vleugels ze was komen schuilen?! Dit is nu haar 'weerwoord'. Zij lijkt het over andere vleugels te hebben. Ze lijkt slechts de bescherming van een man te zoeken. Maar zo is het toch niet. Uiteindelijk is het de bescherming van God en niets minder dan dat wat zij zich wenst. Maar het is haar duidelijk dat die in een bepaalde vorm tot haar zal moeten komen. In de gedaante van de bescherming die Boaz kan bieden wanneer hij zal doen wat zij van hem vraagt: losser zijn!

Losser zijn: wat houdt dat in
Vorige week zagen we al dat dat iemand is die voor je in de bres springt in nood. Raakte je in Israël failliet, dan klopte je aan bij het meest nabije familielid. Zat die ook krap bij kas, dan ging je naar een volgende. Een barmhartige wet, al moet je in de praktijk maar afwachten wat ervan komt.
Wat had Boaz dus kunnen doen midden in die nacht? Hij had kunnen zeggen: 'Maar Ruth, alles goed en wel maar ik kom niet als eerste in aanmerking als losser. En waar is het in de wereld voor nodig dat je me dat op zo'n vreemde manier midden in de nacht komt vragen? Lag het niet meer voor de hand dat je schoonmoeder deze zaak met mij zou bespreken?'
Zo had Boaz kunnen reageren als hij dacht dat Ruth zo'n financiële losser op het oog had. Maar Boaz beseft onmiddellijk dat Ruth veel meer bedoelt. In feite is het haar om hemzelf te doen! En dat niet uit egoïstische motieven. Het voortbestaan van de familie Elimelek: daarom lag zij hier voor hem op de knieën. Zij is niet op 'een avontuurtje' uit. 'Spreidt uw vleugels uit over uw dienares, want u bent de losser'. Een geweldig moment. En ook een geweldige reaktie van Boaz. Hij zegt niet: 'Ruth, jij begrijpt nog niet veel van de wet. Wat jij bedoelt is zoiets als een zwagerhuwelijk (Deuteronomium 25), maar ik ben je zwager helemaal niet. En bovendien jij komt uit Moab en daar geldt de wet niet voor'. Had hij dat gezegd, hij zou 100% gelijk hebben. Maar hij zegt zoiets niet. Hij leest haar de les niet. Hij prijst haar! En dat is zij waard: zij weet niet maar de letter van de wet -

zij heeft de geest van de wet geproefd!
Zij weet de dingen te kombineren. Zo is een losser voor haar een redder in alle nood. Boaz zegent haar erom: 'de Here zegene je, m'n dochter; met je laatste liefdedaad heb je de eerste nog overtroffen, doordat je geen jonge mannen achterna gelopen bent, arm of rijk'. Hij bedoelt ermee: Ruth, jij zet jezelf niet op de voorgrond. Je bent eerst al Noomi trouw gebleven ondanks alles, niet in Moab hertrouwd. En nu cijfer je jezelf weer weg door het niet aan te leggen met een van je eigen leeftijd'. De ene liefdedaad overtreft de andere nog. Veel mensen kunnen bij het woord liefdedaad alleen nog maar aan seks denken. Maar hier is wel even meer aan de hand. Iets anders ook. Het gaat hier om liefde tot Noomi, Elimelek, Machlon. Het gaat hier uiteindelijk om liefde tot de God van Israël die haar -als zijn ene kind- bracht tot losser Boaz -zijn andere kind.

Ze blijft erop vertrouwen dat het goed komt
als Boaz zegt:'ik zal doen wat ik kan, morgen in de poort, waar de beslissingen vallen'. Boaz is ook vol vertrouwen. Al weet hij dat er een nadere losser is. Hij weet ook dat het positief werkt dat Ruth inmiddels goed bekend is komen staan. Hij doet er zelfs een eed op dat als de ander niet wil hij zal lossen: 'Zo waar de Here leeft!' Dat is mooi: op beslissende momenten in het leven God er niet buiten sluiten, maar Hem aanroepen!
En dan? Wat moeten we aan met het feit dat hij maar liefst twee maal zegt: 'Blijf hier tot de morgen'. Er zijn kommentatoren die als moderne roddelbladen haarfijn weten te vertellen wat er die nacht vast wel gebeurd moet zijn. Maar de schrijver of schrijfster van het boek Ruth volstaat met te melden dat zij bleef liggen tot de morgen aan zijn voeteneinde. Het was hun bedoeling wel dat ze man en vrouw zouden worden in een wettig huwelijk. En ze waren zeker van elkaar. Maar zover was het nog niet! Ooit op gelet dat pas daarna, in hoofdstuk 4 er sprake van is dat Boaz gemeenschap met haar had? Maar daarom zal het niet minder feest geweest zijn voor die twee op de dorsvloer, die nacht van herkenning!

Maar na de nacht zal de zon opgaan...
En is het niet typerend voor de zorg van Boaz: 'Nu naar huis! het is beter dat ze je niet herkennen'. En terecht. Mensen slaan zo gauw aan het roddelen en kunnen daarmee zoveel verknoeien. 'Ruth, weet je wel...., uit Maob weet je wel,....natuurlijk, wat dacht je, ons soort zou zich nooit zo verlagen!' Daar beschermt Boaz haar tegen. Maar hij doet meer: zes maten gerst krijgt ze mee. Dat is nogal wat: 21 liter. Waarom zes maten? Dat getal zal er -zoals vaker- niet voor niets staan! Zes is zeven min een... Dat is de boodschap voor Noomi. Het is nog niet helemaal rond (zeven), maar wel bijna (zes). 'Noomi zal het wel begrijpen als je zo van mij bij haar komt' Ze nemen afscheid.

En wat is er veel om over na te denken...
Die Ruth, niet vergeefs zocht ze bescherming onder de vleugelen van de Here. De Here kent zijn kinderen en behoedt hun wegen. Als een rode draad loopt dat door deze geschiedenis heen. Deze geschiedenis die naar z'n hoogtepunt toegroeit: straks zal er sprake zijn van een losser. Een verlosser uit de nood. Een loot aan de stamboom die bij de Messias uitkomt. Een verlosser in wie we al een voorafschaduwing mogen herkennen van onze Heiland Jezus Christus: de Verlosser uit de grootste nood waarin een mens verkeert: de zonde.
Die Boaz: de koning te rijk was hij al met z'n korenschat. Maar nu laat de Here hem een nog grotere schat ontdekken. Zomaar, onverwachts. Zoiets als de psalmist zegt (Psalm 127) 'Hij schenkt het zijn beminden in de slaap'
Zo is Hij, de Vader van Ruth, de Vader van Boaz, de Vader van ons allen. Dezelfde als altijd. Gisteren en vandaag en morgen. Onze zaak is veilig bij Hem. Volkomen veilig. Hij zal het tot een goed einde brengen. Dat mag ons rust geven. Daar mogen we moed uit putten. Of om het met Paulus te zeggen: Niets maar dan ook helemaal niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, onze Heer.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar