Er is redding van Gods toorn, die losbreekt op Zijn dag (Deel 3: Wie bij God schuilt is goed uit)

Thema: Wie bij God schuilt is goed uit
Tekst: Sefanja 3: 12-13
Tekstgedeelte(n): Sefanja 3
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te:

Loppersum 28 februari 1999
Westeremden 28 februari 1999

Opmerking RJCV: De prekenserie over het boek Sefanja is als trilogie gehouden en is ook bedoeld om als zodanig gelezen te worden. De prekenserie bestaat uit:
1: Sefanja 1 - God zoekt ons op, op Zijn dag
2: Sefanja 2 - Zoek God voor Zijn dag er is
3: Sefanja 3 - Wie bij God schuilt is goed uit
Extra: Inleiding op de prekenserie: Er is redding van Gods toorn, die losbreekt op Zijn dag.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez: 32: 1-3
(Morgendienst: Wet)
Gebed
Lezen: Sefanja 3
Ps. 119: 21
Tekst: Sefanja 3: 12-13
Lied 462
Preek
Ps. 80: 1, 10
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Ps. 118: 1-3, 5

Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Jongens en meisjes, jullie weten vast wel wat er met heel veel Joden is gebeurd in de oorlog. Zes miljoen joden zijn weggevoerd. Naar concentratiekampen. Anne Frank, bijvoorbeeld. Een meisje van, ik meen, een jaar of 13. Soms zie je op de televisie wel oude beelden: een trein op weg naar Duitsland. Volgepropt met joden. Soldaten die op de mensen passen. Met geweren in de hand. Vrouwen met een kindje op de arm. En oude opa's en oma's.

Nou, zo ongeveer moet het ook geweest zijn in het Oude Testament. Toen ging Israël in ballingschap. Nee, er reden nog geen treinen. Maar er waren wel soldaten. Uit Babel. Die vijand is in Jeruzalem gekomen. Jonge mannen worden gedood. In de tempel (2 Kronieken 36: 17) De vijand spaart niemand. Jonge en oude mensen komen om. De tempel wordt verbrand. Alle mooie spullen uit de tempel worden gestolen. Die gaan ook naar Babel. De muren van de stad worden afgebroken. En honderden mensen worden gevangen genomen. Het is één grote razzia in Jeruzalem. Ze gaan naar Babel. Daar moeten ze werken. Ze worden slaven.

Gods Woord is uitgekomen. Hij heeft het gezegd. Door Zijn profeten. Onder andere door Sefanja. De dag van God is gekomen. God is kwaad op Zijn volk. Omdat ze tegen Hem zondigen.

Wat is er terechtgekomen van die miljoenen Joden in Duitsland? Ze zijn omgekomen door de honger. En door ziekte. Velen zijn vergast. In de gaskamers van Hitler. Een zwarte bladzij in de geschiedenis. Een klein aantal Joden is de dans ontsprongen. Sommigen konden onderduiken. Anderen kwamen terug uit Duitsland. Als brandhout uit het vuur gerukt. Ze hebben een nieuw bestaan opgebouwd. In de nieuwe staat Israël. Of in Amerika. Of elders in de wereld.

Wat is er terechtgekomen van de ballingen in Babel? Daar heeft Sefanja het over in onze tekst. Kijkt u maar in vers 13. Daar gaat het over het overblijfsel van Israël. De rest. Een klein deel. Net zoals een kind het eten niet opeet, maar een restje laat staan.

Sefanja heeft Gods oordeel gepreekt. Over Jeruzalem. De kerk. Gods dag komt, zei hij. God maakt een eind aan Jeruzalem. En het ís gekomen! God liegt niet. Hij zegt niet maar wat, zonder het te doen. De mensen in Jeruzalem zijn er achter gekomen. God doet niks, dachten ze. Maar ze hebben het gemerkt.

En nu schrijft Sefanja alsof het oordeel allang achter de rug is. Alsof Israël in Babel zit. En dan zegt Hij: God maakt toch weer een nieuw begin met u. Vers 20: "Ik breng een keer in uw lot." Dat wil zeggen: Ik verander uw situatie. Helemaal.

Broeders en zusters, dat is dus het eerste wat opvalt: God doet het! Ons lot is niet in onze handen. Nee, Ik zal een rest overlaten. Dat wil zeggen: God geeft u hoop. Maar dat hebt u niet aan uzelf te danken. Integendeel. Dat is wel duidelijk uit het boek Sefanja: als het aan ons lag kwam er niet veel van terecht. U weet toch nog wel tegen wie Gods toorn was onbrand? Tegen heel gewone kerkmensen in Jeruzalem. Mensen als u en ik. Maar ze zeiden wel: God doet toch niks.

Oh nee? En de balingschap dan? Een verdiende straf. God doet geen onrecht, vers 5. Israël is niet als een jongetje dat niks heeft gedaan. En toch krijgt hij van zijn vader op de kop. Zo is het niet. God zou niemand van ons onrecht doen als Hij ons in de ellende liet.

Met andere woorden: God redt u niet omdat u zo goed bent. God maakt geen nieuw begin met Israël, omdat het nu eenmaal Zijn volk is. Nee, het is 100% genade. Onverdiend. Vandaag zeg ik erbij om Jezus' wil. God komt vandaag in Zijn liefde en genade naar u toe. De God die eerst heeft gezegd: Mijn oordeel komt. Ja, is gekomen. De ballingschap. Maar kijk eens: er is licht aan de horizon. Ik zal in uw midden een ellendig en gering volk overlaten.

Een restant, zei ik al. Een overblijfsel. Een restje. Denk maar aan dat handjevol Joden dat terugkwam uit de oorlog. Het is bijna niks meer. Ziet u ze eens gaan. Eerst naar Babel toe. Duizenden mensen. Hele gezinnen. Grote familie's. Ja, maar velen zijn achtergebleven in Jeruzalem. Dood. En wat zal er met de anderen gebeuren? De soldaten, die op hen passen, lachen. Hé, moet je eens kijken: die kan ik wel gebruiken. Mijn vrouw heeft nog een paar slavinnen nodig. Voelt u hoe hopeloos en ellendig Gods volk zich gevoeld heeft?

En dan is er opeens dat woord van de profeet Sefanja. Een rest zal overblijven. Een rest? Inderdaad. Er is nu al niet meer veel van over. Overblijven? Dat kan toch niet? Hoe zal iemand uit Babel terugkeren? Hoe word je bevrijd van de vijand? Wat is er over van Jeruzalem? Waar is de kerk gebleven? Toch nergens!

'Oh nee?', zegt God. Ik zal in uw midden een ellendig en gering volk overlaten. Ik. God doet het. Hij komt redden. En Sefanja mag het vertellen aan Gods volk. Hij mag meezingen in het koor van de andere profeten. Die hebben het ook gezegd. Jesaja. Hij noemde zijn zoon zelfs zo: Sear-jasub: een rest keert terug. Dat geeft hoop. Ja, toch? Je zult maar een jood zijn in het kamp van Dachau. En dan krijg je te horen: je komt er weer uit. Je overleeft de oorlog. Je bent er nu wel ellendig aan toe. Maar er komt een andere tijd. Dan krijg je weer hoop. Zou het dan toch waar zijn? Zou dit niet het einde zijn? Is er dan toch nog toekomst?

Ja, gemeente, in Gods oordeel is toch hoop. God geeft hoop. Dat is genade. Dat is ook verkiezing. Immers, het is een rest, die terugkeert. Waarom zij? Waarom zijn de anderen niet teruggekomen? Zijn zij misschien beter dan die anderen? Nee. Sefanja 1 laat anders zien. God komt met Zijn oordeel voor heel Jeruzalem. Allen hebben het verdiend. En vandaag kan ik zeggen: we verdienen allemaal Gods straf. God kiest niet uit, omdat we beter zouden zijn dan anderen. Als u dat denkt, loopt u uw verkiezing zelfs mis. Want dan hoort u bij die hoogmoedigen uit vers 11. En daarvan zegt God: zulke mensen zal Ik uit uw midden wegdoen.

God kiest juist mensen die zelf niks hebben. En dat zijn nu net de ellendigen en geringen uit vers 12. Denkt u maar weer aan die ballingen. Gods oordeel is over de stad getrokken. Daar gaan hun mooie huizen. En hun prachtige wijngaarden. Er blijft niks van over. Ze hebben niks meer. Geen bezit. Ze betekenen niks meer in de samenleving. Maar wat doen ze? Zeggen ze nog: God doet niks? Of gaan ze vloeken tegen God? Ja, zulke mensen zullen er geweest zijn in Jeruzalem. Maar de ellendigen en geringen doen dat niet. Zij zijn klein geworden onder Gods hand. Ze buigen zich onder het oordeel van God. Ze blijven op God zien. In de slagen die hen treffen. Kijk, gemeente, dat is ellendig en gering. En zulke mensen redt God. Ja, God redt u als u zo bent. Als u ziet: ik heb zelf niets in te brengen bij God. Ik ben totaal afhankelijk van Hem en van Zijn genade.

Broeders en zusters, en op dat punt moet u zichzelf maar beproeven vandaag. In uw situatie. Die is heel anders dan die van de mensen in Jeruzalem. Maar ook vandaag wil God alleen ellendige en geringe mensen redden. Jezus is gekomen om het verlorene te redden. Ik kan het wel zo zeggen: Gods redding kan als het ware alleen maar zulke mensen bereiken. Immers, ellendig en gering staat tegenover hoogmoedig, vers 11. Hoogmoedige mensen hebben aan zichzelf genoeg. Die hebben Jezus niet nodig. Ze hoeven niet gered worden. Denken ze. Het zijn die mensen uit Sefanja 1, die zo zelfvoldaan zijn. Voor zulke mensen is Jezus niet gestorven. Vraagt u zichzelf daarom maar eens af: verwacht ik het van God? Mijn redding? Voel ik mij afhankelijk van hem? Ben ik ellendig en gering voor God? Of denk ik dat ik in staat ben om mijn eigen boontjes te doppen?

Gemeente, en dat heeft alles te maken met het schuilen bij God in vers 12. Het arme en geringe volk schuilt bij de naam van God. Dan moet u maar weer even denken aan de situatie toen. Jeruzalem is naar de knoppen. En de kerkmensen weten: God Zelf zit erachter. Het is Zijn dag. Zijn oordeel. Ja, en wat kun je dan doen? Je kunt zeggen: met zo'n God wil ik niets te maken hebben. Zo'n God hoef ik niet. Ik wil alleen maar een God van liefde. Of je zegt: het oordeel is alleen voor anderen bestemd. Voor die boze buitenwereld. Maar niet voor mij. Die ander moet zich maar bekeren. Of je zegt: dit is het einde. Er is geen redding meer. Waarom zou ik God nog dienen? U begrijpt, dat zijn geen goede antwoorden op Gods oordeel. Oh zeker, er zullen toen in de kerk wel mensen zijn geweest die zo hebben gedacht. Eerst dachten ze dat God niks deed. Maar nu zijn ze erachter gekomen. God heeft hen in de kraag gepakt. Maar zo'n God moeten ze niet. En ze bekeren zich nog niet. Ze worden gevangen. Naar Babel gebracht. Maar inkeer? Hó maar.

Maar, zegt Sefanja, er is een rest. En wat doen zij? Zij roepen de naam van de Here aan. Dat is de enige weg uit het oordeel. Weet u wat dat betekent? De naam van God aanroepen? Dat is roepen tot God: help! Denk maar weer aan die joden in de oorlog. Een Jood in Dachau. Hij ontmoet iemand die hij vertrouwt. Hij vraagt om hulp. Alsjeblieft, haal me hieruit.

Kijk, zo wil God u helpen als u tot Hem roept. Als u Zijn naam aanroept. Jhwh: ik ben er. Om u te redden. Zo zegt Petrus het ook op de Pinksterdag. Dan gaat het ook over Gods oordeel. Vuur en rook. En dan zegt Petrus: hoe kunt u gered worden? Als u Gods naam aanroept. Jezus' naam. Redder.

Kortom, wanneer wordt u gered uit Gods oordeel? Als u Gods naam aanroept. Sefanja zegt: als u schuilt bij die naam. Mensen, die tot God roepen krijgen antwoord. Ze vinden een schuilplaats. God Zelf. God, die komt met Zijn oordeel, wil u niet stuktrappen. Het is net als met een klein meisje in een plensbui. De regen overvalt haar. Ze kijkt om zich heen. Waar moet ik heen? Dan ziet ze opeens een boom. Ze rent erheen. Ze schuilt onder de boom. Gelukkig, daar kan ze niet nat worden. Kijk, zo is het voor u als u schuilt bij de Here. Gelukkig, daar kan het oordeel u niet treffen. Daar is het goed. Hij beschermt u tegen het vuur van Zijn toorn. Nieuw testamentisch gezegd: Jezus redt u van Gods toorn.

Broeders en zusters, ziet u de tegenstelling met Sefanja 1? Die mensen in Jeruzalem. Met hun Baäl in de garage. Met hun Molochje in de slaapkamer. Waar zijn die goden nu? Allang kapot. Er is niks meer van over. De laarzen van de vijand zijn eroverheen gegaan. Of de soldaten hebben die goden stiekem in hun tas gestopt. Je weet nooit waar het goed voor is. Maar schuilen bij die afgoden. De kerkmensen konden het niet. Het waren dode goden. Nee, Jhwh is God. Bij Hem kun je terecht. Om te schuilen.

En wat zeiden ze ook alweer in de kerk? God doet niks. O nee? Kijk eens waar die paar mensen, die overblijven, een schuilplaats vinden? Bij God. Onder Zijn vleugels. Geen haar valt van hun hoofd.

Gemeente, Gods oordelen gaan vandaag nog over de wereld. De Bijbel zegt zelfs: het oordeel begint bij het huis van God. Ook na de komst van Jezus. U leeft in een wereld vol oordelen van God. Op weg naar het laatste oordeel. En ik vraag u: hebt u al een schuilplaats gevonden? Of denkt u die niet nodig te hebben? Nu, als u niet schuilt bij God, bij Jezus, dan kunt u ervan opaan dat u het oordeel niet overleeft. Want alleen bij hem is redding.

En die redding komt alleen in de weg van bekering. Bekering. Dat was nodig in Jeruzalem. De kerk van toen. In Jeruzalem vullen de mensen de huizen met bedrog, 1: 9. Onrecht en bedrog vieren hoogtij in de kerk. Nou, als er iets is wat de kerk kapot maakt, dan wel dit. Broeders kunnen niet meer van elkaar opaan. De leugen regeert in de kerk. Je wordt bedrogen waar je bij staat. En je misleidt de ander. Je bent erop uit om er zelf beter van te worden. Zo ging het in Jeruzalem. Op de markt en in de tempel.

En nu zegt God: ik maak iets nieuws. Er komt een volk dat geen onrecht doet. Het heeft de leugen niet lief. Er is geen bedriegelijke tong. Wat betekent dat? Dat God nu al een volmaakte kerk maakt? Nee, u weet wel beter. Was het maar waar. Dan waren er heel wat minder problemen in de kerk. Maar God zegt: Ik werk aan het herstel van de gemeenschap in de kerk. In Jeruzalem ging die gemeenschap kapot. Door leugen en bedrog. Maar God schept een gemeenschap van waarheid en liefde.

Kijk, en dat is meteen Gods opdracht aan u. U hoort bij dat volk van God? Weet dan: daar past geen leugen en bedrog. Want God brandt dat weg met Zijn oordeel. Openbaring 21. Als u de leugen liefhebt, komt u niet door het oordeel heen. Mijn broeder, mijn zuster, als de leugen u regeert, wordt het dan geen tijd om die weg te doen? Jeruzalem is er al één keer aan kapot gegaan. Weest heilig, want God is heilig.

Ja, en dan is het goed leven bij God. Sefanja zegt: het is zo: ze zullen weiden en neerliggen zonder dat iemand hen verschrikt. Nou, dat is heel wat anders dan die mannen in Jeruzalem. Dik geworden op hun droesem. Zelfvoldaan en tevreden. Spelend met hun afgodjes. Spottend met God: Hij doet toch niks. Wat maakt het uit hoe ik leef. Wat zijn ze geschrokken op Gods dag. Weg rust. Bleek van schrik zagen ze de vijand komen. Gods oordeel sloeg in als een bom.

Ja, zo was het in de kerk. Maar, zegt Sefanja, zo wordt het niet weer. God is iets nieuws begonnen. God schept een nieuw volk. Kijk eens hoe zij het hebben? Ze hebben het goed. Niet dankzij zichzelf. Niet met zichzelf. Maar met God. Hun Herder, Psalm 23. Hij weidt hen als Zijn kudde. Wat een vredig bestaan. Kijk ze eens in hun huizen en op hun wijngaarden. Onder de wijnstok en de vijgeboom. Ongestoord. Nee, er zijn geen afgoden meer. De Baäls en de Molochs zijn verdwenen. God zorgt voor hen. God, uw goede Herder. U, kudde van God, Zijn schapen.

Broeders en zusters, dat is een mooie belofte van God. Voor wie? Voor een rest. Voor Gods nieuwe volk. En weet u wat het mooie is. Daar mag u zomaar bij horen (doop!). Bij dat overblijfsel van Israël. Zomaar. Dat is genade. Verkiezing. Jazeker, maar dan ook:
Wees niet hoogmoedig. Dan verspeelt u de genade.
Wees nederig en gering. Voor zulke mensen is Jezus gestorven.
Wees niet leugenachtig. Want dan treft Gods oordeel u.
Wees betrouwbaar. Leer dat van Jezus.

Ja, dan is het goed leven in de kerk. Dan verteert Gods oordeel u niet. En God zorgt dan voor u. Als een Herder voor Zijn schapen. Heerlijk rustig. Dank u wel, Vader, voor uw liefde.

Amen.


Punten voor gebed

Redding, Schuilen bij God

Lofprijzing:

Dankzegging: we mogen schuilen.

Schuldbelijdenis: onrecht, leugen

Gebed om vergeving en vernieuwing:

Voorbede:

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar