Het evangelie van een rechtvaardige God

Thema: Het evangelie van een rechtvaardige God
Tekst: Zondag 4 H.C.
Tekstgedeelte(n): Psalm 51
Zondag 4 H.C.
Door: Ds. R.Th. Pos (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Ommen)
Gehouden te: Ommen 22 oktober 2000
Hardenberg op 30 december 2001
Opmerking: Ds. R.Th. Pos wil graag weten waar preken van hem gehouden zijn.
U kunt zich richten tot: Ds. R.Th. Pos
Groen van Prinsterenstraat 10
7731 CJ OMMEN

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 34: 1
Wet
Ps. 51: 1-2
Lezen: Psalm 51
Ps. 51: 3-5
Tekst: Zondag 4 H.C.
Preek
Ps. 48: 4
Collecte
Ps. 51: 6-7
Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus.

Broeders en zusters. We wisten allang dat Zondag 2 t/m 4 (van de Heidelbergse Catechismus) niet zulke vrolijke zondagen zijn. Maar het lijkt wel of we nu echt bij een dieptepunt aangeland zijn. Goed, in de vragen, die gesteld worden, klinkt weliswaar nog een heel klein beetje hoop. Maar de antwoorden liegen er niet om. Want op de vraag of de Here in zijn wet misschien toch wat te hoge eisen aan ons stelt, komt een negatief antwoord dat alle hoop de bodem in slaat. En op de vraag of de Here niet ook barmhartig is, wordt maar gauw de volle nadruk gelegd op de rechtvaardigheid van de Here. Weinig blijde boodschap dus. We kunnen ons hart wel vast houden.

Ik denk dat u allemaal wel eens beelden hebt opgevangen van een operatie. Tegenwoordig kun je die heel regelmatig op tv zien. Ik zelf vind dat wel eens interessant om naar te kijken. Al die heel georganiseerde drukte en die doeltreffendheid van alle operatiekamer personeel. Maar zodra de camera inzoomt naar de plek waar alles zich op concentreert, zeg maar, waar de opening zit in het groene laken, dan krijg ik altijd een heel wee gevoel in m'n buik en dan doe ik ook regelmatig mijn ogen dicht. Op een afstandje is het wel leuk, maar zo heel dicht bij… nee, dat hoeft voor mij niet. Ik denk dat de meesten van u dat wel herkennen. Je bent toeschouwer en dan haak je af zodra het allemaal wat te dicht bij komt.

Iets heel anders: Weet u, broeders en zusters, dat wij het een beetje ontwend raken om te gaan zitten en dan eens geen programma voorgeschoteld te krijgen. Dat zit een beetje in onze tijd. Zodra we gaan zitten moeten we geamuseerd worden. Nou is het natuurlijk niet zo, maar stel eens dat u hier vandaag ook bent gekomen met zo'n, wat ik dan maar noem, amusement mentaliteit. In de verwachting om een geestelijk programma mee te maken. Dan krijg je bij Zondag 4 (van de Heidelbergse Catechismus) een beetje dezelfde reactie als dat de camera inzoomt op een grote, bloederige operatie wond. Je wilt je ogen, of in dit geval maar liever je oren dichtdoen. Want het is veel te eng allemaal. Misschien wel heel confronterend ook. Liever slaan we dit stuk over en racen gelijk naar het happy end. De verlossing. Geslaagde operatie. Dat is veel prettiger immers.

Maar we mogen Zondag 4 toch niet overslaan. Dat zou tot onze eigen schade zijn. Maar ik zal wel proberen, om op de juiste tijd weer uit te zoomen. Zodat Zondag 1 ook weer in beeld komt. Want zo is het toch: Wat hier in Zondag 4 beleden wordt, hoe akelig dat voor ons ook allemaal lijkt, het is wel iets wat gezegd wordt na Zondag 1. En het is precies dezelfde belijder van Zondag 1, u weet wel, die zich het eigendom weet van de Here Jezus, die hier in Zondag 4 aan het woord is. Nu, als we dat steeds in ons achterhoofd houden, dan zullen we ontdekken dat Zondag 4 niet een diepe duik in de somberheid is, maar een aanloop om de blijde boodschap van onze verlossing des te beter te gaan begrijpen.

Het evangelie van een rechtvaardige God

  1. Hij stelt een rechtvaardige eis
  2. Hij eist een rechtvaardige straf
  3. Hij is een rechtvaardig God

1. Hij stelt een rechtvaardige eis

Broeders en zusters. Wij maken ons op z'n tijd allemaal boos over de onmensen, die het in hun hoofd halen om kinderen te exploiteren als slaven. Zo gebeurt dat veel aan de andere kant van de wereld. Daar moeten die arme kinderen kleding maken, en schoenen, en ook voetballen, die door ons gekocht worden. En voor die arme stakkers geldt echt geen achturige werkdag. Schandalig. Het zijn toch nog maar kinderen. En van kinderen mag je toch niet vragen wat bij volwassenen hoort. Zo doen wij dat toch ook: Wij laten onze kinderen heus wel eens een klusje opknappen, maar je houdt er rekening mee dat ze nog niet hetzelfde kunnen als een volwassen iemand. Je laat ze geen te zware lasten dragen.

Als er hier kleine kinderen in de kerk zijn, dan verwacht niemand van ons dat ze net zo stil zitten en net zo aandachtig luisteren als de volwassenen. Natuurlijk, je hoort netjes te zitten in de kerk en je hoort te luisteren, maar dat eisen wij nog niet zo van kleine kinderen. Dat kunnen ze gewoon nog niet. Het zou bepaald onrechtvaardig zijn als wij dat wel van onze kleintjes zouden eisen.

Maar hoe zit het dan met de Here God. We hebben net weer zijn wet gehoord. De Here wil dat we die wet doen uit liefde. Maar iedereen weet dat we dat nooit kunnen. En toch is die onhaalbare wet ons zo-even in volle ernst voorgehouden als eis van God. Is het dan gek dat de vraag opkomt, en het is de vraag van de catechismus: Is God dan niet onrechtvaardig dat Hij iets van ons eist, waarvan Hij van tevoren weet dat we het niet kunnen? Eigenlijk is de vraag nog scherper gesteld: Doet God ons geen onrecht. Hebben wij God eigenlijk niet iets te verwijten. Want Hij legt de lat een heel stuk hoger dan wij ooit van ons leven kunnen springen. En als Hij dat nou niet wist, maar de Here weet het heel goed. Ligt dat dan niet op hetzelfde vlak als dat wij van onze hele kleintjes zouden eisen dat ze muisstil in de kerk zitten? En dat ze ook thuis zich zouden gedragen als volwassenen? Dan doe je ze toch onrecht? Dan hebben ze je terecht wat te verwijten.

U weet dat je niet zomaar mee mag doen aan de Olympische spelen. Je wordt daarvoor geselecteerd. Je moet aan bepaalde eisen voldoen. Want wat heeft het voor zin om een heel aardige bejaarde schaatser naar de spelen te sturen, of een klein kind, dat niet hoger kan springen dan 1 meter 20. Er zijn dus minimale vereisten. De lat wordt bij het begin altijd bij 2 meter gelegd.

Even over die hoogspringers: De dag voor de grote wedstrijd zijn ze zich aan het concentreren. Ze doen wat aan fitness. Ze krijgen een speciaal dieet. 's Avonds hangen ze wat rond in hun hotel. Dan zegt één van de atleten: Zeg, weten jullie wel dat ik vandaag jarig ben. Laten we het vieren. Ik geef een rondje. En dan zeggen ze: Ach ja, waarom ook niet. En ze drinken allemaal een biertje. En het wordt gezellig. De spanning vloeit wat weg. En ze drinken nog een biertje en nog één. En het wordt steeds gezelliger. Ze weten geen van allen meer hoe ze in bed gekomen zijn en of ze wel naar bed gegaan zijn. Dan worden ze de volgende morgen opgehaald door hun coaches. En dan blijkt dat ze allemaal zo'n geweldige kater hebben, dat ze geen van allen nog hoger kunnen springen dan de eerste de beste amateur. Er zal geen enkel record gebroken worden, da's duidelijk. Het zal eerder zo zijn dat ze nog nooit van hun leven zo laag gesprongen hebben.
Wat denkt u: Zouden de scheidsrechters en de juryleden dan beslissen om de lat voor deze gelegenheid maar bij de 90 cm neer te leggen? En dan iemand, die met veel moeite al struikelend de 1 meter 10 haalt uitroepen tot Olympisch Kampioen? Ik denk het niet. Ik denk dat de lat rustig bij de twee meter blijft liggen en dat helemaal niemand dat onrechtvaardig zou vinden van de scheidsrechter. Die stomme atleten hebben het voor 100% aan zichzelf te danken dat ze bij lange na niet meer over de lat heenkomen.

Diep in ons hart willen wij nog wel eens naar Adam en Eva wijzen. Zij hebben zo dwaas gedaan. En dan zeggen we misschien niet: Wij hebben dat niet gedaan, maar we denken het soms wel. Nou, daar hebben we dan al het eerste bewijs te pakken dat wij precies zijn als Adam en Eva. We zijn geen haar beter. Wat wij fout doen, willen we maar wat graag op een ander afschuiven.

Als wij zondigen, broeders en zusters, dan kunnen we ons niet verschuilen achter Adam en Eva, We kunnen niet zeggen: "Okay, het is fout, maar we kunnen er niets aan doen, want dat hebben we nou eenmaal meegekregen van Adam en Eva." Dat zeggen we ook niet tegen de moordenaar van ons kind: "Okay, het is heel erg, maar je kon er niets aan doen, want je hebt dat van Adam en Eva." Nee, wijzelf blijven verantwoordelijk. Zo behandelt de Here ons ook. Niet als kinderen, maar als de volwassen mensen. Die wij trouwens ook zeggen te zijn.

Adam en Eva waren echt niet dom, broeders en zusters. De catechismus zegt dat ze moedwillig ongehoorzaam zijn geweest. Het was dus niet een misrekening. Een communicatiefout. Een tijdelijke black-out. Nee, willens en wetens hebben ze de Here de rug toegekeerd. Ze wisten exact wat ze deden. Want de Here had ze namelijk zo gemaakt dat het ze echt geen moeite kostte om naar Hem te luisteren. Ze hadden letterlijk alles van de Here gekregen om zo met Hem te leven als Hij dat wilde. En ze hebben het geluk daarvan ook kunnen proeven. Maar ze hebben het allemaal weggegooid. De catechismus spreekt dan erover dat ze zichzelf en hun nakomelingen van die gaven hebben beroofd. Ze zijn ze niet verloren. Je kunt je toch niet voorstellen dat iemand, die volkomen gelukkig is, helemaal goed in z'n vel zit, dat zo iemand zich expres van het leven beroofd. Nu, uit de Bijbel wordt duidelijk dat Adam en Eva echt alles hadden om volkomen gelukkig te zijn. Maar zij hebben toen niet in een onbewaakt ogenblik hun leven verloren, maar ze zijn zo misdadig geweest om zichzelf ervan te beroven. Ze gooien het willens en wetens weg. En daardoor verandert er iets in hen. Radicaal. Hun hart deugt vanaf dat moment niet meer. En als gevolg daarvan kunnen ze nooit meer echte liefde geven aan de Here en aan elkaar. En wat denkt u, zou de Here dan Zich maar moeten aanpassen en zeggen: "Okay, Ik neem voortaan wel genoegen met jullie haat in plaats van de liefde, die Ik je eerst gegeven heb?" Nee, we merken wel, dat kan niet. De Here is volstrekt rechtvaardig als Hij gewoon blijft eisen wat Hij eerst Zelf gegeven heeft. En dat blijft Hij eisen ook van de kinderen van Adam en Eva. Zij, die de kroon van zijn schepping zijn. Gemaakt naar zijn beeld. Laat er dus maar geen wrevel zijn in ons hart, broeders en zusters, als we de wet weer horen voorlezen. Laten we liever ons buigen en erkennen dat het probleem niet bij de Here ligt, maar bij ons. Hij is terecht boos op ons, omdat we Hem niet die liefde geven, waar Hij recht op heeft.

Het evangelie van een rechtvaardige God. 1. Hij stelt een rechtvaardige eis,

2. Hij eist een rechtvaardige straf

Broeders en zusters. Het klinkt natuurlijk veel te zacht als we stellen dat de Here terecht boos op ons is. Kijk, we zijn allemaal wel eens een keer boos. Maar we weten ook wel dat dat zo weer over kan zijn. Je vader en moeder kunnen wel heel erg boos zijn als je voor de zoveelste keer te laat bent thuis gekomen. Maar je weet ook wel dat van hun boosheid na een paar uurtjes niet veel meer te merken is.
Laten we maar goed beseffen dat als de Here boos is, dat dat dan wel van een heel andere orde is. Vandaar ook dat de catechismus spreekt over zijn toorn. De Here vertoornt Zich verschrikkelijk. Want wij hebben niet eens een keertje een zonde gedaan. Nee, we zijn zondaars. Kijk, als iemand een keertje jokt, dan zeg je: "Het is niet goed, maar alla, volgende keer beter." Maar een leugenaar is iemand, die absoluut niet te vertrouwen is. Het is z'n aard om altijd de zaak te verdraaien. Zo is een dronkaard iemand, die niet één keer wat teveel op heeft, maar iemand, die dat altijd doet.

Wat ziet de Here als Hij vanuit de hemel naar ons mensen kijkt? Nu, dan ziet Hij mensen, die totaal verkeerde dingen doen, helemaal naar hun aard. De catechismus brengt dat zo onder woorden: De Here vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonden die ons aangeboren zijn als over de zonden die wij doen. Dat betekent: De Here is niet alleen maar boos over het kwaad dat we doen, maar ook over het kwaad dat in ons zit. En dat is, broeders en zusters, als wij onze ellende echt willen leren kennen, een belangrijk onderscheid. Wijzelf weten natuurlijk best wel dat we dingen fout doen. En zelfs als we voor onze eigen zonden de wereld aan verontschuldigingen bij elkaar kunnen verzinnen, dan nog weten we wel dat de Here terecht boos op ons kan zijn. Maar eerlijk is eerlijk: Hebben wij wel eens het gevoel dat Hij niet alleen boos, maar ook verschrikkelijk vertoornd kan zijn? Is het echt zo erg met ons?
De vraag, of het met ons nou echt zo erg gesteld is, kun je alleen maar stellen als je niet in rekening brengt dat er naast onze zondige daden, ook nog een sprake is van een zondig hart. Onze zondige aard of natuur, net hoe je het noemen wilt. En daar houden wij vaak helemaal geen rekening mee. Eerder zien we dat als een soort verontschuldiging: "Ik kon er eigenlijk niets aan doen, want ik ben nu eenmaal zondig," zeggen we dan. Maar vandaag leren we dat dat grote onzin is, broeders en zusters. De Here neemt je terecht ook je zondige aard kwalijk. Niet alleen je daden, maar ook het feit dat je hart van nature helemaal tegen Hem in wil gaan. Laten we goed beseffen, broeders en zusters, dat wij niet als neutrale personen geboren worden, die dan bij het opgroeien ook wel eens tot overtreding van de wet van de Here komen. Helaas, helaas. Nee, wij worden allemaal geboren, we zijn allemaal geboren als vijanden van de Here God. Vanaf het allereerste moment van ons leven, deugde ons hart niet. Het stond op 'haat' en niet op 'liefde'. En zo heeft de Here de mens niet geschapen. Ze zijn geschapen met een hart dat op 'liefde' stond. Maar, zo hebben we geleerd en zo belijden we ook: De mens heeft zichzelf en zijn nakomelingen van dat oorspronkelijk hart beroofd. Nu, daarom vertoornt de Here Zich zo erg over niet alleen onze boze daden, maar ook over waar die boze daden vandaan komen. Ons hart, waar echt niets meer van deugt. Een vijandig hart. Een hart, dat vanaf de allereerste slag al niet voor de Here wil kloppen.

Ja, en dan spreekt de Here daarover zijn straf uit. Een vreselijke straf, die past bij een vreselijke, maar terechte toorn. En die straf is precies het omgekeerde van wat de Here zou geven aan een mens met een hart dat wel van liefde voor Hem zou kloppen. Dan zou er zegen zijn. Dat is dat de Here al het goede en al zijn liefde zou blijven uitgieten over de mens, die Zijn liefde zou blijven beantwoorden. Maar nu de mens, nu wij een hart hebben, dat niet meer voor de Here wil kloppen, nu stort de Here het omgekeerde van een zegen over ons uit. Zijn vloek. Niet zijn liefde meer, die we als mensen verspeeld hebben, willens en wetens, maar zijn toorn. Dat is gekrenkte liefde. Zoals een man, die volkomen onbeschaamd bedrogen is door zijn vrouw, z'n gekrenkte liefde de vrije loop laat.

Wij hebben een vreselijke straf verdiend, broeders en zusters. De één echt niet minder dan de ander. Allemaal zouden we moeten verteren onder de eeuwige haat van de Here, omdat wij zijn liefde zo gruwelijk gekrenkt hebben. Omdat we allemaal tot op de dag van vandaag de Here nog elke keer een klap in het gezicht geven als we onze oren dichtdoen voor zijn wet en gewoon onze eigen gang gaan. En allemaal zouden wij ook tijdens dit leven al elke tegenslag, elke traan, elke ziekte, elke pijn, elke ramp, elke oorlog, elk sterven moeten zien als terechte straf omdat wij als mensen de Here zo vreselijk gekwetst hebben in zijn liefde voor ons. Een vervloekte weg voor ons naar een vervloekte toekomst. Zo zou het moeten zijn. Maar u merkt, broeders en zusters, ik spreek over: zo zou dat moeten zijn. Want gelukkig, wij mogen nadenken over deze dingen in het licht van Zondag 1. Christus heeft juist die straf al gedragen. Volledig. En daarmee al die dingen, die ik noemde hun strafkarakter ontnomen voor ons, die Hij uit genade tot zijn eigendom heeft gemaakt. Maar laten we de goedheid van de Here dan niet opnieuw aantasten door klein te denken van onze schuld tegenover Hem. En daarmee te twijfelen of onze schuld inderdaad wel zo'n zware straf verdient. Ons gevoel is echt geen goede graadmeter. Het is de Here God, die de straf vaststelt, die past bij onze misdaden. En God is volstrekt rechtvaardig. Gelukkig maar!

Het evangelie van een rechtvaardige God. 1. Hij stelt een rechtvaardige eis; 2. Hij eist een rechtvaardige straf,

3. Hij is een rechtvaardig God

Broeders en zusters. Wat ons nu misschien als heel dreigend in de oren klinkt, namelijk dat de Here rechtvaardig is, dat zal blijken straks voor ons een onnoemelijke troost te zijn. Ja, inderdaad, het lijkt zo dreigend. Het is allemaal 'rechtvaardig' wat de klok slaat in Zondag 4. Het is rechtvaardig dat God ons straft. Zijn eis is rechtvaardig. De strafmaat is rechtvaardig. En nu is de Here Zelf ook nog eens rechtvaardig. En wij worden, zo lijkt het, in Zondag 4 als mensen door al die 'rechtvaardigheid' volledig neergesabeld.

Maar, broeders en zusters, hoe zou u het vinden als God het oordeel over onze zonde had overgelaten aan bijvoorbeeld een hemelse computer. Dat Hij de vraag had gesteld aan die computer: Welke straf past er bij deze opstand van de mensen tegen Mij? Of wat als de Here een jury had gevormd van zijn engelen en die dan mochten uitspreken met welke straf wij gestraft zouden moeten worden? Vraag dat eens aan uw kind als het echt straf verdiend heeft. Ik denk dat ze allemaal zouden zeggen: "Papa, ik heb het liefst dat u zelf maar de straf vaststelt. Want u bent toch mijn papa!"

Weet u, broeders en zusters, dat woord 'rechtvaardig', dat ons zo hard in de oren klinkt en dat in Antwoord 11 zo gemakkelijk dat woord 'barmhartig' aan de kant lijkt te schuiven, dat woord 'rechtvaardig' betekent uiteindelijk onze redding. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar zo is het wel. Ga maar na: Stel dat de Here z'n rechtvaardigheid maar even uitgeschakeld had en gezegd tegen ons: Goed, Ik zie nu wel dat jullie je nooit aan mijn wet kunnen houden, Ik leg de lat voor jullie wel wat lager." Lijkt heel sympathiek, nietwaar? Maar wat zou u van een man zeggen, die tegen z'n ontrouwe vrouw zegt: "Goed, ik weet dat het moeilijk voor je is om bij die andere man weg te blijven, ik ga er dus mee akkoord dat je hem af en toe opzoekt." We zouden allemaal zeggen; "Die man is gek. Dat heeft niets meer met echte liefde te maken. Hoe kun je nu ooit genoegen nemen met gedeelde liefde of af en toe een beetje liefde?"

De Here, broeders en zusters, de Here neemt Zichzelf volkomen serieus. Hij gaat niet sjoemelen met zijn oorspronkelijke eisen. Hij blijft ons hele hart eisen, omdat Hij eerst zijn hele hart aan ons gegeven heeft. En nog steeds! Vergeet dat niet! En daarom blijft de Here vasthouden aan zijn oorspronkelijke eis. Maar dat betekent, broeders en zusters, dat de Here ondanks alle ontrouw van onze kant, toch met ons verder wil. De Here heeft de mensen niet ogenblikkelijk vernietigd. De Here wil verder en Hij zoekt in zijn rechtvaardigheid wegen om het zover te krijgen dat Hij ons hart weer helemaal terug krijgt. Hier, in die rechtvaardigheid van onze God, schuilt het geheim van zijn plannen om ons te verlossen. Als de Here Zichzelf zou verloochenen, tegen zijn eigen heilige natuur in zou gaan, dan zouden we te maken hebben met een onbetrouwbare God. Een God, die, noodgedwongen, het op een akkoordje gooit met zondaren. Een God, die met een breed gebaar onze afschuwelijke opstand tegen Zichzelf onder het vloerkleed zou vegen. Net doen alsof het niet gebeurd was. Net doen alsof het niet zo erg was. Maar dan, broeders en zusters, dan zouden wij voor altijd vastzitten aan de zonde. Als de Here God vrede zou sluiten met het feit dat wij zondig zijn, dan zou er geen enkele basis meer zijn om de zonde te overwinnen. Dan zouden wij eeuwig het leven tegemoet gaan zoals we dat nu hebben. Vandaag. Voor altijd aangetast door de zonde. Altijd die strijd met onze natuur. Nooit een overwinning. En geen vreugde in een God, die echt zijn schepsel liefheeft. Omdat Hij genoegen neemt met wat van onze kant geen echte liefde is. Oh, broeders en zusters, wat mogen we dankbaar zijn dat de Here rechtvaardig is. Ja, zijn rechtvaardigheid eist. En het is niet mis wat Hij eist. Maar zijn rechtvaardigheid heeft ook die ongelooflijke oplossing gevonden waardoor zijn liefde echte liefde blijft en onze haat wordt overwonnen en omgezet in liefde. Liefde, die groeit uit dankbaarheid. Laten we daarom vanuit onze ellende juichen gaan, broeders en zusters: We hebben een God uit één stuk. Een God, die zijn liefde niet heeft laten overwinnen door onze haat. Een God, op Wie je altijd aan kunt. Een God, die echt voor 100% het heft in handen neemt om voor zijn gevallen schepsel een weg naar het leven te openen. Wij mogen een God hebben en kennen, die echt altijd Dezelfde is. Want deze God is naar ons toegekomen in Jezus Christus, Zijn Zoon. De Zoon van Zijn liefde. En in Hem heeft Hij zijn recht laten zegevieren. Tot onze redding. En daarom, laten we zingen. Met heel ons nieuwe hart: "Wees, Sion, om Gods recht verheugd. Juicht, Juda's dochters, vol van vreugd."

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar