Geloven in Vader

Thema: Geloven in Vader
Tekst: Zondag 7 H.C.
Tekstgedeelte(n): Lucas 15: 11-32
Zondag 7 H.C.
Door: Ds. P. Houtman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Twijzel-Kollumerzwaag)
Gehouden te: Twijzel-Kollumerzwaag op 3 februari 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Houtman

Votum en zegengroet
Ps. 84: 1, 3
(Morgendienst:) Wet
(Morgendienst:) Gez. 17: 3-5
Gebed
Lezen: Lucas 15: 11-32
Ps. 63: 1-2
Tekst: Zondag 7 H.C.
Zingen: Lied 328
Preek
(Na punt 2 zingen:) Ps. 138: 1
(Morgendienst:) Gez. 32: 2
(Middagdienst:) Geloofsbelijdenis: Gez. 3
Gebed
Collecte
Ps. 84: 6
Zegen

Broeders en zusters, gemeente van de Here,

Maakt het verschil, hoe je reageert? Wat je doet? Tegenover Vader? Dat is, zou je kunnen zeggen, de vraag waar de catechismus hier mee begint.
En dan gaat het niet alleen om de buitenkant, je gedrag, of je naar de kerk gaat en zo. Jazeker, dat hoort er ook bij; allemaal. Maar toch, het gaat dieper: het gaat om je levenshouding. Te beginnen van binnen, in je hart, wat een ander niet ziet en nooit helemaal kan beoordelen...
Hoe reageer je innerlijk op Vader? Die Vader uit de gelijkenis? Wat leeft er in jou, wat beweegt er in jou, als je aan Hem denkt? Is dat belangrijk?
Vader... die van die twee zonen. Vader, die zo met ontferming bewogen werd - z'n hart werd helemaal warm van binnen, toen hij, in die vieze zwerver, in de verte al, z'n jongste zoon herkende - hij zag het direct: Hij is het! En hij sloot hem in zijn armen.
Maar ook: Vader, die naar z'n oudste zoon toe ging, en met hem ging praten; rustig, en vriendelijk, zonder verwijt (met zoveel woorden), hem terechtwees, hem voorhield hoe hij het eigenlijk moest zien, hoe het was...
Vader, met zijn huis - je moet je voorstellen: een kapitale boerderij, uitgestrekte landerijen, een heleboel personeel; rijk en machtig. Vader, met twee zonen, van wie hij allebei hield, van allebei evenveel (of niet...?). Twee volwassen zonen, zelfstandig... Geen kleine kinderen meer, die nog verzorgd moeten worden en op de arm gedragen, en napraten wat hun vader zegt - maar volwassen jonge mensen, die hun eigen keus maken, hun eigen beslissingen nemen, hun eigen overtuiging hebben, diep in hun hart: zo zien ze het, zo willen ze het; hun eigen levenshouding.
U hebt waarschijnlijk al heel wat preken gehoord over deze gelijkenis. We kennen hem trouwens van jongs af aan, nietwaar? Een van de mooiste verhalen uit de bijbel.
Wij denken dan vaak na over die twee jongens. Wat we daar van vinden. Wij hebben daar zo onze gevoelens over; meer of minder sympathie. Die jongste... niet best, maar uiteindelijk toch wel vertederend. Die oudste... komt er niet zo goed af, maar toch wel een goeie jongen, of niet...?
En dan weten we wel: het gaat over ons. Wij zien onszelf in de spiegel. Als kind zien we onszelf misschien vooral in de jóngste zoon; in preken vaak meer als de oudste zoon: trouwe kerkgangers, die er van jongs af aan altijd al bij gehoord hebben.
Maar in het middelpunt staat Vader. Vader, die van z'n beide jongens houdt, hoe verschillend ze ook zijn. De Vader van Jezus, Christus; die zijn Zoon gaf.
Als je dát hoort, het evangelie van Christus... maakt het ook verschil hoe je daar op reageert? Van binnen? Wie je ook bent?
Nietwaar, wij praten vaak over mensen. Over anderen. Hoe ze zijn. Er zijn aardige en minder aardige mensen. In de kerk en buiten de kerk. Wat dat betreft is er weinig verschil. Er zijn jonge mensen, die uit willen gaan en veel genieten; er zijn volwassenen, die voor hun gezin zorgen; er zijn ouderen, bij wie het allemaal wat moeilijker gaat en die dichter bij het levenseinde staan. Gelovig of niet gelovig, dat maakt wat dat betreft geen verschil. In sommige opzichten, vinden wij, kunnen gelovigen nog wel eens aan ongelovigen een voorbeeld nemen.
Wij praten ook vaak over hoe gelovig wij andere mensen vinden. Hoe kerks ze zijn. Hoe meelevend. En zo niet... of ze er nog van af weten; of ze er nog wel wát aan doen; of ze er nog niet helemaal los van zijn, en er toch nog wel eens over nadenken, eraan terugdenken... Maar dat weten wij nooit helemaal. Wij kunnen niet in iemands hart kijken. Misschien komt die-en-die nog wel eens terug. Misschien wordt die toch wel behouden.
Maar nu komt het op onszelf af. De Vader, die zo oneindig van ons houdt. Het evangelie van zijn Zoon. Maakt het ook verschil, hoe je op Hem reageert? Wat een ander niet altijd ziet, maar wat jíj, van binnen, doet? Wat er in jou omgaat, wat voor houding jij aanneemt? (En dat zal dan ook te merken zijn.)
Die jongste zoon... of hij in dat vreemde land bij de varkens blijft zitten, of opstaat en naar huis teruggaat, naar Vader?
Die oudste zoon... of hij met Vader mee naar binnen gaat, om feest te vieren, of gewoon doorgaat met waar hij mee bezig is?
Wat er bij jou leeft? Wat er gáát leven, als je Vader leert kennen?
Ja, dat maakt verschil! En dan is er geen 'misschien'. Het is óf zus, of zo. Het is erop of eronder. Voor iedereen; voor een ander; maar ook - en daar gaat het voor jou om - voor jezelf. Voor nu, en voor eeuwig en altijd.
Daarom nu de vraag: wat is geloven dan? Denken we allemaal dat we dat al wel weten? Of is het misschien toch goed om dat nog eens goed tot ons te laten doordringen? - Geloven... hoe doe je dat? Wat gaat er dan in je om? En in een ongelovige niet?

Geloven in Vader

  1. In Vaders liefde
  2. In Vaders roepstem
  3. In Vaders gezag
  4. In Vaders kring

1. In Vaders liefde

Geloven in Vaders liefde... Die oudste zoon, die goeie jongen, trouw, wij zouden zeggen: elke zondag twee keer naar de kerk, met verantwoordelijkheidsgevoel, zo iemand waar de gemeente wat aan heeft... Die wist toch zeker wel wat geloven was! - Ach, hij moest dat ook nog helemaal leren. Hij zag het niet. Hij stond er van binnen vreemd tegenover.
"Je moet er wat voor doen. Je moet er wat voor over hebben. Er moet wat gebeuren; en als niemand anders het doet..."
Maar echt helemaal gelukkig was hij niet, daar bij Vader in huis. Hij genóót niet van alles wat daar was, al die rijkdom, en alles wat er te doen was. Hij zag er Vaders hart niet in. En daarom lag er voor hem een schaduw over. Een feestje... dan dacht hij aan z'n vrienden. Ergens anders.
En de jongste zoon, die zag het eerst helemaal niet. Hij vond er niks aan, bij Vader thuis. Hij vond het maar saai. Een heleboel geld, en dan daarmee de wereld in - dat was zijn ideaal. Genieten van alles wat er te koop was. Feesten, eten en drinken, vrienden, en vriendinnen... Ja, natuurlijk, dat is veel opwindender! Dan belééf je wat! Avontuur! Sensatie, en emotie. De grenzen opzoeken. Groots en meeslepend wil ik leven! Vette lol.
En ja, daar had hij ook alle mogelijkheden voor. Z'n vaders erfdeel... daar was hij rijk mee. Overal waar hij kwam, zagen ze in hem - in het begin, nog - de zoon van z'n vader. Je kon zien dat hij van voorname afkomst was. Er was nog iets van het beeld van God in hem te zien; nog iets van wat hij meegekregen had van zijn goede, godvrezende opvoeding; van huis uit geen slampamper, maar een jongen van de kerk! Hij had uitstraling. En flitsende kleren. Zo iemand kan wel vrienden kríjgen. En ook wel vriendinnen.
Zie je wel, dat ze allebeí eigenlijk hetzelfde hadden, iets van: bij Vader thuis is het maar saai? Ze proefden Vaders liefde niet.
En dát is toch: geloven. Geloven in Vaders liefde. Hoe fijn het is bij Hem thuis. Hoeveel Vader te geven heeft... ja, niet maar aan de buitenkant, rijkdom, maar van binnenuit, uit zijn hart. Hoe fijn het is om met Hem samen te zijn. Samen bezig te zijn, en te genieten van alles wat Hij heeft. Samen alles te beleven, samen alles door te praten, alles wat je met elkaar doet - Hij en jij met elkaar -, en alles wat er op je af komt, wat er in de wereld gebeurt.
Als je daar echt een idee van krijgt... zoals die jongste zoon, ten slotte, dan word je helemaal klein. Hij kón het eenvoudig niet geloven. Het was te mooi om waar te zijn. Als zoon weer thuis, dat zou Vader wel niet meer willen. Dan maar arbeider.
Hebt u dat nooit gehad; heb jij dat nooit? Dat je denkt: Zou God mij nog wel willen hebben; zou Hij niet te goed voor mij zijn, en ik niet goed genoeg voor Hem? Met al die zonde die ik heb gedaan, en die ik in me heb...?
Ben je er wel eens echt verbaasd over geweest: Niet zomaar in het algemeen, maar echt aan míj! Niet die ongelovige, die zo aardig is en waar je zoveel respect voor hebt, waar je nog een voorbeeld aan kunt nemen in sommige opzichten... maar wel aan mij...! Niet alleen aan anderen... mijn vader en moeder; mensen in de kerk waar je veel respect voor kunt hebben; dat serieuze meisje, die jongen die altijd zo goed z'n catechisatie kent... Maar ook aan mij...!: vergeving van zonden... ík mag eeuwig weer bij Vader thuis zijn...!
Heb je er dan wel ooit echt een vermoeden van gehad, hoe wonderlijk, hoe onbegrijpelijk diep Vaders liefde is?
Die verbazing, die duizeling als je dat beseft, dat is geloof.

2. In Vaders roepstem

Het tweede punt: geloven in Vaders roepstem.
Vader roept. Er gaat van Vader een stille roep uit: hier bij mij, in mijn huis, heb je het goed! Kom bij mij, blijf bij mij! Elke dag, als hij er weer is, je goedemorgen wenst; je eet bij hem, en hij gaat bezig, en jij mag met hem bezig zijn...
Hij zegt het met zoveel woorden tegen de oudste. Joh, jij bent toch kind van mij, jij bent altijd bij mij, en alles wat ik heb, dat deel ik met jou, dat heb jij ook! Het is feest bij mij thuis: je broer is er weer! Kom toch binnen!
Zou die oudste zoon dat nou ook gedáán hebben? Dat vertelt de Here Jezus niet. Daar houdt het verhaal op. Dat mag je zelf invullen: wat doe jíj?
Maar ook naar de jongste gaat Vaders roepstem uit. Een tijdlang wil hij die niet horen; hij houdt zich doof. Weg, bij Vader vandaan, de wereld in! Maar later, als hij in de ellende zit, dan hoort hij Vaders stem, als het ware, vaag, in een echo: Thuis is het goed, zelfs voor de knechten!
Die jongste zoon... maakt het nou ook verschil, of hij naar die stille roepstem van Vader luistert, en gáát, terug, naar hem toe, of dat hij daar bij de varkens blijft zitten, met een rammelende maag?
Ja, natuurlijk! Een verschil van dag en nacht! Van dood zijn, of weer levend worden!
Maar nu de praktijk, broeders en zusters. Veel mensen doen net als die jongste zoon. Ze kennen de Here, ze zijn in zijn kerk gedoopt (vaak nog), en ze dwalen bij Hem vandaan, en dan... Dan mopperen ze wel veel over: 'Als God nou liefde is, waarom dan...?', maar ze gaan niet terug naar Hem! Ze bekeren zich niet!
Ze doen als het ware als die jongste zoon, ze zitten bij de varkens en voelen zich ellendig, en dan zeggen ze: Als Vader liefde is, dan komt hij mij hier wel helpen! En dan blijven ze zitten wachten...
Ze kennen de gelijkenis van het verloren schaap - die staat hier vlak voor, die heeft de Here Jezus even eerder verteld -, en dan luisteren ze niet verder, ze lezen niet verder; ze blijven in hun hart bezig met dat verloren schaap. Heerlijk, om, als verdwaald schaap door die herder opgezocht te worden, en op de schouders genomen, en teruggedragen, naar huis! En dan... ja, echt, ze dwalen weg, en kijken over hun schouder achterom naar de herder: komt hij wel achter mij aan? Ze klagen: Als u herder bent, en u vindt dat ik afgedwaald ben, dan moet u mij komen opzoeken! Waarom doet u dat niet?
Geloven, dat is: luisteren naar Vaders roepstem, en je bekeren! Terug, naar hem toe, naar huis!
Dat is dus ook een kwestie van gedrag. Geloven kun je niet alléén in je hart doen. In de catechismus komt dat later uitvoerig ter sprake, maar we kunnen het hier meteen wel erbij zeggen.
Stel je voor: jij gelooft, en je collega of je vriend niet, maar verder is er geen verschil. Je doet precies hetzelfde. Je moppert net zo, je vloekt net zo, je gaat net zo uit je dak, je drinkt evenveel, je probeert net zo overal tussenuit te komen, je geeft je geld net zo uit alleen maar aan wat je zelf leuk vindt...
Dan is geloven in de praktijk niet zo belangrijk. Geen wonder dat je het dan maar saai vindt in de kerk, en dat je het niet belangrijk vindt om voor catechisatie te leren. Het maakt allemaal toch niks uit.
Nee, geloven is: luisteren naar Vaders roepstem, en dan kómen, op Hem af! Je bekeren! Naar Vader toe! Een ander leven, gericht op Hem, zoals past in zijn huis, zo dat je het fijn hebt bij Hem!

[ Zingen: Ps. 138: 1 ]

3. In Vaders gezag

Het derde punt: geloven in Vaders gezag.
Hoe is dat dan, Vader, bij U? Hoe kan ik het goed hebben bij U thuis? Zegt u het maar!
"... Een stellig weten, waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft".
Gereformeerden staan erom bekend dat ze vóór alles vasthouden aan het Schriftgezag. Maar ook anderen, evangelischen bijvoorbeeld, heten 'bijbelgetrouw'. Bij alle verschil van mening, komen we er toch tegen op als het gezag van de bijbel wordt aangevallen.
Maar geloven is meer. Want stel je voor: Ja hoor, ik geloof alles wat er in de bijbel staat, maar wát er dan in staat... ja, dat weet ik niet zo precies... Ja, dat je zonden vergeven zijn en zo... Maar verder... moet je mij niet vragen!
Vader, ik geloof alles wat U zegt! Dat zit wel goed. Dus ik hoef nu niet meer verder te luisteren.
Dat kan toch niet?
Wat Vader zegt, is waar. Daarom wil ik naar Hem luisteren! Wat zegt Hij precies? Wat bedoelt Hij daarmee? Hoe meer je luistert, hoe meer je in de bijbel leest, hoe meer je ontdekt hoe weinig je daar nog van af weet. Hé, het was me nooit zo opgevallen, dat dat er zo stond! En hoe meer je ontdekt hoe weinig je daar nog van begrijpt. Wat moet ik daar mee? En... hoe meer je ontdekt dat dat toch anders is dan zoals jij zelf geneigd bent te denken. Een heel andere denksfeer komt er op je af. Bijvoorbeeld - om een paar praktische dingen te noemen, die ook jongeren bezighouden - over de verhouding tussen man en vrouw. Over hoe je met elkaar omgaat. Over eigenwaarde en je onderschikken. Over genieten en wat echt fijn is. Enzovoort.
Hoe praat je, op vereniging? 'Ik vind...', 'We weten toch allemaal wel dat...' Of: 'wat steekt er nou eigenlijk voor kwaad in...?'
'Ik vind...' O! Maar wat staat er nou eigenlijk precies in de bijbel?
Ouders, wat doen uw kinderen op de kleine jeugdvereniging? Weet u dat? Vindt u dat belangrijk? Praat u daar thuis met ze over door?
Als je het toch allemaal al wel zo'n beetje weet - ja, weer zoiets: dan zijn preken saai, en bijbellezen doe je voor de vorm, en leren is niet belangrijk, en op catechisatie en vereniging kun je wel wat donderjagen.
Maar geloven is heel iets anders. Geloven in Vaders gezag... dat is: je telkens opnieuw door Vader laten gezeggen. Van jongs af aan. Je leven lang. Dan gaat er een wereld voor je open. Vaders wereld. Die is anders dan de jouwe was; jouw denkwereld. Die is altijd weer nieuw.

4. In Vaders kring

Het laatste punt: geloven in Vaders kring.
Geloven doe je samen... met je broeders en zusters. Niet maar met een vriendenkring, of samen met je familie, met mensen die je liggen. Maar, samen met de mensen, alle mensen, die ook luisteren naar Vaders roepstem, net als jij. En die zich door Hem laten gezeggen, net als jij.
In de kring. Een heel grote 'familie': broers en zussen in de gemeente. Broers en zussen over de hele wereld. Ouderen, ook die al overleden zijn.
Jullie houden er niet van, jongens en meisjes, als je vader en moeder, of andere ouderen, over vroeger praten. Vroeger is niet nu. Maar als ze praten over wat ze zelf van God geleerd hebben, soms door schade en schande, soms door veel strijd heen - want: we merkten het al: leren geloven gaat voor een mens in deze wereld niet makkelijk -, dan kun je daar veel van leren.
Kijk, daar hebben we nou in de kerk de geloofsbelijdenis voor; en de catechismus; en de Dordtse Leerregels en zo. Daarin hebben de ouderen in de kerk vastgelegd wat ze van God geleerd hebben. Vastgelegd, ook voor jou.
Als je daar niet van leert, dan doe je jezelf alleen maar schade. Dan - echt, dat is de praktijk, dat gebeurt telkens weer: een schrijver, theoloog, publiceert een boeiend boek over het geloof en over God, dat veel mensen aanspreekt, maar wel op gespannen voet met de belijdenis. Het klínkt voor veel mensen nieuw; en daar wordt dan weer een conferentie over belegd. Dan krijg je al die discussies van vroeger, en al die onzekerheid over: hoe is het nou eigenlijk?, en dat veel mensen de verkeerde kant op gaan; conflict in de gemeente, en al die ellende... die krijg je dan weer opnieuw.
Ik geloof... Wij geloven...! Kinderen van één Vader. In de kring, in het éne huis bij Vader.
Stel je voor, dat je dat niet had! Dat je dat niet dééd!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar