| Thema: | Gods voorzienigheid, zelfs in Jeremia's ups and downs |
| Tekst: | Zondag 10 Heidelbergse Catechismus |
| Tekstgedeelte(n): | Jeremia 20: 7-18 Zondag 10 Heidelbergse Catechismus |
| Door: | Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord) |
| Gehouden te: | Roodeschool op 25 augustus 2002 |
| Opmerking RJCV: |
De prekenserie Jeremia bestaat uit: Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen. |
| Extra: | Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie
Jeremia. Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Ps. 42: 1, 3
Ps. 43: 3-4
Lezen: Jeremia 20: 7-18
Ps. 102: 1-2, 4, 6
Tekst: Zondag 10 H.C.
Ps. 102: 8-9, 13
Lied 432: 1-2
Zegen
Geliefde kinderen van wie de namen zijn geschreven in Gods Vaderhand,
'God doet alle dingen meewerken ten goede...'
Het zijn voluit bijbelse woorden, bekende woorden ook. Alles komt van God. Zo is het. En het is je houvast al
die tijd dat het je in het leven goed en gemakkelijk gaat. Alhoewel je 't in zulke goede tijden ook nog wel eens
wil vergeten, dat je je voorspoed en geluk en welvaart en vrede aan God te danken hebt.
Maar dan krijg je klachten. Het wil allemaal niet zo goed meer. Toch maar eens naar de dokter. Zorgelijk gezicht.
Onderzoek in het ziekenhuis. Nog meer zorgelijke gezichten. En dan die donderslag bij heldere hemel: kanker! Of dan
is er zomaar iemand in je familie die helemaal niks meer wil eten en die ziekte met die rare naam - anorexia
nervosa - heeft. Of dan hoor je dat geheel onverwacht, op een zondagmiddag nog wel, een baby'tje van nog maar 5
maanden oud gestorven is door wiegendood. Dan...
Ja, dan wordt het allemaal wel even wat anders. Dan trekken er donker dreigende wolken voor je zon die altijd leek
te schijnen... Doet God dan nog alle dingen meewerken ten goede?
Hoe kan God zoiets nou willen? Waarom moeten er zulke verschrikkelijke dingen gebeuren? Waarom moest hij...? Waarom
moet ik...? God is liefde? Nou, daar voel ik helemaal niks van. Het lijkt er eerder op dat God er helemaal
niet is. Hij is toch almachtig - nou dan, waarom grijpt Hij dan niet in? Waarom laat Hij het allemaal maar
geworden?
En wat kan het bekende dan als een cliché klinken, goedkoop, als een afgerafeld doekje voor het bloeden - God
doet alles meewerken ten goede. Ja, dat weet je wel - je hebt het keurig uit je hoofd geleerd op
catechisatie, maar nu...?, toch niet dit...?
En het is alsof ze niet tot je doordringen, die woorden uit de bijbel, gelezen door een gemeentelid die je met al
z'n goede bedoelingen op komt zoeken en wil troosten. Ze raken je niet, nu even niet.
Als je hele leven op de kop komt te staan, als je hardhandig door elkaar wordt geschud, als het allemaal niet
gaat in het leven zoals je gedacht of gedroomd had, als je om je heen - ver weg of dichtbij - lijden, honger, dood
en ellende ziet, als je zelf dingen moet meemaken die haast niet te dragen zijn... wat kan het dan een worsteling
zijn na te zeggen, te aanvaarden, het een plek te geven in je hart dat God alle dingen doet meewerken ten goede
voor hen die God liefhebben...
Of zou het daar misschien aan liggen: ...voor hen die God liefhebben...? Heb ik God misschien niet
voldoende lief en zou Hij mij daarom straffen? Heb je 't allemaal aan jezelf te danken? Wil God je een lesje
leren?
En je raakt vertwijfeld, in jezelf gekeerd. Verbitterd misschien wel. Je gaat zoeken: wat is er mis gegaan?
Neerslachtig. Neerwaartse spiraal. Nog verder weg, nog dieper...
Of je voelt je schuldig - mag je wel boos zijn op God? Vragen stellen? Twijfelen? Er staat toch in de catechismus
dat je geduldig moet zijn, en vertrouwen moet hebben!?
Wat een geluk dat we dan de bijbel hebben. En dat we dan zomaar opeens Jeremia boos horen zijn, teleurgesteld in mensen, maar ook teleurgesteld in de Here, gedesillusioneerd over de taak die hij van God had gekregen en die haast niet te dragen was. Jeremia, die zelfs zegt dat hij maar liever niet geboren was omdat hij toch maar een mislukkeling is. En je houdt je adem in als je Jeremia zo hoort razen - wat zal God daar wel niet van zeggen? Wat zal God doen?
Het thema van deze preek is:
Gods voorzienigheid zelfs in Jeremia's ups and downs |
Het was gegaan zoals hij wel ongeveer gedacht had: het was één groot fiasco geworden. Maar wat wil je ook met
zo'n figuur als hij!? Hij had het toch destijds wel gezegd: Here, ik kan dat niet doen, ik ben echt veel te jong,
ik heb geen overtuigingskracht, de mensen zien me aankomen. Hij had z'n bezwaren gehad, z'n bedenkingen kenbaar
gemaakt aan de Here. Maar het had allemaal niks geholpen. God had doorgedrukt en hem zeer tegen zijn wil in toch
als zijn profeet aangesteld. God had hem overreed en hij was gezwicht onder de druk. God had hem overweldigd en hij
had er niks tegen kunnen doen. Was het maar anders gegaan, had hij maar voet bij stuk gehouden - God had hem
achteraf toch wel gelijk moeten geven en zou nu toch zelf ook wel inzien dat het allemaal maar niks was.
Kijk nou eens naar de boodschap die hij namens de Here moest brengen aan zijn volk. Hij had het gedaan, steeds maar
weer was hij de straat op gegaan en had het de mensen verteld: dat er oorlog zou komen, straf, wegvoering als er
geen bekering kwam. Dag aan dag had hij die ellende over de hoofden van zijn dorpsgenoten uitgeroepen. Spuugzat
werd hij er van, altijd maar weer dat onheil. Hel en verdoemenis - zwartgallig werd je ervan tot en met. En wat was
er tot nu toe van gekomen? Niks! Helemaal niks. Er was nog geen greintje van wat hij voorspeld had gebeurd.
En daar stond hij dan: Gods eigen profeet. Met z'n mond vol tanden mooi voor schut. De mensen om hem heen lachten
zich een rotje en spotten met hem. 'Waar blijven nou die troepen uit het noorden?' 'Oe, pas op: schrik van rondom!'
'Wanneer komt die straf dan eindelijk eens?' 'Mooie profeet van God ben jij zeg'. Machteloos voelde hij zich. In de
steek gelaten - ja ook door God. God had toch beloofd dat Hij hem zou helpen! Hij had toch zijn mond aangeraakt en
gezegd 'Ik zelf leg je de woorden in mijn mond.' Goed, dat voelde hij wel; het waren zeker niet zijn eigen woorden
die hij rondbazuinde. Maar dat God hem zou bevrijden, en dat hij een sterke stad zou zijn, een ijzeren zuil, een
koperen muur - daar was niet veel van te merken. Mooie woorden waren het, prachtige beloften, maar wat heb je daar
aan? Het leek wel alsof God weg was en het vuile werk door hem liet opknappen.
En de mensen werden zat van hem. Ze konden zijn profetie niet verdragen en stopten hun oren dicht - hij kon het
zich voorstellen, want aangenaam was anders. Hij had ook liever voorspoed en welvaart en vrede aangekondigd. Maar
ze namen het hem kwalijk. En achter z'n rug om probeerden ze hem een loer te draaien. Hij merkte het wel als ze
weer eens tegen elkaar stonden te fluisteren. Zelfs bij z'n vrienden moest hij op z'n woorden passen, want ze
konden het zomaar tegen hem gebruiken. Hij was helemaal alleen komen staan. Eenzaam sleet hij z'n dagen. Dat was
blijkbaar zijn kruis: van God en mensen verlaten.
Bitter werd hij ervan. Waar deed hij het nog voor? Het hielp allemaal toch niks. En z'n eigen leven werd er alleen
maar ondraaglijk van. Waarom niet gestopt? De citer aan de wilgen gehangen? Ik kan beter zwijgen. M'n mond
houden...
Je ziet Jeremia voor je, terwijl hij in de gevangenis zit. Of misschien wel in de put met z'n voeten in de
bagger, steeds dieper wegzinkend. Of misschien gewoon thuis op bed, met z'n rug tegen de muur bittere tranen
huilend.
Misschien herken je je erin en komt deze profeet van toen heel ver weg opeens heel dichtbij, en zou je hem een hand
willen geven, je arm om hem heenslaan en tegen hem zeggen: 'wat jij voelt, voel ik ook'.
Maar ook als je je niet in hem herkend, is in ieder geval wel heel mooi, dat het in de bijbel staat. En dat het blijkbaar gedachten en gevoelens zijn die ook bij anderen voorkomen. Ja, die zelfs een groot profeet als Jeremia kan hebben. Wat dat betreft is de bijbel een boek van gewone mensen voor gewone mensen, waarin wat wij al gauw beschouwen als 'geloofshelden' die we eerbiedig op een voetstuk plaatsen, bij nader inzien gewoon mensen van vlees en bloed blijken te zijn, mensen net al wij. Dat is wel heel bemoedigend! Dat de machtige God er is voor gewone mensen, mensen zoals Jeremia, met hun ups and downs, hun hoogte- en dieptepunten.
Want hoor nou toch hoe Jeremia worstelt. Hij wil graag zwijgen. Maar hij kan het niet. Hij wil de Here
wel wegdrukken uit zijn leven en niet meer aan Hem denken. Maar het lukt hem niet. Dan wordt z'n hart
brandend in hem, een vuur dat een uitweg zoekt, het binnenhouden lukt niet. Misschien vliegt het je zelf ook wel
eens aan: zou het allemaal wel waar wezen?! Is het allemaal geen dikke onzin? Houd ik me zelf niet voor de gek?
Waarom zou ik nog langer geloven, in de bijbel lezen, bidden? Je merkt toch niet dat God luistert. Is het niet veel
aantrekkelijker God de rug toe te keren? Te doen alsof Hij niet bestaat? Maar met dat je zoiets denkt, brandt je
hart in je van vuur, en je voelt: het is wel waar, het is niet bedacht, het kan niet
bedacht zijn: God is echt - kijk naar de schepping, naar het immense heelal, kijk naar ieder nieuw mensenleven,
kijk vooral naar de Here Jezus, zijn liefde, zijn verzoenend sterven... Dan voel je het vuur in je branden. Al is
het soms maar een piepklein waakvlammetje, de Geest blijft in je werken. Wie kan het vuur van de Geest doven?
En dan plotseling is het net of iemand de knop van de warme kraan omdraait waardoor de geiser aanslaat; en het
kleine waakvlammetje wordt zomaar een groot vuur, een uitslaande brand. Niet binnen te houden. Het perst eruit, en
je kunt het wel uitzingen, wel uitjubelen: 'de Here is getrouw en sterk, Hij zal zijn werk voor mij voleinden...'
Dan hoor je Jeremia vanuit de put een loflied zingen voor zijn Heer. Dan kunnen Paulus en Silas in de gevangenis
psalmen zingen. Dan kan Jona vanuit de ingewanden van de grote vis een danklied aanheffen. Dan kunt u, dan kun jij
zelfs...
Want wie heeft dat nooit, dat het geloof het ene moment himmelhoch is, een blij en diep dankbaar gevoel
dat je doortrekt, een zeker weten en vast vertrouwen omdat niets, maar dan ook helemaal niets je kan scheiden van
Gods liefde in Christus. En je springt bij wijze van spreken met God over een muur en je kunt alles aan. En een
volgend moment is het erdentief, zakt de moed je in de schoenen en zie je het niet meer zitten. Alles wat je
zo goed kent en weet en geleerd hebt, geldt even niet meer voor jou. God die van mij houdt? Van mij?
Zo kent ook het geloof van Jeremia zijn ups and downs, zijn hoogte- en dieptepunten. En ze liggen soms vlak
naast elkaar. Want van het hoge loflied zakt Jeremia maar zo weer in een diepe depressie.
Ver heen is hij, als hij z'n geboortedag vervloekt. Was ik maar nooit geboren, was er maar nooit iemand geweest
die mijn vader de blijde tijding bracht dat hij een zoon gekregen had. 'Waarom toch ben ik uit de moederschoot
voortgekomen om moeite en kommer te aanschouwen en opdat mijn dagen ten einde spoeden?' Het is alsof Jeremia zegt:
'Here, als U mij toch al vanaf de moederschoot kent en in de baarmoeder al geheiligd hebt als profeet, dan was ik
maar liever toen al gestorven, want dan hoefde ik tenminste niet dat verschrikkelijk oordeel van U aan te kondigen.
Bij dezen lever ik mijn roeping in.'
Je bent ver heen als je er liever niet meer bent. Dan is het licht wel bijna uit bij je, zie je er geen gat meer
in, ben je aan het eind van je Latijn. Je voelt je mislukt. Misbruikt misschien wel. Een misbaksel. Iemand die niks
kan en alleen maar anderen tot last is. Niemand die van je houdt, die iets om je geeft. Altijd maar weer nieuwe
ellende. Je wordt er zo moe van, zo eindeloos moe. Hoe kun je dan verlangen naar rust.
Jeremia was ver heen. 'Was ik maar nooit geboren'. Het is alsof je Job hoort praten (of heeft Job het van Jeremia?). 'De dag verga waarop ik geboren werd', zegt Job. 'Waarom ben ik niet bij de geboorte gestorven, dan zou ik nu rust hebben.' Het zijn voor de bijbel bekende klanken, ontkennen dat zulke gevoelens bestaan, hoeft dus niet. Maar mag je wel zo praten? Ga je dan niet over de schreef? Dit is toch niet echt wat de catechismus noemt 'geduldig blijven'!?
Wat opvalt is, dat de Here Jeremia laat uitrazen. Nergens blijkt dat de Here zijn wenkbrauwen optrekt, boos wordt op zijn dienstknecht, hem de mond snoert of verbiedt nog verder te praten. Niets van dat al. De Here luistert alleen. Hij kent immers zijn kinderen. Hij weet hoe ze zijn. En Hij zal ons menselijkerwijs reageren ook wel begrijpen. Op dit moment geen reactie. Maar uit het vervolg blijkt dat de Here Jeremia wel ergens toe wil brengen. Hij zal zijn kind laten zien dat Hij trouw is en zijn woord nakomt. En daarom staat natuurlijk ook deze gebeurtenis in de bijbel, als treffende illustratie bij onze belijdenis in Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus. Ook al zie je het niet, God is wel bezig. Ook al merk je er zelf niks van, God gaat wel verder. En elke dag, ieder uur, is een stapje dichter bij het moment dat zeker gaat komen. Waar wij het totaaloverzicht gauw kwijt zijn en ons verliezen in details, werkt God aan de grote lijnen van de wereldgeschiedenis waarin Hij die details van ons inpast en gebruikt.
Maar ach, wij mensen hebben zo gauw ons oordeel klaar. En we weten het ook altijd zo goed - voor een ander dan. 'Mag niet!', zeggen we dan, en 'zus en zo en daarom en dus!' En vooral: 'nait soez'n - 't is ja nait aas'. [ Of voor de niet-Groningers: Niet zeuren, 't is niet anders. Je moet het maar nemen zoals het komt. ] Maar misschien gaan we juist daarmee wel over de schreef. Want God is met ieder van ons persoonlijk bezig. En dat vraagt geen doffe berusting, maar actieve aanvaarding. Maar niemand kan ooit van dat van een ander zeggen 'dat heeft God daar en daarom gedaan'. Ieder heeft wat dat betreft werk genoeg in z'n eigen leven, met z'n eigen zonden, driften, aanvechtingen en verzoekingen. Want, laten we dat nooit vergeten: in alles is God gericht op je persoonlijk behoud. Kijk dus niet allereerst naar wat God een ander wil leren met dat wat gebeurt, maar probeer te ontdekken wat de Here jou ermee wil leren.
Niet te snel oordelen over een ander dus. Maar pas ook op met een al te snel oordeel over God. Want je schuift Hem maar zo wat in de schoenen. Je denkt het ook maar zo beter te weten dan God. Houd er rekening mee dat, juist als je in de put zit, je blikveld beperkt is en dat er maar van één kant redding kan komen: van Boven!
Kijk, en daar wil de Here Jeremia ook brengen. En heel mooi: Jeremia komt daar ook! Door alle donkere woorden van dreiging en onheil, goddeloosheid en afval, schijnt een paar hoofdstukken verder plotseling het heldere licht van de profetie over de komende Messias. Het mag een klein straaltje zijn misschien, het geeft wel hoop. Er zal namelijk een rechtvaardige Spruit komen, een wettige nakomeling van David, die als koning zal regeren en verstandig zal handelen. 'In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam waarmee men Hem zal noemen: de Here onze gerechtigheid.'
Door Jezus Christus is er uitzicht, hoe diep je ook gezonken bent, hoeveel verdriet of pijn je ook hebt, hoe uitzichtloos je leven ook lijkt. Dat is het geheim, het raadsel van Gods voorzienigheid: zijn Vaderhand. Het is de hand van de Vader van onze Heer Jezus Christus die alles bestuurt en regeert, de hand waarin onze namen zijn gegrift. Ons houvast ligt dan ook niet in onze gevoelens, maar in Hem die ons vasthoudt. Dat helpt me op de been. Dat maakt dat ik verder kan. Aan Gods Vaderhand.
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2012.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.