Jeremia (Deel 4: Verlost!)

Thema: Verlost! De Here is onze gerechtigheid
Tekst: Zondag 11 Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n): Jeremia 33: 1-18
Zondag 11 Heidelbergse Catechismus
Door: Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord)
Gehouden te: Roodeschool op 1 september 2002
Opmerking RJCV:

De prekenserie Jeremia bestaat uit:
Deel 1: Jer01 - Taak en roeping van een profeet
Deel 2: Jer02v13 - Blijf bij de Levensbron!
Deel 3: Zondag 10-2 - Gods voorzienigheid, zelfs in Jeremia's ups and downs
Deel 4: Zondag 11 - Verlost! (Voorbereiding viering Heilig Avondmaal)
Deel 5: Jer31v31-2 - Een avondmaalsmeditatie (Avondmaalsoverdenking)
Deel 6: Zondag 12-2 - Profetendienst!

Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen.
Deel 4 kan gebruikt worden als voorbereiding op de avondmaalsviering (te lezen een week voorafgaand aan de avondmaalsviering).
Deel 5 is bedoeld als overdenking te lezen voorafgaand aan of volgend op de avondmaalsviering.

Extra: Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie Jeremia.
Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia.

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 4: 1
Ps. 68: 8
Lezen: Jeremia 33: 1-18
Ps. 136: 1, 3, 4, 21
Tekst: Zondag 11 HC
Ps. 103: 1, 3
Ps. 103: 4
Ps. 103: 7
Lied 217: 1, 3-4
Zegen

Geliefde broeders en zusters van Hem die ons verlost,

Je wordt er niet bepaald vrolijk van: Jeruzalem in de dagen van Jeremia. Een spookstad is het geworden. Huizen vernield. Muren afgebroken. Gras en onkruid dat hoog opschiet tussen de brokstukken. En rond de stadsmuren staat de vijand klaar om, zo gauw iemand naar buiten komt, hem neer te maaien. Er worden massagraven ontdekt. Om alle doden fatsoenlijk te begraven is er te weinig plek. Buiten heerst de vijand, binnen heerst de dood. De stad is een gevangenis geworden. En alsof dat nog niet erg genoeg is, zit in die gevangenis Jeremia, de profeet van de Here nog weer in een aparte gevangenis. Gevangen gezet door koning Sedekia omdat hij dingen had gezegd die de koning niet te pas kwamen. Zo zie je, dat de vijandschap niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit kan komen (Sedekia was namelijk lid van de kerk). Ook in de kerk kan er verzet zijn tegen het Woord van God - we blijven zitten waar we zitten en verroeren ons niet; - we laten zitten wat er zit en doen geen poging het onkruid uit te roeien; - we laten de preken over het hoofd heen gaan en doen gewoon waar we zelf zin in hebben; - je hoort God spreken, maar laat Hem praten...

Je wordt er niet bepaald vrolijk van: de tijd waarin de catechismus is geschreven. De brandstapels rookten. Het martelaarsbloed vloeide. Mensen werden opgepakt, gefolterd en mishandeld omdat ze in de Here geloofden. Aldoor moest je opletten of er geen soldaten of andere spionnen in de buurt waren die je zouden verraden. En zondags moest je in het geheim bij elkaar komen.

Maar is het dan niet opvallend, dat juist in zulke moeilijke tijden - die van Jeremia, die van de catechismusschrijvers - het evangelie het helderst klinkt en de hoop het heerlijkst gloort? Dat Jeremia in de aanvechting van zijn geloof, terwijl hij worstelt met de grote vragen van het leven (en wie zou hem dat in zo'n spookstad en dan ook nog in de gevangenis kwalijk nemen?), er juist dan door de Here toegebracht wordt om te getuigen van de komende Messias - het licht van de wereld. Zoals de catechismusschrijvers er na Zondag 9-10 waarin beleden wordt dat alles - niet alleen het mooie, maar ook het minder mooie - uit de hand van God komt en dat Hij dat allemaal zal laten meewerken ten goede (en klinkt dat helemaal uit de mond van hen van wie broeders en zusters op de brandstapels werden vermoord ons niet bizar in de oren?), het gelijk daarna gaan hebben over de verlossing door Jezus Christus. Maar is juist dat niet wat je overeind helpt, uitzicht biedt, hoop voor de toekomst geeft: hoe het er ook voorstaat, wat er ook gebeuren mag - ik ben verlost door Jezus Christus!?

In de preek willen we Jeremia en Zondag 11 verbinden om er achter te komen wat het betekent dat je verlost bent. Het thema van de preek is:

Verlost!

De Here is onze gerechtigheid

  1. Hij herstelt
  2. Hij reinigt
  3. Hij geeft feest

1. Verlost! - de Here is onze gerechtigheid - Hij herstelt

Het klinkt belachelijk als je midden tussen de puinhopen en de rotzooi en met de vijand voor de deur het hebt over herstel. Het klinkt ongeloofwaardig als je ernstig ziek, bij wijze van spreken met één been in het graf, te horen krijgt dat je zult genezen. En toch is dat wat Jeremia namens de Here mag profeteren. De Here zal genezing en herstel geven (vers 6). Er zal weer leven en gezondheid zijn, er zullen weer huizen worden gebouwd en akkers aangelegd. Alles zal weer worden zoals het was, er zal weer vrede zijn.
De hoofdstukken 30-33 van Jeremia zijn wat dat betreft een verademing - ook voor de profeet zelf! - na alle dreiging en veroordeling daarvoor. In een tijd van wereldcrisis (want laten we niet vergeten dat niet alleen in Juda en Jeruzalem, maar in feite in heel de toenmalig bekende wereld, door Nebukadnezar en z'n machtige legers alles op z'n kop stond; de hele wereldorde werd als het ware overhoop gehaald!) in zo'n wereldcrisis laat God nu zien dat alle gebeurtenissen niet bij toeval maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen: ze dienen het doel dat Hij voor ogen heeft en dat is zijn volk een nieuw bestaan te geven in rust en vrede. De Here is gericht op redding en behoud! Het is om Israëls herstel, dat God de volken van de aarde roept en verdelgt. Want nu de tuchtiging van zijn volk heeft plaatsgevonden, zal de Assyriërs worden vergolden wat ze Israël hebben aangedaan, omdat ze het volk van de Here verachtten. Want dat is iets dat de Here niet kan verdragen: hoezeer zijn eigen volk Hem ook in de steek laat en kwetst, Hij kan het niet hebben dat andere volken zijn volk, zijn oogappel, minachten en bespotten. Zoveel blijft Hij van zijn uitgekozen volk houden, ja, zo trouw blijft Hij het met hen gesloten verbond.

Herstel dus. Hoe dat er komt? Door een nakomeling van David, die in vers 15 de Spruit der gerechtigheid wordt genoemd. Hoe het precies zit weet Jeremia ook niet - zal er inderdaad weer een nakomeling van koning David op de troon zitten in Jeruzalem en zal zijn rijk worden hersteld? Het lijkt een onwerkelijke maar heerlijke droom. Maar Jeremia stond ook nog in de oude bedeling, in de tijd voor de komst van de Here Jezus. Wij weten inmiddels dat de Here met die woorden van Jeremia niet bedoeld heeft dat het koningshuis van David zou worden hersteld. Want na Sedekia heeft er geen zoon van David meer op de koningstroon gezeten. Deze woorden zijn vervuld in Jezus Christus die Koning en Hogepriester is tot in eeuwigheid.
En genezing, herstel typeert het werk van de Here Jezus: Hij herstelt wat door de zonde kapot gemaakt is, Hij heelt wat was stukgegaan. En dan gaat het allereerst over de band met God de Vader, die door de zonde verbroken was. Door het kruis is die band hersteld, zijn wij weer als kinderen aan Vader verbonden. En dat maakt dat het herstel verder kan doorwerken. Want het gaat er maar niet alleen om dat je dankzij de Here Jezus nu weer in hemel kan komen als je sterft, maar ook dat er nu al terwijl je nog op aarde leeft, dingen anders gaan. En het is goed dat je daar je eigen leven ook op onderzoekt: ben ik in Christus een nieuwe mens geworden? Die zelfbeproeving is altijd belangrijk, en zeker als je - zoals nu - je voorbereid op de viering van het heilig avondmaal. Alleen betekent dat wel dat je er zelf ook van overtuigd moet zijn dat herstel nodig is, dat het anders moet. Dat je lijdt aan de zonde in je leven. > Lijden, aan dat verkeerde woord, waardoor je niet zo makkelijk meer met die zuster omgaat. > Lijden, aan die verkeerde blik, waardoor je niet meer met die broeder door één deur kunt. > Lijden, aan die verkeerde gedachte, waardoor je je eigen huwelijk op het spel zet. > Lijden... aan alles wat nog steeds zo verkeerd gaat, zoveel kapot maakt, wat anders moet. En zoek het dan niet in die goedkope doekjes voor het bloeden om het maar een beetje minder erg te maken: 'ach we zijn toch allemaal zondaars, we doen toch allemaal wel eens zonde'. Nee, noem het maar bij de naam als je in gebed gaat met de Here God: Here, dit ging er mis vandaag, en dat ik dat doe - daar klopt geen snars van, en die verslaving - daar had ik al lang vanaf moeten zijn. Here, wilt U mij daarbij helpen? Leer mij willen wat U wilt en niet willen wat U niet wilt. Leer mij nieuwe mens te zijn.

Want het herstel dat de Here Jezus geeft is dat Hij alles nieuw maakt. "Zie, Ik maak alle dingen nieuw", zegt Hij die op de troon gezeten is, de Mensenzoon (Openbaring 21). Heb je daar wat aan als je in de gevangenis zit? Of als je op de brandstapel staat? Dat Jezus alles nieuw zal maken? Het mag belachelijk en ongelooflijk lijken. Maar dat is het niet voor wie gelooft. Want het herstel dat er is door Jezus Christus zal uiteindelijk volmaakt worden. Waar je nu nog lijdt onder de gevolgen van de zonde zal God straks, wanneer Hij weer bij de mensen woont, alle tranen van hun ogen afwissen. Dan zal de dood niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite. Echt een tijd waarin alles helemaal nieuw wordt! Die hoop mag al je leed verzachten!

2. Verlost - de Here is onze gerechtigheid - Hij reinigt.

Maar de profetie van Jeremia gaat verder. Er is niet alleen herstel en genezing maar er zal ook reiniging zijn. De Here belooft: "Ik zal hen reinigen van al hun ongerechtigheid waardoor zij tegenover Mij gezondigd hebben en Ik zal hun vergeven al hun ongerechtigheden..." (vers 8).
Dat gaat duidelijk een stap verder. Je zou kunnen zeggen dat reiniging voorwaarde is voor herstel en genezing, het legt er de basis voor. Twee keer gaat het in dit vers over de ongerechtigheid van het volk - dat is dat het zonde doet, dat het uit zichzelf niet voor God bestaan kan. Want zonde vloekt met de heilige God. De Here kan de zonde niet verdragen. Des te mooier en nadrukkelijker komt dan die Spruit der gerechtigheid naar voren in de profetie van Jeremia. Die zal naar recht en gerechtigheid handelen, lezen we. Tegenover het onrecht en de ongerechtigheid van het volk staat - schittert - het recht en de gerechtigheid van de komende Messias. Hij zal ons reinigen van alle ongerechtigheid, ons verlossen van al onze zonden.
De Here kan de zonde niet verdragen. Maar hoe maakt Hij alles weer goed? Ziet Hij het maar zo'n beetje door de vingers en zegt Hij dan: 'vooruit, zand erover'? Nee, dat zegt Hij beslist niet. Want Hij wil gerechtigheid. En dit is nou het raadsel van het geloof, het grote mysterie van Gods genade, dat Hij "eerder dan de zonde ongestraft te laten, zijn lieve Zoon Jezus Christus erom gestraft heeft met de bittere en smadelijke dood aan het kruis". Gods recht eist dat er voor de zonde betaald wordt. Gods liefde is dat Hij ons er niet voor op laat draaien (wat zeer terecht zou zijn, maar wat we nooit zouden kunnen), maar dat Hij onze schuld Zelf betaald. Maar het kostte Hem wel zijn eigen, lieve en enige Zoon. Zo lief heeft God de wereld! Zoveel heeft Hij over voor onze redding! Zijn genade is beslist niet goedkoop. Christus lichaam is verbroken en zijn bloed vergoten tot een volkomen verzoening van al onze zonden. We mogen dit bij de viering van het avondmaal zien en proeven: gereinigd door Christus - ik ben verlost! Witgewassen in het bloed van Christus. Er is voor mij betaald - de Here is mijn gerechtigheid! Halleluja!

Het betekent dus wel dat er reiniging nodig is. Dat je zelf vuil en smerig bent en gewassen moet worden. Klopt dat? Is dat inderdaad zo? Heb je een afkeer van jezelf en brengt dat je er toe je voor God te verootmoedigen? En je reiniging en behoud buiten jezelf te zoeken? Want het is wel zoals de catechismus zegt: dat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is; niet bij heiligen, jezelf of ergens anders. Het gaat er bij de reiniging door Christus om dat Hij, en Hij alleen, echt verlost van alle zonde. Totaal. Volkomen. Er hoeft helemaal niets aan worden toegevoegd. Je kunt het dus ook helemaal buiten jezelf zoeken.
Jezus is de echte Zaligmaker omdat Hij niet alleen de uiterlijkheden maar ook de wortel van de zonde heeft aangetast. Dat is reiniging: het is echt helemaal weg. Zoals het in het avondmaalsformulier staat: "Hij heeft de oorzaak van onze honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen." Dat betekent niet dat je geen zonde meer doet, maar wel dat je niet meer onder de heerschappij van de zonde staat, als Christus je Heer en Meester is. Dat 'oorzaak' is veelzeggend. Er staat dus niet 'gevolgen'. Nergens staat in de bijbel dat de Here ons verlost van de gevolgen van de zonde (ziekte, tegenspoed, rampen). Die gevolgen van de zonde blijven helaas tot de Jongste Dag bestaan. Maar wel is de oorzaak weg: aan het kruis is de duivel overwonnen. En het is definitief met zijn macht gedaan.

De Here is je gerechtigheid - koop je daar vandaag de dag wat voor? Heb je daar wat aan als je in de gevangenis zit? Helpt dat als je op de brandstapel staat? Het lijkt misschien belachelijk en ongeloofwaardig, maar voor wie gelooft is het een kracht van God. Want het geeft je rust. Dat je weet dat het dankzij Christus goed is tussen God en jou. Het heerlijk weten dat je zonde niet meer in de weg staat, een barrière is om tot God te komen, een reden van God om boos op je te zijn en je te veroordelen. Nee: Christus staat er tussen. Hij heeft het goed gemaakt. Echt helemaal goed. Je hebt vrede met God. En dat geeft rust, ook al kijk je de dood in de ogen.

3. Verlost - de Here is onze gerechtigheid - Hij geeft feest!

Kijk en dat is nou precies de reden waarom je blij kunt zijn. Want de met God verzoende mens is de gelukkigste op aarde (ja, is hij dat? bent u dat?) Vergeving van de zonden is toch meer waard dan welke miljoenenloterij ook, meer waard dan de grootste erfenis!? Want wat met geen geld ter wereld te koop is, krijg je cadeau van God: verzoening, vergeving. Herstel en reiniging in Jezus Christus is onbetaalbaar!

En daarom kun je blij zijn. Blijdschap hoort bij het geloof zoals warmte bij vuur. Niemand heeft meer reden om dankbaar en blij te zijn dan een kind van God.

In de uitgestorven straten van de verwoeste stad klinkt daarom toch weer de vreugderoep. Er zal weer de vrolijkheid zijn van de bruid en de bruidegom die dolgelukkig samen zijn. Psalmen worden gezongen. Offers gebracht. Want alles is weer goed: Juda is verlost. Jeruzalem weer veilig. Het is de Here onze gerechtigheid!

Het mag er dan in de kerk nogal eens wat chagrijnig aan toe gaan, in het nieuwe Jeruzalem niet! De toekomst is één machtige eredienst. En dan is het van hier naar Johannes op Patmos zo'n grote stap niet. Hij zag ook een nieuw Jeruzalem voor zich, uit de hemel neerdalend. Het was alleen een stad zonder tempel. Maar dat is geen verarming, maar juist een verrijking. Want een aparte tempel is niet meer nodig omdat alles tempel is geworden: zie de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn. Dan zal het zijn: Jezus Christus in allen.
Daarom mogen en kunnen wij blij zijn. We mogen feest vieren. Het heerlijk feest waarvan het avondmaal een voorsmaak mag zijn. Kan het mooier: koninklijk bij God aan tafel!? Kan het bevrijdender: echte gemeenschap met je Verlosser!?

Betekent dat, dat je altijd met zo'n smile op je gezicht lopen? Altijd maar vrolijk zijn? Dat is een vergissing. In de gevangenis was Jeremia zo nu en dan de wanhoop nabij. En op de brandstapel staan is het echt geen pretje - daar gaat het dan ook niet om. Het kan best zijn dat de diepe blijdschap waar het hierom gaat - dat er hoop is en vrede met God - dat die blijdschap maakt dat de stem in je stokt, dat je even niet mee kunt zingen, dat je de tranen de vrije loop laat. Want het gaat dan om iets wat diep van binnen zit. En dan kan het maar zo zijn dat je toch in de gevangenis kunt zingen. Of op de brandstapel een loflied kunt aanheffen. Of midden in de sores kunt getuigen van de kracht die God geeft. Want je bent verlost. En er is niets en niemand die dat van je kan afpakken!

[ Eventueel afsluiten met: Komt u zo volgende week genezen, herstelt, gereinigd, dankbaar en blij tot het avondmaal? ]

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar