| Thema: | Profetendienst! |
| Tekst: | Jeremia 48: 10 (Zondag 12 Heidelbergse Catechismus) |
| Tekstgedeelte(n): | Jeremia 48: 1-10, Jeremia 48: 25-31, Jeremia 48: 40-47 Zondag 12 Heidelbergse Catechismus |
| Door: | Ds. J. Haveman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Hattem-Noord) |
| Gehouden te: | Roodeschool op 15 september 2002 |
| Opmerking RJCV: |
De prekenserie Jeremia bestaat uit: Alle delen uit deze serie zijn ook zelfstandig te lezen. |
| Extra: | Inleiding op en historisch overzicht bij de prekenserie
Jeremia. Bijbelleesrooster bij de prekenserie Jeremia. |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Votum en zegengroet
Lied 457: 1-2
Ps. 105: 3, 5
Lezen: Jeremia 48: 1-10, Jeremia 48: 25-31, Jeremia 48: 40-47
Ps. 91: 1, 4-6, 15-16
Tekst: Jeremia 48: 10 (Zondag 12 HC)
Ps. 67: 1-3
Ps. 105: 1, 4, 20-21
Zegen
Geliefde gemeente van onze hoogste Profeet en Leraar Jezus Christus,
Lekkere tekst zeg! "Vervloekt, wie het werk van de Here met lauwheid verricht; en vervloekt, wie zijn zwaard
van bloed weerhoudt!" Moet je daar nu over preken!? Is dat nou wat voor deze tijd? Het klinkt gelijk zo wreed -
vervloekt -, en zo vechterig, zo fanatiek, een beetje Taliban en AlQaida-achtig - zwaard en bloed. En je ziet het
voor je hoe dat gaat; dat mensen elkaar afslachten, omdat ze een ander geloof hebben. Maar zo gaan we vandaag in
ons beschaafde Westen toch niet met elkaar om! En is de inhoud van het Evangelie juist niet heel anders, veel
vriendelijker, veel liefdevoller? Zulke woorden, zo'n manier stoot toch alleen maar mensen af!
Ik kan me zo'n reactie goed voorstellen. En ik had zelf ook eerst zoiets van: ik doe alleen vers 10a. Dat zwaard en
dat bloed laat ik maar achterwege. Toch heb ik het niet gedaan. Waarom niet? Omdat het niet eerlijk zou zijn: het
staat er zoals het er staat. En zo heeft het een boodschap voor ons.
[ De afgelopen weken zijn we met grote zevenmijlslaarzen door de profetie van Jeremia heen gestapt. We hebben
weliswaar een aantal kernachtige en typerende gedeelten besproken, maar het zijn er toch maar enkele geweest
uit dit langste bijbelboek. ]
Vandaag willen we aandacht besteden aan de laatste hoofdstukken van het boek Jeremia. Met uitzondering van het
allerlaatste hoofdstuk, gaan die opvallend genoeg niet meer over Israël en Juda, maar over de heidense volken
rondom. Na al het onheil dat Jeremia over zijn eigen land en volk moest profeteren - en wat hem beslist niet altijd
aangenaam was, maar waarvan hij wel aan den lijve heeft ondervonden dat alles wat hij voorspeld had (zelfs
het meest verschrikkelijke rampscenario) daadwerkelijk was uitgekomen: Jeruzalem was verwoest (inclusief de tempel
- wie had dat ooit gedacht!), de mensen waren weggevoerd naar Babel, de hele economie was ingestort, - nu moet hij
onheil aankondigen aan de vijandige volken rondom Israël. Ook Egypte, ook de Filistijnen, zelfs de broedervolken
Moab, Ammon en Edom, zullen worden gestraft.
Als je al die profetieën leest worden je drie dingen heel duidelijk:
Zodoende zijn deze oordeelsaankondigingen niet alleen een dreigende boodschap voor de volken rondom Israël, maar tegelijk een troost en bemoediging voor Gods volk. Het mag dit zeker weten:
Kenmerk van profetie is dan ook dat het een boodschap van God doorgeeft om de hoorders te onderrichten en te verlichten (= inzicht geven). Vaak denken we bij profetie alleen aan voorzeggen en voorspellen: 'een profeet voorspelt de toekomst.' En veel bijbelse profetie doet dat inderdaad (kijk alleen maar naar Jeremia). Maar profetie is meer: als je zegt dat profeteren het naspreken van het Woord van God is, dan is het dus ook verkondigen, kritiseren, beschuldigen, waarschuwen, herinneren en bemoedigen. Zo komt het werk van een profeet dicht bij de taak van een priester te liggen. Maar het verschil is dan, dat een priester vooral onderwijs geeft in (uit) de wet. Het onderscheiden van de drie taken van de Here Jezus Christus (Profeet, Priester, Koning) betekent niet dat je die taken ook kunt scheiden. Dat is best belangrijk: wel onderscheiden, niet scheiden. De drie ambten werden bij Jezus juist als enige volmaakt gerealiseerd. En de catechismus zegt, dat Christus ons als Profeet de verborgen raad en wil van God over onze verlossing volkomen heeft geopenbaard. De profetie van Christus geeft ons inzicht over hoe het er met ons voorstaat. Hij sprak de waarheid, leerde met gezag en onderstreepte zijn profetie met wonderdaden, dat er door zijn lijden en dood verzoening met God de Vader tot stand is gebracht, dat er vergeving is van zonden, en eeuwig leven bij God voor allen die Hem liefhebben en dienen. Verzoening, vergeving en de belofte van het eeuwige leven. Dat is de kern van het evangelie, van de blijde boodschap die overal verkondigd moet worden en waarin je het liefdevol hart ziet kloppen van onze God, die immers niet wil dat er sommigen verloren gaan, maar dat allen tot geloof en bekering komen (2 Petrus 3: 9).
Zo'n evangelie is een heerlijk en blijde boodschap waar je graag mee voor de dag komt, toch? Zou je denken! Al
tijdens het leven van de Here Jezus zie je, dat niet iedereen enthousiast is over wat Hij profeteert. Sterker: er
is veel tegenstand en verzet. Uiteindelijk wordt Hij zelfs koelbloedig vermoord. Mooi zoet evangelie! Hoe
kan dat toch, dat je een blijde boodschap brengt en toch zo'n vreselijke reactie krijgt? Zou dat niet komen
doordat het evangelie tegelijk ook profetie is. Profetie in de zin van dat het inzicht geeft in hoe
het er met jezelf voorstaat. En als je nou van jezelf vindt dat het prima gaat, dat op jou niks is aan te merken,
dat je het - zeker vergeleken met die ander - uitstekend met jezelf getroffen hebt, dat je in staat bent allemaal
goede dingen te doen die je toch zeker wel een streepje voor geven bij God... - Ja, en als er dan iemand komt die
zegt dat je er een dikke puinhoop van maakt, dat je in feite een ellendeling bent, een viespeuk, smeerlap,
bedrieger (en noem maar op); iemand die je feilloos laat voelen wat er allemaal aan scheelt, dan steiger je! Dan
wil je dat niet horen. Dan stop je je oren dicht. Dan wil je die persoon zelfs wel uit de weg ruimen. Ja zeg,
zal hij me even vertellen... En dat was dus precies wat er gebeurde: Jezus werd vermoord. Maar vóór Hem waren
er ook al ik weet niet hoeveel andere profeten uit de weggeruimd (zo niet letterlijk dan wel figuurlijk) en ook na
Christus zijn er velen die het getuigenis van het evangelie met de dood op de brandstapel of aan de galg hebben
moeten bekopen. Nogal heerlijk evangelie!
Nu zijn we terug bij de tekst. Vervloekt, wie het werk van de Here met lauwheid verricht; en vervloekt, wie zijn
zwaard van bloed weerhoudt! Daar zit iets in van: de Here houdt niet van half werk. Hij vraagt dat je radicaal
bent in de uitvoering ervan. Ook als dat als consequentie heeft dat er bloed vloeit. Waarschijnlijk gold dat
letterlijk voor degene over wie het in de profetie gaat: de vijand moest met de dood gestraft worden. Daarvoor
moest je niet terugschrikken. Zó geldt het gelukkig voor ons niet meer. Als dienstknechten van de Here gaan we
anderen niet met geweld tot geloof dwingen. Nee: ...niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn
Geest. Dat is de stijl van Gods Koninkrijk. Dat zwaard en bloed geldt voor ons niet letterlijk, maar
geestelijk. Radicaal zijn en duidelijk, ook als het pijn doet, je niet uitkomt, diep insnijdt. Want het kan maar zo
zijn, dat als je merkt dat je boodschap kritiek en tegenstand of zelfs gevaar voor eigen leven oproept, dat je dan
de neiging hebt om het allemaal maar wat zachter en vriendelijker of helemaal maar niet meer te zeggen. Dan is het
heel verleidelijk om de handschoen in de ring te gooien en te zeggen 'ja, als het zo moet, dan stop ik ermee
hoor'. En dan zwijgt de profeet. En dan is het evangelie gesmoord. Dan hoor je alleen nog het evangelie naar de
mens, het aangename en prettige evangelie, het evangelie dat alles laat zoals het is, niet het evangelie van Jezus
Christus maar dat van Klaas Vaak...
In Hebreeën 4: 11 staat: "Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneen scheidt ziel en merg, en het schift overleggingen en gedachten van het hart..." Een tweesnijdend scherp zwaard. Dat is het Woord van God. Het is geen zoet evangelie, maar een vlijmscherpe boodschap. Eén die je doet ontdekken dat je er uit jezelf nooit komt. Dat je hulp nodig hebt van buitenaf. Dat je zonde doet en je je daarom moet bekeren, steeds maar weer. Tweesnijdend - zoals de Here Jezus zelf zei: Wie niet voor Mij is, is tegen Mij. Daar loopt de scheiding. Die keus moet ieder maken: je bent voor of tegen Jezus. Er tussendoor kan niet. Schipperen ook niet. Je moet kiezen.
Duidelijk en radicaal. Niet de scherpe kantjes eraf lopen. Maar eerlijk zeggen hoe het is. Dat is profetisch. En daar word je ook het meest mee geholpen. Wat heb je er in het licht van de eeuwigheid aan als je mensen zand in de ogen strooit, als je ze op het verkeerde been zet, als je ze in slaap sust - ach, het valt allemaal wel een beetje mee! Het gaat maar niet om vandaag of morgen! à ik wil best geloven (want ik ken mezelf maar al te goed) dat het helemaal niet uitkomt om te stoppen met al die leuke dingen, om een eind te maken aan al die aantrekkelijke zonden. En het kan soms ook echt pijn doen. Je diep in de vingers snijden. Alleen: het gaat niet om vandaag of morgen, maar om je toekomst, om de eeuwigheid! Is het dan niet waard een duidelijke keus te maken waar je ook voor stáát!?
Het is de taak van de kerk het profetisch getuigenis te laten horen. Om de Christus te belijden als de enige(!) grond van ons heil. Buiten Christus geen toekomst. Dat houden we elkaar voor, en - laten we eerlijk zijn - we moeten daar zelf ook steeds weer aan ontdekt worden. Maar het is ook onze boodschap voor de wereld, voor de mensen om ons heen, voor de mensen die God nu nog niet kennen. Want dat had ik net er nog niet bij genoemd, maar er is nog een vierde wat je duidelijk wordt uit die profetieën aan het eind van Jeremia. Namelijk dat - ondanks de concentratie van de Here God op dat ene volk, dat Hij in zijn goedheid en genade heeft uitgekozen (uitverkoren) om heel speciaal zijn volk te zijn - het niet zo is dat Hij daarmee dus geen boodschap meer heeft aan al die andere schepselen van Hem die er op deze wereld rondlopen. Ook die volken spreekt Hij aan. En ook die volken geeft Hij beloften (kijk maar naar de onheilsprofetie van Moab: die loopt uit op een belofte, vers 47!). En dan herinner ik nogmaals aan die tekst uit 2 Petrus: God wil niet dat sommigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. Dát is de intentie, de bedoeling van God met alles wat er gebeurt: dat zoveel mogelijk mensen hun leven aan Hem geven en gered worden. Daar is God op uit. U / jij ook?
à Kijkt u nu eens naar de man of vrouw, de jongen of het meisje naast u in de bank. Kijk goed. Hebt u hem / haar echt gezien? Weet u wat u hebt gezien? Een unieke creatie van God, een persoonlijk schepsel van de Almachtige. Zoals diegene naast je is er maar één op de wereld. En de Here God is daar ongelooflijk zuinig op. Wat denkt U - zou Hij nou iets liever willen dan dat die man of vrouw, die jongen of dat meisje gered wordt voor de eeuwigheid?
à Laten we het breder trekken. Kijk ook eens naar de buurman of buurvrouw bij u thuis in de straat, die man of vrouw, dat vriendje misschien, die collega op het werk, die aardige gozer die je steeds tegenkomt, allemaal mensen die niet naar de kerk gaan, die niet geloven. Wat betekent dat, dat ze niet geloven? Wat voor consequenties heeft dat? Daar moet je toch niet aan denken!? Zou God daar makkelijk overheen stappen, zou het Hem niet aan het hart gaan, dat al die mensen zó geen toekomst hebben, dat ze verloren gaan? Dat zijn ook Gods schepselen!
à Laten we eens proberen dat wat concreter te maken. Dat kunnen we doen door het schema
van de drie B's te gebruiken, dat er van uitgaat dat je als gelovige te maken hebt met drie soorten relaties: je
hebt een relatie met Boven (God), met Binnen (de andere mensen in de kerk) en met Buiten (met hen die nog geen
kerklid zijn).
1) Dat ik profeet ben, wat betekent dat voor mijn relatie met Boven, met God? Nou, bijvoorbeeld dat ik opkom
voor de eer van zijn Naam. Dat ik mij niet schaam mijn Verlosser te belijden en te eren. Dat doe of durf ik maar
niet zo, daar moet de Heilige Geest mij bij helpen en daar vraag ik dan ook om.
2) Wat betekent het voor mijn relatie met Binnen, met de andere broeders en zusters? Dat ik de waarheid niet
verdoezel, maar eerlijk zeg hoe het er voor staat, met mezelf (wat me gelijk bescheiden maakt) en ook met een
ander. Dat ik me mijn broeders hoeder weet en dat het me niet om het even is of koud laat of diegene naast
me in de bank (of diegene die ik mis, die er juist niet zijn) behouden wordt of niet. Dat ik anderen opzoek en
aanspreek, vertroost en vermaan. Dat ik door bijbelstudie en gebed, door trouw naar de kerk te komen en te
luisteren naar Gods Woord, er probeer achter te komen hoe de Here wil dat we leven, eerlijk, consequent en radicaal
zijn in ons handen en voeten geven aan het geloof. En ook daarvoor heb ik weer de hulp en bijstand van de Geest
hard nodig.
3) En dan in mijn relatie tot Buiten, tot al die mensen die nu nog niet in de Here geloven of hun hart nog
niet aan Hem gewonnen hebben gegeven. Wat te doen? Er is toch haast geen beginnen aan, zelfs in ons eigen dorp [
buurt / stad] niet!? Maar gaat dat mij aan het hart? Lijd ik eraan dat er schepsels van God in ongeloof aan Hem
voorbij gaan? Laten we dit doen: neem allemaal eens twee mensen in gedachten, twee mensen waarvan je zielsgraag wil
dat hij of zij tot geloof komt. Schrijf hun namen maar op. Denk aan hen, houd hen sterk in je gedachten. Elke dag
minstens één keer. En bid voor hen. Elke dag minstens één keer. En laat zo vaak als het kan zien, merken en voelen
wat het voor jou betekent dat je kind van God bent en hoeveel verdriet het je doet dat die ander dat nog niet is.
Zou er dan nooit wat veranderen? Zou God aanhoudend bidden onverhoord laten? We kunnen God niet dwingen, ook niet
met bidden. Maar toch: het gebed van de rechtvaardige vermag veel! Geloven we dat nog?
Vervloekt, wie het werk van de Here met lauwheid verricht; en vervloekt, wie zijn zwaard van bloed weerhoudt! Die opdracht krijgen dienstknechten van de Here, mensen die God wil gebruiken om zijn werk te doen. Laat het niet aan onze profetische lauwheid liggen dat er mensen verloren gaan. Laat het niet liggen ook aan onze profetische grijsheid en verdoezeling van de waarheid. Daarvoor gaat het om te ernstige zaken, om leven en dood. We zijn geen theologische scherpslijpers. En we gaan ook niet met het zwaard mensen dwingen. Maar we zijn wel profeet. Laten de Christus belijden als de enige weg tot behoud. Laten we Hem zichtbaar maken in ons leven. Blijven bidden om en werken aan geloof en bekering. Blijven aandringen ook op een keuze voor of tegen Jezus Christus. Hebt u, heb jij zo'n Boodschap aan de wereld?
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2002-2013.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.