Christen-zijn: spanning en bemoediging

Thema: Als christenen hebben we deel aan het ambt van Christus
Tekst: Zondag 12 Heidelbergse Catechismus
Tekstgedeelte(n): 1 Korintiërs 6: 12-20
Zondag 12 Heidelbergse Catechismus
Door: Ds. P. Houtman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Twijzel-Kollumerzwaag)
Gehouden te: Leiden op 6 september 1992; Zoetermeer op 16 mei 1993; Leeuwarden 5 oktober 1997; Buitenpost op 15 september 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Ps. 40: 3-4
(Ochtenddienst:) Wet
(Ochtenddienst:) Ps. 86: 4
Gebed
Lezen: 1 Korintiërs 6: 12-20
Ps. 63: 2
Tekst: Zondag 12 Heidelbergse Catechismus
Preek
Ps. 84: 3-5
(Middagdienst:) Geloofsbelijdenis: Gez. 3 / Gez. 4
(Middagdienst:) Ps. 84: 6
Gebed
Collecte
Gez. 38: 3-5
Zegen

Broeders en zusters,

Een personeelsadvertentie uit een krant. Een schoolbestuur zoekt een leerkracht. Geboden wordt een vaste aanstelling, fulltime, in de bovenbouw; en een gezellige, collegiale en kindvriendelijke sfeer. Het bestuur vraagt iemand die zich volledig wil inzetten, initiatief toont, vernieuwingen mee vorm probeert te geven, goed in teamverband kan samenwerken en bereid is om deel te nemen aan activiteiten buiten schooltijd.
Als je werk zoekt, en de kranten napluist op zoek naar zulke advertenties, en je vindt deze, dan kun je daar over gaan nadenken. Zou dat wat voor mij zijn? Lijkt dat me aantrekkelijk? Zou ik dat kunnen? Zou ik in dat team passen? Zal ik eens informeren...?

Hier in Zondag 12 komt iets dergelijks op ons af: een taakomschrijving, of een profielschets, van een christen. De belijdenis zegt: bij een christen denken we aan zo'n soort persoon. Wil je christen zijn, dan zal zo je dagelijks leven en werk er uit gaan zien; dat-en-dat zal er van je gevraagd worden.
Zou dat wat voor u zijn, broeders en zusters? Zou u dat kunnen? Ziet u dat zitten? Zou u solliciteren? Als dit nu staat aangeplakt op de deur van de christelijke kerk, zouden we daar dan binnengaan? Vindt u dit een wervende tekst, bijvoorbeeld voor de evangelisatie?

Het gaat vandaag over het ambt van de christen. En in de eerste plaats over de eisen, die aan dat ambt verbonden zijn.

1. De vereisten voor ons ambt

De hoofdzaak is dit (daar begint het mee): dat je een lid van Christus bent. (We zijn even bij het laatste antwoord begonnen, maar dat geeft niet, dan kom je vanzelf weer bij het eerste antwoord uit: we worden direct verwezen naar Christus.)
Hoe moet je je dat voorstellen: een lid van Christus zijn? Dan denk je misschien het eerst aan een organisatie met leden - dat kan, daar heeft het ook duidelijk wat van... Tegelijkertijd kun je denken aan een lichaam, met de delen daarvan, een hand, een voet, een oog... U weet, zo komt het ook in de bijbel voor, allebei die gedachten, de gemeente, de organisatie, als een lichaam...
Maar dat 'Wij zijn leden van Christus', dat vinden we toch het duidelijkst terug in het gedeelte dat we gelezen hebben, 1 Korintiërs 6. (Daar wordt ook onder aan dit antwoord naar verwezen.) En daar gaat het over de omgang tussen man en vrouw.
En daarmee komt dat christen-zijn, lid van Christus zijn, meteen midden in de praktijk van ons leven te staan. Ons leven in onze relaties.
Als je getrouwd bent, en je merkt dat je je heel sterk tot een ánder aangetrokken voelt (dat kan gebeuren), en je stelt je voor die gevoelens open, dan komt niet alleen je huwelijk in geding, maar tegelijkertijd, net zo sterk, komt je relatie met de Here Christus in het geding, je christen-zijn. Dat zegt Paulus in dit gedeelte, in vers 15. Als je wegloopt en je geeft aan een ander, dan maak je niet alleen je huwelijk kapot, je loopt ook bij Christus weg.
Net zo als je in het huwelijk aan elkaar verbonden bent, ben je als christen aan Christus verbonden. U weet, dat beeld gebruikt Paulus wel vaker, vooral in Efeziërs 5: hij vergelijkt de band tussen man en vrouw met die tussen Christus en de gemeente.
Een christen, dat is iemand die zich net zo aan Christus verbonden weet als aan z'n partner. Ik kan niet zonder die ander. We hebben samen een leven opgebouwd. Je spreekt de grote en de kleine dingen met elkaar door. Als de verhouding niet goed zit, voel je je ongelukkig. Een christen spreekt de grote en de kleine dingen met z'n Heer door. En als-ie gezondigd heeft, voelt-ie zich ongelukkig; dat doet pijn. De verhouding met de Here bepaalt z'n stemming. Hij is blij met de goede relatie die hij met de Here heeft.
Herkent u het, broeders en zusters? Ons leven als christen? Ziet dat er zo uit?
Ik ga het uitwerken aan de hand van die drie ambten: profeet, priester, koning. Drie aspecten - eigenlijk - van het ene ambt. In al die drie opzichten ben je verbonden aan de Here, die onze grote, unieke Profeet, Hogepriester en Koning is.

Hij heeft gezegd, en Hij heeft het laten zien: dit is de weg, terug, naar de Vader toe. Dit is de weg, die Hij zelf gaat voor u, die Hij zelf baant. Zo is de Vader voor u, dit is Hij. Zo wil Hij met u leven, en zo wil Hij, dat u met Hem en voor Hem leeft.
Een christen is als lid aan die Christus verbonden. En zo is hij zelf ook profeet. Hij heeft Christus leren kennen. En zodoende weet hij de weg, naar Vader toe. En die belijdt hij. Hij kan het zeggen: daar hoor ik bij, ik ben van Hem! Als iemand vraagt: Waarom doe je zo; als z'n kinderen vragen: Waarom moeten we dat nou zo doen en niet anders, dan staat hij niet met een mond vol tanden. En dan weet-ie niet alleen maar te zeggen: Omdat het in de bijbel staat (discussie gesloten), maar hij kan dat zelf onder woorden brengen, wat z'n Heer erover gezegd heeft, en hoe Hij dat bedoelt, en hoe goed dat is. Als z'n kinderen tv kijken, als ze uit gaan, als ze verkering krijgen, dan kan hij zeggen, helder en beslist (ook zonder zich op te winden): Jongens, zo denkt de Here daar over, dit vindt Hij ervan, en die kant moet het op. En als hij daar zelf moeite mee heeft, met wat de Here zegt -dat kan-, het gaat tegen z'n gevoelens in, dan blijft hij eerbiedig naar de Here luisteren, hij gaat ervan uit: Zo als de Here het benadert, zo moet ik het ook gaan benaderen. En zo gaat hij zich hoe langer hoe meer, tot in het diepst van z'n innerlijk, voegen naar z'n Heer. Om het te zeggen met de woorden van de apostel, die we gelezen hebben: "Wie zich aan de Here hecht, is een Geest met Hem." De Geest van Christus, zíjn gedachten, zijn gevoelens, zijn manier om de mensen en dingen te benaderen, die Geest gaat ook de christen beheersen. En als zowat iedereen om 'm heen die openbaring van z'n Heer relativeert en in twijfel trekt: Is dat nou wel zo, kom nou, het kan toch ook wel anders, doe niet zo moeilijk; of er komen zulke stemmetjes op in hemzelf - dan houdt-ie het vrijmoedig vol: Nee hoor, het is echt zo!

Z'n Heer heeft zich voor hem overgegeven, als Hogepriester, in de dood. Daar is een christen vol van, van die opoffering. Hij is daar diep en diep dankbaar voor. En dat gaat nu ook zijn leven beheersen. Hij is priester. Hij gaat zichzelf opofferen aan z'n Heer, als een offer van dankbaarheid. "Verheerlijk dan God met uw lichaam", lazen we. "Ik vermaan u (zegt Paulus ergens anders), dat u uw lichamen stelt tot een heilig en God welgevallig offer." Een christen leeft niet maar voor zichzelf, maar voor z'n Heer. Hij werkt niet alleen maar voor z'n inkomen, maar voor z'n Heer. Hij zoekt in z'n vrije tijd niet alleen maar z'n eigen plezier, maar hij gaat ervan uit: Wat de Here mij geeft, wat Hij goed vindt, alleen daarvan kan ik genieten, en daarvan ook echt, van harte. Waar Hij wil dat ik ga, daar zal ik gaan. Mijn ogen, waar ik naar kijk en niet naar kijk, mijn handen en mijn voeten zijn van Hem en voor Hem. Dat is het diepste, wat een christen in heel z'n leven en z'n doen en laten drijft.

Christus heeft gestreden. Als Koning. Tegen de duivel. In de woestijn. Tegen de verleiding. Tegen de zonde, hoe aantrekkelijk het ook leek, hoe veel er ook voor te zeggen leek te zijn, de argumenten van de duivel, tot zelfs bijbelsteksten toe, en hoe moeilijk Hij het er ook mee had, hoe uitgeput Hij, alleen fysiek al, ook was (veertig dagen lang niet gegeten) - Nee, Ik doe het niet. En later, toen iedereen zich tegen Hem keerde en zelfs z'n discipelen zich tegen z'n plannen verklaarden: Nee, Ik ga niet van mijn weg af. Lijden, sterven - toch ga Ik.
Een christin - ik ga even naar de vrouwelijke vorm over, want het gaat natuurlijk net zo goed over vrouwen, en ter afwisseling - een christin weet te strijden. 'Nee' te zeggen. En daar kan ze het moeilijk mee hebben. Dan kan ze zich eenzaam voelen, en dat duurt misschien voor haar gevoel wel lang. Maar ze houdt het vast: zo is mijn Heer uiteindelijk op zijn troon gekomen, Hij regeert mij nu. En daarom blijft ze erbij: dit is ook de weg naar mijn overwinning. En dat maakt haar van binnen tot een vorstin, al is de strijd, menselijk gezien, ook slopend.

Dit is het christelijk leven. Een christen wacht niet af of hij in de stemming wordt gebracht. Hij is zelf zo, hij leeft zelf zo.
Dit is het geloofsleven. Niet alleen op sommige momenten van inkeer, maar altijd en overal. Heel je leven is een geloofsleven. Dit is het profiel van een christen.
Dit is ons ambt. Hier zijn wij toe geroepen. Door God zelf. Dat is mooi, broeders en zusters. Wie het alleen maar strak vindt, wie liever niet van een taak hoort spreken, die heeft het niet begrepen en nooit van binnenuit ervaren. De Here is er niet op uit om ons alleen maar mooie en fijne dingen te geven, waar wij ons wat gelukkiger door gaan voelen. Hij verwent ons niet. Nee, Hij heeft ons geroepen tot een ambt. Dat kan een 'bijzonder ambt' zijn (zoals wij het noemen, een ambt in de kerk); en alles wat in deze preek ter sprake komt, mag u ook op het bijzonder ambt toepassen. Maar in de kerk is niemand toeschouwer, die kijkt wat de ambtsdragers doen. Iedereen is ambtsdrager, geroepen tot dit christenambt. Consumenten zijn passief en verwende kinderen worden bedorven, maar als je actief ingeschakeld bent, dan kun je daarin groeien.

Broeders en zusters, is dit ons profiel? Dit profiel van een christen? Herkent u zichzelf daarin?
Wat denkt u: zouden er veel christenen zijn, echte christenen?
Je hoort het zo vaak zeggen: christenen, die zijn er in alle kerken, tot in de rooms-katholieke kerk toe (en soms gaat men dan nog verder). Het gaat me er nu niet om om dat te ontkennen, maar: het wordt vaak zo makkelijk gezegd. Waar is dat op gebaseerd? Op deze profielschets...?
Dat is een rare vraag als je 't bekijkt vanuit de 'zo-ongeveer'-opvatting. Die zegt: christen ben je al als je in hoofdlijnen gelooft, en als je je zo ongeveer aan de regels houdt; dat moet toch voldoende zijn. Maar zo kunnen we ons er niet van af maken, broeders en zusters. Je kunt toch ook niet 'ongeveer' getrouwd zijn, of 'in hoofdlijnen'!
Zouden er eigenlijk in de gereformeerde kerk wel veel christenen zijn? Mensen van wie het leven er zo uit ziet?
Zou u op deze advertentie solliciteren? Ziet u dit zitten? Wie is tot zulk een taak bekwaam?
Als je belijdenis wilt gaan doen, dan is dit je voorland; dit wordt je verantwoordelijkheid. Zie je dat zitten?
Als je een toren wilt bouwen, heeft de Here zelf gezegd, toen Hij het had over het Hem volgen, dan moet je toch eerst eens gaan zitten om de kosten te berekenen. Waar begin je aan? Zou je er niet liever van afzien? Zoals Mozes, die zei: "HERE, ik ben niet geschikt, ik ben slecht in het spreken... Stuurt U alstublieft een ander"? Of Jeremia: "HERE, ik ben nog zo jong, ik ben er nog niet rijp voor"? Dat kun je hebben voor het ambt van ouderling of diaken, maar net zo goed voor het ambt van christen.
En als je er eenmaal aan begonnen bent - zou je er dan niet alsnog voor terugdeinzen? Hebt u er wel eens over gedacht om uw ambt neer te leggen? Die vraag krijgt soms een dominee of een ouderling te horen; maar die kan net zo goed gesteld worden aan ons allemaal. Hebt u er wel eens over gedacht om uw ambt als christen neer te leggen? Zoals Petrus, die zei: "Ga uit van mij, Here, want ik ben een zondig mens"! Schrijvers met een echt pastoraal hart hebben heel vroeger al geschreven over hoe mooi en hoog het ambt is, en dat noemden ze "De Vlucht". Dat was een verhaal over iemand die ervoor wilde vluchten, omdat hij het zo geweldig en veeleisend vond.
Mensen die de mouwen opstropen met een houding van "Ik maak het wel even" - die hebben vast niet goed door waar het om gaat...

2. Onze roeping tot dat ambt

Broeders en zusters, u bent benoemd! In die functie, waarvan het op z'n minst erg twijfelachtig is of we daar wel geschikt voor zijn.
Zo spreekt Paulus de gemeente van Korinte aan. Weet u niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn?
U bent christen. U bent geroepen tot dat ambt. Ja, dat veeleisende ambt. Of u dat nou zag zitten of niet. De relatie met Christus is een feit. Die is vast. Onze mond, waarmee we belijden, als profeet (en die vaak zwijgt, of heel andere dingen zegt, die daar niet bij passen), ons hart, waarmee we geloven, maar ook twijfelen en tegenstribbelen, onze ogen, onze handen, onze voeten... Het lichaam is voor de Here.
En de Here voor het lichaam. U bent gekocht en betaald. Met de hoogste prijs: zijn eigen leven. Het bloed van de Zoon van God, onze Hogepriester. Hij is nu ook heel erg zuinig op ons. Hij bewaart ons - Hij, onze Koning. Hij staat altijd voor ons klaar. Hij verzorgt ons met alles wat we nodig hebben. Zo dat we geen ander nodig hebben.

U bent geroepen. Toen we gedoopt werden, werden we benoemd in het ambt van christen. Toen waren we nog tot niets in staat, maar onze Hoogste Profeet en Leraar sprak al zijn gezaghebbend Woord over ons leven, en dat is nog steeds van kracht. Hij lijfde ons bij zich in: lid van Hem.
Hier in de kerk, waar het evangelie van Christus verkondigd wordt, hier klinkt de roeping tot christen. Hij lijft hier leden bij zich in. Hij verbindt mensen aan zich.
Dat mogen we geloven. Ook al voelen we ons helemaal niet geschikt, al voelen we ons helemaal geen christen, al is ons leven helemaal niet zo profetisch, en priesterlijk, en koninklijk - we zijn er wel toe geroepen! We zijn in het ambt gezet.
Verbazend, vindt u niet, broeders en zusters? Hoe kan dat nou? Niet geschikt - toch benoemd. Niet gesolliciteerd, omdat je grote twijfels had, omdat je het niet zag zitten - toch benoemd. Of: nog helemaal geen interesse, nog helemaal geen idee van waar het eigenlijk om ging - toch benoemd.
Dat is nu de macht van Christus. Ik kan het ook anders zeggen: dat is nu zijn ambt. Daar was Hij toe geroepen, door de Vader. Door God de Vader aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd. Hij voldeed aan de zwaarste eisen voor zijn ambt. Onze Profeet: Hij zegt: Ik lijf u in! En dan is het zo. Onze Hogepriester: Hij heeft betaald, het is voor elkaar. Onze Koning: Hij regeert over ons, zo dat wij van Hem zijn en blijven.
Christen word je niet doordat je zo geschikt bent, of doordat je het wel zag zitten en jezelf aanmeldde, of doordat je op z'n minst belangstelling had en inlichtingen hebt ingewonnen en jezelf erin verdiept hebt. Christen word je alleen door het geloof in Christus.
Zo spreekt Paulus de gemeente aan: U bent christen! U bent gekocht en betaald, uw lichaam is voor de Here.

Kun je dat wel zeggen? Kun je zo de gemeente wel aanspreken? Op dat punt wordt er vaak een verschil gesignaleerd tussen de Christelijke Gereformeerden (en andere kerken in de gereformeerde gezindte, wat we ruwweg kunnen aanduiden als: de bevindelijke richting) aan de ene kant, en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) aan de andere kant. Een verschil in gemeentebeschouwing. Dan zegt men: bij de vrijgemaakten gaat alles maar zo makkelijk; je bent in het verbond; je komt er toch wel. Nee, zegt men, je moet onderscheid maken in de gemeente, tussen degenen die het hebben en die het niet hebben. De gelovigen en de ongelovigen. Je kunt het bijvoorbeeld vragenderwijs stellen: Broeders en zusters, gelooft u wel? Bent u wel een echte christen, bent u wel echt bekeerd? Geldt dit ook voor u? En dan moeten de mensen ernstig met die vragen bezig zijn, en zichzelf onderzoeken, of het goed met ze zit of niet.
Maar Paulus zegt: U bent van Christus! U bent christen! Dat zegt hij tegen die gemeente waar heel wat misstanden voorkwamen. Daar in Korinte vertoonde echt niet iedereen een christelijke levensstijl. Daar moet Paulus juist op in spreken. Toch, tegelijkertijd, zegt hij: U bent van Christus.
Maar begrijpt u dat niet verkeerd. Hij spreekt niet sussend. Hij zegt niet: Broeders en zusters, u gelooft wel, u zit goed, het komt met u wel goed! Nee, hij zegt: U bent van Christus! Hij zegt iets wat je vaak helemaal niet ziet en niet ervaart in je leven. Hij laat de afstand zien tussen wat je beleeft en wat Christus met ons heeft gedaan. U bent misschien helemaal niet zo profetisch, maar u bent wel profeet! Niet priesterlijk, toch tot priester aangesteld! Niet koninklijk, maar wel gekroond. U bent benoemd! Dat voel je misschien niet, dat beleef je niet zo, maar... geloof dat!

En zo worden we nu bekwaam. Daar moet ik het nu tenslotte met u over hebben.
Samengevat, is de boodschap van deze preek:

Als christenen hebben we deel aan het ambt van Christus.

We hebben eerst gezien: de vereisten voor ons ambt. Daarna: onze roeping tot dat ambt. Nu gaat het nog over de bekwaammaking voor dat ambt.

3. De bekwaammaking voor dat ambt

We zijn in dat ambt van christen benoemd, zonder dat we er van onszelf bekwaam voor waren. Maar nu gaat de Here ons er ook bekwaam voor maken.
Dat is aan elkaar verbonden, broeders en zusters. Als de Here roept, dan maakt Hij ook bekwaam. Hij weet best wat voor vlees Hij in de kuip heeft. En hij doet geen half werk. Hij laat ons niet maar aanmodderen. Hij wil christenen; Hij maakt christenen! Hij wil profeten en profetessen; Hij breekt ons om zo te zeggen de mond open!
Dat heeft Hij toch met Mozes ook gedaan; wat is die slechte spreker niet een geweldig profeet geworden in zijn dienst. En die jonge Jeremia is uitgegroeid... Hij heeft zwaar onder z'n ambt geleden, maar Israël heeft het gehoord, en geweten (of ze 't accepteerden of niet)! Z'n profetieën zijn onvergetelijk.
De Here wil priesters en priesteressen; Hij zet ons aan het werk. Hij wil koningen en koninginnen; Hij sterkt onze handen om te strijden. Hij is niet bij Petrus weggegaan, toen die het over weggaan had; Hij heeft gezegd: Wees niet bang, van nu af aan zul je mensen vangen; Ik schakel je in en Ik maak je effectief.
Eerst komt de roeping. Daar wacht Hij niet mee tot we bekwaam zijn. Maar de bekwaamheid geeft Hij erbij.

Maar hoe doet Hij dat dan, ons bekwaam maken? Even heel kort gezegd: door zijn Heilige Geest. Die werkt door het Woord. En als wij dat geloven, dan worden wij daardoor bekwaam tot ons ambt.
De zalving met de Heilige Geest - dat is onze roeping en onze bekwaammaking in één.
Hij werkt door het Woord. Als Hij zegt: "U bent benoemd tot christen! Bij dezen!" Of: "Al lang, dat weet u toch wel!"; en we zien er helemaal nog niet als christenen uit; maar we geloven het: "Werkelijk, verbazend, ik mag christen zijn!" - dan beginnen we als christenen te functioneren en er als zodanig uit te zien. Zo werkt het; zo werkt Hij.
Hier in het gedeelte dat we gelezen hebben, horen we het zo. "Weet u niet dat uw lichamen leden van Christus zijn? U bent gekocht en betaald." Dat is toch zo? Nou dan... Weg met de hoererij dus! Verheerlijk God met uw lichaam!
Als de gemeente van Christus dat gelooft: We zijn gekocht en betaald - dan verdwijnt de hoererij, huwelijkspartners houden op met bij elkaar vandaan te lopen, en ook in de wereld van vandaag bloeien er echte nieuwe christelijke huwelijken op.
Elke nieuwe dag komt het naar ons toe: Vandaag weer is uw lichaam voor de Here! Als we dat geloven wanneer we opstaan, dan gaan handen voor Christus aan het werk, en ogen worden waakzaam om te letten op wat Hij wil, en voeten gaan de goede kant op, en gedachten worden gezuiverd.
Nee, we worden niet bekwaam gemaakt tot alles wat wij wel graag zouden willen. Maar wel tot datgene wat de Here wil dat wij worden, en dat wij doen. We groeien in ons ambt.
Nu weten we ook, hoe we de bijbel moeten lezen, en hoe we naar het Woord van God moeten luisteren; wat de bedoeling daarvan is. Hiermee wil de Here werken aan mijn functioneren als christen; als ambtsdrager. Lezen we zo, broeders en zusters, en doen we zo bijbelstudie? Dat is de goede luisterhouding. Wie niet leest en niet luistert, wordt niet bekwaam tot z'n christenambt.

Wat denkt u, zouden er veel christenen zijn? Zouden er veel zijn, die daar mee bezig zijn, om dat hoe langer hoe meer te worden? Wie zal tot zulk een taak bekwaam zijn? - Strijd om in te gaan! Laat u toerusten!
U bent benoemd tot christen. U bent profeet, enzovoort. Ga er maar aan staan! Dat zegt de Geest. Met deze frisse en krachtige taal zijn wij gezalfd.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar