| Thema: | Een christen is beschikbaar voor God |
| Tekst: | Zondag 12 Heidelbergse Catechismus |
| Tekstgedeelte(n): | Zacharia 6: 9-15 Johannes 1: 35-52 Zondag 12 Heidelbergse Catechismus |
| Door: | Ds. T.S. Huttenga (studentenpastor gereformeerde kerk vrijgem. classis Groningen) |
| Gehouden te: | Groningen-West op 14 januari 1996 |
Aanwijzingen voor de Liturgie
Gez. 30: 4-5
Lezen: Zacharia 6: 9-15; Johannes 1: 35-52
Ps. 84: 5
Tekst: Zondag 12 H.C.
Geloofsbelijdenis: Gez. 4
Ps. 135: 1, 11
Broeders en zusters, jongens en meisjes,
U of jij zit in de trein. Tegenover u of jou zit iemand, die graag een praatje wil. U hebt er eerst niet zoveel
zin in, maar al gauw geeft u uw weerstand op. Waarom ook niet?
Van het één komt het op het ander en op zeker moment komt ook ter sprake, dat u, jij, 's zondags naar de kerk gaat.
'Ben je een christen?,' vraagt de ander meteen. U, jij, zegt 'ja.' Misschien aarzel je even. Het is wel een heel
directe vraag en je geeft je bloot, als je daar 'ja' op zegt. Maar je bent natuurlijk wel een christen.
Thuis gekomen denkt u, denk jij, nog even na over die vraag.
Waarom aarzelde je om er vooruit te komen, dat je christen bent? Waarschijnlijk was je bang voor een negatieve
reactie. Maar die ander was daarvóór ook al heel vriendelijk. Trouwens, als je overtuigd christen bent, moet het je
toch niets kunnen schelen wat een ander daarvan denkt.
Ben je een overtuigd christen? Ja, het is natuurlijk ook maar de vraag wat je daaronder verstaat. Je hebt van die
mensen die vinden, dat, als je christen bent, dat ook van je af moet stralen. Het zijn van die
Halleluja-christenen, die altijd een glimlach op hun gezicht hebben en vaak zomaar opeens over God durven te
spreken. Alle respect daarvoor, maar het is natuurlijk niet de enige manier waarop je christen kunt zijn. Als je
gewoon naar de kerk gaat, bidt en bijbel leest, trouw je werk doet, kun je toch ook een goed christen zijn. Netzo
goed waarschijnlijk. Misschien nog wel beter.
Ja, wat betekent het nu precies, als je een christen bent?
Over die vraag wil ik het met u hebben. De boodschap van de preek vat ik zo voor u samen:
Een christen is beschikbaar voor God
|
'Christen' komt van 'Christus'. 'Christus' is Grieks en betekent Gezalfde. Misschien overbodig dat ik dit zeg,
maar goed…
Zalven, dat is iets dat wij weinig of niet kennen. We gebruiken eigenlijk alleen maar zalf als de dokter het heeft
voorgeschreven. Als we gewoon iets op ons gezicht of op onze handen doen, hebben we het over een crème. Voor ons
lichaam gebruiken we een lotion.
Maar de Israëlieten zalfden zich regelmatig met olie. Die olie was afkomstig van olijven en er stonden in Israël
dan ook heel wat olijfbomen. Dat zalven met olie was ook wel nodig, want door het warme klimaat zweette de
Israëliet veel en droogde zijn huid uit. Omdat het zalven met olie in het oude Oosten veel werd toegepast, kon het
ook gemakkelijk een symbolische functie krijgen.
Zo werden de Hethitische koningen bij hun inhuldiging gezalfd. De Hethieten vormden, toen Israël in Egypte was, een
machtig volk, dat in Klein-Azië en Noord-Syrië woonde. Van een Egyptische koning is bekend, dat hij zijn hoge
ambtenaren zalfde, op het moment dat zij hun ambt aanvaardden. En vermoedelijk werden ook de koningen in de
Kanaänitische steden tot koning gezalfd. Dat vermoeden wordt bevestigd, als u in Richteren 9 de fabel van Jotham
leest. Jotham is een zoon van Gideon en hij vertelt aan de burgers van Sichem een fabel over de bomen die een
koning kiezen. "Eens," zo zegt hij dan, "begaven de bomen zich op weg om een koning over zich te zalven."
Als de Here Mozes opdraagt om Aäron en zijn zonen tot priester te zalven, speelt Hij daarmee dus in op een gewoonte
die de Israëlieten in die tijd al kennen vanuit de wereld waarin zij leven.
Wat had deze gewoonte nu voor betekenis? Het is niet zo gemakkelijk om dat precies te zeggen, maar wanneer een
meerdere een mindere zalfde, betekende dat in elk geval dat de mindere voortaan in dienst van de meerdere stond.
Denk nog even aan die Egyptische koning, die zijn hoge beambten zalfde.
Als God beslist, dat Aäron zal worden gezalfd, wil Hij dus dat Aäron voortaan in dienst van Hem zal staan. Een
gezalfde persoon is dus onverbrekelijk aan God verbonden. U ziet dat ook in Psalm 2. Daar staat, dat allerlei
volken samenspannen tegen de HERE en zijn gezalfde. David beleefde de opstand van die volken zelf zo. Ze kwamen in
verzet tegen hem en dus tegen God. En die volken zelf zullen ook best geweten hebben, dat er een betrekking bestond
tussen de Israëlitische koning David en de God Jahwe, die een tempel in Jeruzalem had.
Behalve personen laat God ook voorwerpen zalven, de tabernakel bijvoorbeeld, met alles wat daarin staat en daarbij
hoort, de ark, het brandofferaltaar, enzovoorts. Het is allemaal op een bijzondere manier van God. Hij gaat er iets
mee doen.
De eerste gezalfde mannen die wij in de bijbel tegenkomen zijn dus de priesters. God wil, dat het volk Israël leert
dat het zich regelmatig met Hem verzoenen moet. Met het oog daarop kiest God een aantal mannen uit. Hij legt beslag
op hen. Zij worden zijn instrumenten.
Later verschijnt ook de koning in het vizier. Eerst Saul. God kan hem uiteindelijk niet gebruiken en laat daarom de
jonge David zalven. Meteen komt de Geest op David en dat zie je ook al gauw, want kort daarna verslaat David in een
geweldig Godsvertrouwen de Filistijnse reus Goliath.
Door de koning wil God zijn volk tegen de vijanden beschermen.
Naast de priester en de koning is er in Israël ook de profeet.
Elia moet Elisa tot zijn opvolger zalven. Een profeet herinnert de koning en het volk voortdurend aan de geboden
van God.
Er valt dus het nodige te doen in Israël. God heeft blijkbaar verschillende doeleinden en daar heeft Hij veel
mensen voor nodig. Intussen is ook duidelijk, dat die verschillende doeleinden met elkaar samenhangen. Israël moet
de Verlosser leveren en daardoor tot een zegen voor de hele wereld worden.
Daar moeten zowel priester als koning en profeet aan werken.
Maar het valt wel op, dat deze drie categorieën regelmatig tegen elkaar inwerken. De koning is een man die oorlogen
voert en dat vormt een schril contrast met de tempeldienst. De koning wordt ook regelmatig door de profeet
gecorrigeerd en dat kan die koning vaak niet hebben. Zo zou het niet moeten zijn. Een Israëlitische koning is
immers een heel andere koning dan de andere Oosterse machthebbers zijn. Maar de praktijk is helaas, dat het
verschil herhaaldelijk verdwijnt.
Ook in de kerk van vandaag is er veel te doen. Het is niet zo, dat er ook bij ons een groep profeten bestaat,
een aantal koning is en dat anderen weer priester zijn. Wij zijn stuk voor stuk alledrie. Maar er zijn wel
verschillende gaven en functies. Nu zouden wij goed samen moeten werken. Maar helaas werken we ook in de kerk van
tijd tot tijd tegen elkaar in. Het is onze zonde die ervoor zorgt, dat wat mooi zou kunnen zijn niet altijd zo mooi
is.
In Israël buigen op een gegeven moment de drie functies wat naar elkaar toe. De hogepriester Jozua die na de
ballingschap leeft, krijgt van de profeet Zacharia een kroon opgezet. Dat is nog eens wat anders dan een profeet,
die een koning of priester corrigeert. Hier is samenwerking.
Het is het voorspel van een nieuw begin. De zonde en de duivel zet kinderen van God tegen elkaar op. Maar er komt
Iemand, die voor die zonde niet vatbaar is en die de duivel aankan. Hij is beschikbaar voor God.
Dat betekent heel wat, beschikbaar zijn voor God. Zoveel, dat wij dat persoonlijk niet volbrengen en ook niet met elkaar. Er is slechts Eén die echt beschikbaar is.
Die Ene, dat is natuurlijk Jezus.
U kent misschien de geschiedenis van zijn doop in de Jordaan. De Here Jezus kreeg van God uit de hemel de Heilige
Geest. Toen zalfde de Here Hem. Dat deed God in eigen persoon. Er kwam geen profeet aan te pas. Jezus uit Nazaret
kreeg Gods Geest. En die Geest ontving Hij zoals nog nooit iemand vóór Hem de Geest ontvangen had. God gaf nu zijn
eigen Geest zonder reserve. Dat kwam doordat Hij wist, dat Hij deze Man volledig vertrouwen kon. Het was immers
zijn liefste Zoon. Jezus zal geen smet op zijn naam werpen. Als Jezus in naam van Hem optreedt, zal Hij zich in de
hemel daar altijd helemaal in kunnen vinden. God vertrouwt Hem zijn Geest toe. En Jezus is beschikbaar, beschikbaar
voor dat wat God met Hem wil en dat is heel veel.
Het eerste wat aan Jezus opvalt doet denken aan een profeet. De Here Jezus kondigt een nieuwe wereld aan. 'Nu zal
het Koninkrijk van God spoedig komen.' Hij roept de mensen in Israël op tot bekering.
Maar meteen speelt daar iets koninklijks doorheen. Een koning vaardigt wetten uit. Jezus doet dat ook. Maar zo, dat
de mensen ervan ophoren. Hij spreekt met gezag. Het is alsof Hij God zelf is. Langzamerhand echter dringt ook iets
priesterlijks zich in de figuur van Jezus naar voren. 'Hij moet', zo zegt Hij, 'straks sterven in Jeruzalem'. Dat
priesterlijke wordt hoe langer hoe sterker in Hem. Tenslotte offert Hij op het Schedelveld vlakbij de hoofdstad
zijn leven.
Jezus is beschikbaar voor wat God met Hem wil. Dat kost Hem moeite. 'God, moet Ik echt zo erg lijden?' Maar
beschikbaar is Hij en blijft Hij. Hij is het met zijn hele hart.
Andreas en Petrus, Johannes en Jakobus, Filippus en Nathánaël herkennen in Hem de Gezalfde bij uitstek, de Messias
zeggen zij in het Aramees. Zij en anderen keken naar die persoon uit. Ze verwachtten er veel van. Nu ontdekken ze
tot hun verrassing, dat de Messias er is. 'Wij hebben Hem gevonden,' zo zegt Filippus tegen Nathánaël, 'van wie
Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.'
En als Nathánaël merkt dat Jezus alles van hem weet, roept hij uit:
'Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël.'
En Jezus zelf bevestigt dit. Hij is de Messias inderdaad.
Altijd beschikbaar voor God, in leven èn in dood.
God beloont dit. Vrijdagavond sterft Jezus en op zondagmorgen al brengt God Hem weer tot leven. Deze Man verdient
het niet om dood te zijn. Als er één in Gods wereld mag leven, dan is dat Jezus uit Nazaret. Veertig dagen later
mag Hij van God zelfs in de hemel komen. Dan krijgt Hij van God ook de Geest cadeau. Tien dagen daarna gaat Hij met
die Geest hard aan het werk. Er gebeuren op aarde wonderen, in Jeruzalem, in Samaria, in Athene en in Rome, in
Ierland en in Nederland.
Jezus is nog lang niet Messias af. Hij regeert zijn kerk. Hij doet vanuit die kerk het grote nieuws horen. Tegelijk
pleit Hij bij zijn Vader voor zondige kerkmensen. Nog steeds is Hij beschikbaar voor wat God met Hem wil. Netzo
lang tot alles af is.
Het lijkt in deze wereld een onmogelijkheid, altijd beschikbaar te zijn voor God. Het leven van een mens en wat God
wil lijken in principe met elkaar te botsen. Als je vroom bent, ben je niet meer menselijk. Als je veel over God
nadenkt, sta je niet met beide benen op de grond. En als je een levensgenieter bent, kun je niet tegelijk een
serieuze gelovige zijn. Maar Jezus bewijst, dat het één èn het ander wel samen kan gaan. Hij, de echte mens,
tegelijk een echte Godsman.
Deze unieke mens verdient het, dat wij hoog van Hem opgeven.
"U, Christus, onze Heer, bekleed met majesteit, U, 's Vaders eenge Zoon, zij lof in eeuwigheid."
Beschikbaar zijn voor God, dat betekent heel wat. Er is slechts Eén die echt beschikbaar is. Maar door Hem maken wij een begin.
Christus: er zijn er vast wel onder ons, die die naam met liefde uitspreken. Maar het komt ongetwijfeld ook
voor, dat u het liever over Jezus hebt. Jezus, die naam tekent ons de Zoon van God als Iemand die heel dichtbij ons
staat. Jezus is de Heiland die vriendelijk is en mild, die ons dolgraag gelukkig wil maken. Christus, dat is een
naam die soms afstand schept. Christus is de Zoon van God, die zo heel anders is dan wij. Vandaag al is Hij met
goddelijke majesteit bekleed. Hij deed hier op aarde wat wij bij lange na niet kunnen.
En toch draagt Hij een titel, die vóór Hem alleen door mensen werd gedragen. Mensen werden gezalfd. Niemand zou er
ooit aan denken, dat God ook kan worden gezalfd. God zalft mensen.
Voor ons is de aanduiding 'Christus' heel speciaal. Wij denken meteen aan die Ene, Gods eigen Zoon. Maar de Joden
uit Jezus' tijd kenden om zo te zeggen meer 'Christussen.' Aäron was zo'n Christus en David en Salomo. Daar stak dé
Christus natuurlijk, ook voor het gevoel van Jezus' tijdgenoten, bovenuit. Maar ze zagen Hem wel als met die
anderen verbonden. Dé Christus deed niet iets volkomen nieuws. Hij deed iets wat die andere 'Christussen' ook al
hadden gedaan. Alleen deed Hij het allemaal en Hij deed het ook volmaakt. En op die manier is Jezus ook met ons
verbonden. Hij presteerde niet alleen wat uit het volk Israël had moeten komen. In zekere zin deed Hij ook wat wij
met elkaar hadden moeten doen.
Het is prachtig, dat wij kinderen van God zijn. Maar God verwacht natuurlijk ook iets van ons. Wij zeggen dan wel
eens, dat er behalve een belofte ook een eis is. Je kunt ook zeggen, dat God naar ons toe duidelijke verwachtingen
heeft.
God heeft ook iets voor ons te doen. Dat ligt bij iedereen verschillend. Maar voor ons allen geldt, dat God wil dat
wij voor de taak die Hij voor ons heeft, beschikbaar zijn. Zoals die Israëlieten uit het Oude Testament beschikbaar
waren om in dienst van God profeet, priester of koning te zijn.
Beschikbaar. Dat is iets anders dan dat je bereid bent om dat voor God te doen wat jezelf hebt uitgekozen. Dat
betekent, dat jezelf beschikt. En het klopt dan niet met de werkelijkheid, dat je beschikbaar bent voor God.
Beschikbaar zijn voor God. Als we eerlijk zijn, vinden we dat helemaal niet zo aantrekkelijk. Het is fijn om over
de liefde van de hemelse Vader te horen preken. Het is prachtig om te fantaseren over de hemel en over de nieuwe
aarde. Ik weet niet hoe het op een vereniging gaat, maar op de catechisatie komen dan de tongen los. Maar alles wat
moet, dat staat ons soms heel erg tegen. Dit moet en dat moet. Laten we alstublieft niet wettisch worden.
Oké.
En toch: is dat nou zo gek? Een kind moet ook iets en in de maatschappij en in je werk en in je studie wordt je ook
tot één en ander verplicht. Stel u voor, dat je helemaal niets hoeft en dat niemand iets van je verwacht. Ben je
daar nou gelukkig mee? Blijkbaar hebben ze dan ook niet zo'n hoge dunk van je. Ze denken zeker, dat je helemaal
niets kunt.
En nu ben je een schepsel van God. Je hebt ook talenten van je Schepper gekregen. Je ontdekt ook geloofsgaven in
jezelf. Maar in de kerk hoor je alleen maar over genade en over het eeuwige leven spreken. Ben jij dan waardeloos?
Heb jij geen gaven? Mag jij niets doen voor God, de kerk en de naaste?
Altijd beschikbaar zijn voor God: er is niets mooier dan dat. En niemand weet beter dan Hij wat je moet doen. En
toch doen we het niet. Als Jezus zichzelf beschikbaar stelt, dan stelt Hij zich ook beschikbaar voor ons. Wij zijn
eigengereid en wij willen in deze maatschappij zelf scoren. Zie dat je een baan krijgt. De banen liggen niet voor
het opscheppen. Zorg, dat je carrière maakt. Als je de kansen daarvoor krijgt, ben je gek als je ze laat
liggen.
Maar vandaag geeft Jezus Christus Gods eigen Geest ook aan ons. Diezelfde Geest die Hem naar de woestijn liet gaan.
Gods Geest, die ervoor zorgde dat Hij dwars tegen Petrus in vasthield aan zijn keus voor de dood. De Geest die Hem
in Getsemané zover bracht, dat Hij de wil van God accepteerde.
Die Geest geeft Hij aan u, aan jou en aan mij. En u moet niet denken, dat dat dan opeens een heel andere Geest
wordt, bijvoorbeeld een Geest die u alleen maar brengt tot de dingen die een aantal mensen normaal gesproken van u
verwacht.
Als je in Jezus Christus gelooft, dan deel je ook in zijn zalving. Het is dan net alsof wij naast Jezus staan in
het water van de Jordaan. Tot onze grote verwondering komt de duif die op Jezus neerdaalde daarna ook op ons. Bij
deze Jezus Christus horen wij. God neemt Hem in dienst maar ons ook.
Dat laatste gebeurde toen nog niet, maar het is wel gebeurd en anders kan het nog gebeuren.
Wat betekent dat nu precies, als je een christen bent? Ja, je kunt het natuurlijk heel nauwkeurig gaan uitmeten,
hoeveel je dan wel moet doen en wat je niet hoeft te doen. Bijvoorbeeld, hoe vaak je naar de kerk moet en wat men
in de gemeente allemaal van je verwachten mag en wat niet. Maar op dat niveau ligt het niet. Als christen ben je
genoemd naar je Heer. Je hoort bij je Heer en je wilt dat weten ook. God mag dat weten en die ander ook. Als
christen ben je gewoon beschikbaar. Wat er van Godswege op je afkomt, dat wil je doen. Als christen verwacht je
daarbij ook veel van de Geest.
Wat willen deze mooie woorden nu concreet zeggen? Een paar voorbeelden. In de loop van de zaterdagavond vraag je
jezelf af: hoe moet ik in de nieuwe week vanaf morgen voor God beschikbaar zijn? In de gang van je studie vraag je
je af: hoe zou God mij met mijn capaciteiten willen gebruiken? Als je op leeftijd bent, denk je: hoe wil God dat ik
ouder word?
Tegelijk brengt u, breng jij deze vraag ook in het gebed bij God.
"Neem mijn leven, laat het Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk."
Amen.
http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar
© Copyright Preken die Spreken / Speaking Sermons / Pregação Viva,
2001-2012.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar
gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke
toestemming van Richard J.C. Vos en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging
ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst,
of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.