De heilige Geest en onze heiliging

Thema: De heilige Geest en onze heiliging
Tekst: 1 Korintiërs 1: 1-3
1 Korintiërs 3: 16-17
1 Korintiërs 6: 1-20
Tekstgedeelte(n): Zondag 20 H.C.
Door: Ds. Th.J. Havinga (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Zuidlaren)
Gehouden te: Loppersum-Westeremden op 14 januari 2001
Benodigd: Glas water

Aanwijzingen voor de Liturgie

Lezen:
1 Korintiërs 1: 1-3; 1 Korintiërs 3: 16-17; 1 Korintiërs 6: 1-20
Tekst: H.C. Zondag 20

Zingen:
Ps. 50: 1, 11
Ps. 79: 3, 5
Gez. 26a: 2-3
Lied 473: 1, 5, 7
Gez. 26a: 4-5

Gebed

Dankzegging en lofprijzing:
God, die bij ons komt: met Woord, genade, liefde, Geest.
Werpt ons niet terug op onszelf: onze daden, onze wil, onze heiligheid.

Dankzegging voor de dienst:
zondag, rustdag

Gebed om zegen voor de dienst:
hulp bij taak (koster, organist, kerkenraad, dominee, gemeenteleden)

Schuldbelijdenis:
we willen God dienen. Gaat gebrekkig: schuld tegen over God en elkaar. Erkennen van schuld. Dank voor Gods Zoon. Gebed om vergeving en nieuw leven: met Christus gestorven en opgestaan. Gebed om kracht van de Geest in ons leven.

Voorbede:
ongeboren leven
gehandicapt leven en ouders en verzorgers
kinderloze echtparen
opvoeding
de wereld (nood: concrete gebeurtenissen, die spelen op het moment van de dienst).


Broeders en zusters, gemeente van onze Here Jezus Christus,

Vandaag begin ik met een paar vragen aan de jongelui in de kerk. Zeg maar de catechisanten. En de vraagstelling is ook bedoeld voor volwassenen. We zijn hier vandaag met zijn allen naar de kerk gekomen. Waarom ben jij naar de kerk gegaan? Ik denk dat ik wel weet welk antwoord je daarop geeft? Als je een jaar of veertien, vijftien bent. Dan zeg je: ik zit in de kerk, omdat mijn ouders dat willen. Ja, zo is het vaak op die leeftijd. Je leest 's morgens uit de Bijbel, tenminste als je ouders je daarop wijzen. Anders misschien niet. Of je doet het samen. Je gaat naar de catechisatie. Want je moet van je ouders. Je gaat er niet heen voor je plezier. Ook al hebben we best wel eens pret met elkaar op de catechisatie - 'je moet'. Goed, dat is niet zo vreemd. Zo willen je ouders je leren om op weg te blijven gaan met God.

Maar als je wat ouder bent? Zeg maar een jaar of twintig. Of u, broeders en zusters, bent u ook naar de kerk gekomen omdat het moet? Bijvoorbeeld omdat u, als u geregeld niet komt, er door uw ouderling op wordt aangesproken? En leest u uit de Bijbel, omdat dat nu eenmaal de plicht van de christen is. Zit er bij u niet meer achter? En gaat u naar de vereniging, om zo'n soort reden? Het moet nu eenmaal, want anders blijft er niks over van de vereniging.

Nou, tegen deze achtergrond wil ik het hebben over Zondag 20. Wat gelooft u van de heilige Geest. Het gaat dus over God de Geest. Daar zou ik wel 10 preken over kunnen houden, maar dat doe ik niet. Ik wil er vanmorgen één punt uitlichten. Het gaat in de preek over de heilige Geest en onze heiliging. Wat is dat precies? In welk raam staat onze heiliging? Hoe moeten we dat afgrenzen tegen verkeerde opvattingen hierover? Echt een leerdienst dus. Een leerpreek.

Als u de brieven van Paulus leest, komt u een heleboel opdrachten tegen. Zeg maar: 'u moet'. Ik zal u een paar voorbeelden geven. Willekeurig gelezen in Paulus' brieven. De sterken moeten de gevoeligheden van de zwakken verdragen (Romeinen 15: 1). U hebt van ons gehoord hoe u moet wandelen en God behagen (1 Thessalonisenzen 4: 1). U moet weten hoe u aan ieder het juiste antwoord moet geven (Colossenzen 4: 6). Een ouderling moet onbesproken zijn (1 Timoteüs 3: 2). En zo zou ik nog meer kunnen noemen. Denk maar aan al die bevelen die Paulus geeft. Doe dat, doe zus, doe zo. Honderden voorbeelden in zijn brieven. Gehoorzaam je ouders, verdraag elkaar, vergeef elkaar, enzovoort.

Als je dat leest, zou je kunnen denken: die Paulus is ook een wettisch mannetje. We moeten nogal wat van hem. Van God. Hij spreekt immers namens God. En even doorgeredeneerd: De heiliging van ons leven, want daar gaat het om in die opdrachten van Paulus, dat is 'ons pakkie an'. Hoe dan? Wel, zeggen in dit spoor sommige mensen: Jezus Christus heeft ons verlost. Het kruis. De vergeving van zonden. De vrijspraak door het geloof. Met een moeilijk woord: de rechtvaardiging. En daarna (let op het woord 'daarna') komt de heiliging. De goede werken. De dankbaarheid. Je hoort het ook nog wel eens anders onder woorden gebracht: vanuit het verbond: God geeft ons Zijn belofte. En de eis staat dan aan onze kant. Wij moeten de eis van het verbond houden.

Goed, denkt u nu niet: dominee wil niet weten van opdrachten, die Paulus geeft. Of van een verbondseis. Dominee denkt dat er geen dingen zijn die we moeten. Die zijn er wel degelijk. De Bijbel is daar duidelijk in. Daar gaat het niet om. Maar vandaag wil ik het voor u in het goede raam zetten. Want als dat niet gebeurt, dan zit je zomaar in het spoor van wetticisme. En dan kom je zomaar terug bij de vroegere roomse leer van goede werken. Of je komt terecht in de sfeer van het moralisme. Als je maar netjes leeft naar de moraal van je groep, dan zit het wel goed. Een uiterlijke godsdienst. Een soort vormendienst. Iets wat je bij een zusje van de roomse kerk tegenkomt. De pinksterbeweging. Dan kijk je naar het uiterlijk gedrag van iemand. Of ie er wel (letterlijk en figuurlijk) goed bijloopt, zeg maar. En als dat er bij doorkan, dan zit het wel goed. Dan heeft hij zijn leven geheiligd. Het is van groot belang om de lijn van de Bijbel goed te zien. Zeker vandaag, nu allerlei wind van leer rondwaait. En ook onze mensen beïnvloed. En ook in onze beleving bepaalde dingen scheeftrekt. Ik kom het vaak genoeg tegen in de gemeente.

Wel, de heiliging, waar moet ik dan beginnen? Begint u alstublieft bij God, broeders en zusters. De Bijbel zegt: onze God, de drieënige God, is de heilige God. We belijden Hem in de 12 artikelen, die de catechismus hier behandelt. Wat betekent dat? Nou, God is heilig, dat wil zeggen: God is verheven boven alles. Boven deze wereld. Boven de zonde. God is God. Met een moeilijk woord: soeverein. En Christus is de Heilige Gods. En de Geest is de heilige Geest.

En die God is vanuit Zijn verhevenheid naar u toegekomen. In het Oude Testament kiest Hij een volk uit. Israël. En dat volk is een heilig volk. Waarom? Omdat dat volk verheven is boven alle andere volken? Nee hoor. Da's nu Gods vrije keus. Genade. Onbegrijpelijk, maar waar. En tegen dat volk zegt Hij: u "bent" heilig. Let u goed op, gemeente. Het eerste wat God zegt is niet: u moet heilig worden. Of u moet geheiligd worden. Nee, u bént heilig. Zo roept God Zijn volk. Uit het midden van andere volken. Ja, en zo doet Hij dat ook met Zijn gemeente in het Nieuwe Testament: hoe worden ze steeds aangesproken? Wat staat voorop? Mensen, om heilig te zijn, moet je dit en dat allemaal doen? Nee, het eerste woord is altijd: u bent heilig. Denk maar aan die kerk in Korinthe, zo vol zonden en gebreken: Paulus zegt niet meteen aan het begin tegen hen: mensen, jullie moeten je leven heiligen. Nee, hij schrijft aan een gemeente, die geheiligd is in Christus (1 Korintiërs 1: 2). Hij zegt tegen hen: u bent geheiligd, u bent gerechtvaardigd door de naam van de Here Jezus Christus en door de Geest van onze God.

Wat betekent dat nou? Heilig zijn. De catechisanten weten het wel: apart gezet in deze wereld. Net zoals ik dit glas even apart zet. Wat hield dat in in het Oude Testament? Heel kort gezegd: Israël was gewijd aan de Here. Bestemd voor God. Als een israëliet ging offeren, dan ging hij zich eerst goed wassen. Zich heiligen. Want Hij ging naar God toe. En God had een heilige tempel. Nou, daar waren allemaal heilige voorwerpen: gewone vorken en pannen en schalen: gewijd aan God, aan de dienst in de tempel.

Maar in het Nieuwe Testament verandert dat. Want de tempel is er niet meer. En offers voor de zonde zijn overbodig geworden. Maar het heilige volk van God is er nog wel. 1 Petrus 2: 9: u bent een heilige natie, zegt Petrus. Ziet u? Weer: u bént het. Niet in de eerste plaats: u moet het zijn. En wat betekent dat dan? Vandaag? U bent een heilige natie. Wel, Paulus zegt het in 1 Korintiërs 3: 16 zo: weet u niet dat u Gods tempel bent? Ja, Gods Geest woont in de gemeente. We hebben geen tempel van steen meer. Maar een levende tempel. Gods gemeente. Want de tempel van God, zegt Paulus, dat bent u, is heilig, vers 17.

Wat betekent dat dus, geliefden. Wel, u bent gewijd aan God. Door God apart gezet. Speciaal bestemd voor Hem. Geheiligd door God. U bent het. Dat is meer dan: u moet het zijn. Het is uw positie. Uw plek in deze wereld. Jongens en meisjes, dat jullie ouders vanmorgen zeiden: je moet naar de kerk, daar zit dus achter dat jullie voor God bestemd zijn. Je zit hier niet alleen maar omdat je moet van je ouders. Maar God heeft op jullie voorhoofd een opschrift gezet. In het Oude Testament had alleen de hogepriester die naam op zijn voorhoofd, op zijn tulband: de Here heilig. Maar vandaag zie ik de kerk vol met mensen, die dat op hun voorhoofd hebben: de Here heilig. Aan God gewijd. Offers voor God.

Dat is ook wat er gezegd is bij uw doop, geliefden. Hoor maar eens hoe het doopsformulier het zegt. We zijn gedoopt in de naam van de drieënige God, Vader, Zoon en heilige Geest. Wat betekent het onder andere? Bijvoorbeeld dat u gedoopt bent in de naam van de Zoon? Het formulier zegt dan: dat houdt in dat Christus u de verzekering geeft dat Hij u in Zijn bloed wast en reinigt. En, zegt het formulier: Hij maakt u één met Zichzelf in Zijn dood en opstanding. Wat betekent dat zinnetje? Dat Hij u een nieuw leven geeft. Afgestorven aan de zonde. Een nieuw leven met Hem. Ik mag het wel zo zeggen: Christus belooft u de vrijspraak. Hij belooft u ook dat Hij uw leven wil heiligen. Dat is immers niets anders dan het nieuwe leven in Hem.

Weet u, dat is nu ook wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 1: 30. Hoe wordt Christus daar voor u getekend? Paulus zegt daar: u bent in Christus Jezus. Hij is onze rechtvaardigheid en onze heiliging. Ziet u dat u uw heiliging aan de persoon van Christus moet verbinden? Aan wat Hij voor u heeft gedaan en nog doet? Daarom kan de schrijver van de brief aan de Hebreeën ook zeggen: u bent geheiligd door het bloed van het verbond en de Geest van de genade.

Broeders en zusters, u denkt misschien: ja, maar, we hebben het toch over Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus. Over de heilige Geest en Zijn werk? Ja, inderdaad, daar heb ik het al heel veel over gehad. Kijk maar wat zondag 20 zegt: de heilige Geest, samen met de Vader en de Zoon, waarachtig en eeuwig God. Samen met. Er staat niet: net als. Maar samen met. Ze zijn drie in één. En ze werken samen. Gods werk, schepping, verlossing, en heiliging is het werk van de drieënige God. Samen. God koos u uit om heilig te zijn. Christus gaf Zijn bloed om u te redden. Hij verdiende het heil voor u: namelijk de vergeving en de vernieuwing. Door Zijn bloed. De rechtvaardiging, de vrijspraak én de heiliging. Door Zijn ene offer aan het kruis.

Wel, en wat doet de heilige Geest dan? Kijk maar wat Zondag 20 zegt. Hij geeft mij door het geloof deel... Waaraan? Aan Christus en al zijn weldaden. Nou, hier is eigenlijk met één kort zinnetje het hele werk van Gods Geest omschreven. Wat Chtristus voor u verdiend heeft aan het kruis, de vrijspraak, de heiliging van uw leven, dat wil God naar u toebrengen. Hij wil het u uitreiken. Hij wil het u geven. Niet één keer. Maar steeds weer. U krijgt steeds weer vrijspraak van uw schuld. En zo doet God het ook met uw heiliging. U bent heilig, maar u moet ook steeds meer geheiligd worden.

Wie doet dat? Wel, zegt Zondag 20, dat is nu het werk van Gods Geest. Hij geeft u Christus. En al die kado's die Christus voor u verdiend heeft. Ook dat u geheiligd wordt. Steeds meer. Ja toch? Het is Pinksteren geweest. Dat betekent dat de Geest van God woont in de gemeente. Ook hier. Hij heeft u tot Zijn woonplek en Zijn werkplek uitgekozen. Wat dacht u? Dat Hij niks doet in de gemeente? Dat Gods Geest hier wel woont, maar dat Hij tegen u zegt: nu moet u het zelf maar doen? Nou moet je zelf maar ervoor zorgen dat je steeds beter gaat leven. Dat je steeds meer je zonde afsterft. Dat je jezelf steeds meer aan Christus wijdt. dat je leven steeds meer een dankoffer wordt.

Gelukkig zegt de Geest dat niet tegen u, broeders en zusters. Want dat zou u en mij behoorlijk moedeloos maken. Ga maar na. Je kent jezelf. Je weet echt wel wat je zwakke plekken zijn. De één heeft het op dit terrein, de ander op een ander gebied. De één zegt gauw iets teveel. De ander kijkt met genoegen naar seksuele uitspattingen op de televisie. Een derde heeft zijn karakter zo tegen, dat hij voortdurend mot heeft met anderen. Nummer 4 is slap in het voorgaan van zijn kinderen. Weer een ander heeft last van hoogmoed. En noemt u maar op. De heilige gemeente van Christus is niet bepaald zonder zonden. Dat was het in Korinte niet - en hier evenmin. Stel nu dat er alleen gezegd werd: dat moet veranderen hoor. En dat moet jij doen. Hoe zou u zich dan voelen? Nou, dan heb ik mijn goede voornemens, maar toch: ik wordt er moedeloos van. Ja, want het lukt maar steeds niet. Je valt zomaar terug. Of ik zou zeggen: als de buitenkant maar goed lijkt, het moralisme. Of het wetticisme.

Kijk, geliefden, en nu zegt God tegen u: u moet het ook niet. Nee, u mag juist op Mij zien. Ik heb u Mijn Geest gegeven. En weet u wat die doet? Die wil u van binnenuit veranderen. Hij geeft u deel aan Christus. Aan Christus weldaden. Inclusief de heiliging. Dat u geheiligd bent, dat is allereerst een gave van hem. Een gift die u krijgt. Hij eigent u toe wat u in Christus hebt.

Weet u wat hier bij u centraal mag staan? Zoals altijd: het geloof. Dat zegt zondag 20 ook: door het geloof krijg ik deel aan Christus en Zijn weldaden. Door het geloof. Sola fide. Dat wil Gods Geest in mij werken. Het geloof. Kijk, en daarom ga ik naar de kerk. En daarom lees ik in de Bijbel. Niet omdat ik moet. Maar omdat ik graag versterkt wil worden in mijn geloof. Zo werkt Gods Geest nu eenmaal.

Ja, en als ik dat zeg: door het geloof, dan zit daar alles in. Want een geloof is alleen echt geloof, als het levend is. Als het de levende band met Christus is. Gelegd door de Geest. En dan komt dat geloof er ook uit in de heiliging van het leven. In de vrucht van het geloof. In de dankbaarheid. In het nieuwe leven door Christus.

En als dat geloof er niet is, dan is er misschien wel een dood geloof: je kunt in van alles geloven. Ook als kerklid. Dan ga je misschien leven bij regeltjes. Of dan gaat het moeten misschien wel je leven beheersen. Maar zou daar zoveel vreugde in zijn? Of dan bestaat je geloof uit het allerlei op zich prima dingen doen in de kerk. Je gelooft, want je zet je in in de kerk. Maar geloof is wel breder dan inzet in de kerk, hoe belangrijk ook.

Gemeente, moeten we dan niks? Dat hoort u mij niet zeggen. Waar het mij vanmorgen om gaat is de vraag: wat zit er achter uw moeten? En mijn moeten? Is dat het werk van God voor en in u. Of is dat onze eigen prestatiedrang. Als u het eerste zegt, dan kunt u ook op een goede manier zeggen: ik moet. Zoals Paulus het ook zegt: God wil uw heiliging (1 Thessalonisenzen 4). Dat heeft ook met onze eigen verantwoordelijkheid te maken. Als we denken dat de Geest ons automatisch aanwaait, dan vergissen we ons. Gods Geest wijst op uw verantwoordelijkheid. Zijn werk gaat niet buiten u om.

Broeders en zusters, u merkt wel: ook hier gaat het uiteindelijk om de vraag: geloof-ongeloof. We hebben het gehad over de heiliging van ons leven. Het werk van Gods Geest in ons. Christus' werk. De vraag, die ik u vandaag meegeef is: die heiliging, wat denkt u: zou u die in uw leven kunnen merken? Het antwoord op die vraag is: jazeker! Ongetwijfeld. Als het goed is wel. Nou, als u daarvan iets merkt in uw leven, dank God daar dan voor. Want Hij wil nog verder werken aan uw heiliging. Wie heilig is, worde nog meer geheiligd (Openbaring 22). Zo gaat het op weg naar de toekomst: als we heilig en onberispelijk voor Christus zullen staan.

Maar als u vandaag in uw eigen leven niks merkt van heiliging van uw leven, van dat nieuwe leven, wat zou dan het probleem zijn? Zou de Geest dan wel in uw hart wonen? Of zou u Hem dan hebben buitengesloten. En daar allerlei andere dingen (de wereld, valse geesten of moralen of wetten) voor in de plek hebben gezet. Dat zou kunnen. En dan is er maar één ding: geloof en bekering. Geloof in Gods kracht. In Gods werk. En dat maakt heel wat los in uw leven. Dan leer je het af te zeggen: ik moet dit en dat. Maar dan ga je steeds meer leren: Here, ik wil het graag doen. Uw Geest werkt dat in Mij. Maak Mij steeds meer bereid. Wijdt mijn leven steeds meer aan U. Als een echt offer.

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar