Echt geloof bewijst zich in levende vrucht

Thema: Echt geloof bewijst zich in levende vrucht
Tekst: Zondag 24
Tekstgedeelte(n): Matteüs 25: 31-46
Jakobus 2: 14-26
Zondag 24
Door: Ds. W. Dijksterhuis (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Dokkum)
Gehouden te: Dokkum op 13 april 1998
Benodigdheden: Een plastic en een echte druiventros

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Ps. 135: 1 en 12
  2. Ps. 112: 1 en 2
  3. Lezen:
    Matteüs 25: 31-46
    Jakobus 2: 14-26
  4. Ps. 26: 1-3
  5. Tekst: Zondag 24
  6. Ps. 26: 4-6
  7. Ps. 36: 1-3

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen

Wat zijn dit? [Plastic druiven omhoog houden…]

Je zult misschien zeggen: druiven! Tenminste daar lijken ze wel op.
Maar, dit zijn helemaal geen druiven. Ze lijken er alleen maar op. En dan nog maar een beetje, net genoeg om er druiven in te herkennen. Ze voelen niet zo aan, ze ruiken niet zo en smaken zeker niet zo. [echte, druipende druiven omhoog houden] dit zijn druiven!

Als je dit speelgoed en echte druiven naast elkaar ziet, is het een verschil van dag en nacht. Van leven en dood. En dat klopt ook. Want echte druiven leven en deze zijn dood. Je kunt er wat met spelen, en als je er mee speelt krijg je misschien zin in echte druiven. Maar dit is speelgoed en haalt het niet bij het echte… En daar zijn ze dan ook voor bedoeld, als speelgoed, maar er zit geen leven in.

Broeders en zusters, ik houd u bezig met dit voor de hand liggende verschil omdat we het vanmorgen over geloof gaan hebben. Geloof is levensnoodzaak no.1, immers je rechtvaardigheid in het oordeel en het leven in je koninkrijk hangen er van af.
Maar welk geloof kan het oordeel van God doorstaan?

In een andere preek stelde ik: geloven = God op zijn woord geloven, zelfs al staat dit dwars op je levenservaring. Maar er is meer over geloof te zeggen als je de apostel Jakobus mag geloven. Naast levend geloof is er ook dood geloof. Het is daarom van het grootste belang om met elkaar uit de Bijbel vast te stellen, wat echt geloof eigenlijk is.
Hoe kun je controleren of je een echt, levend geloof hebt? Zondag 24 geeft ons daar, in navolging van de Bijbel, antwoord op. Ik heb dat zo samengevat:

Echt geloof bewijst zich in levende vrucht

Echt geloof is daarom:

  1. Geen ingewikkeld spel
  2. maar levende werkelijkheid

1. Geen ingewikkeld spel

God leren kennen is van het grootste belang. Immers als je God leert kennen kun je ook in Hem geloven. De schrijver J.I. Packer begint zijn boek God leren kennen met een verwijzing naar een balkonscène. Je kunt op twee manieren in kennis van God geïnteresseerd zijn. Je kunt dat zijn als toeschouwer. Je zit dan als het ware op het balkon van een huis te kijken naar de mensen die beneden op de weg voorbij komen. De balkonchristenen kunnen de reizigers beneden horen praten en met hen spreken. Van bovenaf kunnen ze ook commentaar leveren op de manier waarop de reizigers hun tocht organiseren. Ze kunnen vragen over de route aan de orde stellen en bediscussiëren, het reisdoel met hen bespreken, met hen van mening verschillen over de mooiste plekjes op de route. Maar, voor hen zijn dat soort gesprekken alleen maar theoretisch belang. Immers, ze zijn toeschouwers en geen deelnemers.
Maar voor de reizigers beneden zijn dit soort problemen echte praktische problemen, van belang voor hun doen en laten. Zij zijn immers onderweg. En als zij bijvoorbeeld de verkeerde beslissing nemen over de te volgen route, halen ze hun eindbestemming niet. Voor hen zijn vragen over de te volbrengen reis niet alleen theoretische problemen, maar ook praktische, die om werkelijke beslissingen en keuzes draait. Zij hebben te maken met keuzes die consequenties hebben, keuzes die hen in hun leven raken.
Het gaat hier over het verschil tussen praten over- en bezig zijn met-. Dit beeld is zo toepasbaar op het geloofsleven van iedere dag. Ook daar heb je een verschil tussen praten over- en leven uit- geloof.

Jakobus geeft ons daar in zijn brief een indringend voorbeeld van. Hij stelt het scherp: je kunt beweren geloof te hebben, aldus Jakobus in vers 14. Je kunt daar zelfs hele gesprekken over voeren met elkaar. Intussen staat er een gemeentelid in de kou, geen kleren en geen eten. Wat doe je dan? Ga je er heen en wens je broeder vrede toe, wens je hem warmte toe en een smakelijke maaltijd. En draai je je vervolgens om en laat je hem in de kou staan. Wat heeft Hij daar nu aan! Dat, broeders en zusters, is praat-geloof. Een spelletje… Jakobus' oordeel is scherp: zulk geloof = dood geloof. Geloof zonder effect.

Het voorbeeld van Jakobus is met heel wat voorbeelden uit het kerkelijk leven aan te vullen. Ook in de kerk van Christus kan een sfeer ontstaan, waar praten over- belangrijker wordt dan leven uit-. Broeders en zusters, u kent dat wel.
Je kunt heel lang en heel indringend spreken over-. Over de preken in de kerk en hun gehalte. Op vereniging over teksten in de bijbel, over hun betekenis. Over alle mogelijkheden die er zijn om een tekst uit te leggen. Je kunt met gemak -literatuur genoeg- zes verschillende betekenissen van één tekst naast elkaar zetten. En aan het einde van de avond zijn er heel wat mogelijkheden gepasseerd. En toch kan het zijn dat na zo'n gevulde avond rondom de bijbel, de belangrijkste vraag nog niet gesteld is. Wat doe je nu in je dagelijkse leven -dat met de Here en dat met je broeders en zusters- met de kennis die je hebt opgedaan? Als die vraag niet aan de orde is geweest, mag je je afvragen of de avond aan haar doel voldaan heeft.
Broeders en zusters, het kan zelfs gebeuren dat er verhitte discussies ontstaan over de betekenis van bijbel en belijdenis. Dat broeders en zusters als vijanden tegenover elkaar komen te staan, omdat ze elkaar in de uitleg van een passage bestrijden. Dat relaties verstoord raken, contacten verbroken worden om meningen over-: uitleg van de belijdenis, het voeren van christelijke politiek, liturgische vernieuwingen of niet en over wat al niet meer. Terwijl intussen de belangrijkste vraag niet gesteld wordt: wat is de betekenis van deze discussie voor ons leven als christen voor God? Wat is de betekenis voor onze relatie met Christus onze relatie met elkaar. Voor onze toekomst in het Koninkrijk? En helaas komt het dan voor, dat fundamentele waarden van het evangelie: liefde, vrede, respect, openheid en zachtmoedigheid met voeten getreden worden. En terwijl de discussies woeden zijn er nog steeds eenzame broeders en zusters, buurtgenoten die niet van het evangelie gehoord hebben, zieken die niet bezocht zijn, rouwenden die niet getroost zijn, mensen die tekort hebben, vluchtelingen die niet opgevangen worden.

En toch zijn het juist die zaken waar Christus op letten zal. Hij geeft ons daar zelf een voorbeeld van in Matteüs 25. Hij tekent ons zijn oordeel -scheiding- tussen schapen en bokken. Tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Je zou denken als het geloof belangrijk is voor de rechtvaardigheid in het oordeel en het eeuwige leven, dan vraagt Jezus in het oordeel natuurlijk naar het geloof van de mensen. Maar Hij haalt hier de daden van de mensen naar voren en Hij beoordeeld hen op hun zorg voor hen die honger en dorst hebben; op hun gastvrijheid tegenover vreemdelingen; op hun vrijgevigheid tegenover berooiden; op hun zorg voor de zieken; ja, zelfs op hun houding tegenover hen die in de gevangenis zitten. Jezus Christus, de rechter van hemel en aarde, beoordeeld de mensen op hun liefde voor de naaste. Het belang van die liefde is enorm: Hij beschouwt de liefde die mensen toonden voor hun naaste in nood zelfs als liefde betoond tegenover Hem Zelf.
Maar waar is de rechtvaardiging door het geloof nu gebleven? Doet dat er niet meer toe. Broers en zussen in Christus, hier geeft Christus ons een andere definitie van geloof in handen. Geloof = niet alleen God geloven op zijn Woord tegen onze ervaring van het leven in, zeg maar: God liefhebben. Geloof = ook liefde betoond tegenover de naaste in nood, de naaste sowieso. Geloof in God wordt zichtbaar in liefde tot de naaste. Met andere woorden, geloof dat blijft steken in het hebben van een overtuiging, het hebben van een mening, in discussies over- is een geloof dat het oordeel niet kan doorstaan.
In Lukas 13: 27 stelt de Heer Jezus het scherp tegenover mensen die zich op Hem beroepen, maar kennelijk niet tonen dat ze door zijn onderwijs geraakt zijn: "Ga weg van Mij, u die onrechtvaardig bent." Kortom, zij die door het geloof in Christus rechtvaardig tegenover God staan moeten daar ook blijk van geven in hun nieuwe, verloste, leven: zij zullen zich moeten tonen als rechtvaardigen tegenover de naaste.
Precies zo maakt Jakobus ons dat duidelijk: geloof, dat niet zichtbaar wordt in liefde tegenover de naaste, is waardeloos, is dood.
Broeders en zusters, ieder die zich een gelovige noemt, zal dat geloof moeten testen op zijn echtheid: is het geloof en geen één of ander ingewikkeld spel van meningen en overtuigingen?

Die zelftest is belangrijk, immers alleen wie gelooft kan het oordeel doorstaan en zal eeuwig leven bij God. Jezus' oordeel is indringend: "Niet ieder, die tot Mij zegt Heer, Heer, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie de wil van mijn Vader in de hemel doet. Velen zullen op die dag tegen mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend: ga weg van Mij, u, werkers van wetteloosheid" Matteüs 7: 21-23). Hij beoordeeld mensen niet alleen op hun woorden, maar ook op hun daden.

Broeders en zusters, hoe is het met u, is uw geloof een spel of levende werkelijkheid?

Immers,
Echt geloof bewijst zich in levende vrucht.
Echt geloof is 1. geen ingewikkeld spel…

2. maar levende werkelijkheid

Om iets van de levende werkelijkheid van het geloof te begrijpen moet je terug naar achtergrond waartegen de oproep tot geloof klinkt.

Wat is geloof anders, dan het middel om in relatie te komen met Christus, onze Verlosser? Hij die door de Vader gestuurd is om mensen te redden van het oordeel dat sinds de zondeval aanstaande is. De Vader heeft de wereld niet aan zijn lot willen overlaten, maar is een grote reddingsactie begonnen. Niet dood, oorlog, ziekte, rouw, moeite en doelloosheid zullen het laatste woord hebben, maar God Zelf die de schepping terugbrengt naar zijn doel, door aan zonde en dood een einde te maken. Die schepping -het Koninkrijk van God- wordt niet getypeerd door dood, maar door leven; niet door oorlog, maar door vrede; niet door ziekte, maar door gezondheid; niet door rouw, maar door troost; niet door moeite, maar door geluk en alles zal er tot zijn doel, zijn bestemming komen.
In het kader van het nieuwe koninkrijk is Jezus Christus gekomen. Om door zijn sterven alvast het einde van het sterven in het vooruitzicht te stellen. Door de straf te dragen herstel van de relaties van de gelovigen met hun God, met hun naasten, met zichzelf en met de schepping in het vooruitzicht te stellen. Ieder die gelooft zal -door het oordeel heen- deel uitmaken van het Koninkrijk, deel hebben aan een geluk dat iedere voorstelling te boven gaat. En het wonder is dat Christus onmiddellijk van dat mooie begint uit de delen aan gelovigen. Gelovigen die nog in de oude wereld leven, zijn al burgers van het Koninkrijk en delen al in de voorrechten daarvan: liefde, vrede, zachtmoedigheid, zelfbeheersing… (Galaten 5). Ieder die door het geloof in relatie staat tot Christus zal gaan ervaren hoe de kenmerken van de nieuwe werkelijkheid van Gods Koninkrijk beginnen door te stralen in zijn leven.

Broeders en zusters, geloven is geen theorie over de toekomst, maar echt en praktisch nieuw leven nu. Niet alleen praten over- maar leven uit-. Met andere woorden, geloof werkt!
En Jakobus leert ons: als het niet werkt is het geen geloof. Als het niet leeft dan is het dood en niet echt.

Maar, draait geloof dan niet om de rechtvaardigheid straks in het oordeel. In de catechismus staat toch immers ook dat we zondig zijn, diep zondig. "(…) zo verdorven, dat we helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad" (Zondag 3, Vraag 8). We zijn toch helemaal niet in staat om nu al als rechtvaardigen te leven. Waar zouden wij, die steeds weer zondigen, zijn zonder Christus? Broeders en zusters, in Zondag 3 moet je doorlezen: "(…) behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren zijn." Via de band van het geloof, geeft Christus ons door het werk van de Geest nu al een aandeel in de rechtvaardigheid tegenover God en mensen.
Daarom formuleren de schrijvers van de catechismus in deze zondag ook zo sterk: "(…) want het kan niet anders, of ieder die door waar geloof in Christus ingeplant is, brengt vruchten van dankbaarheid voort" (Zondag 24, Antwoord 64). Het kan niet anders…, het één volgt uit het ander.
Die vruchten, laten we ze maar concreet samenvatten met liefde voor God en liefde voor de naaste, worden vast en zeker zichtbaar in het leven van Gods kinderen. Dat zie je bijvoorbeeld bij David als hij in Psalm 26 zingt: O, Here, doe mij recht, in onschuld leeft uw knecht, mijn wandel is naar uw gebod. Job laat zich op precies dezelfde wijze tegenover zijn God uit. En Paulus somt een lange lijst van vruchten op. O, ja hij noemt zichzelf zwak, maar in zijn zwakheid wordt de kracht van Christus zichtbaar (2 Korintiërs 11: 7 e.v.).

Maar deden David, Job en Paulus dan geen zonde meer? O ja, we kennen de geschiedenis van hun leven. David en Batseba, Job en de manier waarop Hij God ter verantwoording roept, Paulus die het uitschreeuwt: "als ik het goede wil doen, is het kwade mij nabij." O, ja ook de zonde er nog. En ze hebben er onder geleden, het uitgeschreeuwd, voor God op de knieën gelegen om vergeving. Maar in hun leven had de zonde niet het laatste woord, want zij zijn gelovigen. In hun leven was er ook vrucht, veel vrucht. Daarom wordt David de vader van Jezus en wordt Job boven zijn tijdgenoten uitgetild en door God zelf oprecht, vroom, godvrezend en wijkend van het kwaad genoemd (Job 1: 8). En daarom kon Paulus zijn taak volbrengen om onder veel lijden het evangelie van Christus aan heidenen, aan Israël en zelfs aan koningen en keizers te brengen (Handelingen 9: 15) en vandaag aan de dag is nog zichtbaar hoeveel vrucht dat werk gedragen heeft. Deze drie en veel andere gelovigen waren ondanks de zonde die er nog in hun leven was, tijdens hun leven al rechtvaardigen voor God en mensen.
Broeders en zusters, daarom zijn ze voor ons ook overtuigende voorbeelden. Omdat uit hun levens zichtbaar wordt dat hun geloof leeft en niet blijft hangen in een theorie over de werkelijkheid straks.

Veel mensen vragen zich tegenwoordig af, wat heb je aan geloof? En die vraag is ook terecht als de kerk van Christus niet meer laat zien dan een theorie over de toekomst, maar aan de levens van de 'gelovigen' niet te zien is hoe het evangelie van Christus, van verlossing van zonde, van de vruchten van de Geest, van liefde en vrede ook concreet zichtbaar worden in deze wereld.
Buitenstaanders zullen ongeïnteresseerd de schouders ophalen, wat moet je met zo'n verlossing? Erger nog, de jongeren in de kerk laten zich niet langer overtuigen door de ouderen omdat er van dat hevig bediscussieerde en veel beprate evangelie niets zichtbaar wordt in het werkelijke leven van elke dag. En dan kan het gebeuren dat zij de gemeente van Christus de rug toedraaien, omdat dat veel besproken geloof immers toch niet werkt. Broeders en zusters, op dat punt kun je leren van jongeren, zij zien vaak scherper dan ouderen dat geloven effect moet hebben voor het leven en dat het anders niets anders dan een waardeloze theorie is.
Als geloven een theoretisch spel van woorden blijft, houdt niemand het op de duur vol in de gemeente. Dan ontstaat er een ingezakte, moedeloze sfeer, waarin niets meer mogelijk is. Omdat de zo hevig besproken waarheden misschien fier overeind staan, maar er geen leven meer in zit. Dode waarheden zonder doel, zonder vrucht.
Daarop komt geen mens af, broeders en zusters, evangelisatie is bij voorbaat gedoemd te mislukken in zo'n klimaat. Hoe breng je dood geloof over aan anderen. Dat overtuigt toch niet.

Onze Heer Jezus tekent ons in het evangelie de prachtige werkelijkheid van een levend geloof. Waar mensen door het geloof in relatie tot Christus staan gebeuren prachtige dingen, meer dan mensen zich ooit hadden kunnen voorstellen. Er gaat er andere wind waaien, die van het Koninkrijk van God: de liefde gaat de boventoon voeren.
Voor hen die tekort komen wordt gezorgd, de eenzamen zijn niet langer eenzaam, rouwenden krijgen troost, vluchtelingen opvang en onderdak, zieken aandacht, ruzies worden ook weer opgelost, fouten vergeven, het oordeel over elkaar wordt mild.
Broeders en zusters, geloof dat in liefde zichtbaar wordt is zo mooi! Zo bemoedigend, zo vol troost, zo vol blijheid. Nu al schieten woorden tekort om die werkelijkheid te beschrijven. In Handelingen 2 en 4 krijg je een indruk wat levend geloof met een gemeente van Christus kan doen.
Wanneer geloof levend geloof is, hoef je je ook niet af te vragen hoe je dat aan anderen overbrengt. Dat geloof adverteert voor zichzelf: het is duidelijk dat het werkt. Daarom kwamen er in de eerste gemeente ook zo veel mensen tot geloof.

Levend geloof, geloof dat in vruchten zichtbaar wordt, is geen prestatie die we op eigen kracht moeten leveren. Eigenlijk is het niet meer dan simpelweg met onze krachteloze en zwakke handen van het geloof de gaven van Christus aanpakken. Je mag Hem er om vragen, als je echt gelooft zal Hij ze echt geven, dat heeft Hij beloofd. Zelfs dingen die je menselijkerwijs onmogelijk acht, zal Hij door de kracht van de Geest verwerkelijken. Levend geloof brengt je in relatie met Christus Zelf en dat vertegenwoordigt een kracht zonder weerga.
Deze vraag wil ik vanmorgen in ons midden leggen?
Is ons geloof levend geloof? Meer dan een theorie? Worden de vruchten van het geloof zichtbaar in ons persoonlijke leven, in het leven van de gemeente.
Ieder van ons heeft zich de vraag te stellen: als Christus Mij in het oordeel de vraag stelt naar mijn daden, welke daden kan ik Hem dan tonen?

Als die vruchten er niet zijn, dan moet je jezelf afvragen of je werkelijk door geloof met Christus verbonden bent? Of je geloof niet eigenlijk een theorie geworden is, waar het leven uit is. Of de discussies en gesprekken niet meer dan theoretische discussies zonder werkelijk doel geworden zijn. Of je geloof niet eigenlijk aan het doodgaan is.
De vruchten zijn het bewijs van de kwaliteit van ons geloof, broeders en zusters.

Als we als gemeente, na de proef of de som, met lege handen voor Christus in het oordeel staan, laten we Christus' evangelie dan nu als richtlijn nemen voor een nieuw begin. Het kan nu nog, straks is het te laat.
Want, dat is zeker, het kan niet anders of ieder die door waar geloof aan Christus verbonden is, brengt vrucht voort, veel vrucht. Zonder vrucht is er geen geloof en ook geen leven.
We staan voor de keus broeders en zusters, doorstaat ons geloof de proef van Christus' oordeel? Mag ons geloof, geloof heten in het licht van het evangelie. Is het levend geloof?

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar