Wees op tijd wakker voor de Bruidegom!

Thema: Wees op tijd wakker voor de Bruidegom!
Tekst: Zondag 31 H.C.
Tekstgedeelte(n):

Matteüs 25: 1-13
Zondag 31 H.C.

Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Aduard op 6 juni 1999
Opmerking D.F.E. Deze preek kan gelezen worden bij voorbereiding op het avondmaal.

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Gez. 32: 1-2
  3. Wet
  4. Gebed
  5. Lezen: Matteüs 25: 1-13
  6. Ps. 26: 1-2
  7. Tekst: Zondag 31 H.C.
  8. Preek
  9. Ps. 73: 10-11
  10. Gebed
  11. Collecte
  12. Gez. 24: 3-5
  13. Zegen

Gemeente van onze Here Jezus Christus!

Hebt u wel eens voor een dichte deur gestaan? Je vrouw is weg, de kinderen zijn niet thuis, en je hebt je sleutels niet in de zak. Dan sta je mooi te kijken. Je verzint allerlei halsbrekende toeren, om er alsnog in te komen. Misschien via dat open raam van een van de slaapkamers. Maar ja, die blijken ook allemaal dicht te zitten. De brandweer moet eraan te pas komen. Maar je zult in huis.
Dat zal u niet zovaak overkomen. Maar je vindt het maar niks. Later, als het allemaal achter de rug is, kun je ervan vertellen bij de borrel. Een mooi verhaal.
Maar goed, het valt nog een keer te overkomen. Geen mens is door een vergeten sleutel voorgoed buiten de deur van zijn huis gebleven. Wie anders niet binnen mag komen, heeft meer op zijn kerfstok. Maar u kunt er wel in komen: je zult maar niet in je eigen huis kunnen. Op dat moment zit je er zelf maar mooi mee.
Sleutels, daar heeft de catechismus het ook over. Sleutels van Vaders huis in de hemel. Sleutels, die de deur wagenwijd open kunnen zetten. Sleutels, die ook de zaak op slot kunnen draaien. En dan met gevolgen, die voor eeuwig kunnen blijven. Want de Here zegt het zelf in de bijbel: het gaat bij God om je eeuwig behoud. Als je dat niet wilt, krijg je te maken met Gods eeuwige vloek.
Hoe zal Hij ons ontvangen: boven uit het raam, of bij een open deur?
Dat lijkt allemaal somber: je weet maar nooit. Mijn leven is bij God een dubbeltje op zijn kant. Maakt u dit onzeker over de genade van God? Het is zaak zorgvuldig te luisteren naar de Here. Hij bepaalt of wij erin mogen. En Hij vraagt aan u en jou: 'ga nou in op mijn uitnodiging.' En laat op aarde maar heel helder zien dat jij leeft met die uitnodiging op zak.

Daarover vandaag. Het thema is:

Wees op tijd wakker voor de Bruidegom!

  1. Dan is de deur open
  2. Anders is de deur op slot

1. Dan is de deur open

Broeders en zusters, wat doet u met een uitnodiging voor een trouwerij? Het is dan net hoe nauw u met het bruidspaar bent verbonden. Als ik een trouwkaart van een paar kennissen krijg, zal ik kijken, of ik naar de receptie kan gaan. Maar als het nou je eigen broer of zus is, die trouwt? Dan zet je er alles voor opzij. Je neemt een vrije dag. Je zorgt dat je kleren in orde zijn. Niet die tuinbroek, maar een pak waarmee je kan verschijnen. Desnoods even de stomerij. Je cadeau moet ergens op lijken. En een bijdrage aan het feest. Je laat het bruidspaar merken, dat je om hen geeft.
De Here Jezus gebruikt in de bijbel ook zo'n beeld. En dan gaat het in dit geval om de bruidegom. Het is zijn feest. Het gaat om de vraag: wat heb je ervoor over om bij dat feest binnen te mogen? Doe je er alles aan? Want, zo blijkt, het is ook mogelijk, dat de bruidegom zegt: 'jullie horen er niet bij.' Het feest van de bruidegom, daar gaat het om. Hij gaat met zijn bruid nu verder. Dat is een groots feest waard.
De Here Jezus wil u uitnodigen voor zijn feest. Vandaag al. In de kerk laat Hij het horen: 'mensen kom naar de bruiloft.' Dat slaat op het feest van de jongste dag. Dan opent hij de poorten van de hemelse feestzaal. Wagenwijd. Dan is de laatste dag van de geschiedenis gekomen. Die dag wordt in de bijbel voorgesteld als een bruiloft. Let maar eens op: het avondmaal wordt ook een voorsmaak, een voorproef genoemd van de hemelse bruiloft straks. U bent als gemeente de bruid van Christus. Eens komt Hij u halen. En bent u dan klaar? In de gelijkenis komt de bruid niet voor. Daar wordt u voorgesteld als mensen, die de fakkels laten branden voor de bruidegom. Om hem draait alles! Hij wil een uitbundig feest hebben. Daarvoor dienen die lampen. En die lampen, dat zijn geen kleine olielampjes. Kleine olielampjes zijn heel zuinig. Die kunnen op een beetje olie wel een hele nacht branden. Nee, in dit geval, gaat het om een soort fakkels, een stok, met aan de bovenkant linnen lappen, die in olie worden gedrenkt. Die branden fel. Geven een helder licht. Een erehaag voor de bruidegom.
Gemeente, u hoort op allerlei manieren van die bruiloft. Feestvieren, omdat je de Here mag dienen. Blij zijn in de Here, dat hoort erbij. O zeker, er zijn een heleboel dingen, die je kunnen kwetsen, verdriet doen. Maar de Here is altijd groter dan je denkt. Ook groter dan je verdriet, je pijn. Hij kan je dragen. Hij belooft je een nieuwe wereld waarin dat onrecht geen plek meer heeft.

Nu, broeders en zusters, het is zaak dit te geloven. U leest de bijbel. En de bijbel is kort gezegd Gods uitnodiging voor de bruiloft straks. Genade! Wat is God groot en goed! U hoort dat in bijbel. Elke dag. En in die geest voedt u ook uw kinderen op. En zo komt het ook in de preken 's zondags ter sprake. Dan wordt het publiek tegen u gezegd: mensen, er is vergeving voor u. Geloof het maar. Want Christus heeft zijn leven voor u gegeven. Echt waar. Het ongelooflijke is gebeurd: God stuurde zijn Zoon, om te zorgen, dat een weggelopen kerk, toch weer zijn bruid kon worden. Voor geen gram verdiend. En toch. In de bijbel horen wij steeds weer, dat de bruid wegloopt. En dat God terughaalt. Het mooiste initiatief dat God daarvoor nam, dat was dat Hij zijn eigen Zoon stuurde. Een wereld verloren in schuld. En toch. Die Zoon gaf zijn leven. Zijn lichaam werd aan een kruis gespijkerd. Daar droop zijn bloed op de grond van Golgota. Wat een liefde! En van die liefde laat de Here Jezus nu in de wereld vertellen.

Dat gebeurt in het openbaar, zodat in principe iedereen ervan kan horen. Elke zondag in de kerk. Christus wil dat ook zo. Verkondig het evangelie aan de hele schepping. Daarnaast gebeurt er als het goed is, ook veel bij u thuis. Vaders en moeders, het is van het grootste belang, dat u uw kinderen al van jongsaf ervan vertelt. Wat een zegen voor die kinderen! Dat is fundamenteel voor hen. Ik ben zelfs geneigd om te zeggen: het is van beslissend belang. Maar, de catechismus heeft het over de publieke eredienst, en laten wij ons daar nu even toe beperken. Daar komt u elke zondag. En dan wordt het weer in het openbaar gezegd: 'Mensen, uw zonden zijn u door God vergeven. Om de verdienste van Jezus Christus.' Echt. Werkelijk waar. Het enige wat God van u vraagt is: geloof het nou. Neem dat nou in handen. Pak die uitnodiging voor de bruiloft aan. Hij is geldig voor u en voor jou. En reken maar, je komt echt binnen bij God. Hij opent de deur voor je.
Kijk maar wat Christus allemaal voor je heeft gedaan! Niet bang zijn. Maar het wordt nog mooier. Want God weet wel, hoe vaak je twijfelt. Hoe vaak je wordt bestormd door je sombere gevoel: ik deug niet voor God. Die angst: zou het wel voor mij zijn? Christus wist het wel, dat u lang niet altijd zo sterk staat in het geloof. Daarom heeft hij doop en avondmaal gegeven. Als er een kindje wordt gedoopt. En wanneer we de avondmaalsviering houden, zegt Hij hetzelfde weer aan het avondmaal. Honderd procent vergeving. Hij gaf zijn lichaam voor u, voor jouw schuld. Kijk maar, proef het brood maar. Zo is het. Honderd procent vergeving. Hij gaf zijn bloed, voor jou, voor uw schuld. Neem die beker maar in de hand, proef maar. Zo is het. Hij laat het proeven, ruiken, kauwen. Kijken, horen - Hij neemt je helemaal mee. Hij wil je overtuigen: Ik wil je twijfel inruilen voor zekerheid. Ik wil die rook van je sombere gedachten wegblazen met de wind van mijn genade. Kijk maar. Proef maar.

De uitnodiging voor de bruiloft geldt voor u allemaal. En ook heel persoonlijk. Niemand uitgezonderd. Prediking, doop en avondmaal. Met maar één boodschap: vergeving en eeuwig leven voor wie gelooft. En onderweg naar de bruiloft krijg je eten en drinken voor je wankelende geloof. Het is voor jou en mij.
Wat een genade! De deur staat open voor wie gelooft.
Geloven. Dat is wat de Heer vraagt. In de gelijkenis wordt dat aangegeven bij die vijf wijze meisjes. Hun fakkels zijn een soort toegangsbewijs. Als de fakkels fel branden, dan zetten ze de bruidegom in het zonnetje. En dat willen ze dan ook graag. Vandaar dat ze ook weigeren om hun olie te delen, als de bruidegom eindelijk komt. Fakkels moeten doordrenkt zijn, want ze branden fel. Als er te weinig olie in zit, dan zouden straks alle fakkels uit zijn, en wat voor eer heeft de bruidegom dan!

Gemeente, de bruiloft van Christus komt eraan. Dat is ook de boodschap van het avondmaal. Zal hij bij u het geloof vinden? Brandt dan bij u de fakkel van het geloof, geeft u alle eer aan uw Heiland? Zit u er hartelijk achteraan, dat u voldoende olie krijgt? Olie is een teken van de Geest. En de Geest werkt door de middelen: persoonlijke bijbelstudie, het gesprek over het geloof thuis, bijbelstudie via een bijbelkring, de prediking, de sacramenten. Of heeft de haast van het leven u al zo te pakken, dat u er langs heen glijdt? Wat zegt de uitnodiging voor Christus' bruiloft u nog? Bent u er blij mee? Wilt u er alles voor opzij zetten? Bent u bereid om kostbare tijd te besteden om eens echt na te denken over de bruiloft die komt? Houdt u van de Here Jezus? En jij? Laat je fakkel branden. Zorg voor voldoende olie!

Wij weten uit de bijbel dit: wie inderdaad de fakkel van zijn leven laat branden, die vindt de deur open bij God. Zonder mankeren.
En die belofte blijft staan, ook als u zou worden vermaand door ouderlingen. Een tuchtprocedure kan lang duren. En het lijkt alsof ze je eruit willen werken. Maar niets is minder waar. Ze willen je er juist bij hebben. Dat je herkenbaar je fakkel laat branden voor de Here Jezus. Opdat de deur niet voorgoed voor je dicht gaat. Maar zelfs als je je onttrekt, of als je uit de gemeenschap van de kerk zou worden gesloten door de christelijke ban. Dan nog blijft het rechtop staan: als jij de belofte van vergeving en eeuwig leven in Christus gelovig aanvaard, dan heb je toegang tot de hemelse feestzaal van de Here Jezus. Hoever je ook was afgedwaald, het is nog niet te laat. Kom dan terug. Ik heb dat eens in een gemeente gehoord: er was een broeder teruggekeerd. Hij had al onder de derde trap van censuur gestaan. Als je tijdens dit leven je weer bekeert, dan geldt voor u of jou hetzelfde als bij Jezus aan het kruis: "ik zeg u: heden zult u met mij in het paradijs zijn." Kom binnen in het feest van je Heer. Laat Hem de deur opendoen!
Want het kan ook te laat zijn!

Wees op tijd wakker voor de bruidegom!

2. Anders is de deur op slot

Gemeente, op de meeste bruiloften vandaag de dag zult u niet gauw geweigerd worden. Hoe laat u ook komt, het bruidspaar zal u niet gauw de deur wijzen. Dan zou u het toch wel echt bont moeten maken. Ook in het Midden-Oosten zal je niet gauw buitengezet worden. Daar is een oosterling veel te gastvrij voor.

Daarom is het heel onverwacht, dat de Here Jezus dat wel in de gelijkenis noemt. De vijf domme meisjes hadden wel een uitnodiging gekregen. En ze hadden ook wel aan lampen of fakkels gedacht. Maar ze hadden niet voldoende olie meegenomen. Ze moesten dus op zoek naar een oliekoopman. Maar waar vind je die nou zo gauw in het midden van de nacht? Ze hollen weg. Maar intussen komt de bruidegom eraan. Hij gaat naar de zaal van het grote feest. En de vijf wijze meisjes bereiden hem een prachtig welkom met hun fakkels. Ze branden dat het lieve lust heeft. En zij mogen mee naar binnen. En dan gaat de deur op slot, zo vertelt Jezus. Als het feest eenmaal begonnen is, dan komt er niemand meer in.
Maar de vijf anderen? Ze hadden onvoldoende nagedacht over het feest. Ze hadden niet hun hart echt bij de bruidegom. O ja, ze wilden het feest wel vieren. Maar toch. Het feest wel, maar de bruidegom niet in het zonnetje? Dat kan niet. Het gaat om de bruidegom, het is zijn feest! Dan kloppen ze nog wel aan, maar ze komen er niet binnen.

Broeders en zusters, hoe staat dat bij u? U wilt dat feest straks wel. Natuurlijk. Wie wil er nu geen feest vieren? Maar is uw hart ook bij de bruidegom? De catechismus waarschuwt niet voor niets voor hypocrieten. Dat zijn de mensen, die er een toneelspelletje van maken. Naar de buitenkant te zien, leven ze mee. Ze doen wat de mensen van hun verwachten. Ze lopen in het bekende paadje mee. Maar hoe ziet het hart eruit? Ze hebben de Here niet echt lief. Ze leiden om zo te zeggen een dubbel leven. Naar de buitenkant een christen. Maar in het hart te weinig liefde voor Jezus Christus. De goede werken gaan ook niet van harte, maar voor de vorm. Kerkgang, bijbellezen, ach ja, je moet er toch een beetje aan doen, nietwaar. Maar ze missen als het erop aankomt, de hartelijke band met de Here. En ze maken zichzelf wijs, dat het zo ook wel zal lukken. Ze leven immers voorbeeldig? En zo sussen ze zichzelf in een zoete slaap.
Maar hoe sta je er dan voor, als de bruidegom komt? Als het feest echt begint? Dan staan ze daar met hun tweede keus zaklantaarn. En de tweede keus batterijen zijn intussen op. Hoe krijgen ze dan hun zaklantaarn weer aan de praat? Ze dachten het zo ook wel te redden. Maar ze zijn te nonchalant. En zo missen ze de deur. Die zit dan op slot.

Gemeente, de tucht waarschuwt daarvoor. Op tijd. Pas op dat je de deur straks bij de komst van Christus niet gesloten vindt. En die tucht begint al bij u onderling. Naar Matteüs 18. Onderlinge tucht draagt de tucht die eventueel door de kerkenraad wordt geoefend. Als u er niet aan meedoet, kan de kerkenraad geen tucht oefenen. Dan hangt die tuchtoefening namelijk in de lucht. Tucht is het meetrekken naar het behoud. De onderlinge oproep tot liefde en goede werken. Het formulier voor de tucht wijst dat ook aan. De tucht is aan de gemeente gegeven voor het behoud van de zondaar. En dat doet u dan onder leiding van de kerkenraad. Maar u wordt er steeds meer bij ingeschakeld. Biddend, oproepend tot bekering. Altijd de oproep: laat je behouden! Want de deur zit eens onherroepelijk op slot.
Dat noem ik nu in de preek, omdat het aan de beurt is. Maar, gemeente, dat is in elke preek de keerzijde van de medaille. Hoe ontroerend de genade ook wordt verkondigd, het is tegelijk ook altijd een waarschuwing: sla die genade niet weg, maar pak haar aan, met beide handen. Laat je in brand steken, en laat de fakkel van je geloof helder branden voor je Heiland. Zo niet, dan zal het eens te laat zijn. Je kunt de grootse rijkdom krijgen. Maar als je die weggooit, moet je er niet op rekenen, dat God je met open armen ontvangt.
Jezus is nog niet terug. De termijn van zijn komst - Hij weet het alleen. Maar het is voor ons de proeftijd: wie hoort bij die wijze meisjes, wie bij die domme? Pas op, dat je de bruidegom niet in het donker zet, Hem niet belangrijk genoeg in je leven vindt. Want dan zal hij eens zeggen: ik ken je niet. Nee, dat betekent niet, dat Hij niet zal weten hoe je heet. Maar Hij herkent dan niet bij jou de wil om hartelijk te geloven. Wijs zijn belofte van vergeving en eeuwig leven toch niet in ongeloof af!

Gemeente, de keus is dus heel ernstig! En neem daarom de belofte van de Here serieus, nu het nog kan. De Here Jezus vertelt er niet voor niets over. Zorg dat je erbij bent, voor zover het aan jou kan liggen. Geef je hart aan Hem. Hij zal je helpen op weg naar het grote feest.
Ben ik nu te somber? Duw ik u nu weg in een diepe put van onzekerheid? Nee, want wij staan hier op het toppunt van de verlossing. Ik weet niet of u wel eens een hoge toren hebt beklommen. Maar als u daarboven aan staat, kunt u ook zien, hoe diep de markt onder u ligt. U overziet nu echt alles. Dat geldt ook hier. Juist als u ziet hoe prachtig het feest wordt: een bruiloft met alles erop en eraan, dan ziet u ook hoe ernstig het is, als u dat feest zou missen. Als de deur op slot is, en de sleutels zijn binnen, dan komt u er niet in. Als u geen moeite doet voor de feestverlichting van de Bruidegom, dan kan het te laat zijn.
Maar u kunt ook zitten te worstelen met uw vragen. U kunt naar uw verleden kijken, en dan zeggen: 'ja maar, ik doe nog zoveel verkeerde dingen.' 'Ik schiet in zoveel dingen tekort.' 'Is het wel voor mij weggelegd?' 'Ben ik wel geroepen? Ik zou het zo graag zeker weten.' 'Ben ik geen hypocriet?'

Broeders en zusters, als u met deze vragen worstelt, bent u zeker geen hypocriet. Geen toneelspeler voor de ogen van God. Want dan wilt u toch heel graag voor uw God en Heiland leven? U kiest met heel uw hart voor uw hemelse bruidegom. U zou uw levensfakkel wel ik-weet-niet-hoe fel laten branden voor Hem. Alleen, u worstelt nog met de tweespalt in uw leven.
Nu juist dan geeft bijvoorbeeld het avondmaal zo'n geweldige zekerheid, en rust. Want uw Bruidegom laat in dat voorfeest u er al iets van proeven hoe het straks zal zijn. Hij heel dicht bij u en u dicht bij Hem. Hij belooft volkomen verzoening van alle zonden.
Ga het maar bij u zelf na, hoe groot of uw schuld voor God is. Ga ook bij u zelf na of u Gods belofte van vergeving en eeuwig leven van harte gelooft. En ga bij u zelf na, of u daarom ook in liefde voor God en uw naaste wilt leven.
U weet het wel, u kunt de genade gratis bij God krijgen. U mag er heel blij mee zijn. Maar dat betekent ook dat u leeft in het besef: er is een geweldige prijs betaald! Mijn Heiland had dat over voor mij! Om u als bruid te werven, kwam Hij uit de hemel. Neem die genade maar aan. Dan is de verlossing op zijn mooist. En uw Bruidegom is blij. En Hij nodigt u eens te meer: 'kom maar op mijn feest!'

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar