U mag rust vinden in Gods goede werken

Thema: U mag rust vinden in Gods goede werken
Tekst: Zondag 32 H.C.
Tekstgedeelte(n):

Lucas 15: 11-32
Zondag 32 H.C.

Door: Ds. D.F. Ensing (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Langeslag)
Gehouden te: Aduard op 20 juni 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

  1. Votum en zegengroet
  2. Ps. 111: 1, 4, 6
  3. Gebed
  4. Lezen: Lucas 15: 11-32
  5. Ps. 63: 1-3
  6. Tekst: Zondag 32, H.C.
  7. Preek
  8. Ps. 57: 5-6
  9. Geloofsbelijdenis: Gez. 4
  10. Gebed
  11. Collecte
  12. Gez. 40
  13. Zegen

Broeders en zusters, jong en oud!

Hebt u dat ook wel eens gehad: een dag of een maand in uw leven, dat u eens ging terugkijken? Uw leven tot op dat moment ging als een film weer voor uw ogen langs. Mooie en feestelijke dingen. Maar ook die ellendige, die verdrietige dingen. Dingen, waarvan u een foto zou willen inlijsten, en ook dingen, die u maar zo ver mogelijk zou willen wegstoppen. Of iedereen mag ervan weten, of eigenlijk zo weinig mogelijk mensen. Bepaalde dingen houdt u helemaal voor uzelf.
Nadenken over je leven. Mensen op hun sterfbed doen het veel. Of als je ernstig ziek bent, of gewoon een hele poos ziek.
Maar ook broeders en zusters die zo op het oog kerngezond zijn, die kunnen dat ook wel hebben. Ik hoor hen er wel eens over tobben. Hoe heb ik voor God geleefd. Mijn leven voor God leek gewoon nergens naar. Wat heb ik Hem vaak teleurgesteld! Ik proef het bij veertigers, en net zo goed ook bij jullie tieners: dat je worstelt met die vraag: wat stelt mijn leven voor God nu eigenlijk voor? Een diepgewortelde twijfel: zou God wel tevreden met mij zijn? Een stuk onrust: wanneer is God nu blij met mij?
Die onrust kan twee oorzaken hebben: je weet hoe het hoort, maar je ziet je eigen tekort zo goed. Je voelt je opgejaagd door medechristenen, die je aan de norm herinneren. Ze geven je het gevoel, dat je eigenlijk geen goed christen bent, zolang jij niet aan de norm voldoet. De andere oorzaak van die onrust zie ik bij mensen die voor zichzelf een soort weegschaal hanteren: doe ik wel genoeg voor God? Waar meet ik nou aan af, dat ik voldoende heb gedaan voor God?
Onrust over onze goede werken. Dat heeft alles te maken met de manier waarop wij tegen God aankijken, en daarom ook hoe wij tegen onszelf aankijken. In het geloof gaan wij nadenken over deze vragen. Over de groeimogelijkheden van ons leven voor God. Daarin staat Christus centraal. Hij, samen met de Vader en de Heilige Geest. Daarover nu verder.

Ik bedien u Gods Woord onder het volgende thema:

U mag rust vinden in Gods goede werken

  1. De Geest vernieuwt - hoe ziet u God?
  2. De Geest geeft vruchten - wat betekent dat voor je daden


1. De Geest vernieuwt - hoe ziet u God?

Gemeente, hoe hebt u fietsen geleerd? De een doet het in een keer, de ander met veel vallen en opstaan. Een extra kleine fiets, met aan weerszijden hulpwieltjes. Want o, stel je voor dat je zou vallen. Dan heb je een poosje geoefend, en dan komt dat spannende moment, dat de wieltjes eraf gaan. Red ik het? Red ik het niet? O, als papa mij maar vasthoudt aan de bagagedrager. En als je merkt, dat hij je heeft losgelaten, o, dan slinger je opeens. Wat een onzekerheid, kan ik het wel? De eerste keer gaat het mis. Nog een keer proberen. Maar het wil maar niet lukken. Steeds weer val je. Een gat in je broek. Een schram over je gezicht, de trapper flink verbogen. Ja, en hoe keek je toen naar je vader? Wat dacht je hoe je vader zou reageren? Zou hij boos worden: wanneer lukt het nu eindelijk een keer? Zou hij je uitschelden om je kapotte broek: wat ben je toch dom! Zou hij bezorgd kijken: zou het ooit wel gaan lukken? Of zou hij zeggen: 'joh, geeft niks, gewoon straks weer proberen. Ik zorg wel dat de fiets in orde komt. En mama maakt de broek wel weer. Je leert het vast wel. Honderd keer proberen, anders kun je het nooit leren.'
Kijk, je weet als kind toch wel zo ongeveer hoe vader reageert. En dat bepaalt ook de manier, hoe je naar hem kijkt. En de volgende keer verwacht je ongeveer hetzelfde.

Gemeente, dat zelfde hebben wij ook in onze verhouding met God. Wij proberen het elke dag goed te doen. Maar o, elke dag is er ook weer die vergissing, die opwelling van haat tegen die zuster. Elke dag die lelijke fout in de opvoeding van je kinderen. Lukt het dan nooit? Hoe zou God nu naar mij kijken? Is Hij boos op mij? Of zou Hij mij aanmoedigen: 'kom op, je kunt het wel! En de volgende keer kun je het vast beter!'

Wanneer is God blij met mij? Dat heeft alles te maken met de vraag: hoe ziet u God?
Daarover vertelt de Here Jezus ook in de prachtige gelijkenis van de verloren zoon. Of beter van de twee verloren zonen. De manier waarop beide jongens tegen hun vader aankeken, was heel verschillend. Maar wel heel herkenbaar.
Dan kijken wij nu eerst even naar die eerste zoon. De wegloper, het fuifnummer. Die kijkt eerst op een heel negatieve manier aan tegen zijn vader. Hij vindt er thuis niks aan. Daarom verklaart hij in feite zijn vader dood. Waarom zou hij anders om een deel van de erfenis vragen? Je krijgt de erfenis pas als je vader dood is. Wat zal dat zijn vader pijn hebben gedaan!
Zijn nieuwe leventje is een voortdurende fuif. Hij wordt een feestbeest. De ene party was nog groter dan de ander. Wat kan hem thuis schelen. Als hij zijn gang maar kan gaan.
Totdat… Totdat het helemaal misgaat. Het geld raakt op. Zijn zogenaamde vrienden laten hem allemaal in de steek. Waar hij ook aanklopt, hij vindt nergens hulp. Tenslotte mag hij bij een boer de onreine zwijnen hoeden. Maar die varkens hebben kennelijk nog meer te eten dan hij. En dan gaat hij weer aan zijn vader denken. Hij draait helemaal om. Thuis was het toch zo gek nog niet. Elke dag te eten. En de hartelijkheid thuis, wat een idee, thuis!
Maar hoe zou vader reageren? Hij heeft het grondig bedorven bij zijn vader. Hij heeft hem doodverklaard. Hij heeft zijn deel van de erfenis helemaal opgezopen. Zou vader hem nog wel accepteren? Nou, alles beter dan dit. Hij moet zijn vader maar vragen, of hij knecht mag worden thuis. Als vader hem niet meer wil hebben als kind, nou dan alsjeblieft maar als knecht. Hij wil weer thuis zijn.

Ziet u, hoe hij omdraait? Nou, wat dacht u, hoe zal hij hebben gereageerd, toen hij zijn vader vlakbij huis zag staan, op de uitkijk, met open armen? Hij holt naar zijn vader toe, en belijdt zijn schuld. Ik ben het niet waard uw kind te zijn. Laat mij maar een knecht zijn, dan kan ik het misschien nog een beetje goed maken.
Maar vader wil er niet van weten. Hij organiseert prompt een feest. Mijn kind hier was dood, maar hij is weer levend geworden. Wedergeboorte! Hij is er weer. Niet als knecht, maar echt als mijn kind. Niets minder! Feest voor de verloren zoon, voor vader, en de hele familie.
Dat feest is ook bedoeld voor zoon 2. Maar die kijkt op een heel andere manier tegen zijn vader aan. Hij verklaart zijn vader niet dood. Maar zijn houding is een totaal andere. Hij ziet zijn vader als zijn werkgever. Hij heeft medelijden met zichzelf. Hij ziet zichzelf als een kortgehouden werknemer. Ik heb nooit met mijn vrienden een feestje mogen vieren! Hij weet dus net zo min als zijn broer vroeger van de liefde van zijn vader - van zijn plaats als kind thuis.
Hij zag zijn vader niet. Hij proefde ook al lang niet meer hoe goed het was, vlakbij zijn vader. Altijd de rijkdom van de liefde van zijn vader. De vader wijst erop wie hij is. Hij is nog steeds vader. Van allebei zijn kinderen. Daarom nodigt hij zijn oudste jongen ook nog eens nadrukkelijk uit.
Vader zien, en je eigen plaats bij hem proeven, dan zoek je zijn liefde. Je weet van zijn open armen en zoekende liefde: mijn kind, je broer hier.
Elke zoon gedraagt zich naar de manier waarop hij tegen vader aankijkt, en waarop hij tegen zichzelf aankijkt.
Zoon 1 zoekt zijn vader op met schuldbelijdenis, en proeft de liefde in vaders uitgestoken armen. Het feest is niet alleen voor vader, ook voor hem en zijn broer. Zijn zondige verleden staat niet als een muur tussen beiden. Zijn vader had het volste recht om hem te veroordelen. Hij kon hem zomaar degraderen tot knecht. En hij vroeg er uit spijt toch zelf om? Maar vader doet het niet. Wat blinkt vaders genade tegen die achtergrond! Dat verleden èn die verleende genade versterken samen de band en de feestvreugde juist.

Broeders en zusters, hoe kijkt u tegen uw hemelse Vader aan? Hij heeft u tot het inzicht gebracht, dat u niets hebt verdiend. U bent -net zoals die eerste verloren zoon- een bedelaar voor God. Wij houden onze handen op bij God. Luther typeerde christenen als bedelaars, heel hun leven lang. Hij zei het nog op zijn sterfbed. Elke dag moeten wij weer onze handen ophouden bij God. Elke dag zouden wij het tegen God moeten zeggen: ik ben het niet waard, dat ik uw kind ben. Maar, broeders en zusters, u mag er nog wat bij zeggen: Vader, ik weet van u open armen. Ik ben toch uw kind, en ik wil graag dicht bij u leven! En wat zijn wij dan rijk met Jezus Christus! Proeft u wel hoe rijk u bent met de genade en de liefde van God? Hij geeft ons de handen vol. Denk aan uw doop!
Hij stopt ons de handen vol met de goede werken van Christus. Zijn volmaakte leven op aarde. Zijn lijden en sterven. Hij droeg de helse schuld. Hij verdiende het, dat Hij Gods kind mag heten. Hij verdiende dat niet voor zichzelf. Hij was het al. Maar Hij verdiende dat voor u en voor jou. En Hij schaamt zich niet om jou zijn broer, zijn zus te noemen. Hij presenteert u en jou aan Vader. En Vader zegt: 'o jij komt met Jezus bij mij? Welkom! Hartelijk welkom!' Hij rekent dan niet meer met uw verleden. Want dat is in Christus weg. Nee, u bent weer bij Vader thuis. Mijn kind hier was dood en is levend.

Dat mag u meemaken, op grond van de goede werken van Christus! Wat een rust geeft dat! Maar, broeders en zusters, u mag ook rust vinden in wat God dan nog verder doet.
En dan moet u ook eens verder kijken dan het kruis. Wat Christus daar deed was en is fundamenteel. Maar dat is nog maar de helft van wat Christus met u doet. Christus stopt niet halverwege met zijn werk aan ons. Hij wast de vuiligheid van onze handen, en vult ze met zijn verdiensten. Elke dag weer kwijtschelding van onze schuld. Maar ons leven lang is er ook de Heilige Geest. Die werkt uit wat Christus aan ons geeft. Christus werkt verder aan ons door Hem. Hij blijft de ruwe klomp van ons leven bewerken. Totdat wij helemaal op Christus lijken. Die garantie hebt u ook!
Door Hem gaat u voor uw Vader. Want Vader is zo'n goede vader.
Uw vader is voor de meesten van u de beste. O ja, je hebt wel eens een tijd dat je vindt, dat hij de stomste is die er rond loopt. Maar een jaar of wat later denk je daar toch weer anders over. Maar je blijft toch ook wel zien, dat ze echt niet volmaakt zijn. Ze hebben en houden hun nukken. Natuurlijk heb je ook van die schurken, die hun kinderen misbruiken. Ze zijn eigenlijk die vadernaam niet waard. Maar over het algemeen staat een vader toch voor zijn kind klaar. En hoe meer je dat ziet, hoe meer je zegt: je komt niet aan mijn vader. Ik houd van hem, en ik wil dat ook tonen.
Nu, dat wilt u toch ook voor God? God, die Vader in Christus, die altijd, elke dag met open armen op u staat te wachten? God, die in Christus uw verleden voorbij kijkt?
Ik heb, gemeente, zo'n idee, dat sommigen onder u eigenlijk wel volmaakt zouden willen zijn. Dat u voor uw idee dan pas voor God aanvaardbaar bent. Maar kijk dan toch eens naar die vader in de gelijkenis. Hij stelt toch niet als voorwaarde, dat zijn zoon nooit meer zal zondigen. Nee, hij is juist zielsblij, dat zijn kind weer terug is. Natuurlijk, daar hoort bij, dat die zoon zijn zonden belijdt. Maar dan is dat verleden ook helemaal weg.
U mag daar bij voorbaat van uit gaan, als u met uw zonden 's avonds weer naar God toegaat. Hoe zal Vader naar u kijken? Streng, met een voorhoofd vol rimpels? Of blij, dat zijn kind toch weer bij Hem komt?
Denkt u alstublieft aan uw doop! Die geldt heel uw leven! En u mag geloven: Vader neemt mij in Christus wel aan. En Christus werkt door aan mij. Ik mag geloven, dat Hij zijn werk aan mij zal afmaken. Geloof dat toch! Hij is de kracht van uw nieuwe leven. Daarom moet u wel goede werken doen. Omdat de Geest ervoor zorgt. En Hij doet het, reken maar.

Hebt u net als die eerste zoon afschuwelijk spijt van uw zonden? Verlangt u ernaar, om verder te komen in dat eeuwige gevecht tegen uw eigen zonde? Dat is uitstekend. Het bewijst mij alleen maar, dat de Geest in u doorwerkt. En als u dat gelovig merkt in uw leven, krijgt u ook een stuk rust. Want als de Geest het doet, hoeft u zich er niet voor op te krikken. God zal uw verlangen waarmaken. Hij kan het. Hij wil het ook, om Christus. Hij vindt het een feest, als zijn kinderen bij Hem komen, en met Hem samen verder willen.
Maar laten wij wel bedenken: de Geest is daar ons leven lang mee bezig. Wij zullen daarom altijd wel ontevreden over onszelf blijven. Maar die onvolmaaktheid is voor God geen reden om ons af te wijzen. Hij staat op ons met open armen te wachten. Hij spoort ons aan: doe je best maar. Laat maar eens zien, wat ik je heb geleerd. U mag juist als u ontevreden bent over uzelf, de ruimte van de genade zoeken. God zal uw onrustige hart tot rust brengen. God gaat soms met ons langs onbegrijpelijke wegen. En ook ouders op aarde zullen het soms wel pijnlijk voelen, wat een moeite hun kind moet doormaken. Maar wij mogen het geloven: wij kunnen altijd terecht bij een genadige Vader. Open armen om ons op te vangen. En Hij zal ons zover brengen, dat wij Zijn feest mogen vieren. Wij hebben vandaag al de positie van kinderen, maar we zijn nog onvolmaakt. Hij zal ons volmaakt maken, zodat wij in alles lijken op zijn Zoon. Wat een Vader!

U mag rust vinden in Gods goede werken.

2. De Geest geeft vruchten - wat betekent dat voor je daden?

Ja zal iemand zeggen: 'dominee, dat zegt u nu allemaal zo mooi: ik mag rust vinden in mijn geloof, God zal het doen, enzovoort. Maar ik ben juist vaak zo onrustig, want ik zie zelf zo goed, dat ik helemaal niet volmaakt ben. Ik weet het zo goed, maar ik doe er niet naar. Ik doe God elke dag weer verdriet. Ik durf hem gewoon niet onder ogen te komen. En dan praat de catechismus over goede werken die ik moet doen? Dat maakt mij nog onzekerder!'
Maar, hoe kijkt u dan tegen Vader aan? Als een vader met open armen, of als een vader met een zweep? Als een vader vol liefde. Of als een vader, die je alleen maar opdrachten geeft, die je regeltjes oplegt? Die je uitfoetert, als je niet goed genoeg je best doet, om bijvoorbeeld fietsen te leren. Als je fouten maakt, daar genadeloos de vinger bij legt? Dan ben je pas tevreden, als je keurig leeft. Volgens de liniaal van de regels. En als je dat zo ongeveer doet, kun je zomaar het gevoel krijgen: nu heb ik het zo'n beetje wel bereikt. En daarachter kan ook zomaar de gedachte zitten: God mag best tevreden met mij zijn! Dat idee geeft wel rust. Maar het is een merkwaardige rust. Het is de rust van die andere zoon uit de gelijkenis.
Die genoot een vast inkomen. Hij was tevreden over zichzelf. Maar ook hij zag zijn vader niet goed meer. Dat blijkt wel, als zijn vader naar buiten komt, om hem ook het feest van de genade te laten vieren. Hij is ontzettend boos als hij merkt dat zijn vader feestviert om de terugkeer van zijn broer. Ik heb u al die jaren trouw gediend. En nooit gaf u mij een geitenbokje om een feestje met mijn vrienden te vieren. En u komt die zoon van u hier, dat fuifnummer, die schuinsmarcheerder, en nu zult de gemeste koe slachten? Daar zie je het: vader is zijn vader niet meer. Hij is voor tweede zoon een werkgever, die zijn brave hardwerkende knecht moet belonen, en af en toe een feestje moet gunnen. Hij stelt vader tevreden door pijnlijk nauwkeurig de wet te volbrengen. De regeltjes volgen, en dan je levensonderhoud verdienen. Hij was blind voor de genade. Hij zag werkelijk niet hoe rijk hij was, dat hij elke dag kon beschikken over alle dingen van zijn vader. Dat hij elke dag aan vaders tafel at. Alles kreeg hij. Maar hij proefde niet meer de liefde van zijn vader. Hij misgunde daarom aan zijn broer het feest van de genade.

Hij neemt afstand, en houdt afstand. Het verleden van zijn broer en de verleende genade voor hem zijn voor hem juist reden om zich af te keren.
Voor zichzelf rekende hij alleen met zijn ijverige verleden, eigen prestaties. Voor zijn broer rekende hij met diens slechte verleden (dronkenschap, echtbreuk, etc.)
Had hij geen gelijk? De Heidelbergse Catechismus waarschuwt toch ook, naar de Schrift: wie zich vastbijt in dronkenschap, in echtbreuk, in al die andere fouten, die komt niet binnen bij Vader. Nu, broeders en zusters, ik wil u toch wel waarschuwen voor te snel oordelen over elkaar. Als u merkt dat iemand een keer struikelt, maar hij leeft overigens in oprecht geloof voor de Here, schrijf hem dan niet af. Laat God maar over zijn hart oordelen. Alleen wie zich tot het bittere eind vastbijt in zijn zonde, die komt er niet in.
Oordeel allereerst eens over uzelf! Welke vruchten ziet u in uw eigen leven? Verlangt u ernaar God te dienen? Wilt u dat van harte? Vindt u het verschrikkelijk van uzelf, dat u hem hebt beledigd? Hoe denkt u dat Vader rekent? Dan moet u niet de fout van die tweede zoon maken: 'als ik maar goed oppas, dan komt het wel goed.' Natuurlijk is het goed je best te doen. Maar als het enkel regeltjes zijn, waarmee je kunt verdienen, dan is vader geen vader meer. Maar werkgever.
Als u bij u zelf merkt, dat u op een totaal ongepast moment seksueel geprikkeld wordt, of u merkt, dat u enorm aan uw geld hangt. Dan houdt de Geest een spiegel voor: jij bent schuldig voor God. Maar tegelijk doet de Geest meer: hij brengt je weer naar Christus toe, en zo mag je je weer in Gods armen werpen. Dan hebt u bovendien de garantie dat de Geest u verder zal helpen. Blijf niet steken in dat besef van schuld voor God. Want anders pikt u waarschijnlijk alleen dat punt uit de preek op, waarin de zonde wordt genoemd. Dan wordt uw leven onrustig en somber. Zie toch de genade, geloof toch in Christus en zijn Heilige Geest!
Leef toch uit dat wonder: door Christus mag u elke dag thuis komen. Wat een rijkdom!
En kijk ook eens naar uw eigen leven. Zijn daar ook dingen te zien waarvan u zegt: hé, dat zou ik uit mijzelf nou nooit gedaan hebben. Maar ik doe ze toch! Herkent u bij u zelf dat u klein bent voor God? Dat u in kinderlijke eerbied voor God leeft? Hij is zo groot! Wat een Vader! Dat u uw best doet, om naar Gods gebod te leven? Wilt u zich oefenen in dank aan God? Wilt graag groeien, nog meer goede werken doen voor de Here? Verlangt u daar serieus naar? Voelt u ook bij uzelf, die merkwaardige zekerheid als het een poos moeilijk is geweest: maar God is toch mijn Vader? En ook dat u zich schaamt voor God vanwege die ene misstap, die verkeerde gedachte?

Kijk, dit soort zaken neemt u waar als gelovig kind van God. En dan merkt u bij u zelf op, dat God de Geest in u aan het werk is. Kijk gelovig naar u zelf. Dan vindt u rust. Nee, niet omdat u ziet dat u zo ongeveer volmaakt bent. Dan bent u Vader eigenlijk al kwijt. Maar rust omdat u weet, dat Christus voor al uw schulden heeft betaald. En dat de Geest u stap voor stap verder wil brengen. Dan verlangt u voor uzelf groei in het geloof. En u vraagt aan de Here of Hij het ook verder wil geven. Dat u zo thuis mag zijn bij Hem. Zoals die eerste zoon. Hij verlangde ernaar om thuis te zijn. Hij was blij met Vader, dat ze weer bij elkaar waren. En reken maar, dat hij daarna ook nooit een keer meer weg wilde. Die les had hij wel geleerd.
Natuurlijk zal hij daarna ook nog wel fouten hebben gemaakt. Hoe goed wij ook leren fietsen, iedereen botst toch nog wel eens tegen een paaltje of een hek op. Maar dat betekent niet, dat wij er niets van kunnen. Zo mogen wij ook in het geloof naar onszelf kijken. Het is goed, met God. Door Hem kunnen wij alles aan. Door zijn kracht. Dan kun je elke dag op je knieën Hem danken voor het goede dat hij geeft. Hoe gebrekkig het in eigen oog ook misschien is. Wij geloven in God. Wij geloven dan ook dat Vader, Zoon en Geest hun goede werken voor ons doen. En u mag ze in uw leven constateren. O, ik weet ervan, de duivel zal ons altijd onzeker proberen te maken. Dat gevoel van voortdurende bezorgdheid, twijfel. Heb ik wel voldoende gedaan. Maar kijkt u op zo'n moment altijd weer naar Vader. Hij wil uw onrustige hart graag rust geven. Omdat hij met open armen staat te wachten. Kijk maar naar zijn vriendelijke ogen!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar