Omgaan met tijdelijke rijkdom

Thema: Hoe moeten eeuwig rijke mensen omgaan met tijdelijke rijkdom?
Tekst: Zondag 42 H.C.
Tekstgedeelte(n): 1 Timoteüs 6: 5-19 (vanaf vers 5b)
Zondag 42 H.C.
Door: Ds. P. Houtman (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Twijzel-Kollumerzwaag)
Gehouden te: Twijzel-Kollumerzwaag op 19 januari 2003; Noardburgum op 8 juni 2003

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Lied 14: 1, 5
(Morgendienst:) Wet
(Morgendienst:) Ps. 34: 4
Gebed
Lezen: 1 Timoteüs 6: 5-19 (vanaf vers 5b)
Ps. 49: 2, 5
Tekst: Zondag 42 H.C.
Preek
Ps. 37: 7, 14
(Middagdienst:) Geloofsbelijdenis
(Middagdienst:) Ps. 73: 10
Gebed
Collecte
Ps. 127: 1-2
Zegen

1. Niet hebben is niet erg

Broeders en zusters, gemeente van de Here Christus,

Paulus, en de mensen in die tijd, hadden te maken met figuren die "de godsvrucht als iets winstgevends beschouwen".
Er was bijvoorbeeld een man die een zaaltje huurde, en die ging daar een godsdienstige toespraak houden, en de mensen die kwamen luisteren moesten daarvoor betalen. Zo kon zo'n man mooi wat verdienen. Sommige mensen, die met vragen zitten, willen dan achteraf nog een persoonlijk gesprek... kassa!
Een andere man ging rond, van de ene plaats naar de andere, met een kwast en reinigingswater; een soort wijwater. Dan konden de mensen hun huis laten reinigen (zoals in het Oude Testament dingen gereinigd moesten worden). Of hun ezelwagen. Ook weer: tegen betaling.
Godsdienst als middel om geld te verdienen! Kennen we dat nu ook nog? Zo niet; maar op een heel andere manier weer wel. Dan zeggen mensen: Als je maar gelooft, dan zal God je zegenen! En dat betekent dat je behoorlijk geld binnen zult krijgen. Als je maar vertrouwen hebt; als je maar positief denkt... dan zal het je goed gaan in het leven.
Kijk maar: overal in de wereld waar het christendom de heersende godsdienst is geworden, vooral het protestantisme, daar is welvaart gekomen; de Westerse wereld, Europa (vooral het noorden) en Amerika. Precies andersom als Afrika; dat is een arm werelddeel; weet je waarom? Omdat ze daar heidenen zijn gebleven, en bijgelovig. Wij zitten goed! Zij niet. Eigenlijk is dat hun eigen schuld. Dom van ze.
En als dáár dan zending komt, dan zijn er ook mensen die zich zogenáámd bekeren, want ze denken: Dan kunnen wij mee profiteren van die rijkdom die die zendelingen met zich meebrengen. Dat zijn de zogenaamde 'rijstchristenen'.
Dat is een totaal verkeerde opvatting; een verkeerde opvatting van het geloof. Een heel gevaarlijke opvatting. Kijk daar voor uit!

Inderdaad: de godsvrucht brengt grote winst. Als je gelooft, krijg je heel veel. Maar wat dan? Hoe dan? Nee, Paulus vergeestelijkt het niet; hij heeft het niet alleen over geestelijke rijkdom. Als je gelooft, word je rijk gezegend; ook materieel rijk. Hoe dan?
Je gaat achter de Here Jezus aan. Jezus, die hier op aarde niet rijk was; integendeel, Hij werd arm, zo arm als de allerlaagste klasse waar iedereen op neerkijkt; de slaven; de schoonmakers; de schoenpoetsers en de wc-schoonmakers in de Derde Wereld. Hij raakte alles kwijt. Toen Hij aan het kruis hing. En toen stond Hij weer op! Toen was Hij Heer; Hij gaat nooit meer dood; en de wereld ligt aan zijn voeten.
Wij ook: de hele aarde is voor ons! Wij gaan achter Hem aan, zijn koninkrijk binnen, zijn heerlijkheid. Goed gedaan, trouwe slaaf! Je krijgt nu zoveel steden onder je. En dat is voor altijd en eeuwig. Dat is de zegen, die je krijgt, als je op de Here God vertrouwt!
Je hebt je Heer! Je bent van God! Je mag zijn kind zijn. Dat is genoeg voor je. Godsvrucht - met 'tevredenheid', staat hier in de vertaling. Letterlijk: je bent iemand die op zichzelf genoeg heeft. Je hebt niet van alles en nog wat nodig. Rijkdom op deze aarde, om je prettig te voelen, om je eigen toekomst veilig te stellen.
Want... En dan komt er zo'n broodnuchtere uitspraak. Zoiets als ongelovigen ook wel zeggen: "Wij hebben niets op de wereld meegebracht, wij kunnen er ook niets uit meenemen".
Stel je voor dat je hier op aarde rijk moest zijn, om het goed te hebben! Dan zou je rijk geboren moeten worden. En dat is niet zo. Je wordt geboren met niets.
En dan zou je aan al dat geld en al die spullen ook wat moeten hebben als je dood ging. Je weet misschien wel, dat bij veel volken, vooral vroeger, bij een begrafenis allerlei dingen in het graf meegegeven werden, die de dode nodig zou hebben, of in ieder geval goed zou kunnen gebruiken, op z'n reis naar het hiernamaals. Tja... zo werkt het nu eenmaal niet. Als je doodgaat, moet je alles achterlaten. Koningin Beatrix en een dakloze sterven allebei even arm.
Nee, als gelovige leef je van de eeuwige rijkdom in het eeuwige leven. Rijkdom hier op aarde is ons niet beloofd, als we achter de Here Jezus aan gaan. En dat hebben we ook niet nodig. Wij zelf, als christenen - dat is voor ons genoeg. 'Tevredenheid'.
Dat is heus niet altijd makkelijk, om dat zo te zien. Je ziet veel rijkdom, hier op aarde. Veel dingen die je best wel graag zou willen hebben. Je ziet veel mensen die daar veel van hebben en die daar volop van genieten; alsof het niet op kan; alsof er nooit een eind aan zal komen. En die rijkdom die jíj kríjgt, die zie je nog niet; die ervaar je nog niet.
De brutalen hebben de halve wereld. De gelovigen lang niet.
Voor als je het daar moeilijk mee hebt, zijn er Psalmen om je te helpen. Daar zingen we uit in deze dienst.
Als je jaloers op ze bent: Psalm 37: Dat van hún gaat zo voorbij, en dan krijg jíj alles!
Als je bang voor ze bent: Psalm 49: Er komt een eind aan hun opschepperij, hun ellebogenwerk, hun macht, waar jij onder lijdt; alles - en jij bent veilig bij God!
Als je je zit met de vraag: Waarom?: Psalm 73: Als je naar het huis van God gaat, ga je het heel anders zien... Nou ja, leest u zelf maar verder; we zingen het zelf; vaak.
Als Babel straks instort, met z'n villa's, z'n kluizen vol geld en kostbaarheden, z'n dure winkels met de beste producten van over de hele wereld, z'n uitgaansgelegenheden, waar de scherven en de kots en de condooms door het schoonmaakpersoneel konden worden opgeruimd - dán... dan begint voor ons, die geloven, het eeuwige leven.
Dat is ons inkomen. Dat is de prijs die ons toevalt van boven.
Als je het zo bekijkt, dan heb je in deze wereld niet veel nodig. "Als wij (...) onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn". Wat heb je nodig? Wat heb je nou echt nodig? Voeding en bedekking; beschutting. Hetzelfde waar de Here Jezus het over heeft in dat bekende gedeelte over 'niet bezorgd zijn': voedsel en kleding.
Daar zul je genoeg aan hebben. Niet: moet, maar: dat zal genoeg voor je zijn.
Wat heb je nou echt nodig? En wat niet? Wat is luxe? - Brood. Aardappels en groente. Ook chocoladehagelslag? Gaat dat bij jullie thuis ook zo: 'De hagelslag is op, we moeten weer nieuwe kopen'? Nee, dat is niet zo; dat hoeft niet; dat heb je niet nódig.
Kleren; schoenen. Een wasmachine - tja, die kleren moeten ook gewassen worden. Ook kettinkjes, sieraden, make-up? Wat wel, wat niet?
Een huis. Met verwarming. Ook tapijt? Hoe luxe moet dat zijn? School; een opleiding, om later te kunnen werken voor je brood. Een auto? Misschien; misschien ook niet. Een mobieltje? Een stereo-installatie? Tv? Een dvd? Een camera?
Wij hebben ontzettend veel luxe! Dingen die we niet nodig hebben.
'Ja, dominee, maar...' Nou, zeg het eens? 'Mag dat dan allemaal niet? (Wat een onzin!)' Daar heb ik het toch niet over, of het mag of niet? Je mag met je werkgever afspreken: dezelfde beloning voor hetzelfde werk. Een CAO. Maar het gaat er nu over wat je nódig hebt. Niet alles wat we hebben, hebben we nodig. Niet alles wat een ander heeft - diezelfde 'levensstandaard' - heb ik ook nodig. Dat laten we ons makkelijk aanpraten; dat praten we ook onszelf aan, en elkaar. Het wordt ons voorgespiegeld. Maar de bijbel zegt het, nuchter, heel anders.
Arme mensen - die wij arm noemen - zijn heus niet allemaal zielig. Wel, als ze honger hebben. Wel, als ze moeten vluchten. Wel kinderen die geen ouders hebben om voor ze te zorgen. Maar niet alle mensen die naar ónze maatstaven weinig te besteden hebben en weinig luxe hebben. Ze hebben hun eigen zelfrespect, hun trots, dat ze het hoofd boven water kunnen houden. Ze kunnen het heel gezellig hebben met elkaar; ze hebben vaak meer tijd voor elkaar. Ze kunnen genieten van de kleine dingen van het leven. Kinderen kunnen heerlijk spelen met weinig speelgoed, dat bij de kringloop vandaan komt. 'Genoeg'.

Kort gezegd, gaat deze preek over:

Hoe moeten eeuwig rijke mensen omgaan met tijdelijke rijkdom?

Want daar gaat het in het achtste gebod over: over het omgaan met tijdelijke rijkdom.
En dit was het eerste punt: Niet hebben is niet erg.

Nu het tweede punt:

2. Willen hebben is levensgevaarlijk

"Maar wie rijk willen zijn..." Wat een ellende!
Het gaat hier nu niet over: wie rijk zíjn. Dat komt straks nog. Het gaat nu over: wie rijk wíllen zijn.
"... De wortel van alle kwaad is de geldzucht". Niet, dat daar alle kwaad mee begint. Niet, dat het bij Adam en Eva in het paradijs begonnen is met geldzucht. Maar wel: als mensen eenmaal geldzuchtig zijn, dan brengt dat ze tot alle mogelijke andere zonden. Om geld liegen mensen (zonde tegen het 9e gebod), werken ze met hun ellebogen, worden onverschillig tegenover hun naaste...
Als ik rijk ben...! Wat doe jij met je eerst-verdiende geld? Wat zou jij doen als je plotseling een erfenis van tienduizend euro kreeg? Je kunt een heleboel leuke dingen opnoemen die je dan kunt kopen, en kunt gaan doen! Je zet het op de bank, om later...
En krijgt iemand anders er ook wat van? Geef je er ook iets van voor een goed doel? - O, nee, nog niet aan gedacht. Moet dat dan?
Als ik maar een leuk bedrag binnenkrijg! Daarvoor worden mensen gemeen, trappen hun naaste in de modder; begaan zelfs een moord; beginnen ze oorlogen (zonde tegen het 6e gebod). Om meer te verdienen, hebben ze het zo druk, dat ze geen tijd meer hebben voor hun ouders (zonde tegen het 5e gebod). Geld verdienen is zo belangrijk dat de zondag ervoor aan de kant moet (zonde tegen het 4e gebod).
"Door daarnaar te haken hebben sommigen zich met vele smarten doorboord". Moet je nou eens kijken: allebei hard gewerkt, om een leuk huis te kunnen kopen, leuk ingericht... en dan loopt het huwelijk op de klippen. Er komt een bordje 'Te koop' in de tuin... Een gezin ontwricht; een ellende voor de kinderen, daar heb je geen idee van.
Hard gewerkt, avond aan avond overgewerkt, carrière gemaakt, de ene uitdaging na de andere aangepakt, naar de top! ...een goede oudedagsvoorziening - en op het moment dat-ie er echt van denkt te kunnen genieten, krijgt-ie een hartaanval en sterft. Veel advertenties, veel mensen op de begrafenis... maar al gauw is-ie vergeten. (Het verhaal staat in Prediker.)
"... Wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking...": de duivel probeert ze tot allerlei zonden te verleiden - "... in een strik...": ze blijven erin hangen - "... en in vele dwaze en schadelijke begeerten...": van de ene begeerte val je in de andere. Het is nooit genoeg. We hadden het net over: genoeg hebben. Je wilt meer! En als je al die luxe nou hebt, al die dingen die we net opgenoemd hebben, ben je dan tevreden? Nee, dan wil je nóg meer! Die 'behoeften', die verlanglijstjes, zijn echt eindeloos!
Het is afgoderij! En dat is een enorm zelfbedrog. Je slooft je ervoor uit, het lijkt heel wat, je verwacht er ik-weet-niet-wat van... Weet u nog, hoe in het Oude Testament de afgoderij belachelijk werd gemaakt? Moet je die mensen horen opscheppen; de hele avond gaat het gesprek over wat ze hebben, en waar ze het gekocht hebben, en hoe geweldig het allemaal wel niet is. Moet je ze om zo'n auto heen zien staan, een hele tijd. Wie afgodsbeelden maken, zei het Oude Testament, die gaan erop lijken. Mensen met dollartekens in hun ogen.
Het loopt op niks uit! Het "... doet de mensen wegzinken in verderf en ondergang". Je denkt rijk te worden, en het is armoe. Als echt de nood aan de man komt, heb je aan al die dingen niks. Nog een keer: heel dat Babel stort in één keer in.
Zelfs zijn door die geldzucht "sommigen van het geloof afgeweken".
Er komt iets vals in het geloof. Ze willen van twee walletjes eten. Wat de Here Jezus noemde: God dienen en de Mammon. Ik kan híer net zo leven als die mensen van de wereld waar we het net over hadden, en dan als éxtra heb ik nog een God in de hemel achter de hand om op te vertrouwen (mocht ik ooit in de problemen komen), en voor na dit leven. Rijk gezegend.
Zondags nog wel naar de kerk. Nou ja, behalve als ik te moe ben van de hele week met dat geld en die spullen bezig te zijn. "Ik ben wel lid... ja, maar je moet niks van mij verwachten, want daar heb ik geen tijd voor". "Dat is niks voor mij..." - nee, en als je zo doorgaat, wórdt het ook nooit wat voor je. "Ja, ik geloof wel, hoor, maar..." Tja, in de praktijk, als het erop aan komt, is het toch ook weer niet zó belangrijk voor je. Wat denkt u dat de kinderen daarvan meenemen?
Je zíet de mensen toch gaan? Zo? Onttrekking is nog maar een laatste stap. Paulus zag het ook al.
"... En hebben zich met vele smarten doorboord". "... Wegzinken in verderf en ondergang". Daar loopt het op uit.

Het thema van deze preek was dus: Hoe moeten eeuwig rijke mensen omgaan met tijdelijke rijkdom? Het eerste punt was: Niet hebben is niet erg. Het tweede was: Willen hebben is levensgevaarlijk.

Ten slotte, als derde punt, nog een paar praktische aanwijzingen:

3. Wel hebben is om te delen

"Hun die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen..."
Bent u rijk, broeders en zusters? Het geldt trouwens niet alleen voor gelovigen, maar in het algemeen voor rijken. Eén weg, die God wijst, voor allemaal. Alle topmensen, alle mensen met een riant inkomen, en alle mensen die luxe hebben, dingen die ze niet echt nodig hebben. Of ze al geloven, of nog niet. Alle kinderen die veel speelgoed hebben.
Hij laat ons niet met het mes in de buik zitten; met een slecht geweten over onze rijkdom, áls we die nou eenmaal hébben. De Heilige Geest wil je bekeren, en je opnieuw laten beginnen! Als je dan ruimschoots genoeg hebt, dan moet je dat als een mogelijkheid zien! Daar kún je wat mee!
"Genieten", zeggen wij. Je mag ervan genieten. Ho ho, wacht even, de bijbel zegt wat anders. "Gebruiken, om wel te doen". Geniet je ervan? Mooi, laat een ander daar dan van mee genieten!
Niet: hooghartig zijn. Neerkijken op de 'losers', de mensen die het nou eenmaal niet gemaakt hebben. De arme sloebers, die maar tobben en niet gezellig mee kunnen doen met wat jij leuk vindt. Die arme landen waar de mensen er met elkaar toch zo'n puinhoop van maken. En dan hooguit af en toe een gift geven.
Nee: délen. Waar het naar toe moet, dat is een geméénte, een gemeenschap der heiligen; rijke en arme heiligen, náást elkaar. Over de hele wereld; ook verre naasten: door het geloof zijn we dicht bij elkaar.
Fijn, als je in een werkweek van vijf keer acht uur per dag (of nog iets minder) 'genoeg' kunt verdienen (wat was ook al weer 'genoeg')? Dan heb je 's avonds nog tijd om iets samen met je broeders en zusters te doen. Samen op vereniging; dan ben je wel met iets heel anders bezig...! De bankdirecteur én de werknemer die het maar met moeite trekt, samen op huisbezoek. De vrouw die een paar keer per jaar met haar man op vakantie naar het buitenland gaat, en de vrouw die het hele gezinsinkomen ziet opgaan aan haar gehandicapte kinderen, samen in de leiding van de kleine jeugdvereniging. Als je zo begint, dan komt er ook diaconie op gang; en onderlinge hulp in allerlei praktische dingen. Ook bijvoorbeeld het sturen van zendelingen naar een arm land.
Als je rijk bent; meer hebt dan je zelf nodig hebt... - dáár heb je het allemaal voor gekregen! Als je het zó gebruikt... - de bijbel kan heel zakelijke taal spreken, broeders en zusters Daardoor "verzekeren ze zich een vaste grondslag voor de toekomst om het ware leven te grijpen".
Zorgen dat je goed verzekerd bent...! Zorgen voor een goede oudedagsvoorziening. Hebt u een pensioengat? Wilt u graag iets wegleggen voor later? Nou, zó doe je dat! Voor later, als Babel instort, en je samen met die anderen het eeuwige leven in moet!

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar