Jezus leert ons vragen om totale gehoorzaamheid

Thema: Bidden om radicale gehoorzaamheid
Tekst: Zondag 49 (Heidelbergse Catechismus)
Tekstgedeelte(n): 2 Koningen 5: 1-19
Titus 2: 11-14
Zondag 49 (Heidelbergse Catechismus)
Door: Ds. Ton de Ruiter (destijds predikant gereformeerde kerk vrijgem. Enkhuizen)
Gehouden te: Alkmaar op 5 mei 2002

Aanwijzingen voor de Liturgie

Votum en zegengroet
Gez. 25: 1-2 (eventueel: beurtzang: regel 1-2 mannen + jongens; regel 3-4 vrouwen + meisjes; overige regels allen)
(Ochtenddienst: Wet)
Gebed
(Ochtenddienst: Gez. 25: 3 (beurtzang))
Lezen: 2 Koningen 5: 1-19
Ps. 31: 11
Lezen: Titus 2: 11-14
Ps. 31: 14
Tekst: Zondag 49 (Heidelbergse Catechismus)
Preek
Lied 473: 1-5
(Middagdienst: Geloofsbelijdenis)
(Middagdienst: Lied 477: 1)
Gebed
Collecte
Ps. 25: 4, 7
Zegen

"Uw wil geschiede, gelijk in de hemel zo ook op de aarde".
De hemel dient hier als voorbeeld voor de aarde: Geef Here, dat wij op aarde net zo gehoorzaam worden aan U, zoals het in de hemel al is bij de engelen. We vragen hier: Here, maak ons radicaal gehoorzaam, in alles en overal en altijd.

Maar kan dat dan? Dat ik gehoorzaam word als een engel?
Dat ik al als een engel ga rennen / vliegen voor God en zijn koninkrijk. Hier op aarde al?
Ja...! Dit geweldige gebed mag ik u vanmiddag verkondigen. Jezus leerde ons hier om te bidden.

Jezus leert ons vragen om totale gehoorzaamheid

We zien:

  1. de noodzaak van dit gebed
  2. de verhoring van dit gebed

1. De noodzaak van dit gebed

Uw wil geschiede. Gods wil maakt Hij bekend in zijn wet. Uw wil geschiede betekent dus: help ons gehoorzaam te zijn aan Uw geboden. Zo legt de catechismus het ook uit in Antwoord 124a.
Maar bij Gods wil kunnen we ook aan iets groters denken. Wat is Gods wil, in de zin van zijn hartsverlangen, zijn plan?
Nou, dat mensen behouden worden. Dat mensen niet naar de hel toe leven maar naar de hemel. Hij wil het leven van mensen bevrijden van zondige, egoïstische neigingen en vol maken van de liefde, zodat hun leven een lust gaat worden voor God en voor de mensen; nu al en straks in de eeuwigheid.
Daarvoor gaf God zijn Zoon Jezus. Opdat íeder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben. (Johannes 3: 16). Eeuwig leven - dat is een heerlijk leven, met God!

De hele Bijbel is daar vol van: dat God slechte mensen steeds weer opzoekt om hen een nieuw leven aan te bieden.
God laat zijn Zoon 'Jezus' noemen, dat is Redder. Omdat Gods wil is: mensen redden!
We lazen het ook in Titus 2: God wil heil brengen voor alle mensen, Hij wil mensen opvoeden, zodat zij als heerlijke mensen gaan leven.
Daarom laat Jezus ons ook deze bede bidden. Wij moeten zelf ook meebidden en meewerken aan Gods grote plan, verlangen. Opdat zo Gods hartenwens werkelijkheid wordt. Ook via ons als meebidders en medewerkers.
God wil mensen geschikt maken voor zijn koninkrijk; voor die komende nieuwe wereld. Maar dat nieuwe leven begint dus nu in dit leven al. God vergeeft onze zonden (als we ze belijden) en Hij maakt nu onze harten al vól liefde (als we daar om bidden), daarvoor geeft Hij zijn Heilige Geest (Pinksteren!). Als we dat echt geloven worden we "volijverig in goede werken" (Titus 2: 14). Dat kan niet anders. Want geloven is maar niet alleen iets beamen. Geloven is: in vertrouwen mee bidden en meewerken aan Gods plan (een nieuwe mensheid op een nieuwe wereld).
Zoiets wilde God vroeger ook al met Israël; zeg maar in het klein: een goed leven voor de joden, samen met God, in het landje Kanaän.
MAAR... dat plan wilde Hij ook toen alleen werkelijkheid laten worden via de weg van gehoorzaamheid. 'Als jullie naar Mij luisteren en mijn geboden navolgen, mijn wil doen, meewerken, DÁN zal Ik, de Here, jullie zegenen. Dán zal Ik, de Here, ervoor zorgen dat het leven in Kanaän goed wordt. Dan worden jullie het mooiste en machtigste volk ter wereld.
Dat was heel kort gezegd het verbond dat de Here sloot. En zo werkt Hij. Hij belooft altijd grote dingen te gaan doen, op voorwaarde dat we luisteren en meebidden en meewerken.

En steeds weer liet de Here aan Israël zien hoe Hij kon helpen en zegenen. Grote vijanden werden met kleine legertjes verslagen (Goliat door David). Voorspoed gaf de Here, ... áls ze luisterden.
Gods wil voor Israël was duidelijk: heil wilde Hij geven. Groot geluk.

Maar helaas - hoe ging het met Israël?
Steeds weer het oude liedje. Men vertrouwde toch de Here weer niet. Ze gingen zelfs heel vaak andere goden dienen. Het werd niets met Gods grote plan met hen. Zelfs de wonderdaden van de profeten Elia en Elisa brachten Israël niet tot bekering. Er was gewoon geen geloof (bij het merendeel van de Israëlieten). En het gevolg? De Here trok zijn zegende hand terug. En vijanden heersten weer en honger, enzovoort. Door hun ongeloof en hun niet meebidden en meewerken met God.
Hetzelfde lees je in het Nieuwe Testament. Jezus komt in Nazaret, maar doet daar niet veel wonderen. Waarom niet? In Matteüs 13 lezen we: vanwege hun ongeloof.
Ook Jezus is alleen verlosser, voor ieder die gelooft. Als mensen Hem niet vertrouwen, ontvangen ze weinig of niets.

Lucas 4 vertelt dat Jezus in Nazaret verwijst naar de geschiedenis van Naäman.
Kijk, zegt Jezus; er waren in de tijd van Elisa veel melaatsen in Israël. Maar die werden niet genezen. En die heiden Naäman wel. Waarom is dat zo?
Nou, heel eenvoudig: die heiden kwam. Het was best moeilijk voor hem en zijn geloof was nog maar piepklein, maar hij kwam dan toch. En ten slotte, na innerlijke strijd, deed hij dan toch gehoorzaam wat de Here via Elisa zei. En zo ontving hij genezing. Via gehoorzaamheid.

We kunnen het zo zeggen: God wilde heil geven. Maar omdat Israël door ongeloof niet wilde meewerken liepen ze heel veel zegen mis.
God wilde veel geven via Elisa. Maar het volk zocht het niet bij de Here. En veel melaatsen in Israël bleven melaats en Israël bleef een miezerig volkje.
Ook Nazaret ontving weinig of geen heil van Jezus. Vanwege ongeloof, niet luisteren.

Voelt u hoe belangrijk de derde bede is? "Uw wil geschiede" betekent: 'O Vader, help ons trouwe medewerkers te zijn van U. Bewaar ons ervoor dat wij Uw zegen in de weg staan met onze ontrouw en ongehoorzaamheid.'
Jezus weet (al gewoon uit de geschiedenis is het te lezen), dat onze onwilligheid Gods zegen in de weg staat. Daarom leert Hij ons bidden om hulp en kracht om trouw en gehoorzaam te zijn. DAAR bidden we nu om met deze bede. Want dan alleen zal Gods hand steeds meer opengaan - zijn zegen al royaler naar ons toe komen. Dán komt God al meer en al merkbaarder bij ons wonen - en hebben we daar niet schreeuwend behoefte aan in ons land? - en komen we straks voor eeuwig bij Hem thuis.
De Here Jezus zegt tegen ons: bídt dan om gehoorzaam te mogen zijn, uit liefde voor je Vader. Dat is nog altijd de weg naar Gods zegen en naar Gods toekomst. Vertrouw je toe aan God en aan zijn leiding. Bidt om zijn hulp om zo te leven met en voor Hem!
Jezus leert ons hier: OOK DEZE GEHOORZAAMHEID KUN JE ONTVANGEN: ALS EEN GAVE VAN GOD. Bídt er dan om.
God vraagt gehoorzaamheid van ons, maar wil wat we daarvoor nodig hebben ook geven! Bid er dan om!
Dit gebed is van levensbelang: want als je de gehoorzaamheid niet leert, zal Gods volle zegen jouw nooit bereiken! Want ongehoorzaamheid werkt altijd als een muur tussen jou en God, waardoor Gods zegen jou ten slotte niet meer bereiken kan. Bid daarom dat God je radicaal gehoorzaam maakt, tot echte wedergeboren, liefdevolle mensen, die echt voor God willen leven en voor hun naasten. Die de muren tussen zichzelf en God afbreken. Ziet u het belang, ja de noodzaak van dit gebed?

Jongens en meisjes, God wil jouw leven mooi maken, trouw aan Hem, door de Heilige Geest. En Hij wijst de weg aan. Het is helemaal gratis. Maar wie dit geschenk niet aan pakt en biddend zoekt gaat Gods toekomst mislopen. Net zoals Naäman géén gezond lijf gekregen zou hebben, als hij zich niet was gaan wassen in de Jordaan.
Als jullie niet geloven en niet of weinig biddend vragen om gehoorzaamheid, kom je los van God en zal je zijn eeuwige heerlijkheid niet ontvangen! Bid dan om de geest van gehoorzaamheid (= de Pinkstergeest).

2. De verhoring van dit gebed

Zoals ik al zei: Echt gehoorzaam zijn is één van de grote manco's in de geschiedenis van het volk Israël.
Waarom kwamen de Israëlieten niet veel meer naar Elisa? Lees thuis eens wat om 2 Koningen 5 heen. Het ene na het andere opzienbarende wonder mochten Elia en Elisa doen. Iedereen hoorde ervan in Israël. En toch... komen ze niet. Waarom toch niet?

Heel simpel: ze hadden geen zin om goed naar de Here te luisteren. Want dan mocht je bepaalde dingen niet! Die had de Here verboden. Ja, inderdaad, de Here wilde geen oneerlijkheid in de handel (niet stelen), geen gemene streken; Hij wilde geen ontrouw in de huwelijken. Hij wilde dat ze voorzichtig en zorgvuldig zouden zijn ten aanzien van seksualiteit. Hij had regels gegeven over hoe je met medemensen en met geld en goed moest omgaan (dienstbaar en liefdevol zijn).
Goede regels. Maar men vond ze lastig en vervelend. We mogen niet doen wat we willen. Ze dachten het zelf beter te weten wat goed voor hen was. En ze gingen hun eigen gang en snoepten bijvoorbeeld bij de Baäldienst.

Zo ook de koning. Waarom roept hij niet direct Elisa er bij, als Naäman met die brief aan zijn paleisdeur gekomen is? Hij kende Elisa toch wel? Maar nee, hij laat Elisa niet roepen. Waarom niet? Zou het niet gewoon zijn omdat hij weet dat Elisa kritiek op hem heeft, omdat hij als koning zonden in z'n leven toelaat? Hij voelde ook wel aan dat je bij ongehoorzaamheid niet veel van Elisa en van de Here kon verwachten. Alleen bij gehoorzaamheid wil de Here bij ons zijn en ons helpen. Dat beseft iedereen. Ook wij voelen dat aan.
Maar koning en volk willen niet meewerken met de Here. Ze willen ander geluk, zonder de Here. En ze genoten daarvan. Daar kozen ze voor. Maar ja, dan moet je niet raar kijken als je vroeg of laat voor levensgrote problemen komt waar je niet meer uit kan komen. Je gaat je ondergang tegemoet: de hel!

Gods zegen kun je niet meer zoeken als je een muur van ongehoorzaamheid en onwil neerzet.

Herkent u dat? Wel naar de Here willen luisteren, maar toch, tegelijk aan bepaalde zonden vasthouden, terwijl we weten en aanvoelen dat het niet goed is?

Naäman, de heiden, wil eerst ook niet doen wat Gods profeet zegt. Hij voelt zich vernedert. Hij de gróte en rijke generaal van de machtige koning van Aram, moet naar die profeet in plaats van dat die profeet naar hem toekomt. Hij moet naar dat kleine straatje waar die profeet woont; en dan komt... zowaar... de profeet zelf niet eens naar buiten, maar een knecht. En als klap op de vuurpijl krijgt hij een belachelijke opdracht: hij moet zich zeven keer gaan wassen in de Jordaan. Hij voelt zich beledigd en in zijn eer aangetast. Woest verdwijnt hij. Maar, dankzij zijn knechten, komt hij tot bezinning. Hij zet zijn eergevoel uiteindelijk toch opzij, bekeert zich en gaat doen wat God via die knecht gezegd heeft. En dán ontvangt hij. Pas toen hij zijn eergevoel en eigenwijsheid opzij zette en gehoorzaam werd.
Herkent u dat?
Ons eergevoel. Soms zijn we zomaar bang dat wij ons gezicht zullen verliezen als we doen wat de Here vraagt. Schuld erkennen tegenover een ander? Terwijl die ander... Ja precies. De minste willen zijn? Jouw smaak of mening opzij zetten terwille van anderen? Dat is soms zo moeilijk voor eigenwijze en een beetje trotse mensen (ook wel voor gereformeerden).
Soms is fouten toegeven of ons eergevoel opzij zetten zwaar. En toch wil de Here dat. De Here Jezus weet: mensen móeten leren buigen voor God. Net als Naäman. Gehoorzaam zijn en erkennen: Vader, U weet het beter! Dàn pas wil God al verdergaand ons leven en hart veranderen. Dan gaat Hij onze zwakke wil om gehoorzaam te zijn genezen en vernieuwen, net als het lichaam van Naäman. Ja, dan krijg je ook een gezónd en góed eergevoel; een eergevoel, dat nooit de trouw en liefde tot God en uw naasten in de weg staat.

Laten we ten slotte nog even kijken naar Gechazi, de knecht van Elisa (leest u dat vandaag thuis nog eens in 2 Koningen 5).
Gechazi zag al die rijkdom die Naäman bij zich had. Het lag voor het grijpen. En hij liet het verlangen naar rijkdom in z'n hart sterker worden dan het verlangen om God gehoorzaam te zijn. En Gechazi grijpt naar geld en geluk op een oneerlijke manier (bedrog). Het is soms zó aantrekkelijk en eenvoudig. Niemand hoeft het te weten. En hij is in één klap een stuk rijker. Maar het is een leugen. Via zondige wegen ontvangen we geen echte zegen; dan wordt rijkdom schijnrijkdom (een vloek) en geluk wordt schijngeluk. Je gaat de dood met je meedragen, net zoals Gechazi de melaatsheid verder levenslang mee moest dragen.
Geldzucht en ongeduld. Jezus leert ons in dit gebed ook daartegen in te bidden (zelfverloochening, zegt de Catechismus). Jezus roept ons als het ware toe: bidt dat weg uit je hart: "Uw wil geschiede, Vader, gelijk in de hemel, zo ook op aarde". En God zal de drang naar het verkeerde wegnemen, als we kiezen om dit te gaan bidden tegen onszelf in; als verhoring op ons gebed. Soms ook via hulp van anderen (broeders, zusters, ambtsdragers, therapeuten). Maar Hij helpt ons neigingen tot zonde te overwinnen. Daarvoor geeft Hij zijn Geest!

Nogmaals: echt geluk is een gave van God. Dat maak je niet zelf. En God wil u geluk geven, u gelukkig maken. Ja, ook al leven we soms in heel verdrietige omstandigheden. Tóch gelukkig. Maar altijd via de weg van trouw aan Hem en van gehoorzaamheid, ook in die moeiten. Dat is altijd de weg. En die is best wel eens moeilijk. Maar Jezus zegt: bidt! Ook daarvoor mag je hulp vragen aan mijn / onze hemelse Vader. Hij geeft hulp -ja echt- om trouw aan Hem te blijven overal en altijd.
En zo, al biddend worden we al meer medewerkers van God: 'volijverig in goede werken' (Titus 2: 14). Zo gaan we al meer leven voor God en voor de mensen om ons heen.
"U, jij en ik, medewerkers van God - even gewillig en trouw als de engelen in de hemel". Hier op aarde begint dat te groeien.
Het kan - met Gods hulp. [ Indien u deze preek in de tijd voor Pinksteren leest, dan kunt u invoegen: 'Dat gaan we vieren met Pinksteren.' ]
Iets van de hemel komt merkbaar op aarde, in u, jou en mij. Op het gebed.
'Heer, dank u wel voor dit evangelie!'

Amen.


Huiswerktip

[ om na het lied na de preek aan de gemeente mee te geven ]
Legt u deze week uw kerkboek open bij Zondag 49 (van de Heidelbergse Catechismus) naast uw bed, op uw nachtkastje. En elke morgen als u wakker wordt en op de rand van uw bed gaat zitten, leest u deze week Zondag 49 en maakt u dat tot uw gebed. En elke avond doet u dat ook. Dat is zegenrijk. Zo bewerkt u zelf dat deze eredienst / preek vrucht zal dragen in uw leven. Ik smeek u dit te doen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar