Jezus leert ons bidden om weerbaarheid

Thema: Jezus leert ons bidden om weerbaarheid
Tekst: Zondag 52 H.C. Vraag en Antwoord 127
Dordtse Leerregels hoofdstuk V, artikel 4
Tekstgedeelte(n): Efeziërs 6: 10-20
Zondag 52 H.C. Vraag en Antwoord 127
Dordtse Leerregels hoofdstuk V, artikel 4
Door: Ds. M. Wielhouwer (predikant gereformeerde kerk vrijgem. Deventer)
Gehouden te: Deventer op 20 juni 1999

Aanwijzingen voor de Liturgie

Ps. 139: 1-2, 6
Lezing van de wet
Ps. 139: 11
Gebed 1 (Om vergeving en de opening van het Woord)
Efeziërs 6: 10-20
Gez. 34: 1
Zondag 52 H.C. Vraag en Antwoord 127; Dordtse Leerregels hoofdstuk V, artikel 4
Gez. 34: 2
Preek
Gez. 34: 3-4
Gebed 2 (Dankgebed en voorbeden)
Collecte
Ps. 18: 9-10

Gebedspunten 1


Gemeente van Jezus Christus,

Ik wil een gedeelte voorlezen uit een bundel brieven, die ik tussen oude boeken vond:

'Ik verneem tot mijn groot ongenoegen, dat je patiënt Christen is geworden. Je hoeft geen hoop te koesteren, dat je aan de gebruikelijke straf zult ontkomen; en trouwens zou je dat in je betere ogenblikken ook nauwelijks wensen, nietwaar? Ondertussen moeten we er van zien te maken wat er van te maken is. Reden tot wanhoop is er niet; honderden van die volwassen bekeerden zijn op de goede weg teruggebracht na een kort verblijf in het kamp van de Vijand en zijn nu bij ons. Alle hebbelijkheden van de patiënt, geestelijke en lichamelijke, hebben we nog aan onze kant. Een van onze grote bondgenoten is op het ogenblik de Kerk zelf. Begrijp me goed. Ik bedoel niet de Kerk, zoals wij haar zien, wijd verbreid door tijd en ruimte heen en geworteld in de eeuwigheid, schrikkelijk als een leger met banieren. Ik geef toe, dat dit een tafereel is, dat onze stoutste verleiders onrustig maakt. Maar gelukkig zien die menselijke wezens daar niets van. Al wat jouw patiënt ziet is het halfvoltooide quasi-gotische bouwwerk op het nieuwe bouwterrein. Als hij er binnengaat zie hij de plaatselijke kruidenier met een nogal gezalfde trek op zijn gezicht, die zich het vuur uit zijn sloffen loopt om hem een glimmend boekje te overhandigen, waarin een liturgie staat, die ze geen van beide begrijpen, een voddig boekje gevuld met corrupte teksten van een stuk of wat godsdienstige gedichten - de meeste slecht - in heel kleine druk. Als hij in zijn bank komt en om zich heen kijkt, ziet hij net dàt stelletje buren, dat hij tot nu toe vermeden heeft. Die buren moet je uitbuiten. Laat zijn gedachten heen en weer gaan tussen een uitdrukking als "het lichaam van Christus" en die gezichten in de bank naast hem. Het komt er natuurlijk heel weinig op aan, wat voor mensen er in die bank naast hem zitten. Voor mijn part is een van hen een groot strijder aan de kant van de Vijand. Hindert niet. Jouw patiënt is een idioot, Onze Vader Beneden zij gedankt. Als een van die buren iemand is die geen wijs kan houden of krakende schoenen aan heeft of een onderkin heeft of raar gekleed is, zal de patiënt heel makkelijk geloven, dat hun godsdienst daarom op de een of andere manier belachelijk moet zijn'.

Misschien heeft u ook wel eens in deze brieven gelezen. De Engelse schrijver C.S. Lewis heeft deze brieven in bezit gekregen en ze aan ons willen doorgeven. Hij wil ons iets leren over de methoden van Gods tegenstander, de duivel. Want de vergissing, die je kunt maken is, dat je ontkent, dat die tegenstander er is. Je moet niet doen, alsof hij alleen een inbeelding van angstige mensen is. Maar je moet je ook niet -en dat is de andere kant- vergissen in zijn macht. Je moet hem geen macht toekennen, die mensen angstig maakt.

Jezus leert ons, waar we op moeten rekenen. Want als Hij ons leert bidden, dan noemt Hij ook de tegenstander van God. Hij neemt zijn invloed serieus. Maar Hij vertelt ook, hoe je je tegen zijn invloed kunt beschermen. Daarom leert Jezus ons bidden om weerbaarheid.

Jezus leert ons bidden om weerbaarheid

Aandachtspunten:

  1. Onze tegenstander
  2. Onze zwakheid
  3. Onze hoop

1. Onze tegenstander

Als Jezus het over die tegenstander heeft, dan noemt Hij hem de boze. De tegenstander is slecht, als je hem vergelijkt met God en zijn bedoeling met ons leven.
Maar aan wie moet ik dan denken bij de boze?
Op oude afbeeldingen zijn duivels een soort draken, die de mensen kunnen bespringen. In boeken van Peretti en anderen zijn het soms immense legers, die zwaar bewapend de strijd aangaan met de engelen. Maar hoe minder je daarvan merkt, hoe meer je kunt gaan denken dat het allemaal wel meevalt met die tegenstander van God.

Paulus wijst erop, dat je niet moet stoppen bij je ervaringen. Hij zegt, dat je strijd niet tegen mensen van vlees en bloed gaat. Je krijgt met mensen te maken. Mensen kunnen het met je eens zijn of niet. Mensen kunnen het je naar de zin maken of je het moeilijk maken. Ze kunnen je irriteren, je kwaad maken, je verdriet doen. Je kunt conflicten krijgen over van alles en nog wat. In een aantal landen leidt dat tot onderdrukking van christenen.

Maar Paulus laat je verder kijken dan wat je kunt zien. Het gaat niet alleen om vlees en bloed, om wat zich tussen mensen kan afspelen. Achter hun strijd zit een geestelijke strijd. Paulus heeft het over overheden, machten en heersers van de duistere wereld. Het gaat dus niet over een enkeling, die je probeert dwars te zitten. Paulus laat je weten, dat je moet denken aan een groot aantal tegenstanders. De tegenstander van God heeft vele medestanders om zich heen verzameld. Een grote groep engelen heeft hij overgehaald om zich bij hem aan te sluiten. Ze hebben samen veel macht. Ze kunnen veel voor elkaar krijgen. Ze zijn meestal veel sterker dan de mensen. Ze staan boven deze wereld.

Maar wat doen die engelen nu?
Ze gebruiken de aarde als werkterrein. Ze proberen in mensen en door mensen hun invloed op de aarde te versterken.
Dat is dus een heel sterke manier van werken. Paulus heeft het over de verleidingen van de duivel. Want als je zo weinig direct van die tegenstander van God merkt, is de verleiding groot om te gaan doen, alsof het met zijn invloed wel meevalt. Als hij zich openlijk aan je zou bekendmaken, dan zou je meteen weten, wat je aan hem hebt. Je zou meteen ontdekken, dat zijn doel is om je ongelukkig te maken. Hij heeft er alles voor over om je relatie met God kapot te maken. Hij heeft zijn eigen relatie met God kapot gemaakt. Daarom is hij er bezeten van om hetzelfde bij ons te bereiken.

Maar hij is slim genoeg om dat niet zo rechtstreeks te vertellen. Dan is hij bij voorbaat de verliezer. Paulus gebruikt voor verleidingen een woord dat letterlijk methoden betekent. De tegenstander van God kent vele methoden om zijn doel te bereiken. Je kunt daarbij denken aan die drie woorden uit Zondag 52 [Heidelbergse Catechismus]. De duivel, de wereld en ons vlees. De duivel kan gebruik maken van de wereld en van ons vlees. Je kunt dus denken aan al die manieren, waarop er iets tussen God en jou in kan komen te staan.

Dat kan iets buiten jezelf zijn. Hij kan gebruik maken van een omgeving, waarin mensen anders over God en over geloof gaan denken. Hij kan ervoor zorgen, dan mensen andere waarden en andere normen er op na gaan houden, dan de bijbel ons leert. Dat is meestal nog niet zo'n probleem als het om abortus gaat. Maar dat wordt denk ik anders als het gaat om keuzes als gezinsvorming en alleen of beide een baan hebben. Het wordt anders als het gaat om je hoe je tegen de kerk en andere christenen aankijkt of hoe je je zondag wilt besteden.

Ik kan en wil daar geen algemeen oordeel over uitspreken. Maar ik geloof wel, dat je dan kritisch naar jezelf moet willen kijken. Doe je sommige dingen anders dan vroeger en denk je over sommige zaken ander dan vroeger, omdat je je laat voeden door de bijbel en zo zoekt naar de invulling van je relatie met de Here? Of pas je je aan bij gedachten en gevoelens uit een wereld om je heen, die je misschien wel aanspreken, maar die een onbijbelse achtergrond hebben.

Want het een versterkt het ander vaak. De wereld om je heen en de wereld in jezelf, je eigen vlees, je eigen gedachten en gevoelens. Je kunt zo bang worden voor alles in de kerk, dat anders is, dat alleen nog maar het oude goed is. Dan kan traditie een methode van de duivel worden. Maar je kunt ook zo in de ban raken van een genotscultuur, dat je alleen nog maar open staat voor wat jou een goed gevoel geeft. Dan kan jouw hang naar beleving een tactiek van de duivel worden.

Want je kunt het niet bedenken of de duivel kan er iets mee. Toen Jezus met hem te maken kreeg, bedacht hij drie verschillende tactieken om zijn relatie met God te verstoren. Als je dat weet, dan kun je weten wat je te wachten staat, als je de weg achter Jezus aangaat.

2. Onze zwakheid

Daarmee wil ik niet zeggen, dat je als angstig mens moet gaan leven. Maar ik leer van Jezus wel, dat er geen reden is voor ongegrond optimisme. Hij zou ons dit gebed niet leren, als het niet nodig was. Jezus kent onze zwakheid - tweede aandachtspunt.

Zondag 52 zegt daarvan, dat we uit onszelf te zwak zijn om ook maar een moment tegenover de duivel stand te houden. Wij hebben uit onszelf geen weerstand tegen zijn methoden. Je moet jezelf dus niet sterker rekenen dan je bent. Als mensen als David en Petrus meegesleept werden door Gods tegenstander, waarom zou het jou dan niet kunnen gebeuren?

Als je jezelf een beetje leert kennen, dan weet je hoe sluipend dat kan gaan. Je merkt hoe weinig macht je soms hebt over je gedachten en je gevoelens. Je kunt zo in de greep raken van bepaalde gedachten, dat je geen ruimte meer hebt om je door God te laten corrigeren. Je groeit soms haast ongemerkt meer van God af dan naar Hem toe. Je denkt, dat je alleen gelukkig wordt, als je zo leeft of als je dat kunt bereiken. Je gaat een onmisbare behoefte voelen, waar je aan moet voldoen. Dat kan de manier zijn, waarop je jezelf wilt verwerkelijken, dat kan je verslavende gewoonte zijn of nog weer iets anders, wat heel sluipend je relatie met God in de weg gaat staan.

Paulus overdrijft dus niet, als hij het in Efeziërs 6 over een soldatenuniform heeft. Hij gebruikt dat soldatenuniform als voorbeeld. Het is een voorbeeld van wat je nodig hebt om weerstand te kunnen bieden aan de tegenstander van God. Hoe beter je je eigen zwakheid leert kennen, hoe beter je jezelf kunt voorstellen, wat Paulus hiermee bedoelt.
Bij sommige werkzaamheden met gevaarlijke stoffen is een mondkapje voldoende. Maar in andere gevallen moet je een heel pak aantrekken, compleet met zuurstofmasker.
Zo noemt Paulus de uitrusting, die een christen nodig heeft.

Er zijn drie dingen die aan die uitrusting opvallen.
Allereerst dat het een complete uitrusting is. Je hebt niet genoeg aan de helm of aan het zwaard. Paulus gebruikt het voorbeeld van een totale uitrusting van een soldaat in zijn tijd.
In de tweede plaats valt op, dat het vooral gaat om verdedigingswapens. Zo heeft Paulus het over een groot schild, dat bijna heel het lichaam bedekt. Het gaat er meer om, dat je stand houdt, dan om wat je allemaal kunt bereiken.
En in de derde plaats valt op, dat het om een persoonlijke confrontatie gaat. Paulus heeft het bijvoorbeeld over een kort zwaard, dat lijkt op een dolk. De uitrusting is gemaakt voor de persoonlijke confrontatie van man tot man.

Want zo direct krijg je met de tegenstander van God te maken. Je leven wordt een gevecht. Namelijk een gevecht met alles, wat in je leven tegen Gods bedoeling ingaat. Hoe meer je je leven op Gods wil richt, hoe meer je dat ook gaat voelen. Je moet geen hemel op aarde willen hebben, op het moment dat het nog niet kan. Als je de hemel op aarde wilt hebben, dan moet je nu bidden wat Jezus je leerde. Leid ons niet in verzoeking, dat is geen gebed of God het je gemakkelijk wil maken in je leven. Jezus gebruikt een woord, dat je ook kunt gebruiken voor moeilijke situaties, beproevingen, die je dichter bij God kunnen brengen. Maar het gaat om dat 'leiden in'. Leid ons niet in verzoeking, dat is de vraag aan God of Hij je niet een situatie brengt, waarin je er onderdoor gaat. Je vraagt God om de Heilige Geest, die je helpt. Je vraagt of je door de Heilige Geest de wapens kunt hanteren, die je krijgt. Zoals het Woord van God. Maar bijvoorbeeld ook een sterk geloof of de waarheid, die in je manier van leven zichtbaar wordt.

Dat gebed bidden we heel speciaal bij de doop. Zoals in het doopsformulier staat. Namelijk of je als gedoopte aan Jezus gehoorzaam zult zijn en krachtig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk zult strijden. Want je doop maakt duidelijk, dat werkelijk geluk alleen in de relatie met God te vinden is. Dus dat het ook in je leven een gevecht zal worden om dat geluk vast te houden. Dat kan niet anders nu het nog geen hemel op aarde is.

3. Onze hoop

Maar het is een gevecht, waarvan het resultaat zeker is. Dat is de hoop, die je mag hebben - derde aandachtspunt.
Die hoop namelijk hangt niet af van wat je kunt bereiken. De Dordtse Leerregels zijn op dat punt zo levensecht. Een kind van God kan diep vallen. Je wordt je soms heel pijnlijk bewust van je eigen zwakheid. Maar hoe meer je dat eerlijk onder ogen durft te zien en niet meer doet, alsof het wel wat meevalt, hoe meer hoop je kunt krijgen.

Want toen Jezus de duivel persoonlijk ontmoette, faalde Hij niet. Hij was sterker dan de tegenstander van God. Daarom kan Hij zeggen: houd moed, Ik heb de wereld overwonnen. Zijn overwinning mag jouw overwinning worden. Je kunt daar zeker van zijn, nog voordat je zelf iets doet.
Toen er bij je doop gebeden is, was je nog niets bewust van de strijd, waar Paulus over schrijft. Maar aan het begin van je leven krijg je een belofte van de Here mee. Je weet waar je met God uitkomt. Zoals Hij dat in de doop laat vastleggen, zo mag je er voor jezelf zeker van zijn. Als ik deze strijd aanga, dan kan ik er alleen maar beter van worden.

Want God zal zorgen, dat je het dan een leven lang volhoudt. Hij zal je niet voorgoed laten vallen, als je een keer valt. Hij zal je gebed verhoren, als je dan blijft bidden, wat Jezus je leerde. Hij geeft je effectieve wapens in handen. De tegenstander van God weet dat en Hij zal dus uitproberen of je echt die wapens gebruikt. Maar met deze wapens ben je sterker.

In de laatste brief, die de schrijver C.S. Lewis ons laat lezen, is de vijand van God woedend op een van zijn medewerkers. Hij heeft een mensenziel door zijn vingers laten glippen. Het leek allemaal zo goed te gaan met de patiënt. Maar op het laatste moment ging hij ervandoor. De tactiek mislukte. De patiënt ging een nieuwe wereld binnen.
Want zo zal God verlossen van de boze. Als je de strijd met die boze aangaat, kun je zeker zijn van de overwinning. Het wordt wel een keer een hemel op aarde.

Amen.


Punten voor Gebed 2

Amen.

Terug naar

Terug naar Preken die Spreken
border

http://www.prekendiespreken.nl/
Heeft U vragen of opmerkingen, mail naar